Bloedsporen op de Lijkwade van Turijn

Afbeelding

Een kritische analyse van een nieuw artikel rond een oud twistpunt: de aanwezigheid van bloedsporen op de Lijkwade.

Geplaatst onder
Deel artikel TwitterFacebookLinkedinWhatsapp

(uitleg voor de met * gemerkte begrippen vind je in het Lijkwade-glossarium op het einde)

Op 19 juli 2024 verscheen een artikel [1] van de hand van Giulio Fanti, geassocieerd hoogleraar aan het departement industriële ingenieurswetenschappen van de Universiteit van Padua, waarin hij zijn laatste analyses presenteert van de (werkelijke of veronderstelde) bloedsporen op de Lijkwade van Turijn. Het is nuttig hierbij wat informatie te verstrekken om het onderwerp beter te kaderen. 

Afbeelding

De auteur en het tijdschrift

Professor Fanti is waarschijnlijk de meest actieve Italiaanse kenner van de Lijkwade. Sinds 1998 heeft hij tientallen werken over dit onderwerp gepubliceerd – waaronder artikelen in tijdschriften en mededelingen op conferenties – en enkele boeken. Hij ontving financiering van de Universiteit van Padua voor onderzoek naar dit onderwerp.

Het artikel moet met enige voorzichtigheid worden bekeken, aangezien het is gepubliceerd in Archives of Hematology Case Report and Review, uitgegeven door Peertechz, een uitgeverij die bekend staat om het feit dat ze altijd al op de befaamde lijst [2] van de zogenoemde “rooftijdschriften” staat, dat wil zeggen tijdschriften die tegen betaling teksten publiceren zonder een adequaat kritisch beoordelingsproces. Zie over dit onderwerp ook enkele recente artikelen van CICAP. [3]

Analyse van de bloedvlekken

Er is veel gediscussieerd over het probleem van de bloedvlekken op de Lijkwade. In deze controverse staan aan de ene kant de sindonologen*, die ervan overtuigd zijn dat het daadwerkelijk om bloed gaat, en aan de andere kant de critici, voor wie deze bewering onwaarschijnlijk lijkt. [4]

Vooreerst zijn de zogenaamde "druppels" bloed - op het hoofd, de handen, de voeten, de zij - morfologisch onwaarschijnlijk. Bovendien is hun kleur – na zevenhonderd of zelfs tweeduizend jaar – helder roodroze, terwijl echt bloed al snel donker wordt, totdat het bijna zwart lijkt.

McCrones conclusies werden hevig betwist. Sommigen beweerden dat hij zich vergiste toen hij dacht dat de afbeelding op de lijkwade met oker was geschilderd.

Eén ding moet meteen duidelijk zijn: als men aanneemt dat de Lijkwade een artefact is, is het niet relevant of de vermeende bloedvlekken al dan niet kleurstof, echt bloed of beide bevatten. Een vervalser zou in eerste instantie bloed gebruikt kunnen hebben en later het doek met kleurstof hebben bijgewerkt. Dit had echter ook kunnen gebeuren als de Lijkwade authentiek was geweest. Alleen als bevestigd zou kunnen worden dat er geen spoor van echt bloed is, maar enkel van kleurstof, zou dit een sterke aanwijzing zijn dat het om een vervalsing gaat.

De eerste analyses door de in 1976 door kardinaal Pellegrino ingestelde commissie*, met de medewerking van "neutrale" forensische artsen, leverden geen enkel bewijs van bloed, noch van rode bloedcellen of andere bloedlichaampjes; in plaats daarvan werden er pigmentdeeltjes gedetecteerd. [5]

In 1980 vond de beroemde microscopist McCrone* sporen van oker, cinnaber (kwiksulfide, een rood pigment dat veel voorkwam in de Middeleeuwen) en alizarineroze (meekrap, een rood-roze plantaardig pigment) op de kleefstrookjes* die hem door de STURP*-commissie waren verstrekt. Hij meldde ook de aanwezigheid van een eiwitbinder voor de pigmentdeeltjes, waarvan hij dacht dat het collageen (gelatine) of eiwit kon zijn.

