kloptdatwel

Subscribe to flux kloptdatwel
Mis à jour : il y a 16 min 28 sec

Kwakzalverijbestrijding: een kind kan (soms) de was doen

lun, 24/02/2020 - 06:21

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

In discussies met homeopaten pleeg ik altijd op te merken dat kennis der scheikunde op havo-niveau volstaat om te snappen dat een sub-Avogadro verdunde oplossing geen werkzame moleculen meer bevat en dus geen geneeskundig effect meer kan hebben. Homeopaten zijn al ruim 200 jaar bezig te zoeken naar een verklarende theorie, die niet strijdig is met onze kennis van natuur- en scheikunde.
De frauderende Franse fysioloog Benveniste beweerde in 1988 te hebben aangetoond dat water een geheugen heeft en dat de weg verdunde moleculen een afdruk zouden kunnen achterlaten in het homeopathische watertje. Fatsoenlijk bewijs voor die theorie is nooit geleverd en Benveniste bleek met zijn proeven te hebben vals gespeeld. Zijn publikatie erover in Nature werd door de redactie teruggenomen. Ik geef u drie voorbeelden van succesvolle ontmaskering van alternatief-geneeskundige kwakzalverij door scholieren.

De toen nog 9-jarige Amerikaanse Emily Rosa, dochter van een verpleegkundige, zag in 1996 een tv-programma over therapeutic touch, waarin werd beweerd dat het mogelijk is bij mensen hun energievelden te voelen en daarmee ook verstoringen daarvan te kunnen repareren en aldus ziekten te genezen. Zij geloofde het niet en bedacht een simpel experiment, waarin de bewering van de TT’ers kon worden onderzocht. Ze liet ervaren TT’ers voor een ondoorzichtig scherm plaatsnemen met twee openingen waardoor de armen gestoken konden worden. Ze vroeg hen dan te voelen waar nabij zich de arm van Rosa, die zich aan de andere kant van het scherm plaatste, met bijbehorend energieveld bevond: bij de linker- of de rechterarm van de therapeut. Zij scoorden in minder dan 50% correct en hadden dus net zo goed een dobbelsteen kunnen opgooien.
In 1998 publiceerde Rosa haar experiment samen met haar moeder en Stephen Barrett in het toonaangevende medisch tijdschrift JAMA. Het Amsterdamse wetenschapsmuseum NEMO heeft over dit onderzoek een plaquette gemaakt, die daar aan de muur hangt, omdat men het een schoolvoorbeeld vindt van hoe je wetenschap bedrijft.

Tweede voorbeeld. In 2007 publiceerden twee gymnasiumleerlingen van het Stedelijk Gymnasium te Nijmegen samen met hun biologieleraar een onderzoek naar de bewering dat er met urine-onderzoek vastgesteld zou kunnen worden of iemand zijn vermoeidheidsklachten zou kunnen toeschrijven aan de ‘stofwisselingsziekte HPU’. Het ziektebeeld HPU was eind jaren 90 beschreven door de kwakzalvende biochemicus dr. J. Kamsteeg, die de test vooral uitventte in kringen van natuurgeneeskundig artsen. De aandoening zou optreden bij 1% van de jongens en bij 10% van de meisjes.
De bevindingen onder de 75 deelnemende gymnasiasten werden gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en ze waren vernietigend voor de HPU-theorie. Er werd geen correlatie gevonden tussen een positieve urine-test en het bestaan van vermoeidheidsklachten. Ruim dertig procent van de deelnemers had een positieve test en bij jongens vaker dan bij meisjes! De ziekte HPU bestaat helemaal niet.

Recent deed zich een derde geval voor van uitstekend werk door een scholier en deze maal ging het om de homeopathie, die vaak waarschuwt voor de gevaren van vaccinaties en meer speciaal over die homeopaten, die beweren dat je van vaccinaties autisme kan krijgen, een fabel ooit in de wereld geholpen door de frauderende Britse kinderarts Wakefield, inmiddels uit het ambt gezet. Diens absurde theorie werd door wijlen de Nederlandse homeopathisch arts Tinus Smits uitgewerkt tot CEASE. Deze afkorting staat voor Complete Elimination of Autistic Spectrum Expression. Stapsgewijs zouden de oorzakelijke factoren van autisme kunnen worden uitgeschakeld, vooral met homeopathica.
De 16-jarige Amsterdamse havo-scholier Elijah Delsink heeft zelf klassiek autisme en ontstak in grote verontwaardiging toen hij zich verdiepte in de dwaalleer der homeopathie, in de onzinnige CEASE therapie en in de (on)mogelijkheden van zgn. homeopathische Profylaxe (HP) als alternatief voor het Rijksvaccinatieprogramma.

Zijn als profielwerkstuk opgezette tekst liep uit op een gedegen en gedetailleerde studie, waarmee Elijah zelfs bewondering en bijval oogstte van de staatssecretaris Blokhuis, die zijn ambtenaren aan het werk zette om de door de scholier geconstateerde misstanden en kwakzalverijen aan te pakken. Onder anderen op de websites van De Monitor, VtdK, Reclame Code Commissie en VWS verschenen berichten over het zeer verdienstelijke werk van de scholier. De scriptie is nog niet openbaar hangende het onderzoek dat de NZA thans in opdracht van de staatssecretaris verricht.
Een aanzienlijk deel van de beweringen en onthullingen van Elijah zijn natuurlijk al veel eerder gedaan door instellingen als Skepsis, Reclame Code Commissie en Vereniging tegen de Kwakzalverij. En de opwinding van de staatssecretaris nu kan niets anders betekenen dan dat hij zich niet  op de hoogte heeft gehouden van deze praktijken door het bezoeken van onze websites en het lezen van de gedegen informatie die daarover op die sites te vinden is. Jammer misschien voor de auteurs die in die stukken zoveel research en energie hebben gestoken, maar dat kan Elijah niet worden verweten. Als zijn scriptie ertoe kan leiden dat de bezem door die halfslachtige erkenning en tolerantie van overheidswege van de homeopathische dwaalleer wordt gehaald, wie zal daar dan nog over zeuren?

The post Kwakzalverijbestrijding: een kind kan (soms) de was doen appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (8-2020)

dim, 23/02/2020 - 06:10

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (8-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Bizar! Frans medisch tuchtcollege berispt en schorst tegen kwakzalverij protesterende artsen

jeu, 20/02/2020 - 15:17

In maart 2018 deden 124 gezondheidszorg professionals in Le Figaro een oproep aan hun collega's en gezondheidszorginstanties om eindelijk eens duidelijk afstand te nemen van alternatieve behandelwijzen waarvoor geen enkel deugdelijk bewijs is als homeopathie, mesotherapie en acupunctuur. Dit zette wel het een en ander in beweging, de universiteit van Lille stopte met hun opleiding homeopathie en de overheid ging kijken of de vergoeding voor de schudverdunde remedies niet ingeperkt moest worden. We schreven daar al eerder over.

De aanhangers van alternatieve behandelwijzen dienden echter klachten in bij de medische tuchtraad tegen een aantal ondertekenaars van de oproep, als ik het goed begrijp met het argument dat zij zich daarmee oncollegiaal hadden gedragen. Inmiddels heeft die raad, la chambre disciplinaire de première instance, een aantal berispingen uitgesproken en een arts zelfs voor drie maanden geschorst! Tamelijk krankzinnig.

Hieronder het persbericht van de actiegroep Collectif FakeMed over deze uitspraak. Ze gaan uiteraard in beroep.

The post Bizar! Frans medisch tuchtcollege berispt en schorst tegen kwakzalverij protesterende artsen appeared first on Kloptdatwel?.

Klaas van Egmond identificeert Shakespeare als het getal pi

lun, 17/02/2020 - 13:26

Voor het grote publiek zal Klaas van Egmond vooral bekend staan als iemand die een voortrekkersrol speelt in het duurzaamheidsdebat. Hier op Kloptdatwel kennen we ook zijn interesses in zweverige zaken als graancirkels, pseudogeschiedenis en mediums. Toevallig stuitte ik op dit interview met hem en ik denk dat we weer een nieuw hoofdstukje kunnen toevoegen aan de merkwaardige hobby's van Van Egmond. Kijk eerst zelf, daarna zal ik er commentaar op geven.

Dat William Shakespeare niet de schrijver zou zijn van de werken die aan hem worden toegeschreven, is geen nieuwe theorie, maar het idee wordt door wetenschappers nauwelijks serieus genomen. Het bewijs dat Shakespeare wel degelijk de auteur is, is immers overweldigend. Het gedicht dat Van Egmond analyseert wordt door velen juist gezien als een bewijs daarvan gezien, want Jonson schrijft erin dat hij het vindt lijken op de man die hij kende.

Maar goed laten we eens kijken naar het gepuzzel van Van Egmond. In een document op zijn website [‘Shakespeare’ as metaphor; squaring the circle] heeft hij het allemaal net wat uitgebreider opgeschreven en het staat ook in zijn vorig jaar verschenen boek Homo universalis - Moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance.

De gravure die Martin Droeshout maakte voor de First Folio ziet er in onze ogen inderdaad wat raar uit, en heeft geleid tot complottheorieën, er zou een verborgen boodschap inzitten. Kunsthistorici hebben er echter niet zo'n probleem mee en wijzen op andere portretten die soortgelijke 'fouten' bevatten. Het idee dat het portret zo slecht is dat de samenstellers van de First Folio het alleen geaccepteerd zouden hebben als ze expliciet opdracht gegeven zouden om die verborgen boodschappen er in aan te brengen, kan dus eigenlijk gelijk de prullenbak in.

Hieronder nog eens geillustreerd hoe volgens Van Egmond hier tot twee keer toe een verwijzing naar het getal π in zou zitten, u weet wel de verhouding tussen de omtrek van een cirkel en zijn diameter (of τ/2 voor de liefhebbers). Dus 14 knoopjes beneden de scheiding die gevormd wordt door de rand van de kraag, en een vage 3 die je kunt ontwaren in de contouren van het gezicht: 3,14. Kan niet missen, toch?

Dan naar het gedicht van Ben Jonson. Het zou volgens Van Egmond een gebouw zijn dat verwijst naar Vitruvius, cirkels en vierkanten en het getal π. Om met dat laatste te beginnen: Van Egmond suggereert dat Jonson door te stellen dat er te weinig koper zou zijn om 'This Figure' helemaal tot zijn recht te laten komen, erop doelt dat de decimale ontwikkeling van π oneindig is. Nu is dat voor elk getal, alleen kunnen we bij rationale getallen, getallen die je als een breuk kunt schrijven, de ontwikkeling wel afkappen zonder aan precisie te verliezen, omdat er op een gegeven moment een herhaling optreedt. Bij irrationale getallen treedt er geen herhaling op en is de ontwikkeling in decimalen 'willekeurig'.

