kloptdatwel

Subscribe to feed kloptdatwel
Bijgewerkt: 24 min 20 sec geleden

Graancirkels: het BOL-model van Eltjo Haselhoff deugt niet

di, 17/07/2018 - 06:00

Graancirkels worden tegenwoordig algemeen gezien als creaties van menselijke grappenmakers of artiesten. Sommigen denken echter nog steeds dat er andere middelen aan te pas komen dan planken en touwen. In de jaren 90 waren er zelfs mensen die het fenomeen wetenschappelijk onderzochten. Althans, dat probeerden ze. Er werden nogal wat theorieën voorgesteld die er van uitgaan dat een vorm van elektromagnetische straling een rol speelt tijdens de vorming van de graancirkelformaties. Een aantal van die theorieën werd zelfs gepubliceerd in peer reviewed wetenschappelijke tijdschriften. Hoewel die ideeën al eerder zijn bekritiseerd, levert een frisse nieuwe blik een argument op waarom ze meteen al in de prullenbak gesmeten hadden moeten worden.

[tl;dr de bovenste knopen in de stengels van planten in een veld liggen niet in een horizontaal vlak, wat het BOL-model als verklaring voor het ontstaan van graancirkels onderuit haalt. Dit artikel is een vertaling van een stuk dat ik eerder op mijn eigen website schreef]

In 1999 kwam Eltjo Haselhoff, doctor in de natuurkunde, met een een verbeterd model, dat er vanuit gaat dat 'lichtbollen' die boven de velden zweven de bron zouden zijn. Hij publiceerde een aantal artikelen hierover, het meeste recente heeft als titel “An Experimental Study for Reproduction of Biological Anomalies Reported in the Hoeven 1999 Crop Circle”( Journal of Scientific Exploration. Vol. 28 No 1. 2014). Het volgende citaat uit de introductie van dat artikel geeft in het kort goed weer waar het allemaal om draait:

In the summer of 1999, Dutchman Robbert van den Broeke reported that he saw a luminescent sphere hovering above a farm field while a crop circle was apparently forming underneath (Haselhoff 2001a, 1999; http://www. robbertvandenbroeke.com). This happened in the village of Hoeven, The Netherlands, and since then the Hoeven 1999 circle has become a famous and controversial case in crop circle history. It is famous because biophysical studies of plants sampled from the circle, performed independently by researchers Eltjo Haselhoff and William Levengood, revealed biological anomalies (Haselhoff 1999, Levengood 2001). These anomalies varied over the circle’s area, with a symmetry similar to the radiation intensity distribution of an electromagnetic point source. These findings enticed crop circle “believers,” who could finally reference a scientific argument that “crop circles were made by balls of light,” and infuriated crop circle skeptics, who stated that the research methods applied by Haselhoff and Levengood were flawed and that their findings had natural explanations.

Van den Broeke is in Nederland een bekend medium, met een tamelijk dubieuze reputatie. Hij 'ontdekt' bijna alle graancirkels in Nederland en is ook bekend van zijn getructe foto's van geesten. En natuurlijk van het genverbrander-incident. Hij ziet het werk van Haselhoff als bewijs dat 'zijn' graancirkels een echt fenomeen zijn en niet creaties die een of twee jongelui zouden kunnen maken gedurende een nacht, alleen maar om de aandacht van 'gelovigen' te trekken.

Knoopverlenging

Het draait allemaal om knoopverlenging (node lengthening), iets wat optreedt in de stengels van sommige graansoorten. Je kunt de knopen (pulvini) als een soort gewrichtjes zien, die de plant in staat stellen om de groeirichting aan te passen. Onder bepaalde condities kunnen die knopen langer worden, bijvoorbeeld als de stengel naar grond wordt gebogen. Levengood meende te constateren dat die knoopverlenging in hogere mate optreedt in de neergeslagen gewassen in graancirkels die sommigen als echt beschouwen dan in graancirkels waarvan het bekend is dat ze door mensen zijn gemaakt. Hij dacht hiermee een goede test te hebben gevonden om echte graancirkels te onderscheiden van nepperds, die gemaakt worden door hoaxers.

Levengood bedacht ook een oorzaak voor dit verschil. Hij veronderstelde dat bij echte graancirkels een elektromagnetisch veld de knopen zo zou veranderen dat in de dagen na het ontstaan van de formatie die verandering zich zou uiten in een andere tempo waarin die knoopverlenging optreedt. In 1999 wist Levengood zijn theorie te publiceren in een artikel in het peer reviewed tijdschrift, Physiologa Plantarum, samen met Nancy Talbott. Er is wel het een en ander aan te merken op de wetenschappelijke kwalificaties van Levengood and Talbott en hun werk. Dat is namelijk van nogal dubieus niveau, maar dat is elders na te lezen.

uit: The Deepening Complexity of Crop Circles (2001)

Het BOL-model

Haselhoff was indertijd voorzitter van het Dutch Centre for Crop Circle Studies en in 2000 schreef hij een uitgebreide reactie op het artikel in hetzelfde tijdschrift (in 2001 als comment gepubliceerd). In deze comment stelde hij zijn BOL-model voor, dat een betere verklaring zou bieden voor de gevonden knoopverlenging (Levengood dacht aan een golfbeweging of een vortex). BOL staat voor Balls of Light. Mensen die beweerd hebben het ontstaan van graancirkels te hebben waargenomen, hebben ook melding gemaakt van de gelijktijdige aanwezigheid van lichtbollen.

Haselhoff suggereert dat als je er vanuit gaat dat de oorsprong van de elektromagnetische straling een puntbron is die boven het veld zweeft, dat er dan een sterke correlatie is tussen de knoopverlenging en de hoeveelheid straling die een knoop zou opvangen, ermee rekening houdend dat de intensiteit van  de straling afneemt met het kwadraat van de afstand tot de puntbron. Dit laatste is zo, omdat de energie van zo'n puntbron gelijkmatig verdeeld wordt in alle richtingen van de driedimensionale ruimte. Je kunt zeggen dat de 'energie van een moment' uitgesmeerd is over de oppervlakte van een bol, en de oppervlakte van een bol is evenredig met het kwadraat van de straal. Je kunt ook de uitleg van Haselhoff zelf lezen, de relevante pagina's (blz 78-81) van zijn boek The Deepening Complexity of Crop Circles (2001) zijn (soms) leesbaar in de Google Books preview.

Om uit te vinden hoeveel straling afkomstig van de puntbron een knoop van een stengel in het veld raakt in het BOL-model, heb je een aantal getallen nodig. De afstand tot het midden van de cirkel ('d' in het figuur hier links) is makkelijk bepaald. De hoogte 'h' is echter niet bekend, evenmin als de constante die afhangt van factoren als hoe de absorptie van de straling is onder de specifieke atmosferische condities tijdens het vormen van de graancirkel. Maar als je genoeg samples van knopen hebt verzameld, kun je met wiskundige technieken de beste fit voor die variabelen bepalen. Volgens Haselhoff is die fit met een bolvormige verdeling heel erg goed in graancirkels die door 'graancirkelexperts' als echt worden gezien en veel minder goed in bekende hoaxen. Uit de conclusie van zijn comment:

The experimental data published in Levengood and Talbott (1999) suggest that pulvinus length expansion in crop circles is a thermo-mechanic effect, possibly induced by a kind of electromagnetic point source. Data obtained from a simple hand-made formation did not reveal the same characteristics. By no means does the author pretend to present a ‘lithmus test’ for distinction between a ‘genuine’ crop formation, whatever it may be, and a hand-flattened area of crop.

Hij claimt hier niet dat je zijn BOL-model zou kunnen gebruiken om echte van mensgemaakte graancirkels te kunnen onderscheiden, maar in andere schrijfsels is hij minder terughoudend.

De graancirkel bij Hoeven: het klopt perfect

In zijn comment in Physiologa Plantarum gebruikte Haselhoff de metingen van graancirkels die door Levengood en Talbott waren gegeven. In zijn boek en latere artikel in het Journal of Scientific Exploration (JSE) gebruikt hij een graancirkel die hij zelf opgemeten had. Dit is een graancirkel die 'ontdekt' is door Robbert van den Broeke. De bemonstering ziet er redelijk systematisch uit zoals je kunt zien in het volgende figuur:

Bemonsteringspunten (uit Haselhoff 2014)

Ook de manier waarop Haselhoff de knoopverlenging bepaalde, ziet er uiterst zorgvuldig uit. Hij gebruikte daarvoor een computerprogramma dat hem in staat stelde om de lengtes van de knopen op te meten van foto's die hij nam van de samples onder dezelfde omstandigheden. Die metingen moeten wel met hoge nauwkeurigheid plaatsvinden, want het gaat om verschillen van enkele milimeters(!).

De resultaten van al dit werk zullen Haselhoff hebben aangesproken, want ze passen bijna perfect in zijn BOL-model. Kijk maar eens naar bemonsteringsspoor B. Merk op dat een knoopverlenging van 100 procent betekent dat deze knopen gemiddeld een even grote verlenging laten zien als de knopen van controle samples genomen op enige afstand van de graancirkel.

Gemiddeld knoopverlenging in de graancirkel van Hoeven, B-samples (Haselhoff, 2014)

Je kunt zien dat het in het centrum van de cirkel de knoopverlenging het grootste is en dat het effect naar de rand van de cirkel toe afneemt, totdat het er geen verschil meer gezien kan worden met de knoopverlenging van de controle samples.

Het artikel in JSE uit 2014 beschrijft een poging om de BOL-theorie te faslsifieren door met de hand een cirkel te maken (met planken en touwen) onder omstandigheden die zo goed mogelijk lijken op die tijdens het vormen van graancirkel van Hoeven in 1999. Het zal nauwelijks verbazen dat bij deze replicatiepoging geen merkwaardige verdeling van de knoopverlenging werd gevonden en dat dus de bevindingen rondom Hoeven 1999 nog steeds als onverklaard overeind staan. Volgens Haselhoff dan.

CICAP

Een aantal Italiaanse skeptici van CICAP, Francesco Grassi, Claudio Cocheo and Paolo Russo, waren niet zo onder de indruk van het BOL-model. Zij bediscussieerden het met Haselhoff via e-mail, vroegen hem om de ruwe data en deden hun eigen analyse. Dit kan allemaal teruggevonden worden op een aparte sectie op de website van CICAP. Ze probeerden hun eigen kritiek ook als artikel gepubliceerd te krijgen in Physiologa Plantarum, maar de hoofdredacteur wilde de discussie niet voortzetten en gaf aan dat hij er spijt van had dat de artikelen van Levengood, Talbott en Haselhoff gepubliceerd waren in zijn blad. In 2005 wisten de Italianen hun artikel gepubliceerd te krijgen in het Journal of Scientific Exploration.