Daarentegen beweerden Heller en Adler  – geen van beiden expert in forensische analyse en de enige chemici die deze microanalyses binnen de STURP-groep uitvoerden – de aanwezigheid van bloed te hebben bevestigd. Ze hadden op een kleefstrookje typische reacties voor porfyrines vastgesteld, een moleculaire structuur die kenmerkend is voor hemoglobine en derivaten daarvan. De kleefstrook werd echter door hen beschadigd en er werden geen controletesten uitgevoerd op andere stroken.

McCrones conclusies werden hevig betwist. Sommigen beweerden dat hij zich vergiste toen hij dacht dat de afbeelding op de lijkwade met oker was geschilderd, dat de sporen van ijzer afkomstig waren van de hemoglobine in het bloed of van resten van de behandeling van de linnenvezels vóór het spinnen, of nog dat de oker en andere schilderspigmenten het resultaat waren van latere verontreinigingen: bijvoorbeeld deeltjes die loskwamen van de omringende fresco's of die op de lijkwade achtergebleven waren toen er kopieën van werden gemaakt.

Verrassend genoeg ontdekte Fanti dat bloeddeeltjes bètastraling uitzenden met een intensiteit die enkele grootte-ordes hoger ligt dan de normale omgevingsstraling.

Een deel van McCrones onderzoek werd nochtans later bevestigd tijdens een congres van sindonologen. In 2008 werd er namelijk Ramanspectrometrie uitgevoerd op het stof dat de microanalist Riggi di Numana tijdens de STURP-analyses in 1978 met een speciale stofzuiger had verzameld tussen de lijkwade en een steundoek die in 1532 op de achterkant was aangebracht. De aanwezigheid van een grote hoeveelheid ijzeroxidedeeltjes met verschillende graden van hydratatie (oker), evenals cinnaber, alizarine en andere schilderspigmenten [6] – plus enkele zeer zwakke signalen in een enkel deeltje die werden toegeschreven aan hemoglobine – werd op de filters bevestigd.

Het artikel van Fanti

In zijn artikel onderzoekt Fanti verschillende foto's van de Lijkwade, vier strookjes plakband van een millimeter breed, geknipt uit de stroken die STURP in 1978 gebruikte, stof van de filters van de eerdergenoemde stofzuiger en linnenvezels (met een gewicht tussen 1 en 3 milligram), ook afkomstig van een stofzuigerfilter. De instrumenten die hij gebruikt zijn een optische polarisatiemicroscoop met doorvallend en gereflecteerd licht, evenals ultraviolet licht, met een vergroting tot 1500 maal, en een elektronenmicroscoop. Analyses van de samenstelling van de deeltjes werden uitgevoerd met behulp van de EDX-techniek (Energy Dispersion X-ray spectroscopy) en Ramanspectroscopie.

Voor een gewone sterveling is het niet eenvoudig om zijn weg te vinden in dergelijke gespecialiseerde tests (de auteur bedankt zelf vijf of zes deskundigen voor hun hulp), hypothesen, persoonlijke meningen en algemene uitspraken.  Een poging werd gedaan op de blog [7] van Hugh Farey (een leraar natuurwetenschappen en voormalig hoofdredacteur van het tijdschrift van de British Society for the Turin Shroud, die later een van de meest overtuigde voorstanders van de valsheid van de beroemde doek werd). Fanti reageerde onmiddellijk op Farey's bezwaren met tegenbezwaren.

Laten we eens naar een aantal punten kijken die commentaar waard zijn.  

