kloptdatwel

Subscribe to feed kloptdatwel
Bijgewerkt: 31 min 38 sec geleden

Jacobine op Zondag en de BijnaDoodErvaring

wo, 17/01/2018 - 06:00

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Veel skeptici zal het zijn ontgaan, maar volgens Jacobine Geel, tv-presentatrice, NCRV-dominee en voorzitter van GGZ-Nederland, beleven wij thans de maand van de spiritualiteit. Op 14 januari wijdde zij haar programma Jacobine op Zondag aan de BijnaDoodErvaring (BDE) en zij had daartoe twee ervaringsdeskundigen uitgenodigd en de ex-cardioloog Pim van Lommel, die daarover in 2007 een boek Eindeloos bewustzijn schreef (uitg. Ankh Hermes) en vervolgens zo veel aanvragen voor lezingen en interviews kreeg, dat hij zijn praktijk voortijdig neerlegde om zich geheel aan de propaganda voor dit onbegrepen fenomeen te wijden.

Geel roemde zijn boek, nu al tien jaar oud, en noemde de zegetocht ervan ‘fantastisch’. Dat hij zich, inmiddels al lang en breed uitgeschreven uit het BIG-register, in de ondertiteling nog altijd cardioloog liet noemen, daarover zullen wij maar niet zeuren. Vroeger liet hij zich ook wel de titel professor aanleunen.
Zijn meeste vakbroeders zijn niet geïnteresseerd in de rare verhalen waarmee sommige patienten na een hartstilstand aan komen, maar dat gold niet voor Van Lommel, die hun verhalen optekende en er in 2001 waarachtig een artikel over door de Lancet geaccepteerd zag worden. Dat hebben we sindsdien ad nauseam moeten horen, zoals tegenwoordig Machteld Huber niet ophoudt rond te bazuinen dat zij met haar herdefinitie van gezondheid (waarin ook spiritualiteit een rol speelt!)  in het British Medical Journal heeft gepubliceerd.
Geel, die zich vorig jaar nog liet strikken als dagvoorzitter op een van die Hoenders-congressen in Groningen over integrative medicine in de psychiatrie, informeerde eerst even bij Van Lommel, wat zo’n BDE ook al weer inhoudt, waarop deze routineus alle kenmerken opsomde: een toestand van veranderd bewustzijn, een gevoel van vrede, uittreding uit het eigen lichaam, waarnemen van de reanimatie door de artsen, ontmoeting met overleden dierbaren, een tunnel-ervaring, veel wijsheid en liefde, het gevoel bijna door een grens te gaan, waarna men terug ‘moet’ naar het gewone leven met al zijn pijn. De persoonlijkheid maakt na zo’n BDE een transformatie door. Volgens Van Lommel moeten er in ons land plm. 600.000 mensen zijn, die een BDE hebben doorgemaakt.
Velen houden dat voor zich omdat zij veel onbegrip ontmoeten. Twee uitzonderingen op die regel zaten wel aan tafel en een ervan was een vrouw die tijdens haar bevalling ‘teveel adrenaline’ had toegediend gekregen, waarna ze het bewustzijn verloor en o.a. een uittreding had, waarbij ze haar weggestuurde echtgenoot door een muur heen kon waarnemen. Na herstel hechtte zij veel waarde aan immateriële zaken en vond werken, geld e.d. volstrekt onbelangrijk. Haar overweldigende gevoel van liefde voor iedereen gold niet binnen haar echtelijke relatie: het huwelijk strandde.
De andere gast, een mannelijke BDE-ervaarder, maakte zelfs al meerdere BDE’s door, maar de eerste was de meest indringende. Na in 1981 als student theologie annex journalist te zijn aangereden en door ambulancepersoneel een injectie met morfine te hebben gehad zeilde hij weg in bewusteloosheid. Na te zijn bijgekomen meldde ook hij een volledige verandering van zijn persoonlijkheid en meende hij een hoge opdracht te hebben ontvangen. Hij vervolgde zijn studie theologie en interviewde tijdens zijn journalistieke werk eens Van Lommel, toen diens periode van roem net was begonnen. Eerst toen herkende hij zijn eigen BDE-ervaringen als zodanig en dat was ‘thuis komen’. Tot dat ogenblik had hij zichzelf jarenlang niet begrepen en keek steeds door mensen heen. Hij werkt nu als predikant, maar alle wereldgodsdiensten zijn voor hem gelijkwaardig en hij accepteert al hun dogma’s.

Sinds 1975 toen de BDE werd beschreven door de Amerikaanse arts Moody deden zich overal ter wereld in toenemende mate BDE’s voor en de recent overleden NCRV-journalist Henk Mochel maakte erover al in 1984 een tv-uitzending getiteld Tussen leven en dood: paradijselijke ervaringen van mensen die terugkeerden. Na Van Lommels artikel uit 2001 kwam de BDE-epidemie goed op gang en werd er ook een patiëntenvereniging opgericht.
Ik classificeerde de karaktertransformatie na BDE in mijn dissertatie uit 2004 als modeziekte. Een van de kenmerken van modeziekten is dat zij biologisch onverklaarbaar zijn. Sinds 1975 zijn er talrijke medici en fysiologen geweest, die getracht hebben de BDE neurofysiologisch te verklaren en dat gaat dan over de mogelijke biochemische processen, die er nog zouden kunnen zijn in hersencellen die al meer dan 8 minuten zonder zuurstof zitten en geen electrische signalen meer produceren. Zelf vind ik die verklaringen vergezocht en rijkelijk overbodig. Het beste wat wij kunnen doen, het voorstel is afkomstig van de arts Bert Keizer (NTdK 2013 (2), p. 26), is tegen een persoon die bijkomt van een hartstilstand en die vreemde ervaringen meldt is zeggen: ’Ha, ha. U heeft gedroomd!!’

Skepsis Congres 2017 - De relatie tussen feiten en beleid - Henk van Gerven

zo, 14/01/2018 - 06:00

Voormalig Kamerlid voor de Socialistische partij Henk van Gerven sprak op het jubileumcongres van Skepsis op 21 oktober 2017 over de vraag in hoeverre samenleving, politiek en beleid zich baseren op feiten. Van Gerven kreeg in 2016 de Bruinsma-erepenning van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.


De linke weekendbijlage (2-2018)

za, 13/01/2018 - 11:22

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

De mannengriep blijft aanstelleritis

di, 09/01/2018 - 16:00

Blinde geestdrift maak zich van journalisten meester als een wetenschapper weer eens een maatschappelijk verschijnsel biologisch heeft verklaard. Ook al zit het onderzoek zo vol gaten dat je er dwars doorheen kunt kijken.

Vreemd, heel vreemd. Op 25 juni 2016 schreef wetenschapsredacteur Maarten Keulemans nog in een trotse terugblik dat de Volkskrant met de nieuwe rubriek 'Klopt dit wel' in een jaar tijd al heel wat onzin had ontmaskerd — waaronder uiteraard 'De mannengriep bestaat tóch' — anderhalf jaar later, op 12 december 2017, pakt hij zelf uit met: 'Man met 'aanstelleritis' is écht zieker dan een vrouw'. Naar die eerdere 'factcheck' verwijst hij daarbij niet, laat staan naar zijn branie dat de wetenschapsredactie van de Volkskrant 'ook het snelle hapslikwegnieuws controleert' en 'opvallend weinig' mis schiet.

Misschien was hij geheel vergeten dat de 'mannengriep' al tientallen jaren in het snelle hapslikwegnieuws figureert, misschien vond hij dat het zo pal voor de feestdagen niet zo nauw luisterde, of misschien was er werkelijk baanbrekend onderzoek dat al het eerdere in de schaduw stelt en overtuigend aantoont dat mannen, overige omstandigheden gelijkblijvend, zieker zijn van hetzelfde virus dan vrouwen?

In ieder geval lijkt Keulemans het nieuwe onderzoek serieus genoeg te nemen om er een stevige driekolommer van te maken. Hij begint:

Dames: als de man weer eens kermend van ellende op de bank ligt met wat gewoon een koutje lijkt — het is geen aanstelleritis. Er zijn serieuze aanwijzingen dat mannen zich écht ellendiger voelen als ze worden getroffen door een verkoudheid of een griepje.
Is de man ziek, dan is hij zó zielig. Voor vrouwen is het zo herkenbaar dat de aanstelleritis van de man zelfs een naam heeft, de 'mannengriep'. Maar inmiddels is er aardig wat wetenschap die de man gelijk geeft, noteert de Canadese huisartsgeneeskundige Kyle Sue in de jaarlijkse, luchtige kerstspecial van artsenblad The British Medical Journal (BMJ).