Ludolph van Ceulen (Wikimedia Commons)

Dat π een irrationaal getal is is echter pas in 1761 bewezen door Lambert (hoewel het al eerder werd vermoed door Euler), meer dan een eeuw na het verschijnen van de First Folio. In de tijd dat die uitkwam, bestond de beste benadering van π uit 35 decimalen, uitgerekend door Ludolph van Ceulen. Je ziet hiernaast een gravure van hem, waarbij zijn hoofd ook wel wat lijkt te zweven! Er moet hier vast ook een code in verborgen zitten, ik tel vier knoopjes... Maar het was in 1623 dus nog niet bekend of π misschien toch als breuk geschreven kon worden en de suggestie dat Jonson al wist van niet, is luchtfietserij.

Dan zou het totaal aantal woorden in de wel en niet ingesprongen regels van het gedicht, telkens 34, duiden op een vierkant van 34 bij 34. Dat het getal 34 bij Jonson een bijzondere betekenis had en terugkomt in ander werk, zou best kunnen, daar heb ik geen idee van. Als Van Egmond echter verder gaat door erop te wijzen dat de omtrek van het vierkant van 34 bij 34, 136 dus, impliciet verwijst naar de bekende benadering 22/7 voor π, is ie me toch even kwijt. OK, een cirkel met omtrek 136 heeft als straal dan wel 21,6, afgerond 22, maar het geeft een minder goede benadering van π dan wanneer je zou starten met een vierkant van 35 bij 35. Merkwaardig. De '7' uit de breuk 22/7 vind je overigens terug in het aantal woorden in de tekst die beginnen met een hoofdletter, maar niet aan het begin van een regel staan. Tuurlijk.

Ook merkwaardig is dat Van Egmond dit interpreteert als een verwijzing naar het bekende probleem van de kwadratuur van de cirkel. Dat is namelijk altijd gedefinieerd als het vinden van een vierkant met dezelfde oppervlakte als een gegeven cirkel, niet in termen van omtrekken.

Van Egmond ziet '2πr' in 'To the Reader', dit slaat natuurlijk op de omtrek van de cirkel.

Tenslotte ziet Van Egmond aanwijzingen dat er een code in Caesar gescheimschrift in het gedicht is aangebracht. Het 'To' in de regel boven het gedicht moeten we lezen als 'two' wat een verschuiving inhoudt van twee letter in het alfabet, wat blijkbaar alleen toegepast moet worden op het volgende woord. Dat de '1' van '10' bij de '21' die afkomt van't' moet worden opgeteld, en de 'o' dan als deelstreep moet worden gezien, is natuurlijk volstrekt helder. Ook dat deze symboliek zit in iedere tekst die begint met 'To the Reader'...

In verticale richting ontwaart Van Egmond ook een '2πr', daarvoor moet je naar de eerste letters van de niet ingesprongen tegels kijken: 'T-W-O', weer twee. Natuurlijk moet dat weer slaan op een verschuiving in de volgende niet ingesprongen regels, maar nu spring je niet in het alfabet maar ga in de regel zelf opzoek naar het volgende woord dat begint met een hoofdletter! Je vindt zo de 'P' van 'Print' en de 'R' van 'Reader'. Maar wacht eens even, dat is maar een verschuiving van 1, toch? Kniesoor die daar op let, en heb je een betere verklaring voor die woorden die midden in een zin onverklaarbaar een hoofdletter hebben gekregen? Kijk toch naar het resultaat: 'T-W-O-P-R', duidelijk weer '2πr', de omtrek van de cirkel!

Dat de letter π pas vanaf 1706 in gebruik is geraakt als symbool voor de verhouding van de omtrek van de cirkel en zijn straal (door William Jones), weet Van Egmond gelukkig wel. Maar dat is volgens hem geen probleem, want het symbool kom je al eerder tegen bij William Oughtred. Dat was echter in 1647 en hij gebruikte het als symbool voor de omtrek, dus eigenlijk als uitkomst van '2πr'.

Van Egmond ziet de uitkomst van zijn gepuzzel als bewijs dat 'squaring the circle' het centrale thema is in het werk van Shakespeare, opgevat als een ideaal van Vitruvius met een snufje Rozenkruizers. En dan is Shakespeare natuurlijk ook niet de echte auteur, maar eerder een 'symbolische representant van de Rozenkruizersbeweging.' Ik zie het hele geneuzel eerder als verder bewijs van iets anders...

The post Klaas van Egmond identificeert Shakespeare als het getal pi appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (7-2020)

sam, 15/02/2020 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (7-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Nogmaals Peter Gøtzsche over vaccinaties

mer, 12/02/2020 - 13:39

De controversiële Deense arts Peter Gøtzsche kondigde op Twitter de publicatie van zijn nieuwe boek over vaccinaties aan. Door het lezen van zijn vorige boek en wat recente akkefietjes rondom zijn persoon was ik toch wel nieuwsgierig naar het boek en heb het inmiddels gelezen.

In zijn vorige boek maakte Gøtzsche al duidelijk waar hij staat in discussies over vaccinaties. Dat werd eigenlijk ook wel tijd aangezien hij vaak door antivaxxers wordt aangehaald als een volkomen onafhankelijke expert, wars van enige BigPharma-invloed, die heel kritisch is over vaccins. Ja, van het griepvaccin en dat tegen HPV is Gøtzsche bepaald geen fan, maar de meeste vaccinaties die bij ons in het Rijksvaccinatieprogramma zitten, vindt hij fantastisch. In zijn net verschenen Vaccines: truth, lies and controversy diept hij het onderwerp verder uit.

Vaccinontkenners

Het eerste hoofdstuk gaat over het vaccindebat en de soms uiterste felle toon waarop dat plaatsvindt. Gøtzsche maakt zich er zorgen over dat uit angst de antivaxxers in de kaart te spelen, zo'n beetje elke kritiek op vaccins al snel als verdacht en ongewenst wordt weggezet.

People who reject all vaccines and are totally resistant to rational arguments and findings from high-quality science going against their beliefs are often called anti-vaxxers. I do not like calling people anti-something. People who criticise the huge consumption of psychiatric drugs for valid scientific reasons are often called anti-psychiatry by psychiatrists, which they are not; they are pro-people. I prefer to use the term vaccine deniers, since they deny the science, just as there are Holocaust deniers and people who deny that man ever set foot on the Moon.
The other camp I shall call vaccine advocates even though this term is too kind for those of them who are similarly unreasonable as the vaccine deniers when they say we should accept all vaccines without asking questions.

Het mag duidelijk zijn dat Gøtzsche zijn kritiek op bijvoorbeeld griepvaccinatie en het HPV-vaccin als volkomen redelijk ziet, en hij noemt onder de serieus te nemen kritiek ook regelmatig het werk van zijn collega Peter Aaby (waar ik ook eerder over geschreven heb).
Ook gaat Gøtzsche in dit hoofdstuk in op de enorme hoeveelheid desinformatie er te vinden is op internet over vaccins en de infectieziekten waar ze tegen moeten beschermen, en hij geeft de orthomoleculaire vitaminepushers er bijvoorbeeld stevig van langs. Aan de andere kant wijst hij ook op zaken die fout zijn gegaan bij vaccins en op de soms schimmige belangenverstrengeling tussen farmaceuten en instituten die onafhankelijk zouden moeten zijn, een stokpaardje van Gøtzsche.

In het volgende hoofdstuk gaat het om mazelen en in het bijzonder het hele verhaal over de frauduleuze studie van Andrew Wakefield. Hier komt ook het relletje naar voren dat ontstond toen Gøtzsche vorig jaar een uitnodiging bleek te hebben aangenomen om te komen spreken op een symposium dat duidelijk door antivaxxers was georganiseerd. Met name David Gorsky was daar uiterst kritisch over. Nu kunnen we lezen hoe Gøtzsche het heeft ervaren. Hij ging uiteindelijk niet en houdt het erop dat de organisatoren hem eigenlijk hebben misleid. Ergens ging hij ervan uit dat er wel ruimte was voor een serieuze uitwisseling van ideeën, een naïviteit die hij deels verklaart door het ontbreken van een fanatieke antivaxbeweging in Denemarken.
In ieder geval is dit het hoofdstuk dat antivaxxers niet erg zullen waarderen, onder boven aangehaalde tweet van Gøtzsche zijn al veel verontwaardigde reacties te lezen.

Dan volgt er een hoofdstuk waarin Gøtzsche het eventuele verplichtstellen van vaccinaties behandelt. Daar ziet hij niets in. De individuele afweging gaat bij Gøtzsche eigenlijk altijd voor. Bij vaccinaties is er namelijk bijna nooit sprake van een acuut gevaar, dus zelfs bij kinderen zouden overheden niet mogen ingrijpen om besluiten van ouders om niet te vaccineren te omzeilen. Dat ligt anders dan bijvoorbeeld bij een kind van Jehova's Getuigen dat een medisch noodzakelijke bloedtransfusie moet kunnen krijgen tegen de wens van de ouders in.

Griepvaccinatie

Dan een lang hoofdstuk over het griepvaccin. Gøtzsche is niet de enige die daar erg weinig in ziet. Hier wordt de lezer wel doodgegooid met oddsratio's en de verschillende manieren waarop er, volgens Gøtzsche, met systematische reviews is gerommeld. Zelfs het bewijs dat het effectief zou zijn om personeel in de gezondheidszorg in te enten, acht hij benedenmaats. Tussen het gesmijt met al dan niet harde cijfers door, krijg je soms ook een blik op hoe Gøtzsche aankijkt tegen het leven. Het volgende citaat zal niet iedereen aanspreken, maar het raakt wel aan fundamentele zaken die soms ondergesneeuwd raken als je alleen kijkt naar de cijfertjes die moeten uitwijzen of een vaccin werkt of niet:

At the other end of life, it might not make much sense either to get vaccinated. People in nursery homes might die soon anyway, and for those whose lives are hardly worth living, e.g. because of serious dementia, urinary and faecal incontinence and other unpleasant ailments, it could be a relief to get an infection that will terminate life. We often talk about lives saved in healthcare but virtually never about which kind of lives we save. There is an enormous difference between saving an infant’s life and a seriously incapacitated person’s life.

In dit hoofdstuk zit Gøtzsche nog aardig op één lijn met de reviews van de Cochrane collaboration en moet vooral de Amerikaanse CDC het ontgelden. Maar de liefde tussen Cochrane en Gøtzsche is over, lang sluimerende onvrede over het eigengereide optreden van Gøtzsche leidde er vorig jaar toe dat hij uit het bestuur werd geknikkerd. Een volgens mij redelijk genuanceerde analyse van het conflict kun je hier lezen, Gøtzsche ziet het natuurlijk allemaal net wat anders. Die conflicten werden heel duidelijk rondom het HPV-vaccin, het onderwerp van hoofdstuk 5.