Beeldonderzoek: Fanti werkt met kleurenfoto's en selecteert punten van de grote bloedvlek aan de zijkant, andere in minder gekleurde gebieden van dezelfde bloedvlek en weer andere ver daarvandaan. Met behulp van een speciaal grafisch programma probeert hij de punten te identificeren die dezelfde kleur hebben. Hij krijgt dan een grafiek met de coördinaten van de punten, die grofweg in twee groepen zijn verdeeld: de gekleurde en de niet-gekleurde punten. (Figuur 3 van artikel). Maar vervolgens verdeelt de auteur de groep van de minst gekleurde delen willekeurig in twee delen, door te stellen dat de bemonsterde punten in de minder gekleurde gebieden van de 'wonde in de zij' verschillend zijn en overeenkomen met bloedserum veroorzaakt door een longoedeem: misschien wel de wonde die in het Evangelie wordt aangehaald wanneer er wordt gezegd dat er 'bloed en water' uit de wond kwam. Volgens Fanti lijkt de substantie op de die welke andere – niet geciteerde - geleerden hebben aangetroffen op de Zweetdoek* van Oviedo, een doekje dat in Spanje uitgebreid werd bestudeerd en dat op het gezicht van de dode Christus zou zijn gelegd. Jammer genoeg is deze vermeende relikwie vier keer met koolstof-14 gedateerd, waaruit is afgeleid dat ze uit de 7e eeuw van onze tijdrekening stamt.

Afbeelding

Hugh Farey onderzocht in zijn eerdergenoemde blog dezelfde afbeeldingen met het grafisch programma Photoshop (foto: de door Farey met Photoshop gekleurde afbeelding van de Lijkwade). 

Door de colorimetrische coördinaten op te geven en het programma te vragen deze te splitsen in rood, geel en blauw, ziet men dat de rode vlekken overeenkomen met de vlekken die zichtbaar zijn als 'bloed', dat de gele vlekken overeenkomen met grote delen van het doek en dat de blauwe vlekken ook overeenkomen met grote delen die niet op de afbeelding betrekking hebben, maar slechts een iets verschillende tint hebben en niet kenmerkend zijn voor het veronderstelde 'serum'.

In zijn antwoord op Farey's bericht, dat onmiddellijk op de blog verscheen, stelt Fanti dat kritiek acceptabel is als men Farey's laaggevoelige methode gebruikt, maar zeker niet als het gaat om de hooggevoelige methode die zijn medewerker Privitera gebruikt. Maar dit is slechts een voorlopige studie, voegt hij toe, die nog niet gepubliceerd is.

Onderzoek van de deeltjes: Fanti onderscheidt drie soorten deeltjes die kleiner zijn dan een micrometer, die hij op basis van hun grootte definieert als “Bloed A, B en C”. Hij vermeldt terloops “verschillende deeltjes rode oker en vermiljoen, vermengd met bloed, als gevolg van een waarschijnlijke contaminatie van de Lijkwade met kopieën die ermee in contact kwamen”. Een uitleg die steeds weer wordt herhaald, naast de verklaring dat het ijzer afkomstig zou kunnen zijn van hemoglobine, van het water waarin het linnen na de oogst werd geweekt, van fragmenten van fresco's die op de lijkwade terechtkwamen, enzovoort.

Gezien er bijna alleen sporen van oker werden aangetroffen (zie noot 6) onderaan de lijkwade, dat wil zeggen tussen de eigenlijke lijkwade en het later aangebrachte beschermende doek, is het onduidelijk hoe aannemelijk deze hypothese is.

Fanti identificeert enkele van die deeltjes als rode bloedcellen. Deze waren vóór hem nog nooit door iemand als zodanig herkend, omdat ze in omvang gekrompen zouden zijn: van 7 micrometer tot 0,7 micrometer. Dit verschijnsel zou zijn ontstaan ​​doordat het bloed van Christus, als gevolg van het lijden tijdens de Passie, een grote hoeveelheid ureum in het serum had vrijgemaakt. De in deze geconcentreerde oplossing ondergedompelde rode bloedcellen zouden verschrompeld zijn door het verschijnsel osmose. 

Afbeelding

Fanti doet ook verslag van zijn experiment: hij plaatst rode bloedcellen in een verzadigde oplossing van ureum en ziet dat ze krimpen tot een diameter van minder dan een micrometer. Jammer dat een verzadigde oplossing van ureum de absurde hoeveelheid van 545 gram per liter zou moeten bevatten!