Grassi en companen stellen dat het BOL-model lang niet zo goed werkt als Haselhoff beweert en voeren daarvoor verschillende argumenten aan. Hun belangrijkste argument heeft betrekking op de statistische analyse van Haselhoff. Bij de voorbeelden die hij bespreekt in zijn comment, geven andere driedimensionale verdelingen een net zo'n goede fit als de bolvormige verdeling die volgt uit het BOL-model. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat er maar weinig samples werden meegenomen in die berekeningen, en dan zul je nooit heel sterk bewijs vinden voor een model dat afhangt van verschillende variabelen die nog bepaald moeten worden. Haselhoff heeft zich verweerd tegen de conclusies van de Italianen - je kunt de details zelf nalezen in hun correspondentie - maar dit statistische argument tegen het BOL-model zou, denk ik,  sowieso niet meer zo sterk blijken als je zou kijken naar de graancirkel van Hoeven uit 1999.

Het BOL-model is fysisch niet realistisch

Naast hun belangrijkste kritiek op het BOL-model, die puur wiskundig van aard is, wijzen Grassi en zijn mede-skeptici ook op andere problemen. De stengels kunnen de straling die van de puntbron komt afschermen voor de stengels die in hun schaduw liggen, die daardoor minder energie zullen ontvangen dan het BOL-model voorspelt:

From a physical point of view it should be pointed out that the BOL model is not realistic. A hypothetical BOL model should be much more complex, because the striking energy will depend on the incidence angle of the radiation on the stem nodes and the energy absorption will depend on the path length of the radiation inside the plants and therefore on their actual transparency. A nontransparent stem partially shields the node, so Haselhoff’s model is only valid if we assume that the plants are completely transparent to the striking radiation and so could not absorb energy at all.

Hoewel dit terechte kritiek is (en zij hebben nog wel meer punten), denk ik dat er een veel meer voor de hand liggend fysiek probleem is met het BOL-model, dat op een of andere manier gemist is door zowel Haselhoff als zijn Italiaanse critici.

De knopen liggen niet in hetzelfde horizontale vlak!

Als je naar de plaatjes kijkt van het BOL-model die Haselhoff geeft en de berekeningen die daarmee gepaard gaan, zie je dat hij er vanuit gaat de straling werkt via punten die in hetzelfde horizontale vlak liggen. Je zou kunnen zeggen dat hij de gemiddelde knooplengte van een bundel stengels die getrokken zijn uit een positie in de cirkel 'fixeert' op dat platte vlak. Betekent dit dat hij impliciet aanneemt dat al die knopen ook in dat zelfde vlak liggen? Waarschijnlijk is hij gewoon vergeten er rekening mee te houden dat het uitmaakt op welke hoogte die knopen zich bevonden. Maar daardoor schrapt hij in wezen een hele dimensie!

Waarom is dit belangrijk? Zoals eerder vermeld, gaat het het bij die verschillen in knooplengte om millimeters, maar je kunt makkelijk nagaan dat het bij de verschillen in hoogte van de knopen in een veld (zowel vóór het platslaan als erna) eerder om centimeters gaat. Deze laatste verschillen overschaduwen totaal de minimale verschillen in knoopverlenging. Zelfs als je het model zou willen repareren door aan te nemen dat de beïnvloeding via het punt werkt waar een stengel uit de grond komt, zul je zien dat die posities in hoogte ook meer dan een paar millimeter verschillen.

OK, je moet er nog wel rekening mee houden dat de knoopverlenging in het centrum van de graancirkel twee keer zo groot kan zijn als we de metingen van Haselhoff als gegeven beschouwen, en het feit dat het verschil in hoogte van de knopen ook weer niet enorm zal zijn. Maar zelfs als het maar om 20 procent verschil zou gaan, zou dat allemaal veel extra variantie opleveren die in het model verdisconteerd moet worden. Ik verwacht niet dat de fit nog werkelijk significant zou zijn als je de analyse opnieuw zou doen met de hoogtes van de knopen op de juiste manier meegenomen. Maar die exercitie kunnen we niet alsnog uitvoeren, omdat die gegevens niet zijn verzameld bij het nemen van de monsters.

Je zou kunnen tegenwerpen dat ik niet heb laten zien dat de knopen niet (ongeveer) in hetzelfde horizontale vlak liggen in velden waar echte graancirkels worden gevormd, maar dat zou me eerlijk gezegd een nog mysterieuzer fenomeen lijken dan een verschil in knoopverlenging als die knopen wel precies in één horizontaal vlak zouden liggen. Het is in ieder geval duidelijk dat noch Haselhoff, noch de reviewers van de tijdschriften en de CICAP-leden, rekening hebben gehouden met de verticale positie van de knopen, wat het hele idee mijns inziens onderuit haalt.

Natuurlijk is dit nog geen verklaring voor het ogenschijnlijk opmerkelijke patrooon in de knoopverlenging zelf, maar het laat wel zien dat het BOL-model wat er een soort fysische verklaring voor gaf, niet voldoet. En de andere reden om aan lichtbollen te denken, was al tamelijk zwak vanwege de reputatie van Van den Broeke, de enige persoon die Haselhoff naar voren schuift als iemand die claimt dat hij zulke ballen heeft gezien die betrokken zouden zijn geweest bij het ontstaan van de graancirkels.

Het is ook goed om de kritiek van Rob Nanninga, oud hoofdredacteur van Skepter, hier te noemen. Nanninga merkte op dat de metingen aan de knopen idealiter blind gedaan zouden moeten worden; dus zonder dat de persoon die de metingen uitvoert, weet waar de stengels vandaan komen (bijvoorbeeld of ze van een echte graancirkel, een bekende hoax of een andere controle afkomstig zijn). Haselhoff  zag dit niet als een groot probeem voor zijn werkmethode. Ik denk dat hij het gewoon mis heeft op dit punt, het is namelijk een van de meest voor de hand liggende bronnen voor bias die de resultaten beïnvloed kunnen hebben.
Ook onduidelijk is waarom Haselhoff in zijn artikel uit 2014 in JSE niet meldt dat hij twee graancirkels had opgemeten in Hoeven in 1999. Die waren een paar dagen na elkaar verschenen. De andere cirkel vertoonde niet het opvallende patroon in knoopverlenging, maar door dit niet te melden in zijn boek en in het JSE-artikel maakt Haselhoff zich schuldig aan cherry picking.

Nette wetenschap tegenover misrepresentatie van resultaten

In de discussie met CICAP stelt Haselhoff herhaaldelijk dat hij slecht een hypothese presenteert en hij schijnt van mening te zijn dat zijn artikel niet fair wordt behandeld, omdat het slechts een comment was bij de artikelen van Levengood and Talbott:

Anyone who reads my paper will agree that this was a mere comment to the work of the BLT team, suggesting some model adaptations and carrying ahead their hypotheses with a modified version, only to stimulate further study. In my opinion the style of Grassi’s comment, as well as the propaganda related to it that he currently carries out over the internet and beyond is way out of proportion, and casts a dark shadow over his true intentions.

Volgens mij hanteert Haselhoff hier een dubbele standaard. Wanneer zijn ideeën gekraakt worden met wetenschappelijke argumenten, gaat hij zitten nuanceren hoe belangrijk hij zijn model vindt, of hoe sterk hij het bewijs daarvoor acht. Maar anderzijds moet je maar eens kijken naar hoe zijn model beschrijft aan het einde van het volgende fragment uit een documentaire over graancirkels (met daarin de Oliver Castle graancirkel hoax-video):

Haselhoff:

And it turns out, that the node lengthening as measured in the field, corresponds perfectly to the distribution of a small electromagnetic source hanging above the field.

Wetenschappelijk gezien is deze uitspraak onzin, of op zijn minst een tamelijk oneerlijke weergave van wat Haselhoff heeft laten zien in zijn onderzoek, zelfs als we er rekening mee houden dat de kritiek van CICAP ten tijde van deze opname nog niet gepubliceerd was. Dat het CICAP artikel gepubliceerd werd, moet een tegenvaller zijn geweest voor Haselhoff want in zijn boek The Deepening Complexity of Crop Circles(2001) schrijft hij het volgende over zijn comment in Physiologia Plantarum:

Ik vind dit een nogal absurde kijk op hoe wetenschap zou werken. Als je hypothese onderuit wordt gehaald, zou het natuurlijk niet uit moeten maken waar die weerlegging gepubliceerd is. Als je stelt dat je dergelijk bewijs alleen in overweging wil nemen als het gepubliceerd is in een wetenschappelijk artikel, laat dat zien dat je niet in eerste plaats geïnteresseerd ben in de waarheid, maar dat je veel meer geeft om 'wetenschappelijke status'. Net als mijn eigen website is kloptdatwel.nl ook maar een blog en zeker niet peer reviewed, dus ik vermoed dat Haselhoff zich ook weinig zal aantrekken van mijn opmerkingen over de fundamentele fout in zijn BOL-model, nog naast de andere problemen met monstering en statistiek, maar hij is zoals iedereen welkom in de commentaarsectie.

[later toegevoegd gedeelte]

Het is eigenlijk nog veel erger

Toen ik de artikelen van  Haselhoff voor het eerst las, was de vraag bij me opgekomen of hij de regressie-analyse wel goed had uitgevoerd. Maar om erachter te komen of hij hier ook steken had laten vallen, heb je eigenlijk de gegevens van de individuele stengels apart nodig en die zijn nergens gegeven. En in het JSE artikel uit 2014 wordt ook niet duidelijk hoe Haselhoff de regressie bij zijn 'beste' voorbeeld, de graancirkel van Hoeven uit 1999, had uitgevoerd. Uit het rapport dat  Haselhoff online publiceerde in 1999  over deze casussen, kunnen we echter een aantal zaken opmaken.

