Dolfijnen zijn intelligente en sociale zeezoogdieren, maar de kunstmatige bassins waarin ze leven om kunstjes te vertonen of dienst te doen als ‘therapiedier’ voor kinderen met hersenaandoeningen, vormen slechts een fractie van de ruimte die ze nodig hebben. In het wild leggen dolfijnen gemakkelijk 60 tot 100 km per dag af of duiken ze tot 200 meter diep. In gevangenschap is hun beweegruimte sterk beperkt en wordt hun welzijn ernstig geschaad. Ze zijn niet blij noch gelukkig. De ‘glimlach’ van een dolfijn is een voorbeeld van een antropomorfisme: het toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren. Het heeft in geval van dolfijnen sterk bijgedragen tot allerhande misverstanden. Dolfijntherapie wordt nog steeds toegepast, ook in het dolfinarium in het Boudewijn Seapark in Brugge, dat omwille van het dierenleed in 2037 definitief de deuren zal sluiten. De late datum heeft te maken met de afschrijvingsperiode van de investeringen van Seapark.
Aanhangers van de dolfijntherapie beweren dat contact met dolfijnen het gedrag van kinderen met autisme en andere aangeboren of verworven hersenaandoeningen verbetert. Dat is een mythe, veelvuldig weerlegd door wetenschappelijk onderzoek. Gerapporteerde verbeteringen zijn meestal het gevolg van de opwinding van de ervaring zelf, de aandacht van therapeuten en ouders, en andere placebo-effecten, maar niet van de dolfijnen.
Grondleggers van een omstreden therapie
Al sinds de oudheid werden dolfijnen gezien als magische, vriendelijke en intelligente wezens met genezende krachten. Dolfijntherapie bouwt voort op de eeuwenoude overtuiging dat dolfijnen superieure morele wezens zijn.
In de jaren 1950 en 1960 wakkerde de Amerikaanse neuroloog John C. Lilly (foto) deze zienswijze sterk aan met zijn onderzoek naar de hersenen en intelligentie van dolfijnen. Lilly beweerde dat dolfijnen een gesofisticeerde taal gebruiken, en dat communicatie tussen mens en dolfijn mogelijk is. Hij ontwikkelde zelfs een soort "dolfijntelefoon" om de communicatie tussen beide soorten te bestuderen. Het ging om een soort akoestisch communicatiesysteem dat werkte met onderwatermicrofoons en luidsprekers, in de hoop om mens en dier met elkaar te laten communiceren. Volgens Lilly imiteerden de dolfijnen in zijn onderzoek de menselijke stem. John Lilly was een excentriekeling die vooral bijgedragen tot de mythevorming rond dolfijnen.
Niet veel later blies een andere Amerikaanse de dolfijntherapie nieuwe leven in: de antropologe Betsy Smith.
In de jaren 1970 stelde zij vast dat dolfijnen op een zachtaardige en nieuwsgierige manier omgingen met mensen met een fysieke of mentale beperkingen, waaronder haar eigen broer. Haar observaties leiden tot het ontwikkelen van een therapie met dolfijnen voor kinderen met een beperking. Ze bedoelde het ongetwijfeld goed, maar degelijk onderzoek naar de dolfijntherapie kon geen enkel voordeel aantonen. De dieren zijn helemaal niet ‘vriendelijker’ naar mensen met een beperking, zo bleek. Overigens werden er al patiënten en therapeuten gebeten door dolfijnen. Dolfijnen zijn niet te domesticeren. Hun gedrag blijft onvoorspelbaar.
Vandaag is Betsy Smith gekant tegen de commerciële uitbuiting van dolfijnen in dolfinaria en heeft ze veel kritiek op dolfijntherapie.
Emotionele verhalen
Ouders van kinderen met een beperking zijn soms wanhopig op zoek naar hulp. Zelfs al ontbreekt elk bewijs, ze klampen zich nog steeds vast aan anekdotiek en emotionele verhalen die de dolfijntherapie omringen. Dolfinaria die deze therapie aanbieden, dragen bij gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing eigen bewijzen aan. Zo stellen sommige dat de ultrasone klanken die dolfijnen uitstoten de hersengolven of hersencellen van kinderen beïnvloeden. Andere beweren dat er energievelden ontstaan met een gunstige impact op de ontwikkeling van het kind. Ouders worden soms nauw betrokken bij deze therapie.