Het artikel staat kennelijk in een luchtige kerstspecial, maar moeten we het onderzoek dan ernstig nemen of niet? Je moet het maar net weten: het kerstnummer van de BMJ biedt ruimte aan auteurs die een origineel onderwerp lichtvoetig maar wel wetenschappelijk benaderen. Een greep uit het aanbod van dit jaar: het formaat van wijnglazen van 1700 tot 2017, de behandeling van het managementtaalsyndroom, een longitudinaal onderzoek naar de vraag of hoogmoed inderdaad voor de val komt, en het verband tussen volle maan en het aantal motorongelukken. Uit dit overvloedige en inderdaad niet ongeestige kerstbuffet koos Keulemans dus 'The science of 'man flu',' door Kyle Sue. Het maakt het alleen maar vreemder.

Abominabel

Sue was op het onderwerp gekomen 'omdat hij het beu was beschuldigd te worden van overdrijving', waarschijnlijk toen hij weer eens kermend van ellende te bed lag. Hij besloot de wetenschappelijke literatuur door te vlooien om te zien of mannen werkelijk ernstiger symptomen ervaren en of dit een evolutionaire grond zou kunnen hebben.

Om maar meteen de kaarten op tafel te leggen: die zoektocht is abominabel uitgevoerd, zonder enige systematiek en zonder enige verantwoording. Het ziet ernaar uit dat hij inderdaad niet verder heeft gedacht dan 'Kom, ik ga eens wat lezen en wat onderzoeken verzamelen', en daarna de citaten die hem van pas kwamen op een rij heeft gezet. De BMJ stelt uitdrukkelijk dat voor het kerstnummer dezelfde hoge eisen worden gesteld aan methodologische strengheid, transparantie en leesbaarheid als in gewone afleveringen, met dezelfde competitieve selectie en peer-review. Van baanbrekend onderzoek dat al het eerdere in de schaduw stelt, is bij Sue in ieder geval geen sprake. Het is een boeketje onjuiste, verdraaide en halfbegrepen citaten en anekdotes — precies het hapslikwegnieuws waarop de Volkskrant zo alert zou zijn. Ook de goede BMJ slaapt wel eens.

Sue begint met omstandige verwijzingen naar onderzoek in dieren en reageerbuizen dat moet aantonen dat vrouwen over het algemeen een krachtiger afweersysteem hebben dan mannen en dat dit wordt veroorzaakt door geslachtshormonen — oestradiol versterkt de afweer, testosteron verzwakt het. Dat is volstrekt overbodig: er is geen enkele deskundige die dit, desnoods met een zuinig kanttekeningetje, zal bestrijden. Vrouwen zijn, zoals dat heet, 'immuungeprivilegieerd'.

Keulemans vindt het echter wel de moeite van het vermelden waard en kiest als voorbeeld:

Zo blijkt uit laboratoriumonderzoek dat mannelijke cellen die zijn besmet met het griepvirus daarvan beter herstellen als je ze besprenkelt met vrouwelijke oestrogenen.

Vreemd genoeg is dit precies het onderzoek waarover factchecker Ronald Veldhuizen op 8 februari 2016 de 'Klopt dit wel' schreef die Keulemans luttele maanden later als lichtend voorbeeld voor de Volkskrant aanhaalde. Wat heeft factchecken voor zin als zelfs je eigen krant zich er niets van aantrekt?

Griepvirus van 1918 (beeld: CDC)

Mannen en vrouwen

Ook onderzoek bij mensen wijst op verschillende respons bij mannen en vrouwen op influenza, vervolgt Sue: 'Zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie benadrukt dat het 'geslacht in aanmerking zou moeten worden genomen bij het evalueren van blootstelling aan en gevolgen van influenza'.' Het rapport van de WHO, Sex, gender and influenza, uit 2010, is buitengewoon lezenswaardig, maar net dat citaat is er niet in te vinden. Wel beschouwingen over de genoemde verschillen in afweer tussen mannen en vrouwen, over de verschillen in toegang tot de zorg en in kwaliteit van de zorg, de wisselende kans op blootstelling door beroep en het extra risico door zwangerschap.
Dan nog is het beeld volgens de WHO gemengd: bij het ene virus sterven meer vrouwen, bij het andere meer mannen en meer postmenopauzale vrouwen, en het kan bovendien van land tot land wisselen. Vandaar dat 'zelfs' de WHO het belangrijk vindt leeftijd en geslacht in de overwegingen te betrekken — heus niet vanwege de mannengriep.

Als Sue verwijst naar een studie uit Hongkong waarin volwassen mannen tijdens een griepepidemie een hoger risico op ziekenhuisopname hebben, verzwijgt hij dat de onderzoekers zelf het bewijs 'beperkt' vinden, bij sommige epidemieën juist vrouwen vaker werden opgenomen, en dat de verschillen klein zijn. Als hij verwijst naar Amerikaans onderzoek waarin mannen vaker aan influenza overlijden dan vrouwen, verzwijgt hij de verklaring van de onderzoekers dat dit waarschijnlijk te maken heeft met de neiging van het virus plaques in de bloedvaten te destabiliseren met een extra risico op een hartinfarct, het feit dat het een ingewikkelde modelberekening betreft, en de bevinding dat van de mannen tot vijftig jaar er 12 op de 100.000 per jaar overlijden aan zaken die met hun griep zou kunnen samenhangen, van de vrouwen 9 op de 100.000. Bij ouderen zijn de verschillen iets groter, maar evenmin erg relevant qua mannengriep. In heldere cijfers blinkt Sue toch al niet uit.

Huisartsgeneeskundige Kyle Sue

Verdraaid

'De geslachtsverschillen betreffen ook andere luchtweginfecties dan influenza,' meldt Sue (terwijl hij het daarvoor al over het rhinovirus had). Hij verwijst naar Oostenrijks onderzoek waaruit zou blijken dat mannen gevoeliger zijn voor complicaties, maar dat Oostenrijks onderzoek gaat daar in het geheel niet over — de term valt niet eens. Vervolgens haalt hij Schots onderzoek aan over het opschorten van dagelijkse bezigheden bij 33 verschillende ziekteverschijnselen als hoofdpijn, slapeloosheid, moeheid, verkoudheid en griep onder verschillende leeftijdsgroepen. 'De overeenkomsten tussen de seksen was treffend,' aldus de auteurs, 'bij slechts een enkel symptoom zeiden vrouwen significant vaker activiteiten op te schorten'. Sue maakt er een onderzoek naar uitsluitend lichte luchtweginfecties van en citeert alleen het tweede deel van de zin, waardoor die zich laat lezen alsof 'vrouwen significant vaker zeiden activiteiten op te schorten bij slechts een enkel symptoom' (women were significantly more likely to report cutting down activities in response to only one symptom).

Overdrijven

Zo gaat het voort. De fameuze Common Cold Unit in Salisbury in Engeland verzamelde tussen 1948 en 1989 schatten aan informatie over alle mogelijke aspecten van griep en verkoudheid. Ook hiertussen vindt Sue iets van zijn gading: een onderzoek van Sally Macintyre naar het verschil tussen mannen en vrouwen in de beleving van hun ziekte. In totaal 1700 mannen en vrouwen kregen tijdens een tiendaags verblijf in de Unit hetzij een virus hetzij een placebo, en vervolgens een experimentele behandeling of placebo. Een arts scoorde de ziekteverschijnselen tegelijk met de deelnemers. Volgens de waarnemer liep 41 procent van de vrouwen een verkoudheid op, tegen 36 procent van de mannen. Dat verschil kwam niet terug in de beleving van de deelnemers, vooral niet die van de mannen: 'Mannen vinden significant vaker dan vrouwen hun symptomen erger dan de waarnemer,' was de conclusie — het verschil was weer niet heel groot: 20 procent tegen 14 procent. Er waren amper verschillen in klinische verschijnselen als temperatuur, hoeveelheid snot, opgezette klieren, enzovoort.
Macintyre oppert drie verklaringen: mannen overdrijven hun ziektelast, de waarnemer vindt symptomen bij vrouwen erger, of een combinatie van beide. Zelf vindt ze dat die klinische meting toch meer wijst in de richting van de zeurende man — maar ze erkent dat strikt genomen ook de beleving van de patiënt als gouden standaard kan worden genomen, in plaats van de observaties en metingen van de waarnemer. In dat geval zou je kunnen zeggen, zo oppert ze, dat 'klinische waarnemers ziekte en symptomen eerder aan vrouwen toeschrijven, en dat ze de symptomen van mannen onderschatten.'

En laat dat nu net de enige zin zijn die Sue citeert? Als je niet weet hoe het zit, zou je er zomaar intrappen. De meer voor de hand liggende lezing noemt Sue in het geheel niet.

Blote borsten

Als klap op de vuurpijl verwijst Sue naar een — hij geeft toe onwetenschappelijke — enquête onder 2131 lezers van een populair tijdschrift. Maarten Keulemans was er in de Volkskrant ook erg van onder de indruk:

Een peiling van The BMJ wees al eens uit dat mannen gemiddeld drie dagen moeten bijkomen van een zware verkoudheid, en vrouwen slechts anderhalf.