HPV-vaccinatie

Ook over deze vaccinatie is niet iedereen even enthousiast, hoewel de daling van het aantal infecties met het de virusvarianten waartegen ingeënt wordt, spectaculair is. De lezer krijgt hier heel duidelijk de controverse vanuit de ogen van Gøtzsche voorgeschoteld en als je ook wat leest wat de critici over zijn standpunten hebben geschreven, wordt duidelijk dat hij hier toch vooral alsnog zijn gelijk wil halen. Soms schiet hij daarbij echt door.
Zo haalt hij een studie aan die uitgevoerd was bij schapen waaruit zou blijken dat sommige toevoegingen in vaccins (aluminiumzouten) voor onverwachte neurologische problemen zouden kunnen zorgen. Die studie van Luján e.a. werd vrij snel ingetrokken. Gøtzsche maakt zich er boos over dat die intrekking niet helemaal volgens de regels lijkt te zijn plaatsgevonden. Het artikel staat niet meer online, terwijl dat wel zou moeten, natuurlijk wel met duidelijk 'retracted' rood afgedrukt over alle pagina's. Dat dat niet is gebeurd, is weer een bewijs dat de uitgevers (hier Elsevier) niet zijn te vertrouwen. Doordat Gøtzsche de studie zelf volstrekt niet kritisch onder de loep neemt, krijgt de lezer ten onrechte de indruk dat die op zich wel deugt.

Kort samengevat komt het er op neer dat volgens Gøtzsche de mogelijke bijwerkingen van het HPV-vaccin niet voldoende in kaart zijn gebracht, dat het weinig toevoegt aan bestaande screeningsprogramma's , en dat je het geld dat ermee gemoeid gaat veel beter kunt besteden aan bijvoorbeeld antirookcampagnes, dat heeft een veel duidelijker effect op het voorkomen van kanker en de sterfte die daarmee gepaard gaat. En dat de vaccinatie toch in vele landen is ingevoerd, ligt vooral aan de verderfelijke invloed van de farmaceutische industrie, die Gøtzsche overal terugziet.

Andere vaccins

De afsluitende hoofdstukken zijn wat korter. Eerst een over het vaccin voor Japanse encefalitis, dat Gøtzsche gebruikt om te laten zien hoe je volgens hem de voor- en nadelen van het nemen van een vaccinatie zou moeten afwegen. Daarna een hoofdstuk waarin hij de de vaccinaties tegen kinderziekten langsloopt die je in de vaccinatiesprogramma's kunt aantreffen. Als het gaat om vaccinaties die hij niet al eerder genoemd heeft (mazelen, DKTP), geeft Gøtzsche nauwelijks informatie waar je wat aan hebt en lijkt het erop dat hij zich er wat van af heeft gemaakt. Zo staat er over de meningkokkenvaccinatie eigenlijk alleen dat meningkokken heel gevaarlijk kunnen zijn en dat je er heel snel bij moet zijn als je het vermoeden hebt dat je hebt. Wat hij vindt van de vaccins kon ik er niet in ontdekken. Het een na laatste hoofdstuk gaat over ziektes die we of niet meer tegenkomen, of alleen buiten onze contreien aantreffen: pokken, gele koorts, dengue, rabiës.

In zijn afsluitende hoofdstuk vat Gøtzsche het allemaal als volgt samen:

If anyone wants to speak about vaccines in a general way, without differentiating between them, the scientific facts are very convincing: It is vastly better to get all the recommended vaccines than to refuse all of them. It is far more likely that we will be seriously or fatally injured by diseases that could have been prevented by vaccines than by the vaccines themselves.

Voor wie Gøtzsche dit boek nu precies geschreven heeft is mij niet heel duidelijk, voor een breed publiek is het in ieder geval regelmatig veel te ingewikkeld. Voor iemand die geïnteresseerd is in de details van discussies over het griep- en HPV-vaccin heeft met  Vaccines: truth, lies and controversy nu zijn kant van het verhaal wel handzaam bijelkaar. Voor het verhaal over Wakefield en zijn desastreuze invloed kun je misschien beter wachten op het boek van Brian Deer dat binnenkort uitkomt.

The post Nogmaals Peter Gøtzsche over vaccinaties appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (6-2020)

sam, 08/02/2020 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (6-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Big History, Yuval Harari en Francis Bacon

mar, 04/02/2020 - 16:00

Opmerkingen bij het Skepsiscongres van 2 november 2019

Big History is een fascinerend onderwerp. De grote promotor van Big History is David Christian (1946), van oorsprong een historicus. Zijn meest recente boek (uit 2018) over dit onderwerp heeft als ondertitel ‘het waanzinnige wetenschappelijke ontstaansverhaal van de mens, de wereld en het universum’. Wie alle facetten van dat ‘waanzinnige verhaal’ wil doorgronden moet bijna wel een universeel geleerde zijn. Dat soort mensen is sinds de Renaissance uitgestorven. Als wetenschappelijke discipline is Big History dus interdisciplinair XL. Dat kan alleen als er academici zijn met een ruime blik, het type dat uitstijgt boven de eigen specialisatie, die ‘silo’ waar Charles Mann het in zijn bijdrage op het congres over had.

En voor de verspreiding van het verhaal zijn er goede populariseerders nodig, filosofen die kunnen uitleggen hoe wetenschap werkt en didactisch begaafde leraren. Constance van Hall en Joris Burmeister, docenten aan het Roland Holstcollege in Hilversum, zijn zulke leraren. Ze legden op het congres met veel verve uit hoe ze in de havo/vwo-bovenbouw van hun school sinds 2012 in plaats van Algemene Natuurwetenschap het vak Big History geven. Ik werd helemaal blij van hun presentatie. Met deze formule slaan ze meerdere vliegen in één klap. Ze overbruggen de ‘kloof tussen alfa en bèta’: de bètas leren over de geschiedenis van de natuurwetenschap, de alfas over evolutiebiologie, geologie, scheikunde en natuurkunde. Overkoepelend is het leerdoel dat leerlingen weten hoe wetenschap werkt en waarop wetenschappelijke claims zijn gebaseerd. En dat allemaal in het kader van goed onderbouwde kennis van het wetenschappelijke ‘oorsprongsverhaal’ dat naar mijn idee het eigentijdse equivalent vormt voor allerlei religieus geïnspireerde oorsprongsverhalen uit vroeger tijd.

Sapiens

Yuval Harari’s boek Sapiens behandelt van de 13,8 miljard jaar Big History alleen pakweg de laatste 200.000 jaar, de periode waarin de mens op het toneel verschijnt. Het boek heeft één centrale, heldere en intrigerende hoofdvraag: Hoe is het mogelijk dat een weinig belangwekkende diersoort als Homo sapiens de planeet heeft veroverd? Harari is geen specialist in alle vakgebieden die nodig zijn om de geschiedenis van de mensheid te schetsen. Hij kan dus niet anders dan een synthese geven van wat hij (uit het perspectief van een generalist) uit al die vakgebieden heeft gepeurd. Het lijkt mij onvermijdelijk dat hij dan uitglijders maakt, waar de specialisten zich dan weer als vlooienpikkers op kunnen storten. Hetzelfde overkwam Geert Mak toen hij zijn ‘breedbeeldboeken’ ging publiceren. Dat vlooienvangen is overigens prima en noodzakelijk, maar waar ligt dan het punt dat een boek in zijn geheel afgewezen moet worden?
Jan Willem Nienhuys was niet te spreken over Sapiens, zoals hij uit de doeken deed bij zijn presentatie op het congres. Voor zover ik heb onthouden was dat vooral vanwege een in zijn ogen fout gebruik van termen als ‘religie’ en ‘ideologie’ en een onjuiste weergave van de wetenschappelijke revolutie van na 1500. Harari moest het daarbij met name ontgelden omdat hij aan Francis Bacon (1561-1626) belang toekent.

Bacon

Nienhuys betoogde dat Bacon niets maar dan ook niets heeft bijgedragen aan de inhoudelijke ontwikkeling van de natuurwetenschap en hij weidde smakelijk uit over diens vreemdsoortige wetenschappelijke inzichten. Wie in de onvolprezen DBNL te rade gaat bij E.J. Dijksterhuis’ De mechanisering van het wereldbeeld, deel IV, paragraaf 183-193 (even scrollen naar de juiste plek), leest daar onder andere ‘Niets is gemakkelijker dan zijn [Bacons] tekortkomingen breed uit te meten’ (p. 442 onderaan). Nienhuys deed precies wat Dijksterhuis in 1950 beschreef.

Over Bacons rol in de ontwikkeling der natuurwetenschap bestaan uiteenlopende oordelen. Dijksterhuis erkent de tekortkomingen die Nienhuys opsomde volmondig. Maar Dijksterhuis ziet ook Bacons verdiensten: diens pleidooi voor de empirische methode, een betere organisatie van het wetenschappelijk bedrijf en de visie dat wetenschap in de verbinding met techniek bij kan dragen aan de lotsverbetering van de mensheid. Daarnaast prijst Dijksterhuis Bacons ‘grote literaire begaafdheid en briljant aforistisch vermogen’. Bacon vertolkte de inzichten van de zelfstandig denkende enkelingen in de wetenschap zo krachtig en overtuigend ‘dat ze voor altijd in het geheugen der mensheid ingeprent zouden blijven’ (p. 437).

Wie dit in ogenschouw neemt begrijpt waarom Harari juist Bacon noemt. Deel vier van Sapiens gaat over de wetenschappelijke revolutie, een term die bij Harari slaat op het tijdvak van 1500 tot nu (Sapiens, p. 269). De nadruk ligt op wat die voor de mensheid heeft betekend, niet op de inhoudelijke ontwikkeling van alle vakgebieden zelf. De essentie van de wetenschappelijke revolutie was volgens Harari ‘de ontdekking van de onwetendheid’, een aforistische manier van zeggen om het groeiende besef aan te duiden dat kennis over de wereld niet was geopenbaard in de heilige geschriften, zoals de middeleeuwse Scholastiek aannam. Integendeel, kennis over de wereld moest juist (uit)gevonden worden door de mens zelf, met experimenten en ontdekkingsreizen. Dat kon alleen plaatsvinden binnen een goed georganiseerde en gefinancierde structuur. Bacon was de eerste invloedrijke vertolker van dit gedachtengoed en daarmee de heraut van de moderne wetenschap.

Eindoordeel

Helaas kwam Nienhuys in zijn recensie van Sapiens niet toe aan een oordeel over de hoofdlijn van het boek. Hij refereerde slechts aan de kritiek van Charles Mann (Wall Street Journal, 6 feb. 2015) dat het boek misschien wel te veel missers heeft om te kunnen standhouden. Mann geeft in zijn stuk echter een prachtig slotoordeel waarin hij Harari ook duidelijk krediet geeft: ‘I like the book’s verve and pop but wish it didn’t have all those fleas’. Antropoloog Christopher Hallpike is strenger, hij vindt Sapiens geen serieuze bijdrage aan de wetenschap, het is slechts ‘infotainment’ (2017, hallpike.com). Maar toch, ook hij geeft Harari enig krediet: ‘It would be fair to say that whenever his facts are broadly correct they are not new, and whenever he tries to strike out on his own he often gets things wrong, sometimes seriously.’ Al met al doet de tegenstrijdige waardering van Harari’s Sapiens mij denken aan hoe er over het belang van Bacons werk wordt gedacht.