Het lijkt veel logischer dat deze lichaampjes dezelfde zijn die al werden waargenomen door de commissie Pellegrino (zie noot 5), waarvan de experts "ronde of ovale lichaampjes... van 0,5-0,7 micrometer zagen die "op grond van hun kenmerken met zekerheid kunnen worden geïdentificeerd als bacteriële sporen".

Fanti citeert opnieuw de vondst van ferritine en creatinine, die kenmerkend zouden zijn voor het bloed van mensen die een ernstig trauma hebben opgelopen, verwijzend naar een artikel uit 1917, dat echter na publicatie werd ingetrokken. [8]

Er zijn nog meer onzekerheden. Fanti beweert dat het spectrum van een van de 'Bloed A'-deeltjes (Figuur 10 van het artikel) de elementen koolstof (C), zuurstof (O), ijzer (Fe), calcium (Ca), chloor (Cl), stikstof (N), kalium (K) en fosfor (P) laat zien.   Maar in werkelijkheid toont het spectrum signalen voor C, O, Fe, Na, Cl, Ca, misschien K, en daarnaast ook goud en silicium (afkomstig van het prepareren van het monster voor de elektronenmicroscoop). Stikstof, fosfor, zink, magnesium en zwavel komen niet voor, terwijl je dat wel zou verwachten. Andere deeltjes van het vermeende bloed vertonen signalen voor koolstof, zuurstof, magnesium, aluminium, silicium, chloor, kalium, calcium en ijzer. Ook hier geen stikstof, noch fosfor, zink of zwavel.

In zijn eerdergenoemde reactie op Farey’s bemerkingen in de aangehaalde blog verwijst Fanti naar zijn in een ander tijdschrift gepubliceerd artikel [9], waarin hij uitlegt dat zwavel, magnesium en zink soms niet voorkomen hij dit soort analyses. (Maar waarom dan zeggen dat ze aanwezig zijn?) Volgens deze publicatie ontbreekt stikstof omdat... dit gedurende de Verrijzenis werd getroffen door een neutronenstroom die het transformeerde in koolstof-14, waardoor ook de koolstofdatering* werd gewijzigd!

Elke anomalie wordt vervolgens opgelost met een miraculeuze uitleg, die het daarenboven mogelijk maakt om de fysica van de Verrijzenis te bestuderen. Nog enkele voorbeelden.

Fanti vindt een aantal schijfvormige deeltjes, die hij identificeert als rode bloedcellen vanwege de elementen die ze bevatten. De deeltjes zijn op elkaar gestapeld. Toeval? Neen, duidelijk niet: aangezien hij (zie hieronder) ook ontdekt dat sommige vezels bètastraling uitzenden, worden de bloedcellen elektrisch geladen. Dus zijn ze blootgesteld aan een extern elektrisch veld (een zeer sterk elektrisch veld is zijn hypothese voor de vorming van de afbeelding van de Lijkwade door het 'corona-effect'), wat verklaart waarom ze zich op die manier uitlijnen.

Elke anomalie wordt vervolgens opgelost met een miraculeuze uitleg, die het daarenboven mogelijk maakt om de fysica van de Verrijzenis te bestuderen.

Ander voorbeeld: Fanti ziet net buiten de dorsale afbeelding van het lichaam enkele bloedsporen: een teken van een zweep op de rechterschouder en ook een vlak bij de knieën. Een vergissing van de vermeende schilder? Of was het beeld er al eerder, maar is het in de loop van de tijd aan de randen vervaagd? Neen, de verklaring zou zijn dat de bloedoverdracht plaatsvond via direct contact met het doek, die de rondingen van het lichaam volgde; in plaats daarvan werd het beeld van het lichaam ook geproduceerd dankzij een verticaal elektrisch veld, waarvan de intensiteit aan de zijkanten van het lichaam afneemt (zonder de neutronen te vergeten die de hoeveelheid koolstof-14 zouden verhogen, maar die het doek niet lijken te verkleuren en niet door elektrische velden worden afgebogen).

