Waar gaat dit boek over?
In Remembering Trauma biedt de Amerikaan Richard J. McNally (°1954), psycholoog en onderzoeker op het gebied van geestesziekten, een diepgaande verkenning van de complexe relatie tussen traumatische gebeurtenissen en ons geheugen.
McNally begint met het uiteenzetten van de verschillende manieren waarop trauma kan worden ervaren en herinnerd. Hij bespreekt de theorieën over hoe zo’n trauma al dan niet kan leiden tot vervormingen in herinneringen en de mogelijkheid van de fameuze verdringing (Freud: Verdrängung) van ervaringen. Het boek behandelt ook het fenomeen van valse - dat wil zeggen aangeprate en/of ingebeelde - herinneringen, een thema dat veel aandacht kreeg in het publieke debat over psychologie en psychotherapie. En in gerechtelijke context, natuurlijk! Zeker in de Verenigde Staten zijn immers ettelijke families compleet verscheurd door onjuiste beschuldigingen van misbruik op basis van ‘hervonden herinneringen’. gebeuren.
Een belangrijk aspect van McNally's benadering is de kritische blik op populaire theorieën die stellen dat herinneringen aan trauma vaak op een andere manier worden opgeslagen dan andere herinneringen. Hij toont aan dat die opvattingen geen empirische ondersteuning hebben.
Hoewel men uiteraard geen ‘gerandomiseerde en gecontroleerde’ studie kan uitvoeren waarbij men een groep mensen traumatiseert en de andere niet, laat staan ‘placebo-traumatiseert’, haalt hij verschillende sterke psychologische studies aan. Vooral de studies met kinderen doen de ogen van de lezer echt wel opengaan. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat de herinneringen van kinderen aan een banaal en op film vastgelegd medisch onderzoek na verloop van tijd steeds exuberanter worden, met inbegrip van allerlei quasi-seksuele beweringen. Op basis van hóe men de kinderen bevraagt, worden de antwoorden bovendien alsmaar straffer. Dit is één van de redenen dat de politionele ondervraging van kinderen in de meeste ontwikkelde landen ondertussen verplicht door ervaren specialisten moet gebeuren.
Waarom dit boek?
Door zowel persoonlijke ervaringen1 als mijn professionele activiteit2 heb ik al lang een grote interesse in de problematiek van slachtoffers van (seksueel) misbruik. Het is voor de doorgewinterde skepticus wellicht niet zo moeilijk te geloven dat de meer vergezochte en complotterige ideeen, zoals georganiseerd misbruik door satanische organisaties, de fameuze complottheorie ‘Pizzagate’ of, dichter bij huis, de ‘Roze Balletten’ van eind jaren zeventig wellicht niet op waarheid gebaseerd zijn. Omdat misbruik jammer genoeg erg vaak voorkomt enerzijds en omdat er een begrijpelijke terughoudendheid bestaat om individuele gevallen (al dan niet in het openbaar) in vraag te stellen anderzijds, ligt zoiets al een stuk gevoeliger.
We mogen dan wel weten dat de klassieke Freudiaanse theorieën op die gebieden ernstig haperen, (hoe) kunnen we het onderscheid maken tussen ware en valse herinneringen? Tussen opnieuw denken aan iets waaraan men voordien liever niet te veel dacht en het werkelijk creëren van valse herinneringen? Wie legt misschien iets te snel verbanden, en wie is ronduit om de tuin geleid? McNally legt in dit boek glashelder en stap per stap uit waarom hervonden of verdrongen herinneringen gewoonweg niet bestaan. En waarom we dat, op basis van concreet onderzoek naar verschillende aspecten van de problematiek, zo stellig kunnen beweren.