Waarschijnlijk keek Keulemans met anderhalf oog naar de referentie, want Sue verwijst daarin naar de BMJ van 25 november 2006. Maar in dat stukje, getiteld 'Are reports of 'man flu' just Nuts?', sabelt Petra Boynton die enquête juist woedend neer. De peiling werd niet uitgevoerd door de BMJ, maar door het mannenblad Nuts ('Local girls strip off!', 'When breasts escape!'); een persbericht zorgde verder voor de media-aandacht. De redactie van Nuts wilde Boynton niet zeggen wat de vragen waren, maar vertelde wel dat de enquête onder de lezers was gepresenteerd als 'the man flu survey'. Veel vrouwen zullen er onder de lezers niet gezeten hebben, en omdat het een internetenquête was, zullen vooral lezers met belang bij de kwestie de moeite hebben genomen te antwoorden.

Het persbericht van Nuts draafde nog wat vrolijk door: 'Zegt het voort dat ons vrouwvolk zich meer moet inspannen om voor ons te zorgen wanneer we geveld zijn, zodat ook in de toekomst kasten kunnen worden getimmerd, auto's kunnen worden onderhouden en voetbalstadions in het hele land goed kunnen worden bezocht.' Die zin werd door de media destijds maar weggelaten, aldus Boynton, maar Kyle Sue citeert hem compleet, en voegt er nog aan toe dat 'het slechts enkele van de vele manieren zijn waarop mannelijke virale luchtweginfecties de maatschappij kunnen beïnvloeden'.

Tot besluit komt Sue dan uiteraard met de evolutionaire voordelen van de 'mannengriep', maar het is wel mooi zo. Hoe het op de been blijven met een luchtweginfectie de voortplantingskansen van een volwassen vent verkleint, is moeilijk in te zien, en de verschillende speculaties die Sue ten beste geeft, zijn verhaaltjes zoals iedereen ze op een kerstachternamiddag kan verzinnen.

Echt verklaard

Maar er zit nog een ander aspect aan de kwestie. Waarom wil Sue bewijzen dat mannengriep 'reëel' is? En vooral: waarom zo? Met endocrinologische, immunologische en evolutionaire argumenten? In het ideale geval zou hij een onderzoek hebben opgezet om aan te tonen dat biologische factoren zwaarder wegen ('meer variantie verklaren') in de verschillen tussen mannen en vrouwen dan maatschappelijke. Maar hij komt slechts met dubieuze citaten uit de medische literatuur, waarbij zelfs een begin van een sociologische overweging of een psychologisch inzicht ontbreekt.

In een medisch tijdschrift is dat misschien nog niet eens zo verbazend. Maar Keulemans kiest — net als alle andere journalisten ter wereld — vast niet voor niets juist dit onderwerp uit het kerstbuffet van luchthartigheden. Door mee te gaan met de opvatting dat immunologische en evolutionaire inzichten groter gewicht hebben in de verklaring van menselijk gedrag dan historische of antropologische, werken journalisten keer op keer mee aan het negeren van de sociale wetenschappen en het versterken van een reductionistische wetenschapsopvatting. Het is pas écht verklaard en vermeldenswaard als iemand er biologische factoren bij heeft gehaald. En als er een gen voor is gevonden — godsdienst, misdaad, adhd, echtscheiding, homoseksualiteit — is de opwinding helemaal compleet. Ook al gaat het werkelijk nergens over.

Niemand zal een man zijn aparte ziektegedrag bij verkoudheden heel erg misgunnen, en er zijn tal van interessante alfa- en gamma-vragen over het verschijnsel mannengriep te formuleren — heeft het te maken met man-vrouwinteractie, vindt een man dat hij met griep eindelijk ook eens mag klagen, kunnen mannen slecht tegen plagen, biedt het vrouwen de gelegenheid hun superioriteitsgevoel te verwoorden, houdt het — 'Dames opgelet', kopte de website van de Volkskrant — de maatschappelijke verhoudingen in stand? Maar nee: een Canadese dokter produceert een flutstukje over biologische verklaringen van de mannengriep in de BMJ, en de Volkskrant is alle goede voornemens voor het hele jaar prompt vergeten.

Skepsis Congres 2017 - De discussie over feiten - Herman de Regt

zo, 07/01/2018 - 06:00

Wetenschapsfilosoof Herman de Regt (Tilburg), auteur van boeken over denken en redeneren en wat daarbij kan misgaan, hield een inleiding bij het jubileumcongres van Skepsis op 21 oktober 2017 dat als thema 'Alternatieve Feiten' had.


De linke weekendbijlage (1-2018)

za, 06/01/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Over paragnosten en hun voorspellingen voor 2017 en 2018

Kraamvrouw, bent u echt niet depressief?

do, 04/01/2018 - 06:00

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Het zal velen zijn ontgaan, maar de nieuwe minister van VWS was geroerd door de woorden van GroenLinks–Kamerlid Corinne Ellemeet, die er op wees dat de kraamperiode heus niet voor alle vrouwen gepaard gaat met trots en blijdschap. Maar liefst een op de acht kraamvrouwen zou aan een postnatale depressie (PND) lijden. In een door haar ingediend amendement op de VWS-begroting voor 2018 stelde zij dat er jaarlijks 20.000 vrouwen een depressie krijgen tijdens of na hun bevalling. GroenLinks vindt dat het taboe rondom PND doorbroken moet worden en dat er veel meer aandacht voor moet zijn tijdens en na een zwangerschap.

In haar amendement bepleitte Ellemeet meer geld voor de preventie en behandeling van postnatale depressies. Dat geld, uit te geven binnen het kader van het Meerjarenprogramma Depressiepreventie, zou allereerst moeten worden besteed aan meer aandacht voor PND binnen alle relevante opleidingen (kraamhulp, verloskundige, medewerker bij het consultatiebureau en huisarts). Daarnaast zou er een screening plaats moeten vinden bij de verloskundige, omdat een postnatale depressie zich vaak al openbaart tijdens de zwangerschap. Verder zou elk consultatiebureau laagdrempelige begeleiding aan moeders moeten bieden. Ook vraagt GroenLinks de minister een landelijke campagne te starten om de PND uit de taboesfeer te halen.

In hun antwoord stelden de VWS-bewindslieden dat Ellemeet een serieus probleem signaleert en dat zij bereid zijn, door schuiven binnen de VWS-begroting, € 800.000 te reserveren voor het tegengaan van postnatale depressies middels een ‘Aanpak postnatale depressie’. Dit houdt in: de inzet van een landelijke publiekscampagne (150.000 euro), de invoering van uitgebreid gesprek tussen verloskundige en net bevallen vrouw aan de hand van de Edinburgh Postnatal Depression Scale (650.000 euro) en het vergroten van de aandacht voor postnatale depressie in opleidingen van verloskundigen, kraamverzorgers en jeugdartsen. Aan dat laatste zijn geen kosten verbonden.

Hoewel gynaecologen in al deze plannen nergens genoemd worden, rezen mij toch de haren te berge bij kennisneming van deze reanimatiepoging van een, naar ik meende, in de jaren 90 al overwonnen probleem. In mijn loopbaan werd ik namelijk begin jaren 80 geconfronteerd met een epidemie van PND’s en deze ebde weer weg rond 1990, toen er bij zwangeren en kraamvrouwen al weer een andere merkwaardige epidemie de kop op stak: die van de bekkeninstabiliteit. Ik publiceerde over deze epidemieën o.a. in mijn proefschrift  en kwam daarin tot de conclusie dat het hier ging om modeziekten: het gaat dan om ernstige klachten zonder objectieve bevindingen, die een besmettelijk karakter hebben, begrensd zijn in tijd en geografisch (zo kende België bijvoorbeeld geen bekkeninstabiliteit) waarvoor geen goede verklaring mogelijk is en met altijd wel een enkele sympathiserende medicus, die een patiëntenvereniging initieert en/of adviseert.
Veel van deze ziekten (denk ook aan ME, whiplash, chronische Lyme, RSI, overgevoeligheid voor Essure-veertjes etc.) zijn onderwerp van Kamervragen, van wetenschappelijk onderzoek en verdwijnen vroeg of laat als er geen oorzaak kan worden gevonden. Immers: Ohne Befund keine Krankheit. Tot die tijd wordt de verspreiding van zo’n epidemie bevorderd door de aankondiging van wetenschappelijk onderzoek en is de beschreven symptomatologie zo algemeen dat niet weinigen de ziekte krijgen na erover te hebben gelezen in de damesbladen of ermee kennismaakten via anderszins publiek uitgevente ziektegeschiedenissen. Daarom ben ik nu doodsbang dat weer zeer veel vrouwen een ernstig syndroom krijgen aangepraat, terwijl ze meestal slechts aan voorbijgaand ongerief, vermoeidheid en psycholabiliteit lijden. Slechts een minderheid en zeker niet de 13%, die Ellemeet noemt, is echt depressief en behoeft hulp.

