Na je vorige boek over Magische en helende stenen, nu een nieuw boek over Kruidengeneeskunde. Vanwaar die interesse?
Mijn interesse in kruidengeneeskunde begon eigenlijk heel toevallig, tijdens een bezoek aan een winkel die naast verzorgingsproducten ook etherische oliën verkocht. Eén van die oliën, Ravintsara, was in promotie. Er hing een kaartje bij met allerlei claims over de werking. Het las als een bijsluiter van een echt geneesmiddel. Er stond dat de olie antiviraal, antibacterieel en slijmoplossend was. Zelfs mogelijke contra-indicaties tijdens de eerste drie maanden van een zwangerschap werden vermeld. Dat kwam op mij heel misleidend over, alsof het om een officieel erkend geneesmiddel ging.
Ik heb dat aangekaart bij de gerant van de winkel, die de informatie ook direct heeft verwijderd. Blijkbaar werkte de keten met naturopaten die die claims erbij hadden gehangen.
Dat voorval heeft me aangezet om me te verdiepen in etherische oliën, en daardoor ook in kruidengeneeskunde waarvan etherische olie deel van uitmaakt.
Mijn bedoeling was om uiteindelijk een laagdrempelig boek te schrijven, voor mensen die nieuwsgierig zijn naar kruidengeneeskunde, maar niet goed weten wat er wetenschappelijk van klopt. Zodat ze bij echte klachten op tijd naar een arts stappen, en geen tijd of geld verliezen aan kruidenmiddeltjes die bij ernstige symptomen gewoon niet werken.
De echte overtuigden krijg je toch niet op andere gedachten, dat merken we als sceptici dagelijks. Maar de twijfelaars? Die kan je nog bereiken met wetenschappelijke feiten. Dat hoop ik dan toch.
Hoeveel kruiden worden er in het boek behandeld? Op welke manier wordt er te werk gegaan?
Het boek behandelt zo’n 80 kruiden, verspreid over verschillende stromingen binnen de kruidengeneeskunde. Daarbij wordt telkens belicht hoe eenzelfde kruid in uiteenlopende tradities op verschillende manieren wordt ingezet. Zo wordt bijvoorbeeld zoethout (Glycyrrhiza glabra) in de westerse kruidengeneeskunde toegepast voor het herstel van maagwand en slijmvliezen, terwijl het in de traditionele Chinese geneeskunde eerder wordt gebruikt om de Qi, een moeilijk te definiëren vorm van levensenergie, te versterken. Het boek illustreert hiermee vooral hoe de interpretatie en het gebruik van kruiden sterk afhankelijk zijn van het culturele en theoretische kader, eerder dan van een uniforme of wetenschappelijk onderbouwde aanpak.
Kruiden, dat komt recht uit de natuur. Dat kan toch niet slecht zijn?
Er zijn blijkbaar heel wat kruiden waarvan wetenschappelijk onderzoek hun werkzaamheid heeft aangetoond. Dus ik pluk die kruiden gewoon in het bos of mijn tuin?
Dat klinkt logisch, maar zo eenvoudig is het helaas niet. Het argument “kruiden zijn natuurlijk, dus onschuldig” is een hardnekkige misvatting. Niet alles wat uit de natuur komt, is per definitie veilig, denk maar aan giftige paddenstoelen, wolfskers of vingerhoedskruid. Ook veel geneeskrachtige kruiden bevatten stoffen die in hoge dosering of bij verkeerd gebruik schadelijk kunnen zijn. Zoals de wijsheid gaat: ‘de dosis is het gif’.
Bovendien: de werkzaamheid van sommige kruiden is inderdaad aangetoond in wetenschappelijk onderzoek, maar dan wel onder gecontroleerde omstandigheden. Dat gaat over exacte doseringen, gestandaardiseerde extracten en kwaliteitscontrole. Een plant in het wild plukken is dus geen garantie op dezelfde werking. De concentratie van werkzame stoffen kan sterk variëren naargelang de bodem, het seizoen, het deel van de plant, of zelfs het tijdstip van oogsten.
Daarbij komt nog dat planten in de natuur vervuild kunnen zijn door uitlaatgassen, pesticiden of zware metalen. En zonder kennis van botanica loop je bovendien het risico om de verkeerde soort te plukken, wat gevaarlijke gevolgen kan hebben.
Zelf wat plukken in het bos of in de tuin “omdat het natuurlijk is”, is geen goed idee.
