Uiteraard moet je ook skeptisch blijven over je eigen overtuigingen en open staan voor nieuwe feiten. Maar dan geldt “Extraordinary claims require extraordinary evidence” of “buitengewone beweringen moeten gestaafd worden met buitengewoon bewijs”. Deze uitspraak komt oorspronkelijk (in licht verschillende formulering) van de Amerikaanse socioloog Marcello Truzzi, één van de medestichters van CSICOP, onze Amerikaanse zusterorganisatie (nu CSI genoemd), maar werd door Carl Sagan populair gemaakt. Gelijkaardige uitspraken werden eerder gemaakt door onder meer de 18de-eeuwse Schotse filosoof David Hume, de Amerikaans staatsman, filosoof en president Thomas Jefferson en de Franse wis- en sterrenkundige Pierre-Simon Laplace. Hume drukte het kernachtig als volgt uit: “A wise man proportions his beliefs to the evidence” (Een wijs mens stemt zijn overtuigingen af op het bewijsmateriaal). Wiskundig vinden we een vergelijkbare opvatting terug in het theorema van Bayes, waarvan de eerste versie werd geformuleerd door de Britse wiskundige en predikant Thomas Bayes.
Maar een belangrijke reden om een bewering zonder meer te verwerpen is: “Hallo man, dit is jaren/decennia/eeuwen geleden al grondig weerlegd! Lees er dit boek eens op na.” En daar gaan zowel de media als vele skeptici de mist in. De media geven telkens weer een podium aan verkopers van reeds lang weerlegde onzin. En skeptici beginnen direct met het zoeken naar mogelijke rationele verklaringen voor verhalen over rare fenomenen. Maar je moet als skepticus geen opborrelende methaanbellen verzinnen als verklaring voor verdwijnende schepen in de zogenaamde Bermudadriehoek. Zelfs het Nederlandse Wikipedia-artikel bestempelt dit en onzin over het aardmagnetisme als “wetenschappelijke verklaringen”. Het hele ding is grotendeels uit de duim gezogen en met mysteriesaus overgoten door de Amerikaanse sensatieschrijver Charles Berlitz in 1974. En het is punt voor punt weerlegd door zijn landgenoot Larry Kusche in 1975. Er is geen Bermudadriehoek-mysterie, punt. Je moet geen verklaringen beginnen zoeken voor je zeker weet dat er iets te verklaren valt.
De skeptische beweging startte midden jaren ’80, hoewel sommige organisaties ouder zijn. Het Belgische Comité Para werd in 1949 opgericht en de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij zelfs in 1881. SKEPP zag in 1990 het licht, onze Nederlandse zusterorganisatie Skepsis drie jaar eerder in 1987, evenals het Duitse GWUP. Maar er werd al lang skeptisch nagedacht en gepubliceerd, al van in de Griekse en Romeinse tijd, zie bijvoorbeeld het boek De rerum natura van Lucretius (“De natuur van de dingen”, uit de eerste eeuw v.C.). Hij was kritisch over traditionele religie en bijgeloof "Tantum religio potuit suadere malorum" (Zoveel kwaad heeft religie kunnen veroorzaken), waarschuwde om conclusies te trekken die verder gingen dan de waarnemingen en wees teleologische (doelgerichte) verklaringen af. En in zijn volgens natuurlijke wetten functionerend universum konden voortekens of astrologische interpretaties geen wetenschappelijke basis hebben.
De Griekse filosoof en arts Sextus Empiricus uit de 2de-3de eeuw was een aanhanger van Pyrrho’s scepticisme, een vorm van filosofisch scepticisme dat een stuk verder ging dan ons skepticisme (wat we meestal met een k schrijven om het onderscheid te maken). Maar in zijn “Tegen de Mathematici” schreef hij in boek V zijn kritiek neer tegen de astrologie. Zijn argumenten klinken verrassend modern:
- Het gebrek aan empirische basis voor de theorieën
- Tegenstrijdigheden tussen astrologen
- De astrologie negeert de complexiteit van de omstandigheden van het leven
- De onwaarschijnlijkheid dat de bewegingen van verre hemellichamen een specifieke en voorspelbare invloed zouden kunnen hebben op individuele menselijke levens.
- Culturele en geografische variaties in toepassing en interpretatie van de astrologie
De astrologie bekleedde in de christelijke, islamitische en joodse religies een wat bizarre rol. Enerzijds werd ze wijd beoefend, ook in religieuze kringen, maar anderzijds werden er telkens weer theologische en rationele bezwaren tegen geuit in diezelfde kringen. Vanuit theologisch standpunt ondermijnde ze de almacht van God en was ze in tegenspraak met de menselijke vrije wil. Ze ontnam de mensen hun verantwoordelijkheid voor hun daden en kon tot bijgeloof en afgoderij leiden. Bovendien miste de astrologie een rationele en empirische basis en leidde ze tot inconsistente en onbetrouwbare resultaten.
