Zoals Johan Braeckman vermeldt, is dit manuscript, waarvan de geschiedenis niet verder met zekerheid kan getraceerd worden dan het begin van de 17e eeuw en het hof van Rudolf II van Habsburg, geschreven in een onbekend alfabet en in een onbekende taal.
Het mysterie van deze codex leidde tot een uitgebreid 'ecosysteem' van theorieën en hypothesen waarvan er tot op vandaag geen enkele in geslaagd is om de tekst te ontcijferen. Een aantal studies op basis van de woordfrequentie en de structuur van de tekst komen tot het besluit dat de tekst compatibel is met een echte taal en geen geheimschrift is of een opeenvolging van onzinnige 'woorden'. Dat het geen geheimschrift is, is waarschijnlijk de reden waarom doorgedreven cryptologisch onderzoek niets opleverde.
De meeste onderzoekers gaan er van uit dat de codex dateert uit de 15e eeuw en ergens in Europa geschreven werd. De argumenten hiervoor zijn de C-14 datering van het perkament vellum (eerste helft 15e eeuw), de oudst bekende locatie (het hof van Rudolf II in Praag) en een tekening van een gebouw met kantelen dat geïnterpreteerd wordt als een Noord-Italiaans kasteel. Het is dan in die context dat men probeert de codex te interpreteren.
Een alternatieve benadering: planten en dieren
Er zijn ook onderzoekers die zich niet focussen op het schrift maar op de afbeeldingen. Een van de eersten was Hugh O'Neill (1894-1969), een botanicus aan de Catholic University of America die in 1944 een artikel publiceerde waarin hij twee afbeeldingen van planten in de codex identificeerde als een zonnebloem (Helianthus) en een chilipeper (Capsicum), twee planten die pas na de ontdekking van de Nieuwe Wereld in Europa bekend werden. De implicatie is natuurlijk dat de codex post-Columbus is en gedateerd moet worden in de 16e eeuw of later. Deze identificaties werden en worden door de meeste onderzoekers – die geen botanici zijn – radicaal afgewezen. Deze benadering - de identificatie van de afbeeldingen - werd later verdergezet door R.H. Talbert (botanicus), A.O. Tucker (botanicus), J. Janick (botanicus) en E.A. Flaherty (zooloog).
De samenwerking van deze laatste onderzoekers leidde tot de publicatie van een artikel en twee boeken(zie bronnen). Hierin identificeren ze planten en dieren die inheems zijn in Nieuw-Spanje (zowat het huidige Mexico) maar onbekend waren in precolumbiaans Europa. Niet alle afbeeldingen zijn echter even bruikbaar voor identificatie; soms liet de tekenaar zijn fantasie de vrije loop (gezichten in de wortels of wortels in de vorm van dieren), soms zijn de schetsen vrij ruw en dus weinig specifiek en soms worden de kenmerken van twee planten gemengd. Dit laatste kan er op wijzen dat de tekenaar een mengsel van verschillende gedroogde planten, zoals gebruikt in de apotheek, voor zich had als model.
Enkele voorbeelden van identificaties:
- zonnebloem (Helianthus annuus), afgebeeld in het artikel van Braeckman. Tucker & Janick (2019, p. 77) halen vijf botanici aan die deze identificatie bevestigen.
- Viola bicolor. Tucker & Janick (2019, p. 183) wijzen er op dat de vorm van de bladeren en de twee kleuren van de bloem duidelijk verschillen van de Euraziatische V. tricolor. Het is pas in 1961 dat duidelijk werd dat V. bicolor inheems is in Noord-Amerika.
- Capsicum annuum (chilipeper - Tucker & Janick (2019, p. 175)). Hiervan zijn er twee afbeeldingen, een met groene en een met rode vruchten.
- Opuntia (cactusvijg - Tucker & Janick (2019, p. 113).
- Passiflora sp. (Tucker & Janick (2019, p. 162). Het genus Passiflora is overwegend een genus van de Nieuwe Wereld met een aantal soorten die ook voorkomen in Australasia en Zuidoost Azië. De vorm van de bloem is zeer specifiek en kan niet verward worden met een ander genus.
Ook de fauna wijst volgens Janick & Tucker (2018) op de Nieuwe Wereld:
- op folio 80v van de codex staat een schets van een geschubd dier dat moeilijk iets anders kan zijn dan een armadillo (Janick & Tucker (2018, p. 168)), een dier dat niet voorkomt in Europa.