In andere publicaties verklaarde Fanti het onrealistische uiterlijk van de bloedstrepen in het haar als volgt: de strepen bevonden zich op het gezicht en lieten een contactafdruk achter zodra er een doek overheen werd gelegd. Toen loste het lichaam op in het niets en werd het doek slap en zette uit, waarbij de afdruk ontstond en zo de bloedsporen op het haar terechtkwamen.[10]

Radioactieve vezels: Nogmaals: Fanti mat de straling die door de vezels waarover hij beschikte werd uitgezonden, zoals alfastralen (heliumkernen met twee positieve ladingen), bètastralen (elektronen met een negatieve lading), gammastralen (elektromagnetische straling die lijkt op röntgenstralen) en neutronen. Verrassend genoeg ontdekte Fanti dat bloeddeeltjes bètastraling uitzenden met een intensiteit die enkele grootte-ordes hoger ligt dan de normale omgevingsstraling. Omdat het hier kennelijk om een ​​nieuwe analyse gaat, die bovendien is uitgevoerd op deeltjes die enkele microgrammen wegen en die vastzitten in plakband dat op een microscoopglaasje is bevestigd, is de auteur zelf nogal voorzichtig met het uiten van meningen over dit feit.

Ten slotte bevat het artikel nog overwegingen van allerlei aard: over het stof dat op de lijkwade werd aangetroffen, dat vergelijkbaar zou zijn met dat van Jeruzalem, over de oorzaken van Christus' dood, over de vorm en richting van de straaltjes bloed; over de fluorescentie van bloed, en zelfs over de teksten van de visionaire zieneres Maria* Valtorta, die Fanti ook in zijn andere publicaties citeert.[11]

 

Voetnoten

[1]  Fanti G. New Insights on Blood Evidence from the Turin Shroud Consistent with Jesus Christ’s Tortures. Arch Hematol Case Rep Rev. 2024;9(1):001-015. https://doi.org/10.17352/ahcrr.000044 
[2]  https://beallslist.net/  
[3]  https://www.cicap.org/n/articolo.php?id=1801301; https://www.queryonline.it/2024/01/15/il-preoccupante-aumento-degli-art…    
[4] L. Garlaschelli. Sindone. Dedalo ed., 2024, pp 81-86 
[5] G. Filogamo en A. Zina in hun rapport “Esami microscopici sulla tela sindonica” in “La S. Sindone – Ricerche e studi della Commissione di Esperti nominata dall’Arcivescovo di Torino, Card. Michele Pellegrino, nel 1969”, Supplemento Rivista Diocesana Torinese, gennaio 1976, pp. 55-57. 
[6] G. Moscardi. Analysis by Raman Microscopy  of powder Samples drawn from the Turin Shroud. Ohio State University, 2008 . Samenvatting in https://www.shroud.com/pdfs/student%203.pdf 
[7] https://medievalshroud.com/new-blood-studies/  
[8] Carlino E, De Caro L, Giannini C, Fanti G. Atomic resolution studies detect new biologic evidences on the Turin Shroud. PLoS One. 2017;12(6). https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371%2Fjournal.pone.018…. Zie ook : https://www.queryonline.it/2017/08/21/il-supplizio-di-cristo-sulle-fibr…;
[9]  Fanti G. Could an anomaly in Turin Shroud blood reopen the 1988-radiocarbondating result? World Scientific News. 2021;162:102-119.  
[10] Zie de cover van het boek: Cento prove sulla Sindone. Un giudizio probabilistico sull’autenticità di Emanuela Marinelli e Giulio Fanti. EMP, 1999 
[11] Het standpunt van de Kerk over Valtorta is echter dat van de ‘non constat de supernalitate’ – met andere woorden, zowel de visioenen als de geschriften worden beschouwd als ‘gewone literaire vormen die de auteur gebruikte om op haar eigen manier het leven van Jezus te vertellen’.