De lijst van middeleeuwse astrologiecritici is lang en gevarieerd. Bij de moslims vinden we klinkende namen als Al-Kindi (ca. 801–873), Ibn Sina (Avicenna) (980–1037) en Ibn Rushd (Averroës) (1126–1198). Bij de Joden was Maimonides (1138–1204) een sterke tegenstander van de astrologie. Augustinus van Hippo (354–430), die nog in de Romeinse wereld leefde, was erg negatief over astrologie om zowat alle hierboven genoemde redenen. Ook andere gezaghebbende christelijke denkers veroordeelden bepaalde aspecten van de astrologie die impact konden hebben op de menselijke vrije wil of de goddelijke voorzienigheid, of die tot bijgeloof of occulte praktijken konden leiden, zoals Beda Venerabilis (ca. 672–735), Petrus Abaelardus (1079–1142) en Thomas van Aquino (1225–1274). Nicole Oresme (ca. 1320–1382) bekritiseerde de astrologie fel in zijn werk Livre de divinacions (“Boek over waarzeggerijen”).
Bij het schrijven van skeptische boeken moest je natuurlijk oppassen om de machthebbers of religieuze autoriteiten niet te veel tegen de haren te strijken. En daarvoor bedachten auteurs allerlei literaire trucjes. Je liet bijvoorbeeld denkbeeldige personen spreken, zoals de zotheid in Erasmus’ Laus stultitiae of De lof der zotheid (1509). Een voor skeptici relevante passage in paragraaf 45 “De Wereld wil bedrogen zijn” (vertaling door A.J. Hiensch):
“Tenslotte is ’s mensen geest zo gebouwd dat hij zich veel gemakkelijker door schijn dan door waarheid laat pakken”.
Niets nieuws onder de zon. Je kon ook anoniem publiceren, zoals in het boekje dat ik vond in de bibliotheek van mijn schoonvader: De Sotte Wereldt ofte den waeren afdruck der wereldtsche sottigheden, gedrukt in Brugge in 1681, met als auteur J.D.G. Hoewel het toen ook niet moeilijk moet geweest zijn om Joan of Josse de Grieck te herkennen in de initialen. In dit zakformaatboekje van 324 pagina’s wordt een beetje in de stijl van Erasmus de draak gestoken met allerlei personages. In het hoofdstukje over de alchemisten staat een leuke passage: “Den Paus Leo den X. sondt aen Augurellus, die eenen Boek van de Chymia geschreven hadde, en aen den selven Paus opgedragen hadde, een ledige beurs, met begeerte, dat hy die vol geldt sou maecken, dewijl hy van sulcx te vermogen in sijnen Boeck sich dapper beroemde.” (“Chymia”= chemie of alchemie)
Dat pausen ook wel eens skeptisch konden zijn bewijst de lijst van pauselijke bullen tegen de astrologie, hoewel de achtergrond uiteraard altijd theologisch was. Zeker tijdens de Contrareformatie werd bijgeloof zoals astrologie gezien als een bedreiging van de orthodoxie.
- Paus Innocentius VIII (1484): Summis desiderantes affectibus was voornamelijk gericht tegen hekserij, maar ook tegen astrologie
- Paus Alexander VI: Aeterni regis (1501) veroordeelde vooral het gebruik van astrologie voor het voorspellen van politieke gebeurtenissen.
- Paus Sixtus V: Coeli et Terrae (1586) richtte zich specifiek tegen vormen van astrologie en waarzeggerij die probeerden de toekomst te voorspellen en de menselijke vrije wil of goddelijke voorzienigheid te ontkennen.
- Paus Urbanus VIII: Inscrutabilis iudiciorum Dei (1631) stelde dat astrologie strijdig was met de christelijke leer. Hij veroordeelde het determinisme dat inherent is aan astrologische voorspellingen, verbood politieke voorspellingen, en stelde dat het leidde bijgeloof en afgoderij.
De katholieke kerk blijkt dus enkel skeptisch te zijn tegenover praktijken die de politiek kunnen beïnvloeden of die strijdig zijn met kerkelijke dogma’s. Het lijkt erop dat protestantse dominees en denkers zich wat vrijer voelden om skeptische bedenkingen te publiceren vanaf de 17de eeuw. Geïnstitutionaliseerde religies hebben zich natuurlijk altijd verzet tegen de concurrentie door “bijgeloof”. Maar er staan in de Bijbel behoorlijk wat verhalen die tegen bijgeloof aanleunen, over draken en reuzen, heksen en demonen, waarzeggerij en bezetenheid, dat je wat moest oppassen met expliciete kritiek.
