U bent innovatiemanager klinische voeding. Wat houdt dat eigenlijk in?
Het klinkt misschien wat abstract, maar mijn job draait heel concreet rond één doel: de juiste voeding op het juiste moment bij de juiste patiënt brengen. Als innovatiemanager kijk ik samen met artsen, diëtisten, cateraars, verpleegkundigen én patiënten hoe we voeding kunnen inzetten als actieve schakel in de behandeling. Dat gaat van aangepaste eiwitrijke snacks tot technologische toepassingen zoals apps die maaltijden afstemmen op de noden van de patiënt. Maar innovatie zit niet enkel in technologie, het gaat evengoed over het durven loslaten van oude gewoontes en het omarmen van nieuwe inzichten. Want wie goed eet, herstelt beter. En dat moeten we veel serieuzer nemen in de gezondheidszorg dan vandaag vaak gebeurt.
Ik lees ook in de laudatio voor uw prijs dat u zich bezighoudt met evidence-based voedingsinterventies. Betekent deze term dat er veel (voldoende?) proefondervindelijk onderzoek wordt gedaan naar de invloed van voeding op de gezondheid?
Ja, maar we moeten het correct kaderen. De hoeveelheid onderzoek naar voeding is de afgelopen jaren fors toegenomen. We hebben intussen stevige evidentie over zaken als de rol van vezels bij darmgezondheid, de positieve impact van plantaardige voeding op hart- en vaatziekten, en de link tussen eiwitinname en spierbehoud bij ouderen. Toch is voeding niet zo eenvoudig te onderzoeken als een pil: je kan voeding niet blinderen, mensen eten altijd combinaties, en context (zoals stress of slaap) speelt een grote rol.
Daarom is het belangrijk om niet op één studie af te gaan, maar te kijken naar wat we consistent terugzien over grote groepen en over langere termijn. Die inzichten vertaal ik ook in mijn boeken Lekker Lang Leven en Plan 500 gram, waarin ik mensen wil helpen om vanuit bewezen principes hun eigen eetpatroon gezonder én haalbaar te maken. Geen hypes, wel wetenschap die werkt.
Uit wat ik zo allemaal moet horen – en ook uit eigen ervaring - blijkt dat de maaltijden die in Belgische ziekenhuizen worden verstrekt, best lekker zijn. Bent u het daarmee eens?
Dat doet me plezier om te horen. En ja, daar zijn we de laatste jaren hard mee bezig. Vroeger werd ziekenhuisvoeding te vaak gezien als een verplicht nummertje. Nu beseffen we meer dan ooit: eten ís zorg. In het UZA hebben we ingezet op smaak, presentatie en keuzevrijheid. Patiënten kunnen bijvoorbeeld kiezen tussen verschillende menu’s, en we zorgen dat ook specifieke noden, zoals bij slikproblemen of ondervoeding, smakelijk en creatief worden ingevuld. Want als een maaltijd er lekker uitziet én goed smaakt, stijgt de kans dat ze ook effectief opgegeten wordt. En dat is essentieel, want een lege maag helpt niemand herstellen.
Veel gezondheidsadviezen inzake voeding zijn in de loop van de jaren veranderd. Kan u daar voorbeelden van geven en uitleggen hoe het komt?
Voeding leeft, letterlijk en figuurlijk. Onze inzichten groeien met de wetenschap. Een goed voorbeeld is cholesterol. Lang werd gedacht dat eieren de grote boosdoener waren, terwijl we nu weten dat verzadigde vetten en een gebrek aan vezels meer invloed hebben op het cholesterolgehalte. Of denk aan vetten in het algemeen: waar we vroeger massaal voor lightproducten kozen, weten we nu dat goede vetten — zoals die in olijfolie, vette vis of noten — juist bescherming bieden.
Die veranderingen ontstaan omdat wetenschap zich constant bijstelt op basis van nieuwe, betere studies. En dat is een goede zaak. Het vraagt ook van ons, als gezondheidsprofessionals, om helder te communiceren en mensen mee te nemen in die evolutie. Vandaar dat ik ook in mijn boeken werk met principes die niet afhangen van de trend van de dag, maar van wat we weten dat duurzaam werkt.