Regressie-analyse op spoor B

Voor mij is het duidelijk dat Haselhoff de regressie apart uitvoerde voor elk spoor van steekproefposities (A, B en C). Voor elk spoor berekende hij de beste fit, maar de gevonden hoogtes komen niet overeen! Op basis van spoor A komt Haselhoff tot een hoogte van 3,1m, voor spoor B vindt hij 4,1m en voor spoor C 6,6m. Dit is natuurlijk absurd, want een puntbron kan zich maar in één positie bevinden. Dit werd ook opgemerkt door Russo in zijn analyse van de Hoeven casus (ik begrijp eigenlijk niet zo goed waarom hij dit niet meer benadrukte, want het slaat de analyse van Haselhoff van de graancirkel in Hoeven compleet onderuit).
In zijn JSE-artikel uit 2014, het eerste 'peer reviewed' artikel waarin de Hoeven casus wordt besproken, merkt Haselhoff het volgend op over de resultaten die hij vond: “The best correlation was found for a value of h = 4.1 meters, with a Pearson correlation coefficient R = 0.99 for the B-trace.” Dit klopt op zich, maar doordat hij de waarden voor de hoogtes op basis van de sporen A en C niet noemt, en vergeet te melden dat de verschillende hoogtes die zo gevonden werden een groot probleem voor het BOL-model vormen, rijst bij mij de vraag of Haselhoff hier bewust een rookgordijn opwierp of gewoon niet begreep wat hij deed. Het lijkt me sterk dat hij de opmerkingen van Russo gemist heeft, maar misschien is Haselhoff heel consistent in het negeren van elke kritiek die niet in peer reviewed tijdschriften is verschenen ...

De metingen aan de knoopverlenging laten een grote variantie zien.

Ook is bij nadere beschouwing de 'perfecte' correlatie van de knoopverlenging op spoor B met de waarden die voorspeld worden door het BOL-model lang niet zo goed als zijn ‘R=0.99’ suggereert. Haselhoff gebruikt de gemiddelde knooplengtes van ieder sample als invoer voor de regressie  in plaasts van de knooplengtes van de individuele stengels. Dat kun je wel doen, maar dan moet je er rekening mee houden dat de gemiddelde knooplengtes komen uit een steekproef met een variantie. Ik ben er aardig zeker van dat Haselhoff die gemiddelden als vaste waarden heeft gebruikt (en de skeptici van CICAP lijken daar ook van uit te gaan). Op die manier overschat je enorm hoe goed de gevonden fit is, omdat de variantie per sample behoorlijk groot is, zoals valt af te lezen van een screenshot van het programma dat Haselhoff gebruikte om de knooplengtes te bepalen.

Wat een puinhoop!

PS Om het BOL-model correct te toetsen, zou de regressie moeten uitvoeren met alle individuele knopen van stengels die je hebt geplukt in de steekproef, waarbij je natuurlijk ook de afstand 'r' tot de puntbron correct berekend door ook de verticale positie van de knopen mee te nemen.

Links

De interessantste stukken over het BOL-model kun je vinden op de site van CICAP, maar de index-pagina daar is niet erg handig. Hieronder heb ik de links naar de afzonderlijk artikelen opgesomd samen met andere artikelen die een rol spelen.

CICAP

  • Balls Of Light: A scientific demonstration for “genuine” crop circles? Grassi et al. (October 2003)
  • Balls of lights (2): The Questionable Science of Crop Circles. Reaction on the article by Francesco Grassi et al. Haselhoff.(June 2005)
  • Balls of lights (3): The Questionable Science of Crop Circles. Grassi et al. reply to the internet rapid reaction by Eltjo Haselhoff on the JSE article. Grassi et al.(July 2006)
  • Balls of Light (4): The Questionable Science of Crop Circles. Eltjo Haselhoff writes a letter to the editor of the Journal of Scientific Exploration; Grassi et al. reply (October 2007)
  • Balls of Light (5): The Questionable Science of Crop Circles. Eltjo Haselhoff anticipates our exchange in the Journal of Scientific Exploration. Haselhoff. (August 2007)
  • Balls of Light (6): The Questionable Science of Crop Circles. Reply to Eltjo Haselhoff’s open letter. Grassi et al. (March 2008)
  • Balls of Light at Hoeven? Russo (October 2005, June 2006)
  • Balls of Light at Hoeven? (2) Reaction to Paolo Russo’s article. Haselhoff (July 2007)
  • Balls of Light at Hoeven? (3) Russo replies to Haselhoff’s open letter. Russo (March 2008)

Journal of Scientific Exploration

  • Grassi et al. Balls of Light: The Questionable Science of Crop Circles (Vol. 19, No. 2. 2005) [pdf]
  • JSE editor Henry H. Bauer – Haselhoff Responds to ‘‘Balls of Light: The Questionable Science of Crop Circles’’ – Grassi, Cocheo, and Russo’s Reply (Vol. 21, No.3. 2007) [pdf]
  • Haselhoff et al. An Experimental Study for Reproduction of Biological Anomalies Reported in the Hoeven 1999 Crop Circle (Vol. 28, No. 1. 2014) [pdf]

Physiologa Plantarum

  • Levengood. Anatomical anomalies in crop formation plants. (1994) [from BLT-research]
  • Levengood and Talbott. Dispersion Of Energies In Worldwide Crop Formations. (1999) [from BLT-research]
  • Haselhoff. Opinions and comments on Levengood WC, Talbott NP (1999). Dispersion of energies in worldwide crop formations. (2001) [pdf]

Overig

(titelafbeelding:  Daz Smith | Flickr)

Oorspronkelijk gepubliceerd als Eltjo Haselhoff’s nonsensical BOL model for alleged node lengthening anomalies in crop circles op 30 oktober 2017

De linke weekendbijlage (28-2018)

za, 14/07/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

En voor een bijzondere visie op het fenomeen ontvoeringen door buitenaardsen schakelen we even over naar het Reformatorisch Dagblad: Indringers uit de ruimte - voor wie het stuk ook graag op zondag wil lezen: link. Zie ook de column van Taede Smedes op ufozaken.nl.

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Amerikaanse skeptici slepen drogisterijketen voor de rechter vanwege misleiding met homeopathische middelen

di, 10/07/2018 - 12:26

De grote drogisterijketen CVS verkoopt in haar winkels homeopathische middelen tussen reguliere geneesmiddelen en misleidt op die manier de consument. De Amerikaanse skeptische organisatie Center for Inquiry daagt het bedrijf nu voor de rechter

CVS verkoopt naast homeopathische middelen van homeopathische giganten als Boiron (bekend van de Oscillococcinum), ook eigen merk producten die homeopathisch zijn bereid. Door deze producten in de winkelschappen (en op hun website) doodleuk aan te bieden tussen reguliere medicijnen waarvoor wel wetenschappelijk bewijs van werkzaamheid bestaat, wordt het publiek misleid.

In het persbericht van CFI zegt hun juridisch adviseur Nicholas Little het volgende over de kwestie:

Homeopathy is a total sham, and CVS knows it. Yet the company persists in deceiving its customers about the effectiveness of homeopathic products. Homeopathics are shelved right alongside scientifically-proven medicines, under the same signs for cold and flu, pain relief, sleep aids, and so on. If you search for ‘flu treatment’ on their website, it even suggests homeopathics to you. CVS is making no distinction between those products that have been vetted and tested by science, and those that are nothing but snake oil.

en:

CVS is taking cynical advantage of their customers’ confusion and trust in the CVS brand, and putting their health at risk to make a profit. And they can’t claim ignorance. If the people in charge of the country’s largest pharmacy don’t know that homeopathy is bunk, they should be kept as far away from the American healthcare system as possible.

Naar eigen zeggen heeft CFI deze problemen al herhaaldelijk proberen aan te kaarten bij CVS, maar het bedrijf heeft de klachten volkomen genegeeerd. Vandaar nu de stap naar de rechter. De volledige tekst van de aanklacht kan hier gelezen worden.

Ook in Nederland zijn sommige drogisterijen net zo onzorgvuldig als CVS. Bij het Kruidvat vind je bijvoorbeeld het beruchte Oscillococcinum staan in de schappen die aangeduid zijn met 'Griep' naast middelen als Antigrippine. En op hun website is het niet veel beter, zoals je hiernaast kunt zien (gezocht op de klacht 'griep'). Dit lijkt ook in Nederland duidelijk in strijd met de regels omtrent reclame voor homeopathische producten.

Bij Kruidvat weten ze dat natuurlijk best, maar trekken ze zich er blijkbaar net als CVS maar weinig van de regels aan, laat staan dat ze uit eigen beweging hun verantwoordelijkheid nemen. In 2015 sprak ik ze er op aan via Twitter. Heel professioneel reageerde het account van Kruidvat dat ze het intern gingen uitzoeken en vroegen ze in welk filiaal ik de overtreding had gezien. Nog diezelfde middag constateerde ik dat ze in 'mijn filiaal' inderdaad het stickertje 'Griep' van het schap hadden gehaald. Hoera! Een paar dagen later zat het er natuurlijk gewoon weer ...

 

 

 

De linke weekendbijlage (27-2018)

za, 07/07/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

De linke weekendbijlage (26-2018)

za, 30/06/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

En als toetje nog een filmpje over 'alternatieve wiskunde':

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Over het vetkwabje van Bichat

do, 28/06/2018 - 06:00

Een belangrijk onderdeel van de opleiding tot arts is het zich eigen maken van plm. 40.000 nieuwe woorden, veelal in het Latijn, ook wel in het Engels en ook talrijke afkortingen omvattend. Zo heeft de afgestudeerde medicus alleen al een Latijnse woordenschat die aanzienlijk groter is dan die van de gemiddelde Nederlander in zijn eigen taal. Met die woordenschat verschaft de medicus zich een voorsprong op de leek, die de gemiddelde conversatie van artsen onder elkaar dan ook niet kan volgen. Slechte artsen hanteren ook veel jargon in hun contact met patienten, zogenaamd per ongeluk, maar vaak om te imponeren.

Veel medisch studenten ergeren zich vaak aan die naamgeving van ziektebeelden of behandelmethoden waaraan een eigennaam van de bedenker of ontdekker ervan is verbonden. Het kan een staaltje misplaatste nostalgie zijn, maar zelf ben ik nog altijd gecharmeerd van anatomische structuren als het bloementuiltje van Bochdalek, de tabatière anatomique en het vetkwabje van Bichat.

Tabatière anatomique

Bochdalek was een Boheems anatoom en patholoog (1801 – 1883), die beschreef dat soms gedeelten van de plexus choreoideus van de vierde hersenkamer uitpuilden naar opzij via de foramina van Luchka. Aan zijn naam zijn ook nog verbonden een cyste, een ganglion, een foramen, een hernia, een driehoek, een klep en een ductus. De anatomische snuifdoos (Frans: tabatière anatomique) is een kuiltje dat zichtbaar is in de huid tussen twee gespannen duimstrekpezen. Het kuiltje is te vinden aan de laterale zijde van de pols  en het ontstaat wanneer de duim maximaal gestrekt en iets dorsaalwaarts bewogen wordt. De naam is ontstaan omdat het kuiltje traditioneel werd gebruikt om wat tabak in te leggen bij het opsnuiven van snuiftabak.