Pierre Bayle (1647–1706) was een Frans filosoof, bekend als een van de voorlopers van de Verlichting. Hij groeide op in een protestants gezin in Frankrijk en moest vanwege religieuze vervolging emigreren naar Nederland. Naar aanleiding van de paniek en het bijgeloof rond een komeet die in 1680 aan de hemel verscheen schreef hij Les pensées diverses sur la comète (1682). Hij beschouwde de astrologie als een voorbeeld van bijgeloof dat voortkomt uit onwetendheid en angst. Het was gebaseerd op willekeurige associaties en een gebrek aan kritisch denken. Hij vond het onlogisch en irrationeel dat de bewegingen van sterren en planeten het lot van mensen of naties zou bepalen. De astrologie had geen enkele wetenschappelijke basis en de voorspellingen waren vaag, algemeen en vatbaar voor herinterpretatie na de feiten. Ze kon door machthebbers en bedriegers gebruikt worden om mensen angst aan te jagen of te misleiden. Mensen kunnen zelf nadenken en laten zich beter niet misleiden door irrationele overtuigingen of tradities. Kometen waren natuurlijke verschijnselen zonder bovennatuurlijke of astrologische betekenis.
In SKEPP Magazine 2023-4 schreef Johan Braeckman over de Nederlandse predikant Balthasar Bekker, die in 1691 een boek publiceert getiteld De Betoverde Weereld, waarin hij hekserij, bijgeloof en het geloof in de invloed van demonen sterk bekritiseerde. Samuel Werenfels (1657–1740) was een invloedrijke Zwitserse theoloog en academicus die een rationalistische benadering van religie voorstond. Hij schreef onder meer De superstitione (Over bijgeloof) waarin hij bijgeloof bekritiseerde als schadelijk voor de samenleving en het (“ware”) geloof. Een typerende uitspraak:
"Degene die niets weet, staat dichter bij de waarheid dan degene wiens geest gevuld is met onwaarheden en fouten."
Hij beïnvloedde latere schrijvers, die bijgeloof en waanideeën bestreden vanuit een minder religieus geïnspireerde insteek.
Zo is er de klassieker Extraordinary Popular Delusions and the Madness of Crowds van Charles Mackay (Schots journalist, 1814-1889). voor het eerst uitgegeven in 1841. Het is een serieuze klepper, mijn klein gedrukte pocketeditie telt 600 bladzijden. Daarin beginnen onderwerpen te verschijnen die hedendaagse skeptici nog altijd bezighouden, zoals toekomstvoorspellingen, waarzeggerij, kwakzalverij (toen door zogenaamde magnetiseurs) en spookhuizen. Maar hij schrijft ook over alchemisten, heksen, relikwieën en de waanzin van de kruistochten. Zijn eerste hoofdstukken gaan over economische rages, zoals de South Sea Bubble (een financiële zeepbel in Engeland die barstte in 1720) en de Tulpenmanie (speculatie rond tulpenbollen in Holland in 1634’37), maar moderne historici vinden zijn verhaal daarover wat overdreven en het hele boek niet altijd historisch nauwkeurig. Een bizar kort hoofdstuk gaat over de invloed van politiek en religie op haar- en baardgroei en een ander behandelt wat hij “trage giftmengers” noemt, over de “kunst” om iemand over lange periodes kleine hoeveelheden gif toe te dienen, tot hij een op het eerste gezicht natuurlijke dood sterft. Een citaat dat toepasselijk is op de samenzweringstheorieën van onze tijd:
“Men, it has been well said, think in herds; it will be seen that they go mad in herds, while they only recover their senses slowly, and one by one."
(Er wordt wel eens gezegd dat mensen denken in kuddes; we zullen zien dat ze gek worden in kuddes, terwijl ze enkel één voor één tot hun zinnen komen.)
Ik ben gefascineerd door die oude skeptische klassiekers. Ze illustreren de “wet van behoud van onzin” en tonen aan dat onze taak als skeptici nooit zal eindigen. In de volgende nummers van ons magazine zal ik telkens één of twee skeptische klassiekers uit de twintigste eeuw voorstellen. Sommige waren bestsellers, maar de meeste bleven steken in skeptische kringen, zodat de weerlegging van buitengewone beweringen nooit het grote publiek bereikte. Het is dan ook niet “sexy” om boeiende onzinverhalen te ontkrachten. Je ondergraaft de mensen hun zin voor mysterie en magie. Stoute skeptici!
Paul de Belder is burgerlijk ingenieur en reeds jarenlang lid van SKEPP.