Vroedvrouwen, die € 650.000 krijgen om met pas bevallen vrouwen een depressiescore vragenlijst te gaan zitten invullen, zullen ongewild zeker een deel van deze kraamvrouwen op verkeerde cognities brengen over hun klachten en hun vermoeidheid: geen wenkend perspectief. Ze horen namelijk plotsklaps dat zij in een risicogroep zitten! En dan die landelijke publiekscampagne: is men op VWS al weer vergeten hoe snel staatssecretaris Hoogervorst in 2001 de publieksactie Stop de RSI afblies, toen bleek dat deze ‘bewustwording’ tot een scherpe toename van het aantal RSI-lijders leidde? De campagne bleek een sterk medicaliserend karakter te hebben, aldus concludeerde toen de Gezondheidsraad. Iets dergelijks voorzie ik zeker voor de thans voorliggende plannen tot reanimatie van een reeds begin jaren 90 afgeserveerde (lees van G.F. Koerselman zijn belangrijke artikel “postnatale”depressie in het Ned Tijdschrift voor Geneeskunde, 1983: 516-517) en eind jaren 90 praktisch verdwenen diagnose. Om Louis van Gaal te parafraseren: ben ik nou zo oud of zijn zij nu zo jong?
Feit is dat ik de akelige effecten van de PND-epidemie zelf van nabij heb kunnen observeren, want ik was al werkzaam als gynaecoloog in die tijd, terwijl het Kamerlid Ellemeet toen 6 jaar oud was.  Daar staat echter tegenover dat de verantwoordelijke staatssecretaris Paul Blokhuis (CU) in 1983 al twintig lentes telde. Maar voor de lotgevallen van kraamvrouwen zal hij toen nog niet veel belangstelling hebben gekoesterd.

Voetbalclub PSV lekker in balans met de pseudowetenschap van Daniel Zavrel

vr, 29/12/2017 - 09:00

Individuele topsporters proberen soms de gekste dingen uit om nog net dat beetje beter te kunnen presteren. Professionele begeleiding lijkt niet altijd in staat om ze te behoeden voor potentieel gevaarlijke kwakzalverij, of gewoon geldverspilling. Soms is die zogenaamd professionele begeleiding zelfs verantwoordelijk voor het binnenhalen van allerhande onzin.

Voetbalclub PSV blijkt bijvoorbeeld in zee te zijn gegaan met het bedrijf Being in Business van ene Daniel Zavrel die onder andere zijn Being in Balance-programma als een vorm van coaching aanbiedt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Oberon® Pathfinder, volgens het bedrijf "een toepassing van zogenaamde Non Lineair Systems technologie (NLS). Dit is een zeer geavanceerde en ongeëvenaarde kwantumfysische technologie die met zeer hoge nauwkeurigheid en betrouwbaarheid energie en informatie in het lichaam meet."

Au, au, 'ontwikkeld voor elitetroepen', 'een speler kunnen scannen op 90 miljard punten', vage computerplaatjes ... De bullshit-detector van Toon Gerbrands, algemeen directeur van PSV, mag blijkbaar wel eens bijgewerkt worden, bij mij slaat ie bij het zien van dit filmpje al ver in het rood uit. En dat wordt niet bepaald beter als we wat meer te weten proberen te komen over deze methode.

Over de technologie schrijft het bedrijf:

Hoe werkt de Oberon® Pathfinder?

De basis van de Oberon® Pathfinder is kwantumfysisch, op basis van biofotonen volgens de Duitse Professor Fritz-Albert Popp.

De meting is zeer laagdrempelig, volledig non-invasief en met kleding aan.  De coachee krijgt een koptelefoon opgezet en via de in deze koptelefoon ingebouwde infraroodsensor worden gezonde lichtfrequenties, zogenaamde longitudinale lichtgolven, uit de uitgebreide Oberon® database het lichaam ingezonden. De als ‘antwoord’ van het lichaam hierop ontvangen frequenties worden via een zogenaamde mathematische spectraalanalyse vergeleken met de benchmark waarden in deze Oberon® database en omgezet in een digitaal signaal op het computerscherm. Via kleursymbolen (de Fleindler schaal met zogenaamde entropie- ofwel ‘stresswaarden’ van 1 t/m 6) en  via een rode en blauwe curve kan dan met grote nauwkeurigheid de mate van balans of disbalans in een gescand lichaamsgebied worden afgelezen. Die lichaamsgebieden zijn grote lichaamsdelen zoals bijvoorbeeld hoofd, romp en skelet gevolgd door de afzonderlijke organen, weefsels, cellen en uiteindelijk het DNA en ultrastructuren.

Je bullshit-detector moet wel heel zwak afgesteld staan als je na het lezen van die hele pagina het idee overhoudt dat dit inderdaad wel eens gebaseerd zou kunnen zijn op echte wetenschap en het proberen waard is zonder anderen te raadplegen die misschien wel iets begrijpen van het indrukwekkende pseudowetenschappelijke proza.

Het apparaat is een van de vele kwakapparaten die op de markt zijn, die ergens iets te maken hebben met electroacupunctuur volgens Voll en een snufje biofeedback. En lees in Tussen Waarheid in Waanzin verder over die biofotonen van Fritz-Albert Popp.
Het enige wat het apparaat waarschijnlijk doet is een signaal met veel ruis omzetten in fraaie grafiekjes op een beeldscherm. Het maakt eigenlijk niet uit hoe je aan die ruis komt, maar als die afkomstig is van instrumenten die iets meten aan je lichaam lijkt het natuurlijk heel wat, of het nu om huidweerstand gaat of infraroodsensoren. Het draait uiteindelijk om het praatje wat een therapeut vervolgens kan vertellen bij die plaatjes, net als bij astrologie. Sommige mensen zijn er blijkbaar al snel van onder de indruk.

Toon Gerbrands is een van een aantal PSV'ers waarvan testimonials op de website zijn opgenomen. Een stukje daaruit:

De eenvoud van de scan staat lijnrecht tegenover de hoeveelheid en gerichte informatie, die het oplevert over je fysieke en mentale gesteldheid. In mijn geval leverde het een rapport op met een volledige analyse op deze invalshoeken. Het voedingsadvies op maat maakt alles compleet en heeft een direct effect. Het is fascinerend om te ervaren hoe realistisch en herkenbaar al deze informatie is.

In een artikel op sportknowhowxl.nl lezen we hoe Gerbrands in aanraking kwam met deze onzin. Gertjan Verbeek raakte er als trainer bij voetbalclub AZ enthousiast over en indertijd was Gerbrands bij die club algemeen directeur (dit moet tussen 2010 en 2013 zijn geweest). AZ clubarts Joost van der Hoek prikte de ballon ondanks zijn doctorstitel blijkbaar ook niet door, op een andere pagina met testimonials schrijft hij:

For the mental and emotional domains of a player, AZ has found a partner in Being in Business with the Being in Balance method that provides customized coaching and guidance in these areas. Personally, I have been able to go through the Being in Balance process satisfactorily, in which making mental aspects measurable is an innovative way to visualize the mental and emotional domains.

Daniel Zavrel gaat in het stuk op sportknowhowxl.nl ook een beetje in op de voor de hand liggende kritiek:

Zavrel kan zich enige scepsis voorstellen, maar benadrukt dat Being in Balance juist een uitermate rationele techniek is. “Het is een heel nuchter coachingsinstrument op basis van computerbeelden van organen en fysieke structuren met grafieken en cijfers, berekend via geavanceerde wiskundige modellen. Er komt juist géén perceptie aan te pas, géén gevoelsmatig oordeel.”

Die zogenaamde objectiviteit is natuurlijk makkelijk te suggereren, ook horoscopen kun je immers automatisch laten maken. Het enige dat je nodig hebt, is een uitgebreide database met heel veel, liefst op verschillende manieren te interpreteren zinnetjes die je koppelt aan bepaalde uitslagen. Misschien moet Zavrel zijn apparaat maar eens aanmelden voor een skeptische proef, als hij beweert dat het zo betrouwbaar is.

Wat ook kenmerkend is voor de marketing van deze kwaktechnologie is een verzonnen herkomst. Vaak zou de technologie ontwikkeld zijn in Russische of Amerikaanse ruimtevaartprogramma's (zie bijvoorbeeld Esoterische ruimtetechnologie - voor koeien in Wageningen uit Skepter 26.1, 2013). Being in Balance heeft ook zo'n verhaal:

De eerste ontwikkelingen van deze technologie zijn gedaan op Stanford Medical voor het Amerikaanse leger en later door de Russen voor zowel hun elitetroepen in het leger als voor hun kosmonauten. De wens voor hun kosmonauten was om een systeem te ontwikkelen dat al in een vroeg stadium eventuele disbalans in het lichaam zou kunnen detecteren zelfs nog vóór het zich fysiek heeft gemanifesteerd. Iemand uit de ruimte terug halen is immers heel kostbaar. Daarom is de Oberon® Pathfinder ook heel erg krachtig als preventiemiddel. Alles bij elkaar zit er zo’n 50 jaar research en development in dit systeem, een miljardenproject.