Ontroerender dan de snuifdoos en het  bloementuiltje van Bochdalek heb ik altijd het door de Franse anatoom Bichat (1771 – 1802) beschreven vetkwabje, dat zich aan weerszijden van mond en bovenkaak in de wang bevindt. Het maakt babywangetjes onweerstaanbaar en geeft  ons gezicht een gezond uiterlijk. Reeds tijdens zijn leven, dat niet lang zou duren, was Bichat beroemd wegens zijn wetenschappelijke prestaties. In 1857 werd er op initiatief van de Franse artsenvereniging een groot bronzen standbeeld voor hem opgericht, dat zich bevindt op het centrale plein van de René Descartes Université in Parijs. Bichats naam staat ook gegraveerd als een van de 72 namen op de Eiffeltoren en hij komt voor in boeken van Eliot, Foucault en Flaubert. Ook is er een universitair ziekenhuis naar hem genoemd: het Claude Bernard Bichat ziekenhuis, eveneens in Parijs: ik bezocht het recent om hem ter plaatse een eerbetoon te kunnen brengen. In dat wijkje zijn overigens talrijke straatnamen naar beroemde artsen vernoemd, een fenomeen waarin ons land droevig achterligt.

In de medische opleiding is er (te) weinig interesse voor de geschiedenis der geneeskunde en de namen van Grote Artsen zijn vaak bij de medische generatie van nu volledig onbekend. Professor vraagt op college: ‘Wie was Pasteur?’, waarop aarzelend een antwoord komt: ‘Dat was toch de directeur van de eerste melkfabriek?’. Maar helemaal onbegrijpelijk is het niet dat studenten er een hekel aan hebben om naast een enigszins begrijpelijke naam ook nog te moeten leren van wat de handgreep van Van Deventer of de placentageboorte volgens Schultze ook weer was.
Voor deze categorie studenten is er recent slecht nieuws gepubliceerd in Geneve, vanuit het hoofdkwartier van de WHO. Deze organisatie geeft sinds jaar en dag een ziekteclassificatie uit, getiteld International Classification of Diseases (ICD). Dit voorjaar kwam de elfde editie uit, met als vernieuwing o.a. game verslaving, een andere indeling van transgenderproblematiek e.d. alsmede een nog niet verplichte classificatie volgens de Traditional Medicine (TM) uit China en Korea. Daarin zijn talrijke nieuwe ziektebeelden en etiologische termen opgenomen, die de toch al zo overbelaste medische student volkomen vreemd zullen voorkomen en waarvan het memoriseren buitengewoon lastig zal zijn.
Een voorbeeld: de Triple energizer stage patterns (TM1) omvat de volgende vier diagnose groepen: de Wenbing Sanjiao Patterns (TM), de Triple Energizer Patterns (TM), de Triple Burner Patterns (TM) en de three Region Patterns (TM). Deze termen verwijzen naar eeuwenoude mythologie en zijn niet in te passen in de normale taxonomie, die in de rest van de ICD aan de orde is. De ICD-11 moet nog goedgekeurd worden door de Assemblee en zal op zijn  vroegst in 2022 worden ingevoerd, maar of verzet ertegen in de steeds meer door China gedomineerde WHO enige kans van slagen  heeft, dat lijkt mij hoogst twijfelachtig. Maar goed dat Bichat dit niet meer heeft hoeven meemaken.

De linke weekendbijlage (25-2018)

za, 23/06/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Kan uw huisdier de WK-uitslagen voorspellen? Registreer hem dan voor een experiment! Uitleg hier en registratie hier.

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Welke rol speelden de aanwijzingen van paragnost Chris Zoet bij de opgraving van een schedel in de Oude Jeroenskerk van Noordwijk?

ma, 18/06/2018 - 06:00

Onder de vloer van de toren van de Oude Jeroenskerk in Noordwijk troffen archeologen op maandag 11 juni twee schedels aan. Volgens berichten in Trouw en bij Omroep West zou het misschien gaan om een vermiste relikwie, de schedel van Sint Jeroen, die tijdens de Reformatie zou zijn verborgen om die te beschermen tegen beeldenstormers. Opmerkelijk is dat de plek voor de opgraving lijkt te zijn gekozen op aanwijzing van Chris Zoet, een paragnost en wichelroedeloper.

Van de Facebookpagina van de gemeente Noordwijk.

De gemeente Noordwijk vindt het allemaal maar wat spannend, blijkt ook uit de berichtgeving op de Facebook-pagina van de gemeente. Wethouder Marie José Fles en burgemeester Jan Rijpstra kwamen zelfs even poseren voor een foto met Harrie Salman die het initiatief heeft genomen voor deze opgraving.

Maar zomaar een beetje gaan graven in een monument, omdat een of andere fantast daar een goed gevoel bij heeft? Zo lichtzinnig gaan we toch niet om met ons cultureel erfgoed? In Trouw wordt die vraag wel aan de orde gesteld:

Nederlandse overheden staan graafwerk in en rond monumenten alleen toe als daar een zwaarwegend argument voor is. In dit geval was daar volgens de gemeente sprake van. Ze achtte het in het belang van Noordwijk om te weten waar de belangrijkste relikwie van het dorp is gebleven.

“Ik had zoiets van: je weet maar nooit”, vertelt wethouder Marie José Fles. En, laat het duidelijk zijn, zegt Fles: “Het is dus niet zo dat we als gemeente een paragnost hebben ingehuurd”. Het onderzoek wordt uitgevoerd en betaald door de eerdergenoemde cultuurfilosoof Harrie Salman, die doceert aan de Hogeschool Leiden en veel historisch onderzoek doet. Dat hij zich in dit geval behalve op historische documenten ook baseerde op een paragnost maakte voor de gemeente geen verschil. Fles: “We hebben positieve ervaringen met hem”.

Het kan best zijn dat Salman, inderdaad werkzaam bij de Hogeschool Leiden als coördinator van het Ervaringscentrum voor Kunstzinnige therapie en ook bekend van wat antroposofische schrijfsels, een heel goede onderbouwing heeft gegeven voor de mogelijke aanwezigheid van de relikwie op die plek, die niet alleen gebaseerd is op de verklaring van Zoet. Maar dat willen we nu dan toch eigenlijk wel zien. De bewoordingen van de wethouder stellen in ieder geval niet gerust. Misschien heeft de gemeente inderdaad positieve ervaringen met Salman (hij gaf eerder opdracht voor een andere opgraving vlakbij), maar elke aanvraag zal op zich beoordeeld moeten worden. En als dan een van de overwegingen lijkt te zijn "je weet maar nooit", roept dat toch vragen op.

Ik heb begrepen dat er inderdaad wel geruchten bekend zijn dat de relikwie in de toren verborgen zou zijn (ingemetseld), maar daarvan werd bij  een renovatie in 1909 geen sporen gevonden. Maar zelfs als er een concrete onderbouwing gegeven is voor de mogelijkheid van de aanwezigheid van de schedel onder de vloer, is die dan zo concreet dat alleen in die ene hoek gezocht hoefde te worden? Want dat was volgens een van de archeologen namelijk een ongebruikelijke plek. Ze noemde de vondst in een hoek tegen de fundering aan "zeer toevallig." Als de kans om iets op die plek aan te treffen vooraf zo laag ingeschat werd, waarom gaf de gemeente dan toestemming?

Ik heb dan ook de gemeente verzocht om de vergunningsaanvraag en de documenten die daar verder bij komen kijken, openbaar te maken met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Of een van de gevonden schedels de bewuste relikwie is, moet natuurlijk verder onderzocht worden. Een briefschrijver in het Leids Dagblad vraagt zich af of die paragnost niet alvast even kan vertellen welke van de twee het zou moeten zijn.

Wordt vervolgd!

Update
Via Twitter liet de gemeente het volgende weten:

De gemeente Noordwijk wilde graag ingaan op de aanwijzing gezien het grote belang van een eventuele vondst voor het dorp. Over het verzoek om te graven heeft het college dan ook een positief besluit genomen in de vergadering van dinsdag 14 februari 2017. (1/3)

Hierbij is geadviseerd door onze archeologisch adviseur van Erfgoed Leiden. Ze schreef: “In principe laat je archeologische resten het liefst in de grond zitten want daar zijn ze beter bewaard. Dit is landelijk de richtlijn en ook in Noordwijk de normale gang van zaken..." (2/3)

..Opgraven omdat je graag iets wil weten is tegenwoordig niet meer gebruikelijk en wordt alleen nog door universiteiten gedaan. Verboden is het echter niet. De (…) gemeente Noordwijk heeft de vrijheid om daar onderbouwd van af te wijken als ze het willen.” 3/3

Nog niet echt een compleet antwoord, want het gaat natuurlijk om die onderbouwing. Dit kwam er nog achteraan:

Het is afgedaan in de rondvraag en de mededelingen. De onderbouwing: gezien de plek die de heilige Jeroen inneemt in de vroeg-christelijke kerkgeschiedenis vond het college de ingreep ok. Het archeologisch advies gaf aan dat daartoe alle ruimte was.

— Gemeente Noordwijk (@NoordwijkZH) June 18, 2018

En daarna nog

Tot slot: Onderzoeker Harrie Salman: "Volgens de overlevering is de in 1572 verdwenen schedel van St. Jeroen in de toren van de kerk verborgen." De paragnost wees vervolgens de plek aan. Voor aanvullende vragen verwijzen we je naar Harrie Salman.

Ik denk dat we voorlopig wel kunnen concluderen dat de aanwijzing van de paragnost wel degelijk doorslaggevend was. De geruchten dat de schedel in de toren zou liggen waren immers al lang bekend en ook al grotendeels onderuit gehaald, omdat er geen sprake kan zijn van inmetseling in de muren. Het openen van de hele vloer was blijkbaar nooit aan de orde gekomen op grond van die geruchten, nu ze alleen maar een stukje hoefde te openen was het opeens wel goed, omdat het dan maar een kleine ingreep was.

Update 2
Ik vond nog een interview met Harrie Salman bij de Bollenstreekomroep. Hierin vertelt Salman dat Zoet al 10 jaar terug eens op het terrein had rondgewicheld en toen de muren van de toren als lokatie van de schedel had aangewezen (in overeenstemming met die oude geruchten dus). Op verzoek van Salman is Zoet 4 jaar terug nog eens komen kijken en toen wees hij dus de lokatie onder de vloer aan. Misschien ben ik wat achterdochtig, maar het zou zomaar kunnen dat Salman aan Zoet had verteld dat de muren als optie al waren uitgesloten bij eerder onderzoek.
In plaats van te stellen dat de paragnost het compleet mis had, kreeg ie dus een tweede kans …

Update 3 (27 juni)
Langzamerhand wordt iets meer duidelijk hoe het gelopen is, en alles bevestigt eigenlijk mijn eerdere inschatting.  De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed liet bijvoorbeeld weten door de gemeente alleen gevraagd te zijn te bekijken of de graafwerkzaamheden in de kerk (een rijksmonument) adviesplichtig waren. Omdat het een zeer kleine ontgraving was, achtte de RCE dat niet het geval. Eigenlijk heeft de RCE alleen naar het technische deel van de opgraving gekeken, of het geen gevaar zou opleveren voor de fundering van de toren bijvoorbeeld.