Sapiens in het Farsi (Perzisch)

Religie en verbindende verhalen

Een belangrijk inzicht van Harari is de rol van de verbeelding in de mensengeschiedenis. Doordat sapiens beschikt over fictie in de vorm van mythen, religies en ideologieën is hij in staat zich verbonden te voelen en samen te werken met soortgenoten die hij niet persoonlijk kent. Anders gezegd: ‘fictie houdt de boel bij elkaar’. Dat verschafte sapiens een enorm evolutionair voordeel. Het geheim lag dus niet zozeer in de ontwikkeling van taal op zich, maar in wat sapiens daarmee deed en doet. Harari stelt zich in Sapiens impliciet op een atheïstisch standpunt, echter zonder religie te verketteren. Integendeel, met zijn nadruk op het belang van verbeelding erkent Harari de belangrijke rol van religie in de geschiedenis van de mensheid. Deze inzichten zijn helemaal niet nieuw, maar ze worden wel op een aansprekende manier in een grotere samenhang verteld en overal in de wereld gelezen, ook in landen en talen waar het religieus fundamentalisme de overhand heeft. Sapiens verschaft zo het verbindende verhaal waarvan het zelf beweert dat de mensheid dat nodig heeft. De centrale waarde die het boek uitdraagt is volgens mij ‘De mensheid is één’, wat past bij globalisering en klimaatcrisis.

Teake Oppewal

De presentatie van Nienhuys op het Skepsiscongres

Over Francis Bacon:

The post Big History, Yuval Harari en Francis Bacon appeared first on Kloptdatwel?.

Met korting naar de Nationale Gezondheidsbeurs van 6 t/m 9 februari in de Jaarbeurs in Utrecht

lun, 03/02/2020 - 21:19

Voor het vijfde jaar alweer zullen vrijwilligers van Skepsis en de Vereniging tegen de Kwakzalverij aanwezig zijn op de Nationale Gezondheidsbeurs van 6 t/m 9 februari in de Jaarbeurs in Utrecht. Ook dit jaar zullen zij weer informatie geven over de bewijzen m.b.t. alternatieve behandelingen en bezoekers de weg wijzen naar betrouwbare informatie over gezondheid.

Het is dit jaar mogelijk om met korting de Nationale Gezondheidsbeurs te bezoeken. Men betaalt dan slechts € 9,95 i.p.v. € 20,- per kaart. U kunt met actiecode:  SKEPSIS20 kaartjes bestellen op www.gezondheidsbeurs.nl. Open van 10.00 – 17.30 uur.

The post Met korting naar de Nationale Gezondheidsbeurs van 6 t/m 9 februari in de Jaarbeurs in Utrecht appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (5-2020)

sam, 01/02/2020 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (5-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (4-2020)

sam, 25/01/2020 - 06:05

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (4-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Iceman Wim Hof in the goop lab op Netflix

lun, 20/01/2020 - 12:47

Nog voordat the goop lab beschikbaar is op Netflix zijn er al diverse vernietigende besprekingen van het programma verschenen. Dit kon je verwachten, want met haar bedrijf Goop promoot Gwyneth Paltrow regelmatig allerlei kwakzalverij en pseudowetenschappelijke onzin en zij werd daar herhaaldelijk stevig voor bekritiseerd. Geen wonder dat velen nu uiterst kritisch zijn op Netflix, die haar via het netwerk de kans biedt om de miljoenen abonnees te bereiken. Interessante en redelijk gedetailleerde besprekingen van de serie kun je lezen op STATnews en ArsTechnica, verschenen nog vóór 24 januari, de dag dat the goop lab te zien zal zijn.

Aflevering twee van de serie heet "The Cold Comfort” en gaat over de Wim Hof Methode, waarover ik in Skepter en op mijn website geschreven heb in 2015-2016 (Bergop, bergaf met The Iceman respectievelijk Wim Hof’s Cold Trickery). Blijkbaar zijn er niet zo veel Engelse artikelen die kritisch kijken naar de methode van Hof en daarom vinden nog steeds veel mensen die zoeken wat er nu wel en niet klopt van de claims die rondom de methode worden verspreid, mijn website. En nu the goop lab uitkomt en Wim Hof daar in blijkt te zitten, nemen die aantallen weer flink toe.

Wim Hof toont zijn ademhalingstechniek aan Gwyneth Paltrow (trailer Netflix)

Afgaande op de besprekingen van de journalisten die de serie vooraf hebben kunnen bekijken, verwacht ik eigenlijk niet veel nieuws te zien en horen over de Wim Hof Methode in het programma. Maar zijn boek Koud Kunstje is al weer van 2015 (toen verscheen het in Nederland) en intussen is wel meer onderzoek gedaan. Dus het zou kunnen dat mijn oordeel uit 2016 een opfrisser verdient. In dit artikel zal ik kort kijken naar drie wetenschappelijk publicaties die sindsdien zijn verschenen.

De rol van verwachtingen over het effect van de methode (2015)

Deze studie werd tegelijkertijd uitgevoerd met de studie van Kox en Picckers (van Radboudumc) die in 2014 in PNAS gepubliceerd werd en die ik besproken heb in mijn Skepter-artikel uit 2015. De resultaten laten een relatie zien tussen hoe optimistisch de proefpersonen in het algemeen zijn en een specifieke reactie van hun immuunsysteem tijdens het endotoxine-experiment. Hoe optimistischer, hoe hoger het adrenalinepeil. Ze vroegen de deelnemers in de interventiegroep (12) ook naar hun verwachtingen van het effect van de training. Hier vonden ze dat hoe hoger de verwachtingen waren, des te minder ze griep-achtige verschijnselen vertoonden tijdens het experiment.
Deze resultaten zijn in lijn met ander onderzoek en het laat zien dat placebo-effecten waarschijnlijk een belangrijke rol spelen. Helaas rapporteren de auteurs niets over de tests die in de controlegroep (die het experiment ondergingen zonder WHM-training) werden afgenomen. We kunnen dus niet helemaal uitelkaar trekken wat nu de invloed van (de verwachtingen van) de training was en wat de invloed was van het überhaupt deelnemen aan het experiment zelf.

Bewuste regulering van het autonome zenuwstelstel tijdens blootstelling aan koude (2018)

Dit gaat om een experiment dat met Wim Hof zelf is gedaan. De onderzoekers trokken hem een wetsuit aan dat ze konden vullen met water op verschillende temperatuur. In dit pak ging Hof een fMRI-scanner in, zodat ze konden zien wat er in zijn hersenen gebeurt wanneer hij wordt blootgesteld aan verschillende temperaturen en hij zijn technieken gebruikt om de kou te weerstaan, of die juist achterwege laat en de kou 'passief' ondergaat.

Otto Muzik bereidt Wim Hof voor voor een meting in de fMRI-scanner (foto: Wayne State University, CC BY-ND)

In een artikel op the Conversation leggen Otto Muzik en Vaibhav Diwadkar, twee van de auteurs van deze studie, uit wat ze vonden en waarom dat interessant is:

Being severely cold will interfere with rational thinking, a condition that in hypothermia is catastrophic. But one cannot simply imagine a sunny beach to wash away the unpleasantness associated with feeling very cold. In this instance, the “physiological” system outweighs the “psychological” system. This asymmetry of causal effects in brain networks has been taken for granted. But could strategies that target innate physiological mechanisms induce top-down psychological control? Emerging research suggests that techniques that combine physiologic stressors with focused meditation may “break” this asymmetry, allowing the psychological to modulate the physiological. That’s what we observed in recent studies we performed on the “Iceman” Wim Hof.

Hof wist zijn huidtemperatuur constant te houden en terwijl hij dat deed, konden ze zien dat gebieden in het brein die belangrijk zijn voor het regelen van pijn, meer geactiveerd waren dan bij de proefpersonen die als controle waren gebruikt. Dit suggereert dat Hof in staat is de kou te doorstaan door de manier waarop het brein op pijnprikkels reageert te beïnvloeden. De onderzoekers vonden ook dat Hof veel meer glucose verbrandt in de spieren tussen de ribben. Dat leidt tot een verbeterde warmte uitwisseling tussen longweefsel en bloed, wat weer het risico op bevriezing van extremiteiten verlaagt, doordat de doorbloeding dan toeneemt.

Ietwat verrassend is dat ze geen significante activering van het bruin vetweefsel vonden bij Hof, dus misschien speelt dit toch een minder grote rol dan op grond van eerder onderzoek werd verondersteld.

WHM voor axial spondyloarthritis (2019)

Het bedrijf van Wim Hof kwam enkele dagen na de publicatie van deze studie met onderstaande gelikte video. Hoewel die een redelijk goede beschrijving geeft van de ideeën achter de studie, wordt er in achterwege gelaten dat het slechts om een kleine (n=24) proof-of-concept trial ging, die primair ging om het uitzoeken of de methode veilig is om te gebruiken door patiënten. Ook wordt vergeten op te merken dat hoewel ze in de WHM-groep een afname vonden van C- reactive protein (CRP) - ging van 10.2 naar 6 mg/l - deze verandering niet significant was. De video spreekt evenwel van een 'krachtig' effect en 'met succes verlaagd' wat je toch wel misleidend mag noemen.

Dit onderzoek is in ieder geval geen bevestiging van de WHM als effectieve behandeling voor welke aandoening dan ook, in tegenstelling tot wat het bedrijf claimt in de beschrijving op YouTube bij de video die hieronder staat:

The 2014 Radboud study validated the Wim Hof Method as an effective tool in bringing down acute inflammation. Now, a new study has shown that the WHM can also effectively combat chronic inflammation.

De studie laat zien dat er eigenlijk geen problemen zijn met de veiligheid. De bijwerkingen in de WHM-groep waren vergelijkbaar met die in de controlegroep. Als secundaire uitkomstmaten laten de auteurs voor een aantal onstekingswaarden significante dalingen zien in de WHM-groep, die we niet vinden bij de controlegroep. De manier waarop ze hier statistisch naar kijken roept wel wat vragen bij me op.

Ze rapporteren bijvoorbeeld dat de ESR (erythrocyte sedimentation rate) daalde van 16 [9–26,5] aan het begin, naar 9 [5–23] mm/hr wat blijkbaar significant is met p = 0,040. In de controlegroep vonden ze geen effect (ging van 14 [8,3–27,3] naar 16 [5–37] m/hr, p = 0,406.  De vergelijking gebeurt hier met de mediaan en de interkwartielafstand, waarvan ik me afvraag of dat hier zinnig is. Zo opgeschreven suggereert het dat het vinden een significante verandering in de interventiegroep en het niet vinden van een significante verandering in de controlegroep betekent dat de interventie significant beter is dan de controle, maar dat is niet correct, dat moet je anders berekenen.
Maar ik was niet van plan hier al te lang bij stil te blijven staan, alleen al omdat het aantal proefpersonen in deze studie zo klein is.