- voor het 'draakje' - wordt de identificatie met de Mexicaanse gehoornde hagedis (Phrynosoma taurus) voorgesteld (Janick & Tucker (2018, p. 165)).
De zodiak
Bijkomende argumenten voor een Mexicaanse / Azteekse herkomst vindt men in de afbeeldingen van de zodiak; sommige afbeeldingen wijken vrij sterk af van de traditionele Europese voorstellingen (zie ook Janick & Tucker (2018, p. 187 e.v.)):
- Voor Aries, de Ram, zijn er twee afbeeldingen: een met een mannelijk schaap (ram) en een met een vrouwelijk schaap. Analoog voor Taurus, de Stier: in de ene cirkel staat een stier, in de andere een koe. Een dergelijke duplicatie wordt in geen enkele traditie van de Oude Wereld teruggevonden, maar in de Azteekse denkwereld was de complementariteit mannelijk/vrouwelijk heel gewoon.
- Ook het volgende teken, Gemini of de Tweelingen, heeft een ongewone voorstelling. De Tweelingen zijn hier een man en een vrouw, terwijl de traditionele Europese voorstelling bijna altijd twee jongens / mannen voorstelt: Castor en Pollux.
- Cancer, de Kreeft, bestaat hier uit twee kreeftachtigen terwijl er traditioneel slechts één kreeft of krab voorgesteld wordt.
- De afbeelding bij Leo, de Leeuw, is een katachtige die helemaal niet op een leeuw lijkt maar eerder op een ocelot (Leopardus pardalis), een inheemse gevlekte katachtige uit Zuid-Amerika. Zoals bekend komen er geen leeuwen voor in de Nieuwe Wereld.
- Virgo, de Maagd, is normaal afgebeeld zonder bijzondere kenmerken; hetzelfde geldt voor Libra, de Weegschaal.
- Scorpius, de Schorpioen, is dan weer speciaal: geen schorpioen of een daarop gelijkend dier, maar opnieuw een katachtige, waarschijnlijk een jaguarundi (Puma jagouarundi). Er kan opgemerkt worden dat er ook afbeeldingen bestaan uit Noord-Europa (waar er geen schorpioenen zijn) waarop de schorpioen vervangen is door een kat.
- Sagittarius, de Boogschutter, wordt voorgesteld door een man met een kruisboog. Traditioneel wordt eerder een centaur met een klassieke boog verwacht.- Capricornus, de Steenbok en Aquarius, de Waterman, ontbreken. Waarschijnlijk is het blad met die afbeeldingen verloren gegaan.
- Pisces, de Vissen, wordt voorgesteld door twee vissen. Op basis van de vorm menen Janick & Tucker (2018, p. 193) hier de Atractosteus spatula te herkennen, een vissoort die voorkomt van het Mississippibekken tot Mexico. De conclusie is dat de manier van voorstellen van de zodiak beter overeenkomt met de Azteekse opvattingen dan met de klassieke voorstellingen in de Oude wereld.
De rosette: een schematische kabbalistische kaart?
Dan is er nog de 'rosette'. Volgens Janick & Tucker (2018, p. 221 e.v.) heeft die de structuur van de kabbalistische Sefirot of 'boom des levens': 9 cirkels in een vierkant van 3 x 3 onderaan verbonden met een tiende (kleine) cirkel (Malkuth, de aarde) en bovenaan een losse cirkel, de Ain Sof (de afbeelding moet 135° gedraaid worden in wijzerzin). De Malkuth-cirkel toont een T-O kaart en de Ain Soph de hebreeuwse letter daleth (=4), een verwijzing naar de vier letters van het tetragrammaton, wat bevestigt dat de figuur kabbalistisch geïnspireerd is. Er kan opgemerkt worden dat er in de 16e eeuw, vooral in Spanje, een mystieke 'christelijke kabbala' ontwikkeld werd die bij sommige franciscanen populair was en naar Nieuw Spanje meegebracht werd. Toen de Inquisitie vanaf ca. 1570 in Mexico actief werd, verdween de studie ervan.