Neem nu iets ogenschijnlijk onschuldigs als buikpijn. Veel mensen grijpen dan naar een kruidenthee tegen ‘indigestie’ of een natuurlijk laxeermiddel, in de veronderstelling dat het wel onschuldig zal zijn. Maar buikpijn is geen diagnose, het is een symptoom, en de oorzaken kunnen heel uiteenlopend zijn.
Het kan inderdaad gaan om iets onschuldig zoals winderigheid of een lichte maagklacht, maar evengoed om een maagontsteking, een zweer, een blindedarmontsteking of zelfs een tumor. Zonder medische kennis weet je dat niet. En als je in die situatie je toevlucht neemt tot kruiden zonder te weten wat er echt aan de hand is, kan je niet alleen het probleem verergeren, maar ook een noodzakelijke behandeling uitstellen.
Een kruid gebruiken op buikgevoel (pun intended) omdat het natuurlijk is, is dus niet zonder risico. Een verkeerde inschatting kan leiden tot ernstige complicaties. Net daarom is het belangrijk om symptomen niet zomaar zelf te behandelen met planten uit je tuin of kruiden uit een boek, maar om eerst een correcte diagnose te laten stellen.
Er zijn een aantal kruiden waarvan de medische werking zeker wel is aangetoond. Waarom worden die dat niet gewoon verkocht?
Het is moeilijk om precies te bepalen hoeveel procent van de reguliere medicijnen afkomstig is van planten, maar naar schatting heeft ongeveer een kwart van alle moderne geneesmiddelen een rechtstreeks verband met planten. Veel kruiden hebben inderdaad hun werkzaamheid bewezen en bevatten actieve bestanddelen die vandaag gebruikt worden in medicijnen. Denk aan morfine uit papaver, digitalis uit vingerhoedskruid of aspirine, dat zijn oorsprong vindt in wilgenbast.
Maar dat betekent nog niet dat je die planten zomaar in het bos kunt plukken. Wetenschappers moeten eerst die therapeutische stoffen isoleren en nauwkeurig identificeren. Vervolgens worden ze gezuiverd, gestandaardiseerd en uitvoerig getest. Dat hele proces, van plant tot pil, is allesbehalve eenvoudig. Het kost jaren van onderzoek, en de ontwikkeling van één enkel geneesmiddel kan makkelijk meer dan een miljard euro kosten.
Bovendien is de concentratie van werkzame stoffen in een plant niet altijd constant. Die kan sterk verschillen naargelang de groeiplaats, de oogsttijd, de bodemgesteldheid of de manier waarop het kruid is gedroogd en bewaard. En bij geneesmiddelen is net de juiste dosering cruciaal. Te weinig heeft geen effect, te veel kan gevaarlijk zijn.
Daarom worden planten met bewezen medische werking zelden nog als 'kruid' verkocht, maar als gereguleerd geneesmiddel via de apotheek, mét bijsluiter, kwaliteitscontrole en wetenschappelijke onderbouwing. Zodra een kruid echt betrouwbaar blijkt, verhuist het dus naar de reguliere geneeskunde.
Er passeren in jouw boek een aantal merkwaardige promotoren die op zijn zachtst gezegd bijzondere opvattingen op na houden?
De kruidengeneeskunde mag dan gebaseerd zijn op planten, maar ze wordt al decennialang ook gedragen en gekleurd door op zijn zachts gezegd bizarre persoonlijkheden met vaak bedenkelijke ideeën.
Neem Alfred Vogel. Zijn boek De kleine dokter is wereldwijd miljoenen keren verkocht en zijn merk bekend als ‘A. Vogel’ is in elke apotheek te vinden. Maar de man zelf gaf in datzelfde boek bizarre en soms ronduit gevaarlijke adviezen. Zo stelde hij voor om multiple sclerose of kinderverlamming te behandelen door een verse testikel van een jonge stier over de rug te wrijven. Voor blindedarmontsteking volstond volgens hem een sappenkuur. Voeg daarbij dat hij als Jehova’s getuige bloedtransfusies afraadde omdat die zogezegd het karakter konden veranderen. Dat stond letterlijk in de eerste edities van zijn boek. Hij liep ook jarenlang rond met een zelfverzonnen doctoraatstitel, tot hij die na een klacht moest laten vallen. Zijn succes berustte eerder op marketing dan op medische ernst.