Waarschijnlijk heeft Daniel Zavrel dit niet zelf verzonnen, maar neemt hij gewoon over wat de Duitse leverancier van deze apparaten hem heeft verteld. En die hebben het misschien ook wel weer klakkeloos overgenomen van de Russische bedenkers.

Zavrel heeft al een lange carrière in de zweveritis achter de rug, hij was o.a. directeur van OIBIBIO, het new age-gebeuren waarmee Ronald Jan Heijn miljoenen verloor. Zavrel heeft een missie:

Met zijn bedrijven ‘Being The World’, ‘Being in Business’, ‘Being in Bliss’ en ‘Being Inspired’ heeft Daniel zich middels een 50 jaren plan als missie gesteld om krachtig bij te dragen aan ‘Global Happiness’. Daarvoor zijn ‘Global Awakening & Global Healing’ nodig.

Die Global Happiness heeft bij Zavrel waarschijnlijk toch een wat andere betekenis dan voor de meesten onder ons. Dat Global Awakening hint al een beetje in de richting van het 'wakker worden' waarover complotdenkers het zo vaak hebben. En wie de moeite neemt om bijvoorbeeld het Twitter account van Zavrel te bekijken, moet tot de conclusie komen dat deze meneer wel heel makkelijk de grootste onzin over ufo's en complottheorieën deelt. Niet echt iemand die je zou uitnodigen om je weer in balans te brengen, toch?

Being in Balance levert Zavrel volgens zijn website al aan een aantal vooraanstaande bedrijven. Andere producten, zoals het ook al onzinnige Heartmath, aan nog veel meer bedrijven en instellingen, o.a. aan de politie, waar "hij inmiddels meer dan 1500 agenten en (directie) stafleden [heeft] getraind in Mentale Weerbaarheid." Deze onzinverkoper heeft inmiddels dus ook heel wat belastinggeld opgestreken voor een cursus die achteraf als een flop moest worden beschouwd en waarover uit christelijke hoek ook wel kritische geluiden zijn te vinden.

Het is overigens niet voor het eerst dat PSV met dubieuze methoden op het gebied van mental coaching bezig is, eerder hadden ze een akkefietje met John Troost.

Voor meer details over de Oberon zie bijvoorbeeld bij Psiram of kijk in de Rare Apparaten Database.

De linke weekendbijlage (50-2017)

za, 23/12/2017 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Commerciëel UFO-onderzoek

zo, 17/12/2017 - 16:20

Harry Reid vindt het duidelijk goed besteed geld

De New York Times onthulde op zaterdag 16 december 2017 dat er recent in de Verenigde Staten jarenlang een geheim ufo-project liep dat betaald werd uit publieke middelen. In het artikel 'Glowing Auras and ‘Black Money’: The Pentagon’s Mysterious U.F.O. Program', wordt uit de doeken gedaan dat tussen 2007 en 2012 maar liefst 22 miljoen dollar vanuit een potje voor geheime projecten via het Pentagon gesluisd werd naar een onderneming van de ufoenthousiaste, schatrijke ondernemer Robert Bigelow, die vriendjes is met een invloedrijke Democratische senator.

The shadowy program — parts of it remain classified — began in 2007, and initially it was largely funded at the request of Harry Reid, the Nevada Democrat who was the Senate majority leader at the time and who has long had an interest in space phenomena. Most of the money went to an aerospace research company run by a billionaire entrepreneur and longtime friend of Mr. Reid’s, Robert Bigelow, who is currently working with NASA to produce expandable craft for humans to use in space.

Ufoenthousiastelingen over de hele wereld reageren verrrast en zien er bevestiging in dat de Amerikaanse overheid toch meer ziet in ufomeldingen dan miswaarnemingen van gewone objecten, en dat er blijkbaar voldoende gegevens zijn om echt onderzoek te doen. Bigelow zou zelfs al opslagruimtes hebben laten aanpassen om al het materiaal in op te slaan, dat gevonden zou zijn afkomstig van ufo's.

Helemaal uit de lucht vallen komt dit verhaal niet. Een paar maanden terug kondigde popzanger Tom DeLonge (van Blink-182), de oprichting van de 'To the Stars Academy' aan, een vehikel dat 'begenadigde onderzoekers de ruimte biedt om exotische wetenschap en technologieën te onderzoeken met de infrastructuur en middelen die een snelle overgang mogelijk maken naar producten die de wereld kunnen veranderen.' Uiteraard kun je in deze interessante onderneming investeren. Voor enige rendement op die investering, ben je denk ik afhankelijk van de omzet die de sectie 'Entertainment' weet te genereren met het maken van speculatieve documentaires ...

De persoon die in het Pentagon verantwoordelijk was voor het programma, Luis Elizondo, zou het onderzoek voortgezet hebben, ook toen de financiering in 2012 ophield. Dit jaar in oktober diende hij zijn ontslag in, naar eigen zeggen uit protest tegen de buitensporige geheimhouding en tegenwerking vanuit de organisatie. Gelukkig voor hem kon hij dus nauwelijks week later aan de slag bij het project van DeLonge.

Moeten we dit hele verhaal nu zien als bewijs voor het voortbestaan van een daadwerkelijke interesse vanuit de Amerikaanse overheid in het ufofenomeen (die er officieel niet meer is sinds het stoppen van Project Blue Book in 1970)? Of eerder als een bewijs dat een aantal ufoenthousiastelingen altijd wel ergens geld vandaan weten te peuteren voor hun hobby als ze maar beschikken over de juiste connecties?

Met die interesse in het uitpluizen van ufomeldingen is natuurlijk weinig mis. Of het met overheidsgeld moet gebeuren terwijl zoveel mensen het als hobby voor niets (en vaak beter) doen, is een andere vraag. In het artikel in de New York Times wordt een casus genoemd die het onderzoeken waard was. Het onderzoeksprogramma van Bigelow heeft echter blijkbaar ondanks die ruime financiering hier nog geen bevredigende antwoorden voor gevonden. Op Metabunk staan intussen een aantal draadjes waarin dit geval worden besproken. De ervaring leert dat dat meestal vrij snel redelijke verklaringen oplevert voor wat de beelden laten zien.

In het NYT-artikel wordt ook Hal Puthoff opgevoerd, die zit nu bij het clubje van DeLong, maar hij is ook bekend om zijn (niet al te beste) onderzoek uit de jaren '70 en '80 naar mediums als Uri Geller, dat begin dit jaar weer eens opgerakeld werd, omdat de CIA documenten daarover makkelijker benaderbaar te beschikking zijn gesteld.

De linke weekendbijlage (49-2017)

za, 16/12/2017 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Cadeautips voor de feestdagen

wo, 13/12/2017 - 07:00

De feestdagen komen er weer aan en het is natuurlijk moeilijk om iedere keer weer leuke cadeau's voor je geliefden te vinden. Daarom dat wij van Kloptdatwel hieronder wat tips geven.

Wil je je vader niet weer gewone sokken cadeau geven dan zou je kunnen kiezen voor de sokken van Stringenergy.  Zij verkopen namelijk sokken tegen pijn en restless legs. Maar let op: in deze sokken zijn 'trillingsfrequenties' verwerkt die niet in aanraking mogen komen met niet-natuurlijke materialen zoals stenen (!?!) vloeren. Voor mensen met stinkvoeten zijn de sokken echter helemaal niet geschikt. Wassen kan namelijk de werking van de trillingsfrequenties verminderen. Dat zou toch zonde zijn van katoenen sokken van bijna 40 euro.

Hetzelfde bedrijf denkt echter ook aan mensen met andere klachten. De zogenaamde 'Neutrino hoofdbeugel' wordt in verschillende varianten aangeboden voor klachten zoals stress en burn-out, ADHD en allergieën. Het onderzoeksteam van Stringenergy heeft na intensief onderzoek de juiste trillingsfrequenties gevonden en deze overgebracht op de hoofdbeugels. De Neutrino hoofdbeugels blijven onafhankelijk van het aantal draaguren ruim een jaar actief. En dat voor het luttele bedrag van bijna 50 euro. Daar kun je je gestresste schoonmoeder toch blij mee maken lijkt ons.

Als je nog een cadeautje zoekt voor vrouwen die binnenkort een kind krijgen, zou je kunnen kiezen voor homeopathische suikerbolletjes (zogenaamde globuli) gemaakt van verdunde placenta, navelstreng of navelstrengbloed uit Duitsland. De grondstoffen moeten samen met een gezondheidsverklaring worden opgestuurd en je krijgt de globuli in de zelfgekozen potentie (C of D) thuisgestuurd. Afhankelijk van de potentie variëren de prijzen van 40 tot 200 euro. De globuli kunnen vervolgens gebruikt worden voor de gezondheid van de nieuwe baby. Als oudere broertjes of zusjes echter jaloers worden, kun je voor hen zogenaamde placebo-globuli bestellen voor 2 euro per potje want je wilt ze natuurlijk niet blootstellen aan alle bijwerkingen van het 'echte' middel.