Kortom: als iemand geld over heeft over een mini-opgraving op welke grond dan ook en je krijgt de verantwoordelijke wethouder mee, dan kun je vrijwel zeker je gang gaan. De bestaande regelingen laten het formeel toe. Ook al zullen de professionals die er bij betrokken zijn (en die daadwerkelijk gaan graven) de aanleiding om op die plek te gaan graven misschien volkomen onzinnig vinden, er dwars voor gaan liggen zullen ze ook niet gauw gaan doen, want hun schoorsteen moet ook blijven roken.

De linke weekendbijlage (24-2018)

za, 16/06/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Patronen van bedrog - broddelwerk van Willem Middelkoop en Tim Dollee

di, 12/06/2018 - 10:20

Het is de basisgedachte van menige complottheorie: een elite van belangrijke mensen op sleutelposities in de financiële wereld, de wapen- en oliehandel en in de politiek orkestreert in het geniep de belangrijkste gebeurtenissen in de wereld. Terwijl de gewone man denkt dat het gaat om acties die het gevolg zijn van beleid van onze redelijk gecontroleerde overheden, of dat er toeval in het spel is. Willem Middelkoop en Tim Dollee zien al die heimelijke operaties van een wereldelite achter de schermen wel en schreven er Patronen van bedrog over, ruim een week geleden uitgekomen bij Amsterdam University Press. Het is een vrij standaard complotdenkersboek, vol verdraaingen, domme fouten, slecht gekozen bronnen en soms op het onbehoorlijke af overgeschreven.

Als Middelkoop niet al een redelijk bekend publicist was (hij schreef over diverse financiële onderwerpen en was ook commentator bij RTL Z), was dit waarschijnlijk gewoon het zoveelste complotdenkersboekje geweest waar niet al te veel aandacht voor zou bestaan behalve dan in het sprookjesbos. Maar het kreeg inmiddels al best wat aandacht in de mainstream media. Ruim voor verschijnen van het boek al in De Telegraaf en Middelkoop mocht ook zijn verhaaltje komen doen op de radio, bij Nooit meer Slapen (VPRO) en op een wat christelijker tijdstip bij Nieuwsweekend (MAX). Hier werd hij niet bepaald stevig aan de tand gevoeld.

Heel wat interessanter was al de bespreking in NRC door socioloog Eric Hendriks (De deep state heeft ons in haar zak. Tsja.), waar Middelkoop op  Twitter nogal kinderachtig op reageerde. Ergens snap ik zijn kritiek wel (dat het een persoonlijke aanval is, lijkt me erg overdreven), want Hendriks gaat nergens concreet in op de argumenten die Middelkoop en Dollee in hun boek opvoeren. Zij zouden kunnen zeggen dat ze alles keurig netjes met bronnen onderbouwd hebben. Wie er echter ook maar even wat beter naar kijkt, ziet dat die onderbouwing meestal flinterdun is, of dat hun stellingname op andere punten nagenoeg triviaal is.

The Deep State

Dat de zichtbare en formele macht van allerlei kanten, vaak buiten het zicht, beïnvloed wordt door belangengroepen is geen erg schokkend gegeven. Ook niet dat geheime diensten in het geniep dingen doen, die als het goed is in het belang zijn van de samenleving waartoe ze behoren. Die enigszins onzichtbare processen zou je The Deep State kunnen noemen, maar of je daarmee iets verduidelijkt? Complotdenkers bedoelen met The Deep State in Westerse democratiën ook meer dat er van alles gebeurt, vanuit of met hulp van de overheid, dat eigenlijk niet goed gecontroleerd wordt door de democratische organen die we daarvoor hebben ingericht.

Middelkoop en Dollee zien The Deep State als een structuur die al ruim een eeuw lang bezig is om een Angelsaksische werelddominantie te bereiken en gevestigde posities te bewaken. Het begon met de dromen van Cecil Rhodes over zo'n imperium dat geleid moest worden door het in zijn ogen superieure Britse ras. Na zijn dood ging een elitair clubje gefinancierd vanuit de nalatenschap van Rhodes aan de slag. Dit hebben Middelkoop en Dollee opgestoken bij de historicus Carroll Quigley, die er na lang onderzoek een omvangrijk werk over schreef: Tragedy and Hope.
We kunnen ons ernstig afvragen of de auteurs die 1300 pagina's van Quigley zelf wel hebben gelezen, want ze prijzen het vooral aan door te verwijzen naar hoe Willard Cleon Skousen het boek in zijn eigen The Naked Capitalist (1970) de hemel in prees. In dat boek citeert Cleon Skousen overmatig uit het werk van Quigley, maar trekt er desondanks conclusies uit die Quigley absoluut niet aanstonden. Sowieso was Quigley helemaal niet gelukkig met de manier waarop allerlei complotdenkers met zijn boek omgingen. Dat wordt bijvoorbeeld wel duidelijk als je een 'ronde tafel' bespreking van Skousen's boek leest waarin ook Skousen en Quigley zelf aan het woord komen. Quigley schrijft daarin dat hij vermoed dat Skousen zijn werk zo verdraaid heeft, omdat hij niet gelukkig was met de stevige kritiek van Quigley op de Radical Right. Quigley stelt zelfs dat de politieke positie van Skousen verdacht veel overeenkomsten heeft met het 25-punten programma van de nazi's.  Niet erg fraai van Middelkoop en Dollee om dit niet te vermelden, maar misschien wisten ze het niet, we hoeven immers niet overal opzet achter te vermoeden.

Natuurlijk was Quigley niet de enige die sprak over Deep State-achtige elites. Middelkoop en Dollee geven eerder wat citaten van politici die er aan refereerden zoals een burgemeester van New York, John F. Hylan:

"De echte bedreiging van onze republiek is de onzichtbare regering, die haar slijmerige poten als een gigantische octopus over onze steden, staten en natie spreidt. Aan het hoofd van deze octopus staan Rockefeller (Standard Oil) en een kleine groep machtige bankiers. Deze kliek maakt vrijwel de dienst uit [in de] Verenigde Staten, waarbij haar eigen zelfzuchtige doeleinden centraal staan."

Kijk, dat soort teksten spreekt de complotgelovigen aan, en het is niet zo verwonderlijk dat je deze tekst veelvuldig aantreft op hun websites. Meestal gaat het citaat nog wat verder, ik geef het voor het gemak onvertaald:

They practically control both parties, write political platforms, make catspaws of party leaders, use the leading men of private organizations, and resort to every device to place in nomination for high public office only such candidates as will be amenable to the dictates of corrupt big business.

These international bankers and Rockefeller–Standard Oil interests control the majority of the newspapers and magazines in this country. They use the columns of these papers to club into submission or drive out of office public officials who refuse to do the bidding of the powerful corrupt cliques which compose the invisible government. It operates under cover of a self-created screen [and] seizes our executive officers, legislative bodies, schools, courts, newspapers and every agency created for the public protection.

Hier spreekt een populistische politicus, die opkwam voor de working class, maar aan de andere kant ook gesteund werd door William Randolph Hearst, de mediamagnaat, die het niet zo nauw nam met journalistieke ethische principes. Tsja, leuk citaat dus, maar wat zegt het nu? Niet veel meer dan het idee dat dit soort complotgedachten van alle tijden is.

Ook leuk is dit volgende citaat, een zinnetje uit een speech die senator William Jenner in 1954 in de Senaat hield, waaruit volgens Middelkoop en Dollee blijkt dat Jenner de visie van Hylan deelt:

"Deze groep legt noch verantwoording af aan de president, noch aan het Congres, noch aan de rechtbanken."

Als je de herkomst van dat citaat gaat terugzoeken, kom je erachter dat Jenner het had over de communisten (hij was dikke maatjes met senator McCarthy), blijkbaar hoorden die in de jaren '50 ook bij de Deep State ...

En daarna een bekende van Walter Rathenau, oorspronkelijk in de Neue Freie Presse (1909), later overgenomen in zijn boek Zu Kritik der Zeit (1912) - Middelkoop en Dollee maken een potje van de bronvermelding.

"Circa 300 mannen, die elkaar kennen en zelf hun opvolgers benoemen, bestemmen het lot van deze wereld. Hun macht bestaat bij de gratie van absolute geheimhouding."

Dit is de bron van de complottheorie die bekend staat als Committee of 300 of The Olympians. In Patronen van Bedrog vergeten Middelkoop en Dollee op te merken dat deze uitspraak vaak door antisemieten is aangevoerd als bewijs voor het bestaan van een Joodse samenzwering. Rathenau was immers zelf Joods en zou hier dus heel openhartig zijn geweest. Sowieso hebben ze weinig aandacht voor de antisemitsche kantjes die vaak aan dit soort theorietjes hangen, dat doen ze waarschijnlijk bewust en misschien met de beste bedoelingen, maar net als Hendriks in zijn bespreking in de NRC vind ik dit zinnetje in hun nawoord dan toch wel weer erg ongelukkig:

We hebben in dit boek ook bewust afstand gehouden van complottheorieën waarbij de oorsprong van de macht bij Jezuïeten, zionisten of zelfs buitenaardse reptielen wordt gelegd, alhoewel de vele links naar Israël overduidelijk zijn.

False flags en 9/11

Het voeren van oorlogen is volgens Middelkoop en Dollee een belangrijk middel om de doelen van The Deep State te bewerkstelligen. En om die uit te lokken is een false flag een beproefd middel. Ze geven heel wat historische voorbeelden, maar wat die nu precies met Deep State structuren te maken, wordt niet duidelijk, meestal gaat het gewoon om acties van overheden, de formele macht, met goedkeuring van de president bijvoorbeeld. Dat die formele macht niet altijd even goed gecontroleerd wordt door democratisch gekozen organen, maakt het mijns inziens nog geen Deep State.

