Bijna-doodervaringen: buitengewoon of doodnormaal?

Afbeelding

Steven Laureys is een Vlaamse neuroloog en onderzoeker die voornamelijk werkt aan de universiteit van Luik. Hij verschijnt ook regelmatig in de media en schreef eerder al populariserende boeken over onder andere onze hersenen, meditatie en slaap. En nu dus over bijna-doodervaringen (BDE).

Geplaatst onder
Deel artikel TwitterFacebookLinkedinWhatsapp

Ook voor SKEPP’ers is hij mogelijk een oude bekende. In 2009 en 2010 sloeg hij immers een mal figuur door al te enthousiast mee te gaan in een inmiddels klassiek geval van ‘gefaciliteerde communicatie’. Dat is een kwaktechniek waarbij een begeleider beweert toch te kunnen communiceren met mensen die daar niet toe in staat zouden mogen zijn – in dit geval de vegetatieve patiënt Rom Houben1

Recenter toonde Laureys zich na persoonlijke ervaringen een prominent believer in de heilzame effecten van meditatie. Zorgvuldige wetenschappelijke publicaties over alle beschikbare gegevens (zogenaamde meta-analyses) hebben een groot deel van die straffe claims inmiddels genuanceerd.

Laureys is een wereldautoriteit op gebied van coma en heeft een indrukwekkend CV. Op de medisch-wetenschappelijke zoekmachine PubMed alleen al staan niet minder dan 608 publicaties op zijn naam. Dat komt neer op 1,63 wetenschappelijke artikels per maand, non-stop, van z’n afstuderen als 25-jarige arts tot vandaag. Ik kan paranormale gaven met andere woorden niet formeel uitsluiten.

Over het boek 

Een fraaie maar ook weer niet overdreven flashy vormgegeven cover lokt de lezer naar binnen. Dit samen met een aantal lovende recensies van internationale fans. Ik moet dan ook vermoeden dat er een Engelstalige versie aan zit te komen.

In de inleiding vertelt Laureys de lezer over de BDE van zijn eigen moeder tijdens haar bevalling van de kleine Steven waarbij ze erg veel bloed verloor. En over zijn eigen zoektocht naar het krijgen van zo’n ervaring op een iets veiliger manier. Nu is het evident dat wetenschappers ook mensen zijn en zich ook in hun carrière niet zelden laten drijven door heel persoonlijke emoties en gebeurtenissen. Maar de mate waarin Laureys uitgebreid het belang van hoogst subjectieve ervaringen en van het ‘niet-weten’ benadrukt, kan een skeptische wenkbrauw al wat doen kriebelen. Veel van die uitspraken mogen filosofisch gezien dan wel zinvol zijn, aan het begin van een (populair-)wetenschappelijk boek doen ze toch iets te veel denken aan a priori immunisatiestrategieën tegen criticasters. Dat was bij z’n eerdere boeken over meditatie trouwens net zo. Er is natuurlijk niks mis met wat wetenschappelijke nederigheid. Zeker komende van iemand die zichzelf in de context van BDE-onderzoek vergeleek met Copernicus, Darwin en Einstein (Knack, 01-11-2020).

Verderop worden een aantal basisideeën uit de cognitieve wetenschap, neurologie en filosofie van het bewustzijn toegelicht. Er duiken ook geregeld weetjes uit de geschiedenis, Oosterse denkwijzen en zelfs de etymologie op. Met name die eerste zijn informatief en vermakelijk. Al zijn ze soms een tikje vergezocht: ik denk bijvoorbeeld niet dat ‘de mythe van Er’2 over een BDE gaat. 

Afbeelding

Laureys ontkracht formeel verschillende schadelijke mythes en paranormale beweringen over bijvoorbeeld hersendood. Het is lovenswaardig hoe hij een aantal (voor ons, hedendaagse Vlamingen!) medisch-ethische no-brainers over bijvoorbeeld orgaandonatie of het staken van zinloze behandelingen herhaaldelijk benadrukt.

Vanaf hoofdstuk 6 begint het eigenlijke verhaal over BDE. Laureys bewijst hier met wetenschappelijke gegevens dat BDE wel degelijk ‘echt’ zijn. ’t Is te zeggen: het is geen verzinsel uit Hollywood of van goedgelovige individuen. Ze komen zelfs relatief vaak voor, en in veel meer niet per se levensbedreigende omstandigheden dan je zou denken. De verschillende soorten ervaringen worden uitgebreid besproken. Hoofdstuk 7 behandelt op dertien pagina’s de antropologische vraag van het hiernamaals en is minder interessant. Later in het boek wordt ook een evolutionair-biologische piste verkend in tien pagina’s. In het algemeen slaagt Laureys er, ondanks zijn toegankelijk proza, niet echt in om dit soort razend interessante maar erg complexe materie in een populariserend boek weer te geven. Ik denk overigens wel degelijk dat Laureys het boek zelf heeft geschreven: hier en daar lijkt immers wat typisch medicalees door de mazen van de redactie geglipt te zijn.