Voor mensen die onrust ervaren in de drukke decembermaand blijkt dat de vrienden van Floww ook nog steeds hun producten verkopen. Vreemd want wij dachten dat ze na de Radar uitzending failliet waren. Maar misschien dat een positieve recensie van Lange Frans over het tegengaan van de negatieve straling die uit je telefoon komt, het faillissement heeft kunnen keren. Het schijnt dat de mensen van Radar hun excuses hebben aangeboden en dat er een nieuwe BV is opgericht met dezelfde naam volgens een blog van de oprichter Marc Schechtl. Anyway, tussen de 50 en de 1350 euro zijn er weer allerlei anti-stralingsapparaten te koop.

Mochten jullie nog andere tips hebben, laat ze achter in de comments. Veel shopplezier!

De linke weekendbijlage (48-2017)

za, 09/12/2017 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Brian Wansink kortstondig honorair hoogleraar in Groningen

wo, 06/12/2017 - 06:00

Voor Skepter sprak ik zeer recent met twee van de ontmaskeraars van de Amerikaanse voedingspsycholoog Brian Wansink, die dit jaar van zijn voetstuk is gevallen. Veel van zijn studies blijken op los zand te berusten en deels meermalen herkauwd te zijn. Wansink is hoogleraar aan de fameuze Cornell University en werkt samen met talloze wetenschappers over de hele wereld. Met de Rijksuniversiteit Groningen blijkt de samenwerking verder te zijn gegaan dan het gezamelijk schrijven van artikelen met wetenschappers aan die universiteit: hij was er van oktober 2016 tot april 2017 zelfs honorair hoogleraar aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde.

Wansink bleek een medewerkerspagina op de website van RUG te hebben gehad, in ieder geval vanaf 1 augustus 2016 tot ergens in april 2017. In de Catalogus Professorum Academiae Groninganae staat hij nog vernoemd. Gezien het samenvallen in de tijd van het verwijderen van die medewerkerspagina en de eerste officiële berichtgeving van Cornell over het instellen van een onderzoek naar de artikelen van Wansink, ligt de vraag voor de hand of dat misschien reden was voor de RUG om stilletjes de nog prille verbintenis met Wansink te beëindigen. Ik deed navraag bij de RUG en de betrokken faculteit.

'Honorair hoogleraar, wat is dat nu ook voor een titel?' zult u misschien denken. Ik kwam 'm onlangs ook pas voor de eerste keer tegen (in de persoon van prof. De Blot bij de enneagrampromotie), maar het is aan de RUG in ieder geval niet zomaar een willekeurig uit te delen titel. Op de openbare website van de RUG staat echter alleen dat een gewoon hoogleraar ook honorair aangesteld kan worden en dat de benoemingsprocedure hetzelfde is als die van gewoon hoogleraren. In het Hooglerarenbeleid RUG 2016 staat het verder uitgewerkt:

De honoraire aanstelling wordt onder meer gebruikt voor de volgende gevallen:

  • hoogleraren die de universiteit verlaten wegens het aanvaarden van een betrekking elders en bereid zijn voor een deel van hun werktijd te participeren in onderwijs-en/of onderzoekstaken aan de RUG;
  • hoogleraren, die werkzaam zijn in het bedrijfsleven/industrie/overheid en daarnaast betrokken zijn bij het universitaire onderwijs/onderzoek.
  • de benoeming van hoogleraren die in dienst zijn van NWO;
  • aanstelling na emeritaat (bij de benoemingsperiode wordt de leeftijdsgrens van AOW-gerechtigde leeftijd + 5 jaar in acht genomen).

en

Voorwaarden voor een honoraire aanstelling zijn:

  1. er moet de facto sprake zijn van onderwijs- en/of onderzoekstaken in het belang van (onderdelen van-) de RUG;
  2. de werkgever van betrokkene moet instemmen met het honoraire hoogleraarschap;
  3. het voorstel gaat uit van de desbetreffende faculteit;
  4. de zusterfaculteiten zijn geraadpleegd en stemmen in met de voorgedragen kandidaat;
  5. de afspraken worden schriftelijk vastgelegd en ter kennis gebracht van de eventuele derde;
  6. de benoeming (honoraire aanstelling) geschiedt door het College van Bestuur voor een bepaalde tijd, maximaal voor 5 jaar. Bij de benoemingsperiode wordt de leeftijdsgrens van AOW-gerechtigde leeftijd + 5 jaar in acht genomen.

Onder welke categorie Wansink precies valt, is me niet helemaal duidelijk: 'bedrijfsleven/industrie/overheid' lijkt me niet echt van toepassing, want hij is toch vooral hoogleraar aan een andere universiteit (en niet bij ons NWO). Maar met het 'onder meer' in de eerste zin, is er sowieso vast een mouw aan te passen. Tot zijn werkzaamheden in Groningen, waar hij gedurende zijn aanstelling enkele keren kort verbleef, gaf hij onderwijs aan PhD-studenten en vervulde een gastdocentschap bij een masteropleiding. Daarnaast was hij betrokken bij onderzoek rond consumer well being, health en marketing. Wansink heeft best veel gepubliceerd met Koen van Ittersum die ook hoogleraar is aan de RUG, dus op zich is dit allemaal niet zo vreemd.

Een honorair hoogleraar stelt dus echt wel wat voor aan de RUG en ook de benoeming kan moeilijk een wassen neus genoemd worden. Het lijkt me echter best een hoop gedoe voor iemand die maar zes maanden de honorair hoogleraar komt uithangen, want zo kort bekleedde Wansink deze functie dus. Of was de aanstelling oorspronkelijk misschien toch voor langere periode bedoeld? Dergelijke details kon de faculteit mij echter niet vertellen, vanwege het privacygevoelige karakter ...

Lees ook de interviews met de 'datadetectives' Tim van der Zee en Nick Brown die ik voor Skepter afnam. En lees The Wansink Dossier: An Overview om al Wansinks artikelen te vinden waar tot nu toe iets mee aan de hand lijkt te zijn.

Kwakzalvende medici verantwoordelijk voor rechterlijke dwaling over chronische Lyme?

ma, 04/12/2017 - 06:00

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

De meest verspreide modeziekte van dit moment is ongetwijfeld de chronische Lyme, of in neutrale termen ‘persisterende klachten na behandeling’. Kwakzalvers storten zich massaal op dit syndroom en omdat het hier gaat om een zogenaamde SOLK (somatisch onverklaarde lichamelijke klachten) is er geen een causale therapie beschikbaar, terwijl de patiënten met hun subjectieve klachten (moeheid, stemmingswisselingen, duizeligheid, hoofdpijn e.d.) wanhopig op zoek zijn naar artsen die wel accepteren dat het om een lichamelijke ziekte gaat en die de beklagenswaardige slachtoffers, vooral jonge vrouwen, maar al te graag onder behandeling nemen.

Een aanzienlijk deel van de patiënten voelt zich onbegrepen door de Nederlandse behandelaars en gaat op reis naar Duitsland of België. Crowdfunding voor dit soort reizen vindt op grote schaal plaats en de media staan altijd open voor het optekenen van de navrante ziektegeschiedenissen van de lijdsters. Als de crowdfunding onvoldoende opbrengt, dan dient men tegen beter weten in de vaak gepeperde rekeningen in bij de zorgverzekeraar, die – met een beroep op o.a. CBO, Gezondheidsraad en ZIN – voor de eer bedankt, omdat het hier alternatieve geneeswijzen betreft. De kostbare behandelingen bestaan steevast uit o.a. langdurige antibiotica toediening per infuus, vaak vele maanden lang.
Volgens de richtlijnen is 10-14 dagen antibiotica bijna steeds afdoende en van infusen langer dan 4 weken is nog nooit enig nut vastgesteld. Geschokt nam ik dan ook kennis van een recente rechterlijke uitspraak waarin zorgverzekeraar IZZ door de rechter in Arnhem werd gedwongen de rekening te vergoeden die een patiënte met chronische Lyme had ontvangen van basisarts/kwakzalver Kingma. Deze runt als eenpitter een privékliniekje runt in Amsterdam (Walborg Kliniek) en past vooral zeer langdurige antibioticatoediening en orthomoleculaire pillen toe. Hij heeft geen contractuele relatie met IZZ, maar desondanks werd de verzekeraar door de rechter gedwongen ruim € 7.000,- te betalen. Het zou om reguliere geneeskunde gaan. Dat de Walborg Kliniek geen erkende instelling is in de zin van de Wet Toelating Zorginstellingen, dat vindt de rechter niet relevant.