Volgens de website van Wim Hof zit er meer onderzoek in de pijplijn. Een nieuw artikel van de onderzoekers van het Radboudumc zal waarschijnlijk dit jaar verschijnen, aldus Matthijs Kox in een recent artikel in de Volkskrant.

Conclusie: eigenlijk is er niet veel nieuws over de Wim Hof Methode te vertellen sinds 2015. De methode ziet er nog steeds redelijk veilig uit en er zijn wel wat interessante effecten, maar of die slechts wetenschappelijk interessant zijn of uiteindelijk ook effectief ingezet kunnen worden als behandeling, blijft vooralsnog de vraag. 
Niet veranderd is de manier waarop het bedrijf van Hof, Innerfire BV, de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek overdrijft in zijn publicaties. De laatste paar jaar heb ik ook mailtjes gekregen van diverse personen die vertelden dat WHM-instructeurs (dus niet Wim Hof zelf) vergaande gezondheidsclaims doen met betrekking tot de methode, die elke wetenschappelijke onderbouwing missen. Dus laten we de vinger aan de pols houden.

Vertaald van de Engelse versie op mijn eigen website.

The post Iceman Wim Hof in the goop lab op Netflix appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (3-2020)

sam, 18/01/2020 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Blendergate - de bizarre stunt van Miss Natural en Versapers werd door tweets van Ruud Coolen van Brakel en mijzelf onder de aandacht gebracht, maar de storm van verontwaardiging brak pas echt los toen kinderarts Jan Peter Rake zich er mee ging bemoeien. Aan het begin van de week was er in de media ruime aandacht voor. Een kleine selectie:

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (3-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Het boek Omringd door Idioten van Thomas Erikson is een pseudowetenschappelijk schandaal

ven, 17/01/2020 - 06:00
Hoe de Zweden voor de gek werden gehouden door een van de grootste wetenschappelijke blufs van onze tijd...

Dan Katz, gediplomeerd psycholoog en psychotherapeut, legt uit waarom het succes van Thomas Erikson met zijn boek Omringd door Idioten (Omgiven av idioter) een van de grootste pseudowetenschappelijke schandalen uit de recente geschiedenis is.

In de afgelopen jaren hebben honderdduizenden Zweden naar schatting in totaal meer dan tien miljoen euro uitgegeven aan een boek waarvan velen dachten dat het een wetenschappelijke verhandeling over de menselijke psychologie bevatte, geschreven door een expert op dit gebied. Het succes van het boek heeft veel bedrijven en andere organisaties ertoe gebracht om persoonlijkheidstesten te bestellen, geleverd door groeiend aantal leveranciers die graag een nieuwe markt bedienen, en deze toe te passen op hun medewerkers. Omgeven door Idioten heeft een grote invloed gehad op de manier waarop Zweden met elkaar praten over psychologie en het gedrag van de mensen om hen heen bediscussiëren. Thomas Erikson heeft ongetwijfeld de grootste invloed gehad op de belangstelling van het publiek voor psychologie in een generatie.

Helaas is de theorie achter dit boek, en de verschillende opvolgers, niet meer dan pseudowetenschappelijke onzin. Bovendien lijkt Erikson zelfs geen basiskennis van psychologie of gedragswetenschap te hebben. Daarom hebben we bij VoF (Vetenskap och Folkbildning - de Zweedse Skeptische Vereniging) in 2018 Thomas Erikson tot Misleider van het jaar van het jaar uitgeroepen.

Iemand beschuldigen van fraude mag natuurlijke nooit lichtvaardig gebeuren; je moet zeker zijn van je zaak. Ik zal in het vervolg uiteenzetten hoe en waarom de boeken van Thomas Erikson zoveel mensen hebben misleid.

Opeens zag je het overal. Grote posters, hangend achter stapels met boeken bij de ingang van boekwinkels, toonden afbeeldingen van vier personen in de kleuren rood, blauw, groen en geel. Je kon ze niet missen. Ze waren ook prominent aanwezig op vliegvelden, en als je het vliegtuig instapte was het niet ongewoon om langs rijen zittende passagiers te lopen, die al in beslag waren genomen door het boek met die vier kleurrijke figuren op de cover.

Rond dezelfde tijd begonnen gediplomeerde psychologen melding te maken van cliënten die overwogen hun partners te verlaten met redenen als "ik kan onmogelijk met een geel persoon leven". Of, dat ze op de afdeling Human Resources waren getest en te horen kregen dat ze naar een ander team moesten verkassen, omdat hun "kleurencombinatie" in hun huidige team niet werkte. Een tienermeisje komt thuis en zegt gelaten tegen haar moeder: "Mama, ik ben een groene." Ze was getest door haar mentor op school. In cafés waren dezelfde discussies steeds weer te horen: "Ik ben rood en een beetje blauw. Welke kleur ben jij? Ik weet zeker dat je geel bent!"

Rond dezelfde tijd begon Thomas Erikson in de media te verschijnen. Hij presenteerde zich als een expert op het gebied van gedrag en communicatie en verscheen als zodanig in het ochtendnieuws van de Zweedse nationale tv-zender TV4. Toen zijn opvolger, Omringd door psychopaten, werd gepubliceerd, nodigde de staatsomroep SVT hem uit in de show "Ask a Doctor" om over psychopaten te praten. De vooraanstaande krant Aftonbladet gaf hem een wekelijkse column waarin hij vragen over psychologie beantwoordde. Uitverkochte lezingen door het hele land, ondanks hoge toegangsprijzen, waarin Erikson uitlegde hoe de mensheid verdeeld kon worden in rode, gele, blauwe en groene persoonlijkheidstypes. Nooit eerder had één persoon zo'n grote invloed uitgeoefend op hoe het grote publiek aankijkt tegen het menselijk gedrag, hoe en waarom mensen zich gedragen als ze doen.

Psychologen krabden zich achter hun oren. Hoe was de Zweedse natie zo verliefd geworden op Erikson en zijn vier kleuren? Sommige professionals herkenden de praatjes over kleuren van de beruchte Myers-Briggstest, die door minder respectabele managementconsultants wordt gehanteerd. Die bouwt voort op de mystieke ideeën van de Zwitserse psychoanalyticus Carl Jung, actief aan het begin van de 20e eeuw, wiens theorieën nu vooral van historisch belang zijn. De theorie van Myers-Briggs wordt door moderne psychologen niet serieus genomen. Omdat de test al geruime tijd geleden was ontwikkeld, was er uitgebreid onderzoek naar gedaan en de resultaten hadden ernstige gebreken aan het licht gebracht.

Ondanks het gebruik van kleuren bleek dat de "Omringd door ..."-boeken niet gebaseerd waren op Myers-Briggs. In plaats daarvan bouwden ze voort op een andere persoonlijkheidstheorie, het zogenaamde DiSC-model. Een zoektocht in de academische literatuur over dit model wees uit dat, ondanks het feit dat de test al vijftig jaar bestond, er geen onderzoek was gedaan naar de vraag of het al dan niet werkte.

Om de kleurentheorie van Erikson tot op de bodem uit te pluizen, en te begrijpen waarom grote delen van de Zweedse bevolking deze serieus namen, moeten we kijken naar wat de wetenschap echt kan zeggen over persoonlijkheid, wat we nu weten over persoonlijkheidstests, en de manieren waarop het publiek en de massamedia voor de gek kunnen worden gehouden door pseudowetenschappelijke persoonlijkheidstheorieën. En we moeten beter kijken naar wie Thomas Erikson werkelijk is.

Persoonlijkheid is geen verklaring

Voordat we persoonlijkheid definiëren, is het nuttig om uit te leggen wat het niet is. Denk aan een vriend die iets slechts doet en dan zegt: "Ik deed het omdat mijn persoonlijkheid me ertoe bracht het te doen". Hier stelt onze vriend eigenlijk dat zijn persoonlijkheid een soort kabouter in zijn hoofd is die zijn gedrag stuurt en vertelt wat hij moet doen. In werkelijkheid bestaan dergelijke kabouters natuurlijk niet en we accepteren dit argument meestal niet als excuus voor slecht gedrag.

In plaats van kabouters aanroepen is de meest redelijke en algemeen geaccepteerde definitie van persoonlijkheid het gedrag van een individu dat relatief constant is in de tijd en niet afhankelijk is van omstandigheden (Perugni et al., 2016). Persoonlijkheid is geen ding, zoals een kabouter, het is gewoon een patroon van herhaald gedrag. Met deze definitie wordt het kabouterargument circulair: als iemand beweert dat zijn of haar persoonlijkheid hem of haar iets heeft laten doen, kunnen we eenvoudigweg tegenwerpen: "Nou, ja, dat is de definitie van persoonlijkheid. Het enige wat je me vertelt is dat je je gedroeg zoals je deed, omdat je je gedroeg zoals je deed."

Het aanroepen van een persoonlijkheidskabouter is een voorbeeld van onzorgvuldig denken. Andere vergelijkbare fouten zijn moeilijker te herkennen. Denk bijvoorbeeld aan een persoon die zegt: "Nu begrijp ik waarom ik zulke negatieve gedachten heb, niet kan slapen, en moeite heb om op gang te komen... ik heb een depressie." Deze persoon zou kunnen geloven dat de verklaring voor zijn symptomen een depressie is, maar in feite is de diagnose depressie slechts een categorisering van precies deze symptomen. Er is ook geen depressiekabouter.

De populaire psychologie is vaak geneigd om dit soort fouten te maken. Zo'n tien jaar geleden maakte Mia Törnblom - een zeer populaire Zweedse motivational speaker - een klein fortuin door boeken te verkopen over hoe we ons zelfvertrouwen kunnen verbeteren. Ze beredeneerde dat die negatieve gedachten voortkomen uit een laag zelfvertrouwen. Maar het hebben van negatieve gedachten over jezelf is precies de definitie van laag zelfvertrouwen en het levert dus een cirkelredenering op: laag zelfvertrouwen wordt verklaard door laag zelfvertrouwen.

Deze fout wordt nog erger als je van "laag zelfvertrouwen" een kabouter maakt, zoals je zou kunnen zeggen dat Törnblom doet in haar werk. Ze schreef voor dat mensen met een laag zelfvertrouwen in de spiegel moeten kijken en de zin "Ik ben fantastisch" steeds maar weer moeten herhalen. Het idee achter  deze oefening is dat het ons zelfvertrouwen zou 'stimuleren' en ons in staat zou stellen om dingen te doen, zoals spreken voor een publiek, waar we eerder bang voor waren.