Northwoods Memorandum

Als voorbeeld van een false flag komen de auteurs met Operation Northwoods, ook erg favoriet bij  9/11 truthers. Het gaat om een aantal suggesties voor het creëren van een aanleiding voor de Verenigde Staten om Cuba aan te vallen. Een door de CIA gesteunde inval van tegenstanders van Castro was in 1961 compleet mislukt (Varkensbaai-invasie) en het leger zat te broeden op een meer openlijke aanval. Meer dan een aantal niet ver uitgewerkte ideeën behelsde het plan niet, toen president Kennedy er een streep doorhaalde.
Hoe moeten we dat nu zien in relatie tot de Deep State? Zat die achter de ontwikkeling van deze false flags en werd hun plan gedwarsboomd door Kennedy (wat dan toch wat afdoet aan de vermeende macht van de Deep State)? Of zat juist Kennedy in de Deep State en was handig gemanoeuvreerd naar de positie om dit plannetje te torpederen, omdat een inval in Cuba juist niet uitkwam. Je kunt bedenken dat het communistisch laten van Cuba handig was in de voor de Deep State lucratieve wapenwedloop tussen de USSR en VS. O nee, het feit dat Kennedy vermoord is, is natuurlijk bewijs dat de Deep State hier helemaal niet blij mee was! Maar waarom hebben ze hem dan niet gewoon gechanteerd met zijn talrijke affaires waar ze natuurlijk van op de hoogte waren? Of ... Ja, uiteindelijk kun je alles wel blijven draaien totdat het precies gegaan lijkt te zijn volgens de plannen van een geheime elite met haast oneindige macht.

De subhoofdstukjes over 9/11 zijn tamelijk lachwekkend voor iemand die daar al meer over heeft gelezen. Middelkoop en Dollee zitten compleet op de lijn van Architects and Engineers for 9/11 Truth en hebben niet de moeite gedaan om de kritiek daarop te bekijken.  Het is vergelijkbaar met wat Coen Vermeeren in zijn boek veel uitgebreider opschreef en veel van de punten van de Stichting 11 September van George van Houts komen ook weer terug. Middelkoop en Dollee schrijven doodleuk op dat 'onomstotelijk wetenschappelijk bewijs' voor de explosieven-theorie werd geleverd door een aantal hoogleraren. Dat zijn dan Steven E. Jones en Niels Harrit (die niet eens hoogleraar is) met hun verhaalje over nanothermiet. Dat is al lang geleden helemaal onderuit gehaald, maar op Metabunk is er recent nog weer aandacht aan geschonken om te onderzoeken hoe die dubieuze onderzoekjes nu eigenlijk tot stand kwamen.

Afghanistan

En als je dan eindelijk iets leest wat je nog niet eerder was tegengekomen, met een bron die op het eerste gezicht wel moet weten waarover hij het heeft, dan blijkt het plaatje dat Middelkoop en Dollee schetsen toch ook weer heel erg gekleurd. Ze schrijven dat de achterliggende reden voor de Amerikaanse inval in Afghanistan gezocht moet worden in de potentiële aanleg van een gaspijplijn vanaf de Kaspische zee via Oezbekistan en Afghanistan naar Pakistan en/of India. Dat tekenen ze op uit de mond van de Britse diplomaat Craig Murray, die van 2002 tot 2004 ambassadeur in Oezbekistan was en toen in conflict kwam met zijn werkgever over hoe ze om zouden moeten gaan met de mensenrechtenschendingen van het Karimov-regiem. Murray zag in die tijd ook documenten die gingen over onderhandelingen over zo'n pijplijn tussen de Taliban en de Amerikaanse bedrijven Enron en Unocal (waar George Bush sr. in het bestuur zat). De consultant van Unocal zou Karzai zijn, die na het verdrijven van de Taliban president van Afghanistan werd.

Dat klinkt natuurlijk uiterst verdacht, en het lijkt alsof opeens allerlei lijntjes aan elkaar geknoopt kunnen worden. Maar je vindt zo, bijvoorbeeld op Wikipedia, dat die pijplijnonderhandelingen speelden vanaf 1996 toen de Taliban net aan de macht kwamen in Afghanistan. Gesprekken werden door hen in augustus 1998 radicaal afgebroken toen de Verenigde Staten met een aanval met kruisraketten op bases van Al Qaeda, o.a. in Afghanistan, probeerden terug te slaan als vergelding voor de aanslagen op de ambassades in Kenya en Tanzania. Als we achter Al Qaeda, de VS, en de oliebedrijven allemaal The Deep State willen zien, dan was hier zeker sprake van een serieus afstemmingsfoutje!? En die consultant was hoogstwaarschijnlijk  niet Karzai, maar ene Zalmay Khalizad.

Nu ben ik geen expert op de recente geschiedenis van Afghanistan en omliggende regio, maar als je als leek zo makkelijk informatie kunt vinden, die het verhaal van Middelkoop en Dollee volkomen tegenspreekt, en als je vaststelt dat zij met geen woord reppen over die kritiek, dan bewijst dat op zijn minst dat ze bijzonder oppervlakkig te werk zijn gegaan, zich misschien hebben laten inpakken door andere complotdenkers, of dat ze bewust verzwijgen dat er stevige kritiek is op de versie die zij vertellen.

Propaganda

In hoofdstuk 8 gaat het over de media en hoe die zich laten gebruiken. In het eerste subhoofdstukje citeren de auteurs vol instemming een artikel uit Trouw van Gassan Dhanan waarin hij Edward Bernays opvoert als grondlegger van de moderne staatspropaganda. Middelkoop en Dollee citeren een heel stuk over Bernays betrokkenheid bij acties van grote Amerikaanse bedrijven en de CIA maar zeggen niets over de kern van het artikel in Trouw, namelijk de vraag of we in het Westen nu zo bang moeten zijn voor de Russische fake news-campagnes:

Ondanks deze blunders hebben de westerse media nog een grote voorsprong op de Russische als het gaat om betrouwbaarheid. Omdat relatief weinig mensen in het Westen Russische nieuwsbronnen vertrouwen, is Russische regeringspropaganda amper effectief, zolang de laatste wordt verspreid via eigen media. Sterker, hoe meer nepnieuws de Russische propagandamachine verspreidt, des te meer het land zichzelf ondermijnt.
Rusland resteert nog een alternatief: het ondermijnen van het vertrouwen onder westerlingen in hun eigen media. Als het publiek de media wantrouwt, dan hebben westerse propagandisten geen medium om hun boodschap effectief te verspreiden.
[...]
De Russen lijken dan ook Bernays' voorschrift nauwkeurig op te volgen: de propagandist 'moet ofwel de gevestigde orde in diskrediet brengen of hij moet een nieuwe orde scheppen'. Het laatste is moeilijk, maar tegen het eerste zal geen bewustwordingscampagne helpen.

Dit is wel ironisch, want Middelkoop en Dollee blijken door het hele boek heen niet alleen lang bestaande complottheorieën van Westerse origine te omarmen, maar ook de meer recente Russische desinformatie met soeplepels tegelijk opgeslurpt te hebben.

Beter goed gejat ...

Heel vaak worden in Patronen van Bedrog artikelen van de website GlobalResearch.ca opgevoerd als bron en je hoeft niet lang op die site rond te kijken om tot de conclusie te komen dat zo'n beetje elke complottheorie daar welkom is. Nu is het te makkelijk om alle artikelen van die site daarom maar als onzin af te doen, maar wie de moeite neemt om de artikelen op te zoeken waaraan de auteurs refereren zal zien dat het toch allemaal wel erg dubieus is. En dan zal je ook zien dat Middelkoop en Dollee wel heel vaak complete stukken tekst bijna letterlijk, wel vertaald, hebben overgenomen. De toch al lange citaten worden daarbij omarmd door stukken ogenschijnlijk eigen tekst die je echter ook bijna precies zo in de bron terugvindt. Je zou haast van plagiaat kunnen spreken.

'knip-vertaal-plak'-werk

Helemaal bont maken ze het op dit vlak bij vraag 74 in hoofdstuk 8, waar het grootste deel van de tekst, zes pagina's, bestaat uit letterlijke vertalingen van het beroemde artikel 'The CIA and the Media' van Carl Bernstein, zonder dat die als citaat zijn opgemaakt. Misschien 15 procent van dat stuk zou je als eigen tekst kunnen zien, een even groot deel als correct citaat, maar het overgrote deel bestaat uit letterlijk overgenomen tekst van Bernstein [zie hiervoor mijn tekstvergelijking (jpg,6Mb); groene stukken correct geciteerd, blauw incorrect]. Tsja, als je plagiaat toch al niet zo'n groot probleem vindt, dan kun je misschien ook maar beter van een van de meest gerenommeerde journalisten jatten, dan zit het met de inhoudelijke kwaliteit van je verhaal in ieder wel goed ... [zie update]

Ook erg merkwaardig is de wijze waarop aan bronvermelding is gedaan, boeken staan er in met een url naar Amazon.com, in nogal wat links zitten tikfouten, en soms slaan de links in voetnoten totaal niet op wat er in de tekst staat. Ook geven de heren vaak niet de originele bronnen, maar liever verwijzingen naar krantenartikeltjes of opiniestukken die over die bronnen gaan, zodat er al een bepaald filter tussen zit.

Prutswerk

Er staat natuurlijk nog veel meer in het boek, met name over financiële operaties op wereldschaal, de dubieuze(?) rol van de Bank for International Settlements, goud en de dollar, maar daar weet ik niet zoveel van af. (*) Middelkoop heeft daar in eerder werk uitgebreid over geschreven, misschien heeft hij er wel echt verstand van, maar het komt op mij ook allemaal wat overdreven en eenzijdig over. En ik houd daarbij dan toch ook maar in gedachten dat ze in Patronen van Bedrog dit soort pareltjes hebben opgenomen:

En oud-CIA-agent Bill Oxley onthulde in 2017 op zijn sterfbed dat zijn organisatie de hand had gehad in de moord op de reggae-arties Bob Marley in 1981.

Middelkoop en Dollee verwijzen hiervoor in een voetnoot naar een artikeltje op de website van een Zimbabwaanse krant, waar verder geen bronnen worden genoemd. Een beetje kritische onderzoeker heeft natuurlijk binnen luttele seconden gevonden dat het om een hoax van een beruchte fake news website gaat (Snopes). Als ze dit soort overduidelijke hoaxes al niet doorzien, hoe serieus moeten we hun onderzoeksvaardigheden dan überhaupt nemen?

Wat doet dit boek trouwens bij de Amsterdam University Press (AUP), je zou het eerder verwachten bij een uitgever die wel meer complotfantasieën uitgeeft. Op de website van  AUP omschrijven zichzelf als "een uitgeverij gespecialiseerd in toonaangevende non-fictie voor algemeen geïnteresseerde lezers en voor wetenschappers" en kom je mooie woorden tegen als  "kritische betrokkenheid", "Doel is wetenschappelijke inzichten adequaat en snel te verspreiden", "inhoudelijke kwaliteit", "verspreiden van kennis over zaken die in de belangstelling staan onder een breed publiek". De lezer zal wel doorhebben dat ik van mening ben dat Patronen van Bedrog niet bepaald in dit plaatje past.