Bij de toekenning van de Zesde Vijs werd wel een opmerking gemaakt over uw te grote lof voor kiwi’s. Die zouden het immuunsysteem verbeteren en dat klopt niet echt. Wat zegt u daarop?
Terechte opmerking, en met een knipoog gebracht. Kiwi’s zijn voor mij een soort mascotte: ze bevatten veel vitamine C, vezels, antioxidanten en… ze zijn gewoon praktisch. Ze bewaren goed, zijn makkelijk mee te nemen, en stimuleren mensen vaak om iets gezonder te snacken. Maar neen, één kiwi per dag gaat je immuunsysteem niet op magische wijze ‘boosten’. Dat beeld probeer ik ook niet te schetsen. Wel geloof ik dat kleine, haalbare aanpassingen, zoals die kiwi, voor veel mensen het verschil kunnen maken op lange termijn. Dus als ik mensen daarmee aanzet tot meer fruit eten: missie geslaagd.
Er zitten in uw branche echte charlatans. Mensen die grof geld verdienen met om het even wat te vertellen. Wat is daar volgens u tegen te doen?
Vooreerst: we moeten mensen de tools geven om kritisch te leren denken. Wat is de bron? Wordt er iets verkocht? Is het gebaseerd op wetenschap of op persoonlijke anekdotes?
Daarnaast moeten erkende gezondheidsprofessionals zoals artsen, diëtisten, wetenschappers vaker mee in het publieke debat. Als we ons terugtrekken, laten we het speelveld over aan wie het hardst roept of het best verkoopt.
Daarom ben ik zelf actief in de media, schrijf ik boeken, en probeer ik op een toegankelijke manier complexe materie te vertalen. Want de beste verdediging tegen pseudowetenschap is goede, begrijpelijke en eerlijke informatie.
Wat zijn de meest waanzinnige – en gevaarlijke - beweringen die u al tegen bent gekomen?
Er zijn er helaas veel. Van citroensap als ‘ontzurende’ detoxkuur (terwijl je maag vanzelf al veel zuurder is), tot het schrappen van hele voedselgroepen zonder medische reden. Of het idee dat koolhydraten per definitie ‘slecht’ zijn, terwijl je hersenen er net goed op draaien, zeker als ze uit volkorenbronnen komen.
Eén van de gevaarlijkste trends is wanneer mensen zichzelf of anderen voedingsadviezen geven bij ernstige aandoeningen, zoals kanker of auto-immuunziekten. Daar moet je echt mee opletten. Voeding kan ondersteunen, maar vervangt nooit een medische behandeling.
Wat vindt u van de promotie van bio-producten? Zijn die echt gezonder? Wat te denken van mensen die bij “bio” zweren?
Bio-producten kunnen ecologische en ethische voordelen hebben, en dat is zeker waardevol. Maar het is een misvatting dat bio automatisch ‘gezonder’ betekent. Een bio-koek blijft een koek, met evenveel suiker of verzadigd vet. Voor mij draait gezond eten om de basisprincipes: veel groenten, fruit, peulvruchten, volkorenproducten, matig met bewerkt vlees en toegevoegde suikers. Of dat bio is of niet, maakt dan minder verschil dan sommigen denken.
Zweren bij bio mag gerust, zolang het geen schuldgevoel creëert bij wie dat niet kan betalen of doen. Gezond eten moet inclusief zijn, niet elitair.
Er zijn mensen voor wie gezond eten zo’n manie wordt dat het een deel van hun leven vergalt. Wat raadt u hen aan?
Dat is een belangrijke én gevoelige kwestie. Gezond eten mag nooit een obsessie worden. Als eten je sociale leven beperkt, of als je constant stress ervaart over wat ‘goed’ of ‘fout’ is, dan is het tijd om hulp te zoeken. Orthorexia, de fixatie op zogenaamd zuiver eten, is een reëel probleem.
Mijn advies? Focus op het grotere plaatje. Gezondheid is niet alleen voeding, maar ook genieten, bewegen, slapen, en verbinding met anderen. In Lekker Lang Leven besteed ik daarom veel aandacht aan de combinatie van gezonde principes met leefplezier. Want wat we elke dag doen, moet leefbaar én liefdevol blijven. Ook voor onszelf.
Interview: Tim Trachet