Een ander figuur is Mellie Uyldert, die vaak afgeschilderd wordt als een lief kruidenvrouwtje, maar in werkelijkheid een complex en ronduit problematisch gedachtegoed aanhing. Ze geloofde dat de werking van kruiden werd beïnvloed door planeetstanden, stelde dat je op basis van een horoscoop kon zien waar iemand ziek zou worden, en raadde vaccins af. Ze beweerde zelfs dat een helderziende kon bepalen of een foetus een 'hoog genoeg moreel gehalte' had om geboren te mogen worden. En achter de schermen koesterde ze openlijk racistische ideeën en bewondering voor het nazisme, iets wat veel aanhangers gemakshalve negeerden.
Dan heb je ook de beruchte ‘wonderdokter’ Willem Van Moosdijk. Die verkocht duizenden mensen peperdure kruidenmengsels die zogezegd alles konden genezen, van astma tot kanker. Hij deed alsof hij paranormale krachten had, maar zijn ‘diagnoses’ haalde hij gewoon uit informatie die zijn chauffeurs onderweg van klanten ontfutselden. Hij verdiende miljoenen, werd uiteindelijk veroordeeld voor oplichting, en pleegde later samen met zijn broer nog een gewapende overval.
En dan is er Jan Dries, oprichter van de Europese Academie voor Natuurlijke Gezondheidszorg, waar je opleidingen kunt volgen in fytotherapie, aromatherapie en andere alternatieve disciplines. Zijn cursussen staan vol pseudowetenschappelijke theorieën, zoals de invloed van ‘biofotonen’, lichtdeeltjes die zogezegd via planten in ons DNA zouden opgeslagen worden. Hij raadt foliumzuur af bij zwangerschap, beweert dat we geen vitamine B12 hoeven te slikken bij een veganistisch dieet, en promoot rauwe voeding als therapie tegen kanker. Maar toen hij zelf prostaatkanker kreeg, koos hij wel voor reguliere kankerbehandeling.
Wat je merkt, is dat veel van deze figuren kruiden niet gewoon als plantaardige middelen zien, maar een heel ander wereldbeeld. Eentje waarin persoonlijke overtuiging, spirituele ideeën of zelfs complotdenken zwaarder wegen dan wetenschap. Hun invloed is vaak groter dan mensen beseffen, ook omdat hun producten en boeken zo breed verspreid zijn. Ze worden er trouwens niet armer door. Het is een lucratief verdienmodel.
Is er een idee hoeveel mensen regelmatig kruiden nemen voor medische redenen? Neemt dat aantal toe of af?
Ongeveer één op de drie Belgen gebruikt regelmatig kruiden voor gezondheidsredenen. Daarnaast is er een groeiende interesse in natuurlijke remedies en traditionele geneeskunde. De belangstelling voor kruiden en natuurlijke remedies neemt toe. Herboristen merken op dat zowel jongeren als ouderen steeds meer interesse tonen in de toepassingen van kruiden. Cursussen en workshops zijn heel populair. Er heerst ook de sterke overtuiging dat alles wat natuurlijk is beter is dan de zogezegde chemische troep van ‘Big Pharma’.
Voor alle duidelijkheid de alternatieve sector waaronder kruidengeneeskunde valt is een miljarden industrie.
De markt voor alternatieve geneeskunde in Europa had in 2024 een omzet van ongeveer 59 miljard dollar en groeit snel, met een verwachte groei tot bijna 190 miljard dollar in 2030. Duitsland is de grootste markt, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.
In de VS was dat in 2024 ongeveer 34 miljard dollar en ze groeit snel naar een verwachte 124 miljard dollar in 2030. De groei komt door meer chronische ziekten, interesse in holistische gezondheid, betere toegankelijkheid en acceptatie. Kruidenbehandelingen vormen een groot deel van de markt.
Is er eigenlijk een duidelijk verschil tussen kruidengeneeskunde en andere geneeswijzen waar vaak over kruiden wordt gesproken? (homeopathie, antroposofische geneeskunde, traditionele Chinese geneeskunde…). Maken de gebruikers wel een verschil?
Veel mensen denken dat homeopathie, Chinese kruiden, ayurvedische geneeskunde en antroposofie allemaal hetzelfde zijn binnen de kruidengeneeskunde. Dat klopt niet helemaal.
Homeopathie hoort niet bij de kruidengeneeskunde, omdat ze werkt met extreem verdunde stoffen waar geen werkzame plantendelen meer in zitten.