Patronen van bedrog is niet bepaald origineel, het bestaat uit hervertelde complotflodders en kritiekloos overgenomen desinformatie. En dat allemaal erg slordig opgeschreven. Eigenlijk alleen leuk als je er een puzzel van maakt: hoe snel kun je van een stellige bewering uit het boek die ernstig naar complottheorieën riekt, de weerlegging vinden. Op Twitter verheugde Middelkoop zich erover dat allerlei fact-checkers onbezoldigd meehelpen om foutjes in zijn boek te vinden en dat de volgende drukken nog 'strakker' zou worden; hij mag de redactie van Kloptdatwel wel mailen voor de lange lijst met fouten die ik verder nog aantrof ...

(*) Een paar dagen na het verschijnen van deze bespreking verscheen in De Volkskrant een interessant artikel over de BIS van de hand van Koen Haegens.

 

Update 25 juni 2018 - plagiaat?

Kort na het publiceren van deze bespreking meldde ik ook bij uitgever AUP mijn vermoedens van overschrijfwerk van Middelkoop en Dollee uit het artikel van Bernstein. Ze zouden het serieus onderzoeken. Vorige week donderdag waren ze er uit: volgens de uitgeverij is er geen sprake van plagiaat.

AUP stelt dat het in de context van het hele stuk overduidelijk is dat de teksten verwijzen naar het artikel van Bernstein uit Rolling Stone: "Weliswaar worden de zinnen (in vertaling) geparafraseerd weergegeven worden, maar de link naar de bron wordt duidelijk gelegd." Van parafrasering is volgens mij echter geen sprake, de vertalingen zijn letterlijk, bijna woord voor woord.
Des te vreemder is de 'oplossing' die AUP kiest voor de volgende drukken: "Daarom worden voor de zekerheid in de volgende bijdruk die passages in citaatvorm opgenomen, met nog weer eens een extra bronvermelding daarbij." Volgens mij kun je niet eerst stellen dat er sprake is van parafrasering en vervolgens diezelfde teksten als letterlijk citaat gaan weergeven. Maar bovendien zou dan overeind blijven dat er overmatig geciteerd wordt, want dit is echt buiten proportie.

Ik heb ze daarop nog geantwoord dat ik er eigenlijk wel van uitga dat ze Bernstein zelf even op de hoogte stellen van het feit dat er in de eerste drie drukken van Patronen van Bedrog op onfatsoenlijke wijze gebruik is gemaakt van zijn artikel. En dat het me verstandig lijkt om hun 'oplossing' aan hem voor te leggen ter instemming.

Skepsis congres 3 november 2018: tussen hemel en aarde

ma, 11/06/2018 - 09:56

‘Er is meer tussen hemel en aarde dan wij vermoeden, Horatio, of kunnen dromen’ verzucht Hamlet tegen zijn vriend Horatio in het in 1589 door William Shakespeare geschreven toneelstuk. In de 400 jaar daarna heeft de wetenschap veel duidelijkheid gebracht. Niet iedereen erkent echter de resultaten daarvan. Dat probleem stellen we aan de orde tijdens het Skepsis congres op zaterdag 3 november 2018. Het congres is in Amersfoort bij De Eenhoorn.

In Utrecht kun je gemakkelijk een UFO waarnemen: deze is geland op het hoofdkantoor van ProRail (De Inktpot) naast Utrecht CS. (foto: Cumulus | Wikimedia Commons)

De sprekers gaan in op de platte aarde, ufo’s en het vreemde gebruik van wetenschappelijke termen om onwetenschappelijke uitingen te voorzien van een vernislaagje van geloofwaardigheid. De dagleiding is in handen van wetenschapsfilosoof Herman de Regt (Tilburg), auteur van boeken over denken en redeneren en wat daarbij kan misgaan. Herman was eerder al dagvoorzitter van het jubileumcongres van Skepsis op 21 oktober 2017 dat als thema ‘Alternatieve Feiten’ had.

Prof Dan Batcheldor, Head of the Department of Physics and Space Sciences at Florida Institute of Technology is vertrouwd met platte aarde theoretici. Hij bezoekt hun bijeenkomsten om te leren hoe ze denken. In een interview in ‘The Friendly Atheist’ legt hij uit waarom.

De Belgische skepticus Johan Braeckman schept helderheid in een aantal niet door de wetenschap ondersteunde gedachten over zaken als UFO’s en vermeende bezoeken aan de aarde door buitenaardse beschavingen.

Wetenschapsjournalist George van Hal laat zien dat het van alle tijden is om na te denken of er meer is tussen hemel en aarde dan wij kunnen bevroeden. Dat betekent niet direct dat we vervallen in onzin. Het heeft ons bijvoorbeeld het mooie Star Trek universum opgeleverd.

Julia Cramer werkt bij QuTech, hét quantuminstituut van de TU Delft. Gedurende haar promotietraject onderzocht zij ‘de bizarre wetten van de quantummechanica en hoe deze kunnen worden ingezet om de technologie van de toekomst te creëren’. Zij schept orde in de vreemde manier waarop termen als quantum worden gebruikt om vreemde ideeën te promoten. Wat bedoelt Deepak Chopra bijvoorbeeld als hij het heeft over ‘quantum healing’?

De dag begint natuurlijk met het jaaroverzicht van Skepsis. Voor de Stichting Skepsis was 2017-2018 een jaar waarin veel gebeurde.

Binnenkort zal Skepsis informatie verspreiden over de inschrijving voor deelname aan het congres. Noteer nu alvast de datum: 3 november 2018.

De linke weekendbijlage (23-2018)

za, 09/06/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

CHAKRAAAAAAAAAAAAS!

wo, 06/06/2018 - 10:01

De Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen viert dit jaar een lustrum. 85 jaar alweer behartigt de club de belangen van haar leden. In het kader van dat jubileum organiseert de vereniging een veiling, de opbrengst gaat naar een goed doel. Tussen de doosjes wijn, kunstvoorwerpen, golfclinics en kaartjes voor theatervoorstellingen, waar je allemaal op kunt bieden, treffen we ook een Mala aan, een sieraad waaraan de volgende eigenschappen worden toegekend:

Deze zachte maar krachtige kristalheldere Mala, gemaakt met Crystal Quartz, Jade en Amazonite, is opmerkelijk omdat je angst en zorgen verandert in een koel vertrouwen en een diepe kalmte! De Crystal Quartz is kalmerend en kalmerend. Het is het belangrijkste kristal voor hart- en hartchakra. Jade staat erom bekend geest, lichaam en ziel te integreren. Jade moedigt je aan om jezelf te zijn. Bovendien wordt gezegd dat het geluk en begrip brengt en er wordt aangenomen dat het het lichaam helpt om zichzelf te genezen. Amazoniet verbetert de communicatie over liefde. Het helpt je om zowel de pure energie van universele liefde te manifesteren als te behouden.

Nou, bieden maar!

De linke weekendbijlage (22-2018)

za, 02/06/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Dubieuze marketingtruc van Herbalife-distributeurs

vr, 01/06/2018 - 09:00

In een week waarin ik overspoeld werd met e-mails van bedrijven die me informeerden over hun aangepaste privacybeleid in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), was het enigszins bevreemdend om dit briefje aan te treffen dat iemand door mijn brievenbus (met NEE/JA sticker) had geduwd:

Even een enquête invullen van een wereldwijd actief bedrijf dat verder niet met name genoemd wordt, maar me wel verzekert dat mijn gegevens in veilige handen zijn? Ehum. Ook op die website trof ik alleen de naam aan van de persoon die ook op het briefje staat, zonder contactmogelijkheid als een emailadres of telefoonnummer. Wel een invulformulier (op de onbeveiligde website) waarop ik het liefst ook mijn telefoonnummer moet invullen, zodat ik teruggebeld kan worden. Ehum, ehum. Dat komt allemaal niet bepaald betrouwbaar of professioneel over.

Even zoeken leerde al snel dat het hier hoogstwaarschijnlijk om verkapte marketing van een Herbalife-distributeur ging. Zo iemand die 'lid' is geworden van deze leverancier van supplementen, die verdacht veel weg heeft van een piramidespel (zie een eerder bericht op Kloptdatwel). Via Facebook nam ik contact op met de persoon, die ik als meest waarschijnlijke afzender had geïdentificeerd en zij bevestigde dat zij de afzender was. En ook dat het inderdaad om Herbalife ging.

Wie even googlet met zinsneden uit het briefje of van die website vindt wel meer vergelijkbare websites waar zo'n enquête staat, vaak letterlijk hetzelfde op de naam na, maar ook lang niet altijd meer actief. Het ontbreken van de informatie dat om een marketingactie gaat van een Herbalife-distributeur en/of duidelijke contactinformatie is eerder regel dan uitzondering. In 2015 tikte de Reclamecodecommissie iemand op de vingers die op deze manier reclame had gemaakt: "De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 11.1 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken." Bij een eerdere vergelijkbare zaak was ook Herbalife zelf aangeklaagd. Daar ging het als ik het goed begrijp wel om een iets uitgebreidere flyer waarin ook (kans op) producten in het vooruitzicht gesteld werden als tegenprestatie voor het invullen van de enquête. Alleen de distributeur werd voor de actie verantwoordelijk gehouden, Herbalife ontsprong de dans.

Niet alleen is dit allemaal in strijd met de reclamecode, maar is het volgens mij nu ook heel duidelijk in strijd met de nieuwe AVG. Die staat namelijk wel toe dat je gegevens verzamelt, die op vrijwillige basis aan jou verstrekt zijn, maar het moet volstrekt duidelijk zijn waarvoor de informatie verzamelt wordt en wat de identiteit is van de organisatie die ze verzamelt. Alleen je naam geven, zoals hier gebeurt, lijkt me volstrekt onvoldoende. In het briefje wordt daarnaast gesproken over een wereldwijd onderzoek en op de website gaat het over 'onze database'. Het is van tweeën één: ofwel worden de gegevens verzameld in een database die uiteindelijk onderdeel uitmaakt van zo'n wereldwijd onderzoek van Herbalife, ofwel de distributeur doet verder hooguit zelf iets met die enquêtegegevens. In beide gevallen is er mijns inziens sprake van misleiding.