Voor mensen met negatieve gedachten over zichzelf is dit soort "positieve affirmatie" juist contraproductief gebleken (Wood et al. 2009). Negatieve gedachten en nervositeit nemen toe als je deze oefeningen uitvoert. Dit is een duidelijk voorbeeld van hoe goedbedoeld advies van iemand zonder opleiding en ervaring in de psychologie tot negatieve uitkomsten kan leiden. Nog steeds worden praktiserende psychologen door cliënten gevraagd om hun vertrouwensproblemen op deze manier te 'genezen'. Was het maar zo simpel als het herhalen van een mantra...

Samengevat zijn termen als "depressie" of "laag zelfvertrouwen" nuttige labels, maar het zijn geen verklaringen. Ze op die manier gebruiken is als zeggen dat het door slecht weer gaat regenen. Dus zelfs als we mensen zouden kunnen identificeren als rode, blauwe, groene en gele types, dan zouden de kleuren niets verklaren.

We hebben wel verschillende persoonlijkheden, toch?

Moderne evidence-based methoden in de gedragswetenschap gaan uit van het grondbeginsel dat het gedrag van mensen vooral afhangt van de omstandigheden. Een kind is misschien verlegen tussen haar klasgenoten op school, maar neemt ineens een centrale rol in wanneer het omringd wordt door vriendjes en vriendinnetjes in haar voetbalteam. Een uitgaanstype kan tot rust komen als hij zich realiseert dat niemand hem aandacht schenkt. Deze basisfeiten, waarvan we ons allemaal bewust zijn, maken dat psychologen heel voorzichtig zijn met het gebruik van de term persoonlijkheid.

Met deze beperkingen in het achterhoofd, zijn er veel wetenschappelijke pogingen geweest om verschillende persoonlijkheidstypes te classificeren. Deze strekken zich uit van meer dan tweeduizend jaar geleden, toen Hippocrates vier soorten temperament (sanguinisch, cholerisch, melancholisch en flegmatisch) classificeerde, tot het werk van Jung aan het begin van de twintigste eeuw. Maar het was pas in de jaren '80 en '90 en het opkomen van het model dat nu bekend staat als "The Big Five", dat deze pogingen wetenschappelijk gezien een stevig fundament kregen.

The Big Five kwam niet voort uit een theorie, maar uit een statistische analyse van duizenden persoonlijkheidsvragenlijsten bestaande uit honderden vragen. Deze onthullen vijf eigenschappen die relatief constant zijn in de tijd: Openness, Consciousness, Extraversion, Agreeableness en Neuroticism. Deze classificeren mensen niet als aparte types - mensen kunnen variëren van zeer aangenaam tot zeer onaangenaam terwijl de overgrote meerderheid ergens in het midden ligt - en de eigenschappen sluiten elkaar niet uit - zeer open mensen kunnen ook gewetensvol zijn.

Samengevat is The Big Five een nuttige manier om statistische verschillen in menselijk gedrag samen te vatten, maar zelfs de psychologen die deze tests hebben ontwikkeld zijn zeer voorzichtig bij het classificeren van mensen volgens dit model (Sjöberg, 2010). Ja, we hebben verschillende neigingen in ons gedrag, maar die verklaren maar voor een klein deel wie we zijn.

Engelstalige versie van het boek

Is er een wetenschappelijke basis voor de kleurentheorie in Omringd door idioten?

Op de achterflap van zijn boek claimt Erikson dat "door een wetenschappelijke achtergrond [...] dit boek een concrete manier geeft om de belangrijkste verschillen tussen verschillende communicatiestijlen te begrijpen." Wat is dan precies die veronderstelde wetenschappelijke achtergrond?

Bijna de enige "wetenschappelijke" verwijzing die Erikson in zijn boek geeft, is The Emotions of Normal People, een boek dat in 1928 is geschreven door de Amerikaanse psycholoog William Moulton Marston. Marston veronderstelde dat ons gedrag wordt beïnvloed door "psychonische energie" die wordt overgedragen via een netwerk van zenuwcellen die hij "psychons" noemde. De vier persoonlijkheidstypen (geel, groen, blauw en rood) ontstaan, zo beweert Marston, als variaties tussen verschillende mensen in de structuur van hun psychonisch netwerk.

Deze "theorie" is pure speculatie van Marston. Er was geen wetenschappelijk bewijs voor psychonen of psychonische energie in 1928 en vandaag de dag is dat er ook niet. Ten tijde van de publicatie stond de psychologie als wetenschap nog in de kinderschoenen, en net als Hippocrates en Jung vóór hem, had hij een theorie gecreëerd zonder degelijke wetenschappelijke onderbouwing. In tegenstelling tot Hippocrates en Jung, kreeg Marstons theorie echter weinig aandacht, en hij verliet de psychologie. Later werd hij echter beroemd toen hij de stripheld Wonder Woman bedacht!

Er was echter één persoon die verder ging aan de hand van Marstons schrijfsels. In 1956 besloot Walter Clark een persoonlijkheidstest te bedenken op basis van het vierkleurenmodel. Deze test werd verder ontwikkeld en heet nu het DiSC-model. Het werd later op de markt gebracht als een hulpmiddel voor bedrijven om hun werknemers te begrijpen. Volgens de DiSC-test kan de mensheid worden onderverdeeld in vier basistypen:

  • Rood: dominant, gedreven, oplossingsgericht.
  • Blauw: analytisch, behoedzaam, nauwgezet.
  • Groen: geduldig, attent, aardig
  • Geel: extravert, creatief, verbaal

Allemaal goed en wel, maar ondanks het feit dat deze test al meer dan vijftig jaar bestaat en vrij wijd verspreid is, is er geen enkele wetenschappelijke studie over gepubliceerd. Zelfs volgens de vertegenwoordiger van de test in Zweden, het Instituut voor persoonlijke ontwikkeling, zijn er geen wetenschappelijke artikelen over de test gepubliceerd. Dit betekent dat we niet weten of mensen consistente antwoorden geven op de vragen over perioden van weken of maanden. Ook weten we bijvoorbeeld niet of een persoon wiens antwoorden uitwijzen dat hij rood is, ook echt dominant of gedreven is.

Eriksons beschrijving van zijn eigen testresultaten zijn op zijn best tegenstrijdig te noemen. Hij stelt: "mensen kunnen veel kleuren hebben!" Later beweert hij, zonder enig bewijs, dat "80% twee kleuren heeft!" En over zichzelf zegt hij: "Ik heb drie kleuren: rood, blauw en geel!" Gezien het gestelde doel van de test om persoonlijkheden te classificeren zijn dergelijke beweringen bizar. Inderdaad, door in meer detail te bestuderen wat de kleuren zouden moeten zeggen over een persoon, vond mijn collega Urban Fagerholm dat Erikson, op basis van zijn eigen beweringen, zowel snel als langzaam moet reageren; zowel maximaal als minimaal geïnteresseerd moet zijn in relaties; en zowel voorzichtig als impulsief moet zijn. Bovendien betekent zijn gebrek aan groenheid dat het Erikson ontbreekt aan geduld, kalmte, stabiliteit, vriendelijkheid en vele andere basiskenmerken!

Kortom, het vierkleurenmodel is gebaseerd op een theorie zonder wetenschappelijke basis, is niet streng getoetst en levert verwarrende en tegenstrijdige resultaten op. Het is gewoon pseudowetenschap.

Hoe beïnvloedt een kleurentheorie communicatie en conflicten op de werkplek?

Erikson heeft herhaaldelijk beweerd dat het voordeel van zijn kleurenbenadering is dat het ons helpt onszelf en anderen te begrijpen, daardoor onze communicatie verbetert en conflicten vermindert. Daarom zouden bedrijven en organisaties zijn aanpak moeten overnemen. Aangezien er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor de vier kleuren, is er natuurlijk ook geen steun voor deze claim. Het is echter wel nuttig om na te denken over wat er, op basis van onderzoek, zou kunnen gebeuren als je zijn kleurentheorie toepast.

Een veel voorkomende fout bij problemen binnen een organisatie is om je te richten op de personen die betrokken zijn bij conflicten. In feite is het de context van een situatie die bepaalt hoe mensen handelen, en daarom moet de primaire aandacht bij het aanpakken van een conflict liggen in de manier waarop de organisatie werkt. Voordat een organisatieadviseur, die wordt ingeschakeld om conflicten op te lossen, naar individuen kijkt, moet ze naar de structuur kijken (Olofsson & Nilsson, 2015). Hoe worden beslissingen genomen? En hoe worden medewerkers geïnformeerd over de genomen beslissingen? Hoe wordt verantwoordelijkheid gedeeld?  Welk gedrag wordt beloond of gestraft, en op welke manier?

Helaas is het vaak zo dat bedrijven 'gebrekkige' medewerkers wegsturen om te leren "hoe ze met stress moeten omgaan", terwijl die stress in feite een volkomen redelijk antwoord is op de structurele problemen binnen een organisatie. Dit is een ander voorbeeld van het circulaire argument dat we hierboven beschreven hebben, waarbij de gestresste medewerker wordt geïdentificeerd als de oorzaak van het problee - haar mythische kabouter moet worden uitgedreven.

Als de persoonlijkheidstheorie van Erikson zou werken (wat niet het geval is) dan zou die dit soort fouten aanmoedigen: iemand die op een bepaalde manier handelt, wordt gezien in termen van zijn kleur en de redenen voor eventuele problemen worden genegeerd. Een onaangenamere en oneerlijkere manier om een probleem aan te pakken dan het simpelweg toe te schrijven aan het feit dat de persoon in het centrum van een conflict "blauw" is, is moeilijk voor te stellen. Natuurlijk kunnen sommige problemen ontstaan door persoonlijke conflicten op het werk en binnen het gezin, maar de oplossing is communicatie tussen alle partijen, niet een beroep op persoonlijkheidstheorieën.

Misschien is het enige positieve dat over Eriksons theorie kan worden gezegd, dat het sommige mensen kan helpen zich te realiseren dat niet iedereen op dezelfde manier denkt als zij. Psychologen noemen dit een "theory of mind", een vermogen om het perspectief te veranderen, dat zich meestal ontwikkelt in de vroege kinderjaren. Met andere woorden, Eriksons boek zou iemand kunnen helpen met het empathische en intellectuele niveau van een vijfjarige.

Is Erikson een autoriteit in de gedragswetenschap?

In de vertalingen van zijn boeken vanuit het Zweeds naar andere talen wordt Erikson omschreven als gedragswetenschapper. In interviews noemt hij zichzelf een "gedragsdeskundige" en "communicatie-expert".

Thomas Erikson (foto: Foggan123 | Wikimedia Commons)

Toen ikzelf en mijn collega's met dit onderzoek begonnen, hebben we eerst geprobeerd zijn academische en professionele geloofsbrieven te achterhalen. We namen contact op met zijn bedrijf "Team Communications" en na drie e-mails kregen we een antwoord van Christina die eerst zei dat ze de vraag over zijn opleiding "niet begreep" en later zei dat Thomas Erikson zelf zou antwoorden "als hij tijd had". Een antwoord kwam nooit.