Zwemmen met dolfijnen is ongetwijfeld een unieke en voor velen een plezierige ervaring. Je kan je laten rondtrekken aan de vin. Of je staat aan de kant oefeningen te doen, waarna jouw dolfijn een sprongetje maakt of een kusje geeft. Een sessie duurt een halfuur tot een uurtje en wordt meermaals herhaald. Je kind gelukkig zien na zo’n sessie, wordt dan fout geïnterpreteerd als een verbetering van het ziekteproces.
Schade aan dolfijnen
De slachtoffers van dolfijntherapie zijn natuurlijk de dieren zelf. Ze leven in te kleine bassins en worden gedwongen om rondjes te zwemmen en kunstjes te doen. Om de kunstjes aan te leren, zorgen trainers ervoor dat ze honger hebben en worden de dieren beloond met vis zodra ze bepaald gedrag stellen. Dolfijnen in gevangenschap hebben een hondenleven in vergelijking met hun soortgenoten in het wild. Dolfijnen raken vaak ernstig overstuur van gedwongen contact met nieuwsgierige en al te gretige mensen. Stress gerelateerde ziektes en zelfs het overlijden zijn dan ook geen zeldzaamheid bij zulke programma’s, die in de top vijf van ’s werelds wreedste attracties met wilde dieren staan. In een dolfinarium in Saoedi- Arabië zwom een dolfijn zich met hoge snelheid te pletter tegen de muur van het bassin. Het lijkt op suïcide, maar een dolfijn kan niet bewust zelfmoord plegen. Wetenschappers vermoeden dat hevige stress het dier parten speelde.
Marleen Finoulst is gewezen huisarts, journalist en ondervoorzitter van SKEPP
Lilly, ET en de Order of the Dolphin
In 1961 werd op de sterrenwacht van Green Bank (West Virginia) de allereerste wetenschappelijke conferentie gehouden over het zoeken naar buitenaards leven. Naast prominente astronomen, fysici, chemici en informatica-experts was ook John Lilly aanwezig. Lilly’s experimenten om te communiceren met dolfijnen maakten toen grote indruk in wetenschappelijke kringen.
Zoals een van de deelnemers aan de conferentie, de later zeer bekende astronoom Carl Sagan (zie elders in dit nummer) vertelde, “was er een gevoel dat de poging om met dolfijnen te communiceren vergelijkbaar was met de taak waarvoor we staan om te communiceren met een intelligente soort op een andere planeet, mocht er interstellaire radiocommunicatie komen.”
Lilly’s uiteenzetting op de conferentie maakte zo’n indruk dat de deelnemers zichzelf de groepsnaam “Order of the Dolphin” gaven.
Toen Sagan kort daarna Lilly’s laboratorium op de Amerikaanse Maagdeneilanden bezocht, was hij wel getroffen door de manier waarop deze met dolfijnen kon “praten”, maar merkte meteen het eenzijdig karakter ervan op. Lilly kon de dolfijnen blijkbaar enkele woorden uit zijn eigen taal doen begrijpen, maar “terwijl er wordt gezegd dat dolfijnen Engels hebben geleerd – tot 50 woorden gebruikt in een correcte context – wordt van geen enkel mens gezegd dat hij dolfinees heeft geleerd.”
De “taal” van dolfijnen is later zowel door ethologen als linguïsten bestudeerd en de conclusies zijn niet oninteressant bij het nadenken over mogelijke communicatie met buitenaardse wezens, maar Lilly’s aanpak leidde nergens toe. Later zou Sagan ook ethische bezwaren maken tegen zijn werkwijze. Zo spoot hij soms dolfijnen met LSD in.
Tim Trachet is erevoorzitter van SKEPP en hoofdredacteur van SKEPP Magazine.