Een aantal cirkels zouden landstreken in Centraal-Mexico illustreren; bij drie ervan komen er afbeeldingen voor die geïnterpreteerd worden als drie vulkanen in Mexico: de Popocatepetl, de Pico de Orizaba (Citlaltepetl) en La Malinche (Matlalcueyetl). De cirkels waartoe ze behoren zouden de streken rond Huejotzingo (Popocatepetl), Tecamachalco-Tepeaca (Pico de Orizaba) en Tlaxcala (La Malinche) voorstellen. De centrale cirkel is dan de stad Puebla de los Angeles (de Angelopolis van de franciscanen) en de cirkel in de hoek met de 'schouwen' het gebied rond Vera Cruz-Cempoala. De vier overige cirkels zijn verwant met de 'kosmologische' afbeeldingen elders in de codex.
Hier worden ook de afbeeldingen van gebouwen aangetroffen; het 'kasteel' is een ervan. Dit gebouw zou volgens Janick & Tucker het versterkte franciscanerklooster van San Miguel Arcángel in Huejotzingo kunnen zijn, gebouwd in 1530 en aangepast tussen 1540 en 1577. De architect, fray Juan de Alameda, baseerde zijn ontwerp op Italiaanse voorbeelden wat de interpretatie door sommige onderzoekers als een Noord-Italiaans kasteel kan verklaren.
Besluit
Op basis van bovenstaande argumenten (er zijn er meer) besluiten Janick & Tucker dat het ontstaan van de Voynich-codex gezocht moet worden in 16e eeuws Mexico. Als plaats van compositie suggereren ze El Colegio de Santa Cruz in Tlatelolco (bij Mexico City), een franciskanerklooster opgericht door Bernardino de Sahagún dat als eerste hoger onderwijs verschafte aan Azteekse jongens van adellijke afkomst.
In een blad en de bloemknop van de eerste plant op p. 2 kunnen met enige moeite de initialen JG in ligatuur en 'Gasp Torres' (?) herkend worden. Gaspar de Torres, een medicus en jurist, was de maestre de niños aan het Colegio de Santa Cruz in Tlatelolco. Belangrijk is dat het Colegio het enige was met een scriptorium waar boeken konden geproduceerd worden.
De enige kunstenaar in 16e eeuws Mexico met de initialen JG was Juan Gerson (doopnaam), een tlacuilo (inlandse kunstenaar) opgeleid aan La Escuela de San José de los Naturales die onder meer de muurschilderingen in de franciscanerkerk van Tecamachalco maakte. Op basis hiervan stellen Janick & Tucker de hypothese voorop dat Gaspar de Torres de auteur en Juan Gerson de belangrijkste illustrator van de codex waren. De taal zou een mengvorm van lokale talen (Nahuatl, Taino,…) kunnen zijn; op enkele woorden na kunnen ze de tekst ook niet lezen en laten ze dit wijselijk over aan professionele linguisten...
Waarom de codex in een nieuw schrift is geschreven, is niet geheel duidelijk. Een mogelijkheid is dat het opmerkingen bevat die niet zo positief waren voor het Spaanse bestuur (er zijn aanwijzingen voor kritiek op de behandeling van de inlandse bevolking). Gaspar de Torres verliet Mexico trouwens in 1571, net toen de Inquisitie harder begon op te treden tegen heterodoxe standpunten en een boek met kabbalistische figuren was zeker verdacht. Mogelijk was het manuscript nog niet af bij zijn vertrek en heeft hij het later afgewerkt – de tekst is na de figuren geschreven. Hoe het dan later in het bezit van Rudolf II kwam, is nog een raadsel. Gezien het groot aantal argumenten dat aangehaald wordt, kan de hypothese van een 16e eeuwse Mexicaanse herkomst volgens mij niet zomaar aan de kant geschoven worden. Vooral niet omdat meer dan 70 andere hypothesen (Janick & Tucker (2018, Table 1.1)) niets opgeleverd hebben...
Met dit derde (!) opeenvolgende artikel over het Voynich-manuscript sluiten we dit onderwerp (voorlopig?) af…
Bronnen
- Tucker, A.O. & Talbert, R.H. (2013) A preliminary analysis of the botany, zoology, and mineralogy of the Voynich Manuscript. HerbalGram 100: 70–85.
- Janick, J. & Tucker, A.O. (2018) Unraveling the Voynich Codex, Springer Nature, Cham (CH)
- Tucker, A.O. & Janick, J. (2019) Flora of the Voynich Codex. An Exploration of Aztec Plants, Springer Nature, Cham (CH).
Zie ook:
- https://www.voynich.nu/
- https://collections.library.yale.edu/catalog/2002046
- Clemens, R. (ed.) (2016) The Voynich Manuscript, Yale University Press, Yale
Ronny Martens is stichtend lid van SKEPP.