Hoe durft een rechter zo’n uitspraak te doen en waar eindigt dit, als rechters zorgvuldig tot stand gekomen behandelprotocollen van de beroepsgroep als onvoldoende gaan beschouwen? Mijn woede over deze op het eerste gezicht misdadige rechterlijke blunder zakte echter weg, toen ik mij verdiept had in de gang van zaken, die aan de rechtszaak vooraf ging.

Wat is het verhaal? Marleen Groeneveld (25) was psychiatrisch verpleegkundige toen zij in 2011 last kreeg van onverklaarbare stemmingswisselingen en andere vage klachten, die pas na een paar jaar als Lyme werden gediagnosticeerd. Die diagnose werd blijkbaar niet door een geraadpleegde neuroloog gesteld – hij kon geen serologische bevestiging van de vermeende Lyme kon vinden - maar dat geschiedde eerst na verzending van haar bloed naar een Duits laboratorium. Onduidelijk blijft wie dat onderzoek heeft aangevraagd.
In chronologische volgorde is zij behandeld in het Spaarne Gasthuis te Hoofddorp, het Medisch Centrum Annadal te Maastricht (bemand door Schroeter, een dermatologe die zich Lyme specialist noemt, als eenpitter werkzaam) en het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam (door internist-infectioloog dr. Den Hollander). In Rotterdam bestond de therapie uit een opname van drie weken met continu toediening van Ceftraxion per infuus. Groeneveld had begin 2016 dus al reusachtige hoeveelheden antibiotica achter de kiezen, maar zoals verwacht kon worden hadden die geen effect op haar klachten gehad. Zou zij uit angst voor een ontnuchterend oordeel de echte academische Lyme Expertise Centra (AMC en Radboud) bewust hebben vermeden?
Hoe dit ook zij, het zou daarna haar huisarts zijn geweest, die haar naar het kwakzalvershol van Kingma te Amsterdam heeft verwezen. Hij gaf haar gedurende twintig weken intraveneuze Ceftraxion, een antibioticum, waarna de klachten waren verminderd.  Medisch gezien is hier sprake geweest van ernstige overbehandeling en dat is vaak even slecht als onderbehandeling. Het zou goed zijn als het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg al haar artsen eens flink aan de tand zou kunnen voelen. Dit terzijde.

De rechter overwoog allereerst dat IZZ de diagnose chronische Lyme niet had betwist (waarvoor naar mijn mening genoeg reden bestond, maar ik ken haar dossier niet, slechts haar blog ‘Lymeleven’). Het feit dat er minstens een, mogelijk zelfs twee medisch specialisten, twee kwakzalvende basisartsen en haar eigen huisarts waren meegegaan in die aanvechtbare pseudodiagnose zal hem daarin gesteund hebben. Groeneveld had dus een echte en hardnekkige infectieziekte, zo moet de rechter gedacht hebben. Toen Groeneveld zich tot Kingma wendde, toen had zij al meer antibiotica gehad dan welke Nederlandse richtlijn dan ook toestaat.
De rechter echter vond dat er ook over de grenzen gekeken mag worden en had de Lymepatiëntenvereniging zich niet teruggetrokken uit de CBO-commissie die de richtlijn maakte? De rechter achtte de Nederlandse behandelrichtlijnen ook te beperkt en hij nam door Groeneveld aangedragen Duitse en Amerikaanse richtlijnen zeer serieus en dat terwijl met enig eigen onderzoek had kunnen worden vastgesteld dat die afkomstig waren uit kwakzalverskringen en geen officieel erkende status hadden in eigen land!  De vraag rijst ook of de advocaat van IZZ dat laatste wel in de gaten heeft gehad. Waarschijnlijk niet. De rechter zal daarom hebben gemeend dat deze buitenlandse richtlijnen – hoezeer ook verschillend van de Nederlandse – wel degelijk ‘evidence based’ waren. [zie ook het artikel op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij]

Bovendien was Groeneveld begin 2016 nog steeds ‘ziek’. Dat de rechter waarschijnlijk ook heeft geconcludeerd dat Groenevelds genezing is toe te schrijven aan de behandeling van Kingma, dat valt hem als leek ook nauwelijks te verwijten. En dan zou het toch wel zeer onredelijk zijn de vrouw zelf voor de behandeling te laten opdraaien! Het begrip ‘post aut propter’ zal hem onbekend zijn. In het licht van al deze feiten kan ik de rechter nog maar weinig kwalijk nemen en moeten – het is zonde dat ik het zeg – al die hier genoemde artsen en de raadsheer van  IZZ als de hoofdverantwoordelijken worden beschouwd voor deze rechterlijke dwaling. Gelukkig komt er een herkansing: IZZ gaat in hoger beroep.

De linke weekendbijlage (47-2017)

za, 02/12/2017 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

20 duizend lezers van Niburu.co zwaar teleurgesteld

do, 30/11/2017 - 07:00

In juni dit jaar zette Niburu.co een poll op om te kijken wat hun lezers dachten over de planeet Nibiru die op 23 september zichtbaar zou moeten zijn. 20.000 lezers waren ervan overtuigd dat de planeet niet alleen zichtbaar zou zijn op 23 september maar dat de bewoners van Nibiru, de Anunnaki, zelfs de aarde zouden bezoeken. Nu kan ik het gemist hebben maar ik geloof niet dat ze geland zijn. Nou ja, er zal vast binnenkort een nieuwe aankomstdatum ontdekt worden.

 

 

De linke weekendbijlage (46-2017)

za, 25/11/2017 - 06:00


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.de

Darwin in Opheusden

di, 21/11/2017 - 06:00

Op een herfstige zaterdag (7 okt 2017) vond in het Betuwse kerkdorp Opheusden het congres De waarde van de schepping voor wetenschapsbeoefening en ethiek plaats. Het congres werd georganiseerd door het Logos instituut, een kerkelijke club wetenschappers die zich ten doel stelt om medechristenen van informatie te voorzien. Vanuit dezelfde gedachte wordt bijvoorbeeld het Weet Magazine uitgegeven, wat de leukste ontdekkingen uit natuur, techniek en wetenschap vanuit een christelijk perspectief beschrijft.

Uit het persbericht van het congres: Veel christenen zien dat wat de Bijbel ons vertelt in Genesis niet meer als historisch betrouwbaar. Zij zijn ingepakt door het ‘christelijke verlichtingsdenken’, een contradictio in terminis. Binnen scholen en universiteiten wordt het evolutiedogma gepresenteerd als ‘de waarheid’. Vanuit de Schrift bezien is dit dogma niet te rijmen met de dogma’s van een recente schepping van de aarde, een historische zondeval en een wereldwijde zondvloed.

Promo van het congres, copyright @ Oorsprong.info

Het congres werd goed bezocht; er waren een paar honderd aanwezigen. Ik had de indruk dat dit beslist niet alleen rabiate fundamentalisten waren, maar merendeels gewone (gereformeerde) christenen die geloven in de Bijbel (het liefst zo letterlijk mogelijk), en tegelijk worstelen met de vraag hoe zij dit moeten rijmen met de ontdekkingen en uitspraken van de moderne wetenschap. Dit publiek werd een gevarieerd programma geboden, bestaande uit twaalf lezingen gevolgd door discussie, in twee verschillende zalen. Noodgedwongen heb ik een selectie gemaakt.

Het christelijk geloof als katalysator van de wetenschap
Als eerste schetste Piet Bouma, projectdirecteur aan de Rijksuniversiteit Groningen, het ontstaan van de westerse wetenschap. Zijn stelling is dat de moderne wetenschap noodzakelijkerwijs alleen in het christelijke 16e eeuwse Europa kon ontstaan, omdat God zowel de wereld als de mens geschapen heeft. Hierdoor zien en begrijpen wij de wereld zoals die echt is. Dit wordt ook wel de leer van Gods twee boeken genoemd (de Bijbel en het boek van de Natuur). Ter illustraite verwees hij naar het intrigerende feit dat de wiskunde, een zuiver menselijk product, de buiten-menselijke werkelijkheid telkens verrassend goed weet te beschrijven.

Het christelijk geloof heeft volgens Bouma als een katalysator voor de ontwikkeling van de wetenschap gewerkt. Het atheisme werkt juist belemmerend, omdat de wereld voor een atheist geen zin en betekenis heeft. Iedereen denkt in dit verband onmiddellijk aan de vervolging van Galilei Galileo door de katholieke kerk, maar volgens Bouma is dit dan ook de enige wetenschapper die vanwege zijn wetenschappelijke uitspraken door de kerk vervolgd is. (De filosoof Giordano Bruno belandde uiteindelijk op de brandstapel, maar dit was vanwege zijn theologische uitspraken).

De Bijbel en de evolutieleer: een moeizaam compromis?
Vervolgens hield predikant M.J.Paul, directeur van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond, een bespreking van het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, waarin geprobeerd wordt om uitspraken in de Bijbel met de evolutieleer te verzoenen. Paul vindt het boek niet overtuigend. Hij illustreerde zijn betoog met zeker twintig citaten uit Bijbel en psalmen, waarvan de finesses mij vanwege mijn beperkte bijbelkennis ontgingen. Maar het was wel duidelijk dat Van den Brink de Bijbel niet goed genoeg gelezen heeft.