Ik ga er vanuit dat het om fopenquêtes gaat, dat het hele idee uit de koker van Herbalife komt en dat het bijvoorbeeld in de opleidingen voor hun 'leden' aangedragen wordt als een van de mogelijkheden om potentiële klanten en/of nieuwe 'leden' te werven. Dat heb ik 'mijn' distributeur ook nog gevraagd, maar daar kreeg ik (nog) geen expliciet antwoord op. Wel dat ze haar enquête zou gaan aanpassen zodanig dat die binnen de wet blijft. We zullen zien.

Ander recent nieuws over Herbalife? U kunt kiezen uit deze advertorial die ik tot mijn grote verbazing aantrof op de website van de Volkskrant, door Herbalife zelf geschreven ter gelegenheid van 25 jaar aanwezigheid van het bedrijf in Nederland, maar interessanter zijn een stuk uit Knack van vorig jaar: "Over de (il)legaliteit van Herbalife: iedereen verkoper, niemand consument" (waarover Herbalife ging klagen bij de raad voor de Journalistiek, en deels gelijk kreeg, omdat de journaliste Herbalife niet voor publicatie om de kans had gegeven om te reageren), en een artikel over de ontknoping van het gevecht tussen twee grote investeerders die tegengestelde posities innamen met de aandelen van Herbalife.

PS. de identiteit van de afzender van het briefje dat ik ontving, is waarschijnlijk ook voor de lezer makkelijk te achterhalen, maar die is verder niet echt van belang. De Herbalife-distributeurs die deze enquêtes uitzetten zijn natuurlijk zelf verantwoordelijk, maar het is mijns inziens toch Herbalife dat hierop het beste aangesproken kan worden.

Borstkankerscreening: wie doet er mee?

wo, 30/05/2018 - 06:00

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Begin mei werd bekend dat in Engeland als gevolg van een ICT-probleem, dat teruggaat tot 2009, een geschatte 450.000 vrouwen tussen de 68 en 70 jaar geen oproep hadden ontvangen voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Jeremy Hunt, de minister van Volksgezondheid, becijferde dat deze omissie aan tussen de 135 en 270 vrouwen het leven had gekost of in elk geval hun leven had bekort.

Al deze vrouwen kregen nu het aanbod om op zo kort mogelijke termijn de schade in te halen. Een groep briefschrijvers verbonden aan de Britse kwakzalverijbestrijders, verenigd in HealthWatch, stuurde een waarschuwing naar The Times, waarin zij de vrouwen die de screening waren misgelopen, adviseerden dit ‘gegeven paard nog maar eens goed in de bek te kijken’.

Deze waarschuwing werd mede gesteund door Michael Baum, emeritus hoogleraar chirurgie aan het University College London, die in de jaren 80 vormgever was van het borstkankerscreeningsprogramma. Een citaat uit de ingezonden brief in The Times luidde: "’Breast cancer screening mostly causes more unintended harm than good’. De gemiddelde lezer van de krant zal verbaasd hebben opgekeken van dit wel zeer contra-intuïtieve bericht, want hoe logisch is het immers niet dat vroege opsporing van borstkanker een gunstig effect moet hebben op de genezingskansen van een gevreesde ziekte, die 1 op de 9 vrouwen ooit zal krijgen? Insiders daarentegen zijn zich al lange tijd bewust dat er aan het nut van bevolkingsonderzoek op borstkanker in toenemende mate wordt getwijfeld. Hoe zit dat nu precies?

Allereerst vier feiten waarover voor- en tegenstanders van borstkankerscreening het eens zijn:

  • Sinds de invoering van de borstkankerscreening is de 5-jaars overleving van vrouwen met borstkanker (fors) toegenomen; maar deze trend was al begonnen ruim voor de invoering van screening;
  • Sinds het invoeren van de screening wordt de diagnose borstkanker zeer veel vaker gesteld, maar…
  • Sinds de invoering van de borstkankerscreening is de sterfte aan borstkanker maar weinig gedaald…en dat vooral voor de hogere stadia (en niet voor de lagere, die waren altijd al goed te genezen);
  • De levensverwachting van gescreende vrouwen verschilt niet of nauwelijks van hen die niet gescreend zijn.

De verklaring voor deze schijnbaar verwarrende bevindingen moet worden gezocht in het feit dat er bij screening sprake is van forse ‘overdiagnose’, dat wil zeggen er worden tal van tumortjes gevonden, die uit zich zelf nooit aan het licht zouden zijn gekomen, naar schatting zo’n 80% van de gevonden kankers. Wel krijgen al die 80% vrouwen een zware behandeling in de vorm van operaties, bestraling en chemotherapie in wisselende combinaties. Zowel de lagere stadia van borstkanker als de hogere worden hiermee meestal genezen, maar voor die genoemde 80% wegen de bijwerkingen en late gevolgen niet op tegen de beoogde gezondheidswinst en dat verklaart mede dat de levensverwachting nauwelijks gunstig wordt beïnvloed door de screening. Eenzelfde fenomeen doet zich inmiddels ook voor bij de screening op dikke darmkanker: iets minder sterfte aan de kanker, maar geen langere overleving overall.

Over de vraag of deze geldverslindende screeningsindustrie voortgezet moet worden, verschillen critici nog wel van mening. Criticaster Lux Bonneux ontraadt beide vormen van screening ten stelligste: zie zijn boek En ze leefden nog lang en gelukkig. Hoe gezondheid een industrie werd (Lannoo, 2011). Lukas Stalpers, hoogleraar radiotherapie in het AMC, ziet als enige oplossing het opzetten van een gerandomiseerde studie tussen wel en niet screenen en de volledige sterfte vergelijken, niet alleen die aan borstkanker, maar ook aan extra hartdood en herseninfarcten door bestraling en chemotherapie. Maar hij begrijpt ook wel dat dat maatschappelijk een gepasseerd station is. Dat had in de jaren 80 gemoeten.

En die Britse vrouwen, die hun screening zijn misgelopen: die hoeven zich dus niet ongerust te maken, veel nadeel zullen zij van deze omissie beslist niet ondervinden. Ook de Britse radiologenvereniging, die niet voldoende mankracht zegde te kunnen leveren om die 450.000 extra screeningen er even bij te nemen, kan zich beroepen op de hier boven weergegeven ontnuchterende feiten. Zij kunnen hun tijd waarachtig wel beter besteden.

De linke weekendbijlage (21-2018)

za, 26/05/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

De linke weekendbijlage (20-2018)

za, 19/05/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Acupunctuur werkt ook niet bij IVF, maar eigenlijk wisten we dat al

wo, 16/05/2018 - 12:57

De Volkskrant bericht over de uitkomsten van een Australisch onderzoek naar het effect van acupunctuur bij een IVF-behandeling, resultaat: geen noemenswaardig verschil in geboortes tussen de groep deelnemers die 'echte' acupunctuur kreeg en de groep die met fopnaaldjes niet op de 'echte' acupunctuurpunten werd geprikt in de periode van folikelstimulatie en rond het moment van terugplaatsen van een embryo. 

De onderzoekers publiceerden hun resultaten deze week in JAMA een vooraanstaand medisch tijdschrift. Was dat onderzoek nu eigenlijk wel nodig? In 2013 schreef Jan Willem Nienhuys in Skepter het artikel Acupunctuur bij IVF, waarin hij de verschillende meta-analyses die in de loop van de jaren zijn gedaan, bespreekt. Aan nieuwe onderzoeken was blijkbaar geen gebrek, zodat je lekker bezig kunt blijven met heranalyseren en aanscherpen van hoe de zaak ervoor staat.
Maar de principiële problemen met acupunctuuronderzoek - het is o.a. lastig goed te blinderen -  blijven natuurlijk bestaan en ook (Nienhuys):

Bij onderzoek naar acupunctuur is het de vraag of het wat uitmaakt in welke punten je prikt, en of het überhaupt nodig is om echt te prikken. Als het antwoord op beide vragen ‘nee’ luidt, dan zou acupunctuur alleen nog nut hebben om patiëntes op hun gemak te stellen, maar dat kan vast ook wel zonder naalden.

Al met al vertoont de geschiedenis van acupunctuur en IVF een bekend patroon: een dubieuze claim wordt gepresenteerd met positief maar niet zo best onderzoek. Er zijn al gauw strijdige resultaten en naarmate de onderzoeksmethoden strenger worden, pietert het effect geleidelijk weg.

De uitkomst van dit nieuwe onderzoek past in deze lijn, waarom vonden de onderzoekers het zelf nu nog nodig om te doen? De belangrijkste reden die ze geven is dat er bij het grootste deel van die eerdere onderzoeken vooral gekeken is of de deelnemers in de studie klinisch zwanger werden, niet of die zwangerschappen ook goed afliepen. Bij de vijf onderzoeken waarbij daar wel naar gekeken werd zou het gaan om vrij kleine studies. Beetje vreemd is het dan om te constateren dat bij de eerste van die vijf die de auteurs noemen het blijkt te gaan om een studie met 635 deelnemers, wat toch niet heel veel minder is dan de 809 deelnemers die de Australiërs in hun hoofdanalyse mee konden nemen. En die andere studies waren ook niet echt heel klein, gaat telkens nog om honderden deelnemers.

Eigenlijk had dit onderzoek volgens het ontwerp dan ook meer deelnemers moeten hebben (1168) om enigszins betrouwbaar een vooraf bedacht klinisch relevant verschil van zeven procent in geboortes te kunnen laten zien. Maar het bleek lastig te zijn om dat aantal te halen, omdat heel veel potentiële kandidaten al acupunctuur gebruikten en waarschijnlijk niet de kans wilden lopen om in de groep met fopacupunctuur te belanden. Om eenzelfde soort reden was er ook geen groep die de normale behandeling onderging, zonder enige vorm van acupunctuur. Bij een eerdere pilotstudie bleek het namelijk erg lastig te zijn om vrouwen te vinden die bereid zijn deel te nemen aan een studie die zo opgezet is dat de mogelijkheid bestaat dat ze in zo'n 'gebruikelijke zorg'-groep ingedeeld worden.

Levert deze studie nieuwe inzichten? Niet echt, volgens mij. Of het moet zijn dat acupunctuur bij IVF als mogelijke 'behandeling' inmiddels zo bekend is bij vrouwen die via deze weg zwanger willen worden en ook zo normaal gevonden wordt, dat het onwaarschijnlijk is dat het wetenschappelijke inzicht - dat het niets doet - ook snel zal uitmonden in een terugloop van deze zinloze behandeling. Acupuncturisten kunnen natuurlijk ook makkelijk blijven volhouden dat hun methode hier niet getest werd, want ze gebruiken bijvoorbeeld net wat andere punten om te prikken, op de persoon afgestemd ofzo.

De linke weekendbijlage (19-2018)

za, 12/05/2018 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.