Christina bleek de vrouw van Erikson te zijn, wat onze belangstelling alleen maar deed toenemen. Dus gebruikten we Ladok, het register van iedereen die aan Zweedse hogescholen en universiteiten heeft gestudeerd, om te kijken of we de door Erikson gevolgde cursussen konden vinden. Niemand met zijn naam en geboortedatum was erin geregistreerd. In feite ligt Eriksons professionele achtergrond in sales, eerst voor de Nordea bank, en later trainde hij verkopers vanuit een eigen bedrijf. Waarschijnlijk is zijn enige opleiding op z’n best vergelijkbaar met een middelbareschooldiploma.

Volgens Sune Gellberg, de eigenaar van IPU, de organisatie in Zweden die de DiSC-test verkoopt, zijn er geen kwalificaties vereist om persoonlijkheidstests uit te voeren. "Ik weet niet welke opleiding onze consultants hebben, want het maakt niet uit", vertelt hij. "Een computerprogramma voert de persoonlijkheidsanalyse uit en geeft de consultant een rapport dat hij samen met de respondent kan doornemen".

Zelfs de vertegenwoordiger van de test vindt kennis van de psychologie niet belangrijk! De persoonlijkheidsconsultants hebben geen opleiding in testmethodiek en geen kennis van persoonlijkheidstheorie. Ze voeren gewoon getallen in op een computer en hebben geen idee wat de resultaten betekenen of wat hun wetenschappelijke waarde is. Het is heel goed mogelijk dat Erikson gelooft dat de test een wetenschappelijke basis heeft en, gezien zijn gebrek aan opleiding, is het zeer waarschijnlijk dat hij geen idee heeft wat er eigenlijk staat.

Om meer te weten te komen gingen we in september 2017 naar een van Eriksons uitverkochte lezingen in het Rival theater in Stockholm. De presentatie was voor iedereen met een basisopleiding in de psychologie gênant. Hij begon met het neerzetten van Freud en Jung als de grondleggers van de moderne psychologie, een status waarvan zelfs iemand die een vierweekse cursus in het vakgebied heeft gevolgd zal weten dat die onterecht is. Het vakgebied heeft zich sterk ontwikkeld sinds de tijd van Freud, Jung en stripauteur Marston.

Zowel in die lezing als later in radio-interviews probeert Erikson uit te leggen dat gedrag en persoonlijkheid verschillend zijn. Hij beweert dat "persoonlijkheid veel dieper ligt". Deze voorstelling van zaken lijkt een beroep te doen op de kabouter die we eerder hebben ontmoet en die bepaalt wie we zijn. Gezien het feit dat Erikson geen enkele opleiding heeft genoten in de gedragswetenschappen, is dit een zeer begrijpelijke vergissing. Maar het is in tegenspraak met de logica van de moderne psychologie, die persoonlijkheid definieert als herhaald gedrag. Kabouters hebben geen wetenschappelijke basis.

Heeft Erikson opzettelijk zijn kwalificaties overdreven?

Wanneer hij geconfronteerd wordt met kritiek op zijn werk, beweert Erikson dat we proberen te laten zien dat zijn lezers idioten zijn. Niets is minder waar, we zijn van mening dat de boeken met valse claims in de markt zijn gezet, dat de lezers zijn misleid met de suggestie dat Erikson een wetenschappelijke achtergrond heeft en dat zijn boeken gebaseerd zijn op onderzoek.

Ondanks een gebrek aan enige kwalificatie beschrijft Erikson zichzelf als gedragswetenschapper. Voor de publicatie van een van de eerste artikelen, in het Zweedse tijdschrift Filter, dat de claims in Omringd door idioten in twijfel trok, e-mailde Erikson mij (we hebben beiden dezelfde internationale agent, dus we hadden elkaar al eens kort ontmoet). Hij vroeg mij of ik, gezien mijn eigen beroep als psycholoog en mijn positie als bestuurslid van de Zweedse skeptische vereniging VoF, zijn bewering dat hij een 'gedragswetenschapper' was, zou willen steunen. Ik weigerde die steun te verlenen, ondanks het feit dat het in Zweden juridisch gezien mogelijk is om jezelf een 'gedragswetenschapper' te noemen zonder enige formele kwalificatie. Hij heeft net zoveel recht als mijn poedel om zichzelf een gedragswetenschapper te noemen.

Desondanks vertelde Erikson aan Filter dat ik zijn recht op het gebruik van de titel had gesteund, een leugen die heel gemakkelijk aan het licht kwam doordat de journalist van Filter mij belde om de bewering te verifiëren. Op zijn homepage beweerde Erikson dat "ik in een interview met Filter heb verwezen naar een psycholoog die mijn claim [om een gedragswetenschapper te zijn] steunde". Dit is gewoonweg niet waar. Bij de vraag naar zijn kwalificaties, net als bij de redenering in zijn boeken, lijkt Erikson zichzelf voor de gek te houden dat hij in het gelijk staat.

Afgezien van de overdreven kwalificaties blijft de vraag staan waarom zoveel mensen het boek hebben gekocht ondanks de bedenkingen die geuit werden over de geldigheid ervan. Een deel van de verklaring kan liggen in echte psychologische fenomenen. De populariteit van het boek kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een "sneeuwbaleffect", waarbij mensen die over het boek spraken de belangstelling ervoor vergrootte, en anderen het boek kochten omdat anderen erover spraken. Een andere oorzaak is het "verzonken kosten"-effect, waarbij mensen die het boek hebben gekocht, tijd doorbrachten met het lezen ervan en misschien hun vrienden erover vertelden, hun gezicht niet willen verliezen door toe te geven dat ze het mis hadden.

Dan komt de vraag waar de verantwoordelijkheid ligt. De eerste versie van het boek werd gepubliceerd door Hoi Publishing, een bedrijf dat auteurs helpt bij zelfpublicatie. Maar toen de verkoop steeg, was het Forum, onderdeel van het grootste Zweedse mediaconcern Bonnier, die de veiling won om de rechten op het boek te verwerven en uit te geven voor een breder publiek. Hoi kun je nog vergeven dat het de feitelijke basis voor een boek niet controleert, maar is het moeilijk te bevatten dat een grote uitgever als Forum publiceert zonder factcheck en zonder de achtergrond van auteurs na te gaan.

Dezelfde vragen kunnen worden gesteld aan TV4, SVT en Aftonbladet die Erikson hebben opgevoerd als gedragsdeskundige. Aftonbladet vroeg Erikson om een column te schrijven, zelfs nadat het tijdschrift Filter zijn expertise in twijfel had getrokken. Toen we bij VoF Erikson als Misleider van het jaar uitriepen, kreeg dat enige aandacht in de landelijke pers, maar werd het door Aftonbladet genegeerd. Tot op dat moment kunnen we ons alleen maar voorstellen dat elk medium zag dat anderen, waaronder Bonnier, het boek als deugdelijk hadden geaccepteerd en dat men ervan uitging dat het wetenschappelijk verantwoord was.

Onze samenleving is gebaseerd op vertrouwen. We gaan ervan uit dat mensen die boeken schrijven het onderwerp waarover ze schrijven, begrijpen. We vertrouwen respectabele uitgevers. We gaan ervan uit dat krantenredacteuren feiten en bronnen controleren. We geloven in publieke televisie en radio.
Hier lopen we tegen het grootste probleem aan. In een tijd waarin iedereen zijn ideeën online kan publiceren, zouden juist de instellingen die wij moeten vertrouwen - uitgevers, omroepen en krantenredacteuren - harder dan ooit moeten vechten om hun eigen geloofwaardigheid te behouden. Als zij dat vertrouwen verliezen, komt het voortbestaan van de democratie en de open samenleving in gevaar. Voor ons allemaal: blauw, rood, geel, lila of groen.

'Omgeven door slechte bazen' is nog niet in het Nederlands verschenen, het gaat vergezeld van een deeltje onder de titel 'Omgeven door nietsnutten.'

Epiloog, januari 2020.

Sinds de publicatie van dit artikel in het voorjaar van 2019 is het boek van Erikson aan meer dan 35 landen verkocht. In Noorwegen was de allround bestseller van vorig jaar. Forbes nam het boek op in een top-tien "must read"-lijst. Over de hele wereld zijn er nu  naar schatting twee miljoen exemplaren verkocht. En op Amazon.com presenteert zijn uitgever hem nog steeds als "gedragswetenschapper".

Deze versie werd in het Nederlands vertaald en door Pepijn van Erp op basis van de Engelse vertaling van het Zweeds origineel. Daar zijn ook de referenties bij het artikel te vinden.

The post Het boek Omringd door Idioten van Thomas Erikson is een pseudowetenschappelijk schandaal appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (2-2020)

sam, 11/01/2020 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

En nog steeds kun je tijdelijk de laatste Skepter van 2019 zomaar voor noppes downloaden! Mooie kennismaking voor als je blad nog niet kent.

Gratis pdf van Skepter 32.4

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (2-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

De zaak-basrakarekiet

ven, 10/01/2020 - 09:30
Malafide gebruik van procedures voor wetenschappelijke integriteit, of een volhardende poging de wetenschappelijke literatuur te ontdoen van een frauduleuze studie?

In januari 2019 schreef Harald Merckelbach in zijn maandelijkse NRC-column over pogingen van lobbyisten om wetenschappers te muilkorven door ze lastig te vallen met klachten bij hun universiteit. Het inspireerde de KNAW een symposium te organiseren over misbruik van de procedures voor wetenschappelijke integriteit die elke universiteit heeft ingesteld, en hoe daar mee om te gaan.

Artikel in het universiteitsmagazine Observant (Maastricht University)

Wat opvalt in het verslag van het symposium, dat plaatsvond op 25 november, is dat de aanwezigen maar één concreet voorbeeld lijken te kennen: een bioloog die jan en alleman zou stalken met een ‘onsamenhangend verhaal’ over een studie naar de basrakarekiet die moet worden ingetrokken. Sommigen spreken zelfs hun vermoeden uit dat hij kampt met psychiatrische problemen.
Dat deze klager erop uit is onwelgevallig onderzoek te frustreren, waar het in de column van Merckelbach om draaide, blijkt nergens uit. En ook nergens vraagt de verslaggever voor Observant zich af of deze persoon misschien toch ergens een punt heeft. Aan wederhoor was blijkbaar niet gedacht.

Die omissie maken we goed hier op Kloptdatwel. Ik interviewde de klager, Klaas van Dijk geheten, telefonisch op 3 januari.