Als belangrijk argument werd nog genoemd dat het door Darwin beschreven evolutieproces ‘wreed en onpersoonlijk’ is; dit in tegenstelling tot Gods genade. Tijdens de hierop volgende discussie voerde een toehoorder aan, dat in de Bijbel toch ook veel (wreed) lijden en ziekte voorkomt. De predikant antwoordde dat deze dingen geen onderdeel vormen van Gods (volmaakte) schepping, maar zijn veroorzaakt door de menselijke zondeval.

Creationistische argumenten in de (micro)biologie
Peter Borger, gepromoveerd medisch bioloog, gaf vervolgens een overzicht van de argumenten die vanuit de (micro)biologie tegen de evolutietheorie aangevoerd kunnen worden. Van deze voordracht verwachtte ik het meest, omdat Borger uitspraken doet waarover een serieuze discussie mogelijk is. Zie bijvoorbeeld het artikel De wetenschappelijke dwaalwegen van een creationistisch bioloog van Bart Klink, te vinden op de website www.deatheist.nl.

Het liep echter op een enorme teleurstelling uit. Borger bracht inderdaad een groot aantal argumenten uit een door hem geschreven boek ter sprake, maar deed dit in een absurd hoog tempo, met elke drie seconden een nieuwe ingewikkelde slide over een specialistisch onderwerp, dat hij blijkbaar bij zijn gehoor bekend veronderstelde. Het publiek zat mijns inziens met de oren te klapperen en kon het alleen verbijsterd over zich heen laten komen.

Wat mijzelf betreft zijn Borgers opvattingen afdoende weerlegd door het bovengenoemde artikel van Bart Klink. Omdat ik zelf geen bioloog ben heb ik ervan afgezien om met Borger in discussie te gaan. Zijn voordracht bood daar ook nauwelijks ruimte voor.

Drie soorten verandering
Volgens W.M. de Jong, ‘adviseur Innovatie en Verandering’, is de evolutietheorie gebouwd op het idee dat een opeenvolging van veel kleine veranderingen (mutaties) tot een grote verandering kan leiden. Hierbij wordt volgens hem genegeerd dat niet alle veranderingen hetzelfde zijn. De Jong onderscheidt drie soorten: variatie, innovatie (er komt een dimensie bij; een wezenlijke verandering) en degeneratie (het omgekeerde).

Variatie (mutatie) kan nooit innovatie teweegbrengen; daarvoor moet er energie worden toegevoegd. In de natuur blijkt echter het omgekeerde: ingewikkelde moleculen hebben de neiging om uiteen te vallen (zie het begrip ‘entropie’ uit de thermodynamica). Omdat de evolutietheorie dit niet onderkent, is evolutie voor de Jong ‘geen robuust wetenschappelijk begrip’. Het zij zo.

Wetenschappelijke munitie
In de middag verhuisde een groot deel van het publiek naar de bovenverdieping, waar twee wetenschappelijk opgeleide sprekers de Bijbelse informatie over de leeftijd van de aarde en de zondvloed natuurkundig probeerden te onderbouwen.

Het bovenzaaltje was afgeladen vol. De mensen zaten bijna tot in de gordijnen. Zo groot is blijkbaar de honger naar wetenschappelijke feiten die een letterlijke lezing van de Bijbel lijken te bevestigen. Wetenschappelijke feiten die dat niet doen werden door de inleiders buiten beschouwing gelaten.

Hoe oud is ons zonnestelsel?
Gert-Jan van Heugten, scheikundig technoloog verbonden aan het Logos instituut, verzorgde een tour van het zonnestelsel en noemde bij elk hemellichaam een wetenschappelijke bevinding die in tegenspraak lijkt te zijn met de algemeen veronderstelde ouderdom ervan. Voorbeelden hiervan zijn: de faint young sun paradox (de onopgeloste vraag hoe het leven zich miljarden jaren kon ontwikkelen terwijl de zon maar 70% van de huidige hoeveelheid energie produceerde); afname van het magnetisch veld van Mercurius, veranderingen in de afstand aarde-maan, het feit dat de ringen van Saturnus pas 50 miljoen jaar oud zijn, etc).

Van Heugten kwam op mij over als een bevlogen bekeerder, voor wie zijn Bijbelse boodschap op de eerste plaats komt, en die daarbij natuurwetenschappelijke feiten bijeen zoekt om die boodschap te onderbouwen (en de rest buiten beschouwing laat).

Wat gebeurde er tijdens de zondvloed?
In creationistische hoek zijn een aantal modellen ontwikkeld die het Bijbelse zondvloedverhaal geologisch proberen te onderbouwen. Als mogelijke oorzaak voor de zondvloed worden o.a. genoemd: een regen van meteorietinslagen (Michael Oard), en een catastrofale platentectoniek (John Baumgardner). Beide modellen kampen met het probleem, dat volgens de daarin beschreven scenarios er zoveel hitte moet zijn vrijgekomen dat Noach geen schijn van kans had gehad om te overleven.

Ingenieur M. ’t Hart (geen familie van de gelijknamige schrijver) hield een betoog waarin hij probeerde beide modellen te combineren en het hitteprobleem op te lossen.  Hij bespaarde zijn gehoor daarbij geen technische details, maar wist zijn voordracht toch helder en neutraal te houden, voortdurend benadrukkend dat het volgens hem zo gebeurd zou kunnen zijn, maar dat hij er uiteraard niet bij was (in tegenstelling tot het ‘ooggetuigenverslag’ van Noach in de Bijbel, wat de aanwezigen als letterlijk waar beschouwen).

Om een probleem te noemen: de veronderstelde meteorietinslagen ‘ten tijde van de zondvloed’ kunnen zich nooit verspreid over de gehele aarde voorgedaan hebben, want dan had Noach geen schijn van kans gehad om te overleven. De meteorieten moeten dus aan één kant van de aarde (het westelijk halfrond) zijn ingeslagen. Hoe waarschijnlijk is dat? Zijn er planeten die een vergelijkbaar patroon van inslagen vertonen?

In de hierop volgende discussie werd gevraagd of de meteorietenregen onderdeel was van Gods volmaakte schepping, of dat deze veroorzaakt werd door de menselijke zondeval.

Ik ga verder niet in op de details van het zondvloedmodel van ’t Hart. Een laatste punt: hij besteedde wat aandacht aan de verschillende manieren waarop magma zich bij een vulkaanuitbarsting kan verspreiden. Afhankelijk van de dichtheid van het magma kan het naar boven gaan (de atmosfeer in), maar het kan ook naar beneden gaan (de aardkorst in). Ter onderbouwing van zijn model toonde ’t Hart plaatjes waarop te zien is dat diep onder relevante vulkanen inderdaad een grote ‘pluim’ magma zit (wat in overeenstemming is met zijn model).

Toen een van de aanwezigen hierop vroeg hoe hij weet dat God die pluim niet al bij de schepping geschapen heeft (zodat hij niet tijdens de zondvloed is ontstaan), moest hij het antwoord schuldig blijven.

Tot slot
Ik heb een interessante dag gehad. Veel aanwezigen zullen naar huis zijn gedaan met het idee dat zij weliswaar niet alles begrepen hebben (ik ook niet), maar dat er wel degelijk wetenschappelijke argumenten zijn om aan de evolutietheorie te twijfelen.

Wat zij daarbij mijns inziens uit het oog verliezen is dat de door de sprekers aangevoerde problemen best reëel kunnen zijn (een dergelijk debat is onderdeel van het normale wetenschappelijke proces), maar dat dat nog geen reden is om dus het Bijbelverhaal tot letterlijke waarheid te verklaren.

TV-tip: Dat had je gedacht

ma, 20/11/2017 - 06:00

Omroep Human zendt in november vier afleveringen uit van het programma 'Dat had je gedacht' met als presentator Johan Braeckman. De bekende Vlaamse filosoof gaat in deze vier afleveringen in op de volgende vragen "Waarom houden we onszelf zo vaak voor de gek? Waarom hebben we zoveel vooroordelen? Waarom zijn we zo slecht in het inschatten van risico’s? En waarom geloven we zo makkelijk in complotten?"

100 vrijwilligers illustreren door middel van het antwoorden op vragen de denkfouten die wij maken en de 'biases' die we hebben. Ook gebeurtenissen als het fiasco van de hogesnelheidslijn, de vietnamoorlog, de financiële crises en Apartheid worden in het licht van denkfouten verklaard.

Er zijn inmiddels drie afleveringen verschenen die terug te kijken zijn via de website van 'Dat had je gedacht'.

De laatste aflevering over het geloven in complotten wordt aanstaande donderdag 23 november van 22:55 tot 23:20 uitgezonden op NPO 2.

Ook leuk: een test om te kijken hoe helder jij denkt!