Traditionele Chinese geneeskunde (TCM), Ayurveda en antroposofische geneeskunde maken wél deel uit van de kruidengeneeskunde. Zij gebruiken kruiden, maar vaak binnen een eigen filosofie en interpretatie. Daarbij gaat het niet alleen om de chemische stoffen in de planten, maar ook om energetische eigenschappen, balans van ‘yin en yang’, ‘dosha’s’, of spirituele aspecten.
Binnen de antroposofie worden kruiden gecombineerd met spirituele en holistische inzichten. De nadruk ligt op het ondersteunen van het zelfhelend vermogen van het lichaam, waarbij de plant gezien wordt als een wezen met een eigen ‘levenskracht’ die inwerkt op mens en gezondheid.
Een belangrijk en zorgelijk punt bij ayurvedische kruiden is dat er soms bewust zware metalen zoals lood, arseen en kwik worden toegevoegd. Dat gebeurt omdat binnen Ayurveda deze metalen als ‘zuiverend’ of ‘helend’ worden beschouwd en een rol spelen in het energetisch of spiritueel evenwicht. Helaas kan dit leiden tot ernstige gezondheidsrisico’s, omdat deze stoffen giftig zijn.
Een rode draad in al deze geneeswijzen is het geloof dat het lichaam zichzelf kan genezen, en dat kruiden vooral bedoeld zijn om dat proces te ondersteunen.
De kruidengeneeskunde mag dan gebaseerd zijn op planten, maar ze wordt al decennialang ook gedragen en gekleurd door op zijn zachts gezegd bizarre persoonlijkheden met vaak bedenkelijke ideeën.
In de praktijk beseffen veel gebruikers niet dat deze verschillende stromingen allemaal binnen de kruidengeneeskunde vallen, maar wel met verschillende achterliggende ideeën werken.
De houding van de WHO is nogal dubbelzinnig in verband met alternatieve geneeswijzen. Hoe komt dat?
De houding van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is op z’n zachtst gezegd merkwaardig. Ze besteden uitgebreid aandacht aan het ‘belang’ van traditionele en alternatieve geneeskunde, maar spreken zich opvallend genoeg nergens uit over de kwaliteit of werkzaamheid ervan. Op hun website zijn talloze publicaties te vinden, zoals de WHO Global Atlas of Traditional, Complementary and Alternative Medicine, maar een kritische evaluatie ontbreekt volledig.
Het lijkt erop dat de WHO vooral landen als China en India niet wil voor de borst stoten. Die landen houden sterk vast aan hun traditionele systemen, zoals TCM en Ayurveda, en staan nauwelijks open voor wetenschappelijke kritiek. Vooral onder leiding van Margaret Chan, een Chinees-Canadese arts die van 2006 tot 2017 aan het hoofd stond van de WHO, kreeg alternatieve geneeskunde opvallend veel positieve aandacht.
Wat de zaak niet helpt, is dat er ook in het Westen een groeiende interesse is in alternatieve therapieën. Dat maakt het voor een organisatie als de WHO lastig om zich uitgesproken kritisch op te stellen.
Toch is die terughoudendheid zorgwekkend. Door het belang van deze geneeswijzen te benadrukken, zonder enige onderbouwing van hun effectiviteit, worden ze onterecht gelegitimeerd. En ja, daar spelen economische en geopolitieke belangen zeker een rol. Maar die zouden nooit zwaarder mogen doorwegen dan de gezondheid van patiënten.
In 2023 organiseerde de WHO samen met de Indiase regering het eerste congres over traditionele alternatieve geneeskunde, opvallend genoeg tegelijk met de G20-top van ministers van Volksgezondheid. Dat was geen toeval: het doel was duidelijk om alternatieve geneeskunde politiek te promoten. Intussen is ook het WHO Global Centre for Traditional Medicine opgericht, dat zich richt op het ‘verenigen’ van alternatieve geneeskunde en moderne wetenschap. Alleen: je kunt niet tegelijk beweren enkel evidence-based te werken én therapieën zonder wetenschappelijke onderbouwing een officieel platform geven. Het is het één of het ander vind ik persoonlijk.
Claire Moens
Kruidengeneeskunde. Wat werkt? Wat werkt niet? En wat is levensgevaarlijk?
(met voorwoord door Marleen Finoulst)
Borgerhoff & Lamberigts, 2024
Interview: Tim Trachet