De lezer krijgt vaak eerder de indruk dat er allerlei ballonnetjes over (de neurologische en cognitieve wetenschap van) religie, spiritualiteit en filosofie worden opgelaten dan dat er echt concrete verbanden worden aangetoond met BDE. De oudste vragen van de mensheid kun je nu eenmaal moeilijk ernstig verkennen in een paperback van net geen 300 pagina’s. Daardoor vervallen de – nogmaals, erg interessante – discussies over deze kwesties niet zelden in namedropping. Zo worden de filosofen Plotinus (die niet in de derde eeuw vóór maar ná Christus leefde), Meister Eckhart (13e eeuw) en Walter Terence Stace (20e eeuw) bijvoorbeeld in één adem/alinea genoemd. Het siert Laureys dat hij als arts duidelijk ook in de menswetenschappen belezen is, maar de manier waarop zijn eruditie in het boek tentoongespreid wordt, komt geregeld eerder warrig dan leerrijk over. Het is ook jammer dat de grote denkers die Laureys citeert, iets later gezelschap krijgen van Eckhart Tolle (niet te verwarren met de 13e-eeuwse mysticus), een hedendaagse New-Age-koning en mistspuier extraordinaire, te vergelijken met de Amerikaan Deepak Chopra. De brede interesse van Laureys leidt soms tot nogal merkwaardige associaties, als zou de symmetrie in de tuinen van Versailles een weerspiegeling zijn van ‘de Verlichting en het geloof in de rationaliteit’. Of de vroomkatholieke Franse heersers in de 17e eeuw daar ook zo over dachten, durf ik te betwijfelen. Ook een anekdote over de bijna-executie van Dostojevski, een ervaring die Laureys vergelijkt met zijn eigen sprong uit een vliegmachien, klopt niet helemaal. De auteur laat vreemd genoeg na te vermelden dat de Russische schrijver ook aan epilepsie leed. Hierdoor werd Dostojevski soms plots overmand door intense extatische gevoelens. 

Verderop worden ook de beïnvloedbaarheid van ons geheugen en de kwestie van buitenlichamelijke ervaringen besproken vanuit populair-neurologisch perspectief. Dit zijn waardevolle passages, zeker voor wie nog niet bekend is met deze materie. 

Een van de laatste hoofdstukken behandelt dé neurowetenschappelijke hype van de laatste jaren: psychedelica. De vergelijking van psychedelische ervaring met BDE is pertinent en beslist interessant. De daaropvolgende verkenning van hallucinaties en andere vormen van verstoord bewustzijn zijn eveneens leerrijk.

Afbeelding

Op het einde van het boek volgen opnieuw enkele hoofdstukken met een bredere sociologische kijk die jammer genoeg in de hierboven besproken vallen trappen.

Oordeel

Bijna Dood is op een aantal tikfoutjes na een mooi uitgegeven werk. De kern van het boek bevat een duidelijke bespreking van wat we op dit moment wel en niet weten over BDE. Een aantal andere merkwaardige neurologische ziektebeelden worden intrigerend toegelicht. De talloze historisch-filosofisch-sociologische verwijzingen van Laureys zijn interessant maar dikwijls slordig en niet altijd even relevant. Er worden te veel thema’s aangehaald die een eigen boek (wat zeg ik: een boekenkast!) verdienen. 
Voor de wetenschappelijk geïnteresseerde lezer volstaan een viertal van de achttien hoofdstukken uit dit boek. De uitgebreide belijdenissen van Laureys over z’n moeder, de verschillen tussen kinderen, en een appelflauwte/paniekaanval die hij in de wagen kreeg, kunnen ongetwijfeld een ander publiek behagen.

Steven Laureys
Bijna Dood – de Ervaring van je Leven
Pelckmans, 256 p.

Wietse Wiels is neuroloog en voorzitter van SKEPP

 

Voetnoten

  1. Voor een uitgebreid overzicht, inclusief de reacties van Laureys, zie ‘Facilitated Communication, de SKEPP test en het volledige verhaal’.
  2. Plato (De Staat, X, 612.b-621.d) geeft het verhaal van Er, een soldaat die op het slagveld sneuvelt. Hij maakt kennis met het hiernamaals maar wordt teruggestuurd naar de levenden om te getuigen van wat hij gezien heeft.