 

Luigi Garlaschelli is professor emeritus chemie aan de universiteit van Pavia en een van de leidende figuren van de Italiaanse skeptische vereniging CICAP. Hij is bekend voor zijn onderzoek naar paranormale verschijnselen en mirakels. Hij maakte onder meer een reproductie van de Lijkwade van Turijn met technieken die in de middeleeuwen werden gebruikt.

 

Lijkwade-glossarium 

(door Tim Trachet)

Commissie Pellegrino
In 1969 liet de toenmalige aartsbisschop van Turijn, kardinaal Michele Pellegrino, het allereerste wetenschappelijk onderzoek van de lijkwade uitvoeren door een door hem aangestelde commissie van experts. Een tweede dergelijk onderzoek, grotendeels met dezelfde experts, volgde in 1973. Beide onderzoeken verliepen in het geheim. De verslagen werden pas in 1976 gepubliceerd.

Kleefstrookjes
De STURP-onderzoekers brachten op welbepaalde plaatsen van het doek strookjes plakband aan. Het matriaal dat aan de strookjes bleef kleven werd daarna chemisch en microscopisch onderzocht.  

Koolstofdatering
In 1988 werd de Lijkwade gedateerd volgens de bekende (en zeer betrouwbare) koolstof 14-methode, uitgevoerd op enkele fragmenten van het doek, door drie wetenschappelijke instellingen, volgens een strikt protocol, goedgekeurd door het Vaticaan. De conclusie was dat de gemiddelde concentraties van koolstof 14 in de fragmenten wijzen op een datum die met 95 % waarschijnlijkheid gesitueerd kan worden tussen 1260 en 1390 van onze tijdrekening. Dit komt overeen met de periode waarin de Lijkwade voor het eerst in historische documenten vermeld wordt. Deze conclusie werd sindsdien regelmatig bekritiseerd door sindonologen.  

McCrone
De Amerikaan Walter McCrone was een befaamd expert in microscopie. Hij onderzocht als lid van het STURP een aantal vezels met zijn microscoop. Zijn ontdekking van kleurstoffen op het doek leidde tot een breuk met deze onderzoeksgroep.

Sindonologen
Mensen die onderzoek verrichten naar de lijkwade (Latijn: sindon) van Turijn: het kan dan gaan om de studie van het doek zelf en de figuur als van de historische gegevens die erop betrekking hebben. Er bestaan in nogal wat landen sindonologische organisaties met eigen tijdschriften en congressen. In Turijn zelf is er een Internationaal Centrum voor Sindonologie. Omdat de meeste sindonologen per se het authentiek karakter van de Lijkwade willen aantonen, kan de sindonologie als een pseudowetenschap worden beschouwd.

STURP
Shroud of Turin Research Project, een groep van een veertigtal Amerikaanse onderzoekers van diverse disciplines die in 1978 een (ditmaal openbaar) onderzoek op de Lijkwade mocht verrichten.

Zweetdoek van Oviedo
Een relikwie die bewaard wordt in de kathedraal van de Noord-Spaanse stad Oviedo. Het zou gaan op de zweetdoek (sudarium) vermeld in het Johannesevangelie (20:7) die bij Jezus’ begrafenis op zijn gezicht zou zijn geplaatst. Sommige sindonologen zien verwantschap met de Lijkwade. Anderen verwerpen het bestaan van een zweetdoek, omdat vreemd is dat het gezicht van Jezus op de Lijkwade duidelijk is afgebeeld als dat gelaat met een apart doek werd bedekt.  

Maria Valtorta
Italiaanse relgieuze schrijfster (1897-1961) die beweerde regelmatig visioenen van Jezus en Maria te hebben. Schreef onder meer een 5000 pagina’s dik boek Il Poema dell'Uomo-Dio (1956) waarin ze allerlei details over Jezus gaf. Vanwege het omstreden karakter werd het door de katholieke kerk een tijd op de Index geplaatst.