Stijl en toegankelijkheid
McNally's schrijfstijl is duidelijk en beknopt, wat het boek toegankelijk maakt voor een breed publiek. Hij vermijdt jargon waar mogelijk en legt complexe concepten helder uit, wat het voor leken makkelijker maakt om de inhoud te begrijpen. Tegelijkertijd bevat het boek voldoende diepgang om voor professionals waardevol te zijn. Hoewel de opsomming van studies bij wijlen een tikje droog kan worden, kan McNally het niet laten hier en daar een subtiele ironie te laten doorschemeren die het lezen beduidend aangenamer maakt. Hij vervalt bovendien nergens in gezagsargumenten en moedigt de lezer aan om de feiten vooral voor zichzelf te laten spreken.
Een sterk punt van het boek is de manier waarop McNally theoretische concepten verbindt aan praktische implicaties voor therapie en herstel. Hij legt uit hoe het beter begrijpen van herinneringen aan trauma kan bijdragen aan effectievere behandelmethoden. Dit maakt het boek niet alleen informatief, maar ook praktisch toepasbaar voor mensen die in aanraking komen met traumapatiënten of hun naasten.
Is het boek vandaag nog relevant?
De grootste massahysterie over pakweg satanisch misbruik mag dan overgewaaid zijn, straffe claims over trauma en hervonden herinneringen zijn terug van nooit weggeweest. Hoewel de recente kritiek op schrijfster Griet Op de Beeck vooral ging over haar al dan niet bekwaamheid zelf psychotherapie te beoefenen, blijft het meestal erg stil over de achterliggende historie. De carrière van Op de Beeck draait immers al enige jaren op haar eigen ‘hervonden’ traumatische jeugd. Wie het werk van McNally gelezen heeft, deinst er niet voor terug om, op basis van hoe Op de Beeck haar ervaringen zelf beschrijft, met hoge zekerheid te stellen dat ze zowat een textbook-voorbeeld van aangeprate en dus valse herinneringen beschrijft. Ze is meer dan waarschijnlijk helemaal niet misbruikt door haar vader. Hoewel het misschien niet netjes lijkt dat soort beschuldigingen aan een individueel adres te richten, vraagt haar grote maatschappelijke invloed wel degelijk om kritisch tegengeluid. De psychologische, maatschappelijke én juridische gevolgen van dit soort beweringen kunnen immers levensverwoestende gevolgen hebben.
Maar ook andere populaire theorieen en werken over trauma haperen langs alle kanten. Denk maar aan de zogezegd ‘lichamelijke’ herinneringen die we terugvinden bij de wetenschappelijk problematische maar gigantische populaire Nederlands-Amerikaanse psychiater Bessel van der Kolk (zie zijn boek The Body Keeps the Score, 2014). Wie het boek van McNally gelezen heeft, weet ook waarom dat soort claims op zand gebouwd zijn.
Hoewel er in de laatste twintig jaar ongetwijfeld nog nieuwere studies zijn bijgekomen, is het erg onwaarschijnlijk dat de bijzonder sterke argumentatie van het boek hierdoor fundamenteel wordt tegengesproken.
Besluit
Remembering Trauma is een essentieel werk voor iedereen die geïnteresseerd is in de psychologische impact van trauma op het geheugen. De auteur biedt niet alleen een kritische analyse van de bestaande literatuur, maar moedigt ook een heroverweging aan van veel populaire ideeën over geheugen en trauma.
Dit boek is een aanrader voor zowel academici, leken, therapeuten als juridische werkers die zich richten op de gevolgen van traumatische ervaringen. Het biedt waardevolle inzichten die kunnen helpen bij de wetenschappelijk verantwoorde benadering van psychotrauma.
Wietse Wiels is neuroloog en voorzitter van SKEPP.
Voetnoten
1. Mijn moeder is magistraat en behandelde lange tijd vooral zedenfeiten, onder andere uit de Kerk. Bovendien werd een geliefde het slachtoffer van seksueel geweld en heb ik de vele gevolgen daarvan aan den lijve ondervonden.
2. Als neuroloog behandel ik geregeld mensen met zogenaamd functionele symptomen, wat men vroeger psychogene of zelfs hysterische aandoeningen noemde. Zowat de helft van deze personen heeft een psychotrauma meegemaakt.