Bruin vogeltje

Als ik het goed begrijp, gaat het in deze kwestie eigenlijk om één artikel uit 2013 over een vogeltje dat voorkomt in Irak. Waar gaat die studie precies over en wat is het belang ervan binnen het vakgebied?
Het gaat om een studie naar het broedgedrag van de basrakarekiet en een korte reactie van de auteurs op een commentaar daarop, twee jaar later. In Nederland heb je soorten als de merel, de koolmees en de wilde eend, waar veel studies naar alle mogelijke aspecten van de broedbiologie zijn uitgevoerd. Wanneer beginnen ze te broeden? Hoeveel eieren leggen ze? Zijn ze monogaam of polygaam? In Nederland werden er al honderd jaar geleden uitgebreide studies gedaan naar koolmezen, in nestkastjes. Daar kun je gewoon met de fiets langs.

Elders is zulk onderzoek vaak veel beperkter. Bij deze soort, die alleen maar in Irak broedt, was er eigenlijk helemaal niets over bekend. Alleen wat losse mededelingen en een paar foto’s.
En dan verschijnt er plotseling een studie die gebaseerd is op duizend nesten, en een paar honderd gevallen die gaan over polygamie. Dan kun je best zeggen dat het een groundbreaking study is. Niet dat die soort niet bekend was, maar van heel veel basale details van de broedbiologie wist men niets.

Basrakarekiet bij zijn nest (foto: Mudhafar Salim)

Als we het vertalen naar een Nederlands context moeten we dan inderdaad aan een koolmeesje denken, een alom bekende vogel?
Nee, ook in Irak is het een onbekende vogel, maar het uitzonderlijke is dat hij bijna uitsluitend in rietmoerassen in het zuiden van Irak broedt. Omdat het een soort is die maar op één plek broedt en waar er niet veel van zijn, kan zo’n soort uitsterven. Er zijn internationale afspraken die bepalen dat je de schaarse onderzoektijd inzet voor soorten die bedreigd zijn. En dat is deze basrakarekiet, want die komt op maar een heel beperkt aantal plekken voor. Hij heeft een speciale status, eigenlijk al vanaf het moment dat hij goed beschreven werd.

Bij ons broeden vergelijkbare vogels in grote rietgebieden als de Oostvaardersplassen of de Biesbosch. Denk aan de kleine en grote karekiet, de rietzanger en de bosrietzanger. Dat zijn gewoon hele vage bruine vogeltjes, die je moeilijk uit elkaar kan houden.

Die studie, waarvan de Irakees Omar Al-Sheikhly de eerste auteur is, is frauduleus volgens jou en flink wat medestanders. Wat zijn de aanwijzingen daarvoor?
De belangrijkste aanwijzing is dat de ruwe data er niet zijn. Op verzoeken om inzage wordt ofwel niet gereageerd, of er komen dreigingen. Nou, dan weet je al bijna zeker dat er wat mis is.
Het tweede is dat als we het hebben over polygamie, dan staat daar de volgende zin in het artikel “Males are often polygynous (42.9%, n=317 observed males)”. Het is maar een zinnetje, maar in de wetenschap gaat het altijd om nuances en om precisie. Zo’n percentage moet je kunnen onderbouwen.
Als je iets wilt zeggen over polygamie, dan moet je natuurlijk wel weten wie man is, en wie vrouw. Klinkt heel simpel. Bij mensen kun je het zo zien, maar hoe zit dat bij vogels? Bij de wilde eend is het makkelijk, want hun verenkleed verschilt. Dat is niet het geval bij rietzangerachtigen. Je hebt ook soorten waarbij je ze op grootte uit elkaar kunt houden. Kan hier ook niet. Dus hoe wil jij het bepalen bij de basrakarekiet, zo’n bruin vogeltje?

Dan moet je ze bijna vangen.
Precies. Dan moet je de vogels vangen en geef je ze verschillende kleurringen om de poten, een individuele kleurencode. Dan weet je dit is er eentje met rood-wit-blauw en daarmee kun je ‘m volgen in het veld, en op grond van het gedrag de mannetjes en vrouwtjes uit elkaar houden. Tegenwoordig kun je het geslacht na het vangen overigens ook heel makkelijk met DNA bepalen, maar dan moet daar materiaal van zijn en dat is er ook niet.
Het volgen kost heel veel tijd, maar het is te doen. Dan zie je bijvoorbeeld: ‘hé, deze man zit nu bij deze vrouw, maar eerder zat hij bij een vrouwtje met andere kleuren.’ Van dat soort veldonderzoek moeten ruwe gegevens zijn. Die zijn er dus niet.

Rietmoeras in Zuid-Irak (foto: H. Janali, U.S. Army | Wikimedia Commons)

Foute boel

Bij het verschijnen van het artikel dachten een aantal mensen dat deze studie te mooi was om waar te zijn, ze vroegen om de data en die werden niet gegeven. Ging het zo?
Dat beestje broedt in de grote moerassen van Irak. Sadam Hoessein heeft geprobeerd om een groot deel daarvan droog te leggen. Dat is bijna vergelijkbaar met het pogen om de Waddenzee droog te leggen, een desastreuze activiteit.
Goed, op een gegeven moment is Hoessein verdreven en werd Irak weer wat toegankelijker. Toen zijn er herstelprojecten op gang gekomen. De eerste stap is dan om vast te stellen wat er allemaal zit aan soorten. Vanuit Westerse landen zijn er samenwerkingsprojecten geweest om dat vast te stellen. De Britse ornitholoog Richard Porter was daar vanuit Birdlife International bij betrokken. Omar Al-Sheikhly was een van de veldmedewerkers die hij had getraind.
Die samenwerking duurde een aantal jaar, ongeveer tot 2008, en dan verschijnt in 2013 plotseling die studie in een wetenschappelijk tijdschrift. Porter had meteen door dat er iets niet klopte.

Terwijl hij misschien eerder had gedacht dat als er een studie verschijnt van de mensen die hij heeft opgeleid ‘hé wat leuk, ben benieuwd wat ze gedaan hebben.’
Porter heeft er ook heel veel moeite ingestoken om die mensen te bewegen hun waarnemingen op papier te zetten. Hij wist ook precies wat deze Al-Sheikhly in huis had, een uitstekende fotograaf. Indertijd heeft hij ook een klein artikeltje gepubliceerd, met het idee dat er bijna niets over deze soort bekend was en dat hij nu in ieder geval mooie foto’s had. Maar dan verschijnt er jaren later ins Blaue hinein die nieuwe studie van hem.

Porter heeft vrij snel een brief gestuurd naar de redactie van het tijdschrift met de redenen waarom het niet kon kloppen. En toen ontstonden de problemen eigenlijk, want de hoofdredacteur van het tijdschrift heeft nooit en te nimmer willen toegeven dat hij een enorme blunder heeft gemaakt.
Na enorm veel vijven en zessen, zo’n anderhalf jaar later, is er uiteindelijk een reactie geplaatst van Richard Porter, die hiervoor een hele zwik medeauteurs om zich heen had verzameld waarvan je kunt zeggen dat het om de crème de la crème gaat van iedereen die iets weet van de basrakarekiet.

Het is duidelijk niet zomaar een clubje ornithologen dat achter de kritiek staat, maar zijn er ook wetenschappers die deze studie wél de voorkeur van de twijfel zouden geven?
Nul.

Waarom is er wel die discussie in het tijdschrift over geweest, is er een Expression of Concern bij het artikel geplaatst, maar is het daarbij gebleven? Waarom is het artikel toen niet ingetrokken?
Die Expression of Concern is pas gekomen nadat ik in 2016 een rapport heb gepubliceerd.

O, die is dus van later? Dus van ná die reactie van Porter, het weerwoord van Al-Sheikhly en een rejoinder weer van Porter? Dat staat er helemaal niet in uitgelegd.
Eerst is er anderhalf jaar lang in stilte geprobeerd de kwestie op te lossen. Dat ging buitengewoon moeizaam. Het was een heel geworstel om uiteindelijk die drie stukken gepubliceerd te krijgen. In het voorjaar van 2015 is het daarna in brede kring in de ornithologische gemeenschap bekend geworden. En toen ben ik erbij betrokken geraakt.

Ik vond dat we ons moesten concentreren om de ruwe data boven tafel te krijgen. Daar draait het altijd om. Tot dan toe hadden ze zich daar nog niet zo in vastgebeten. Op basis van andere dingen wij wel boven tafel hebben gekregen, is dat rapport geschreven dat op 1 juli 2016 is uitgekomen, en die Expression of Concern is daarop gebaseerd. De uitgever wil die link alleen niet leggen.

Het artikel waar het om draait. (link)

Die Expression of Concern is uiteindelijk wel geplaatst door de Editor in Chief?
Dat weet ik niet. Het probleem is dat vrij vlot de uitgever, Taylor & Francis, heeft gezegd: wij communiceren niet. En de hoofdredacteur heeft nog veel eerder gezegd dat hij niet meer communiceert hierover: ‘ik sta op het standpunt dat we een nette wetenschappelijke discussie hebben gevoerd, via dat comment en die rejoinder, en die is wat mij betreft nu afgesloten. Punt.’ En op het verzoek om de ruwe data reageert hij gewoon niet.

Voor dat rapport ben ik behoorlijk tot de bodem gegaan bij de uitgever met mijn verzoek om de ruwe data. Ik heb behoorlijk stevig aan de bel moeten trekken. Maar ik heb een antwoord gekregen, essentieel voor dat rapport.

En dat antwoord was?
Nou, dat ze de data niet hoeven te geven, want dat staat niet in de regels van het tijdschrift. En verder ‘We reageren nooit meer op je. En de manier waarop jij ons benaderd hebt, dat slaat helemaal nergens op.’ Terwijl ik dus iets minder dan een jaar nodig heb gehad om dat simpele antwoord te krijgen op mijn vraag die gewoon luidde - en dat is de essentie van wetenschap – ‘Show me the data’. Zodra er twijfels zijn over studies, in welk vakgebied dan ook, dan moet je terug naar de gegevens.

Het probleem had op dat moment makkelijk opgelost kunnen zijn als die data waren getoond. Dan kan er nog wel iets mis zijn met de gegevens, maar dat hoeft nog niet te wijzen op kwade opzet.
Nee, natuurlijk niet.

Goed, dus Taylor & Francis, een van de grootste uitgevers, weigert jouw verzoek nogal bot en stelt eigenlijk ook dat het onderzoek wel in orde is. Of we ze maar op hun blauwe ogen willen geloven.

Hogerop

Daarna hebben jullie bij het Committee on Publication Ethics, COPE, aangeklopt. Of stond jij vanaf nu alleen hierin?
Toen het allemaal naar buiten kwam in 2015 zijn we gaan samenwerken en hebben verschillende wegen bewandeld om die data los te krijgen. O.a. bij de universiteit van een van de auteurs, bij de uitgever en bij de hoofdredacteur. Vrij vlot werd duidelijk dat de uitgever niet wenste samen te werken en toen hebben wij COPE benaderd. Zo van ’Beste COPE, dit zijn volgens ons de argumenten dat het allemaal niet klopt. En de uitgever, lid van jullie club, weigert met ons samen te werken. Daarom dienen wij een klacht bij jullie in.’

Dat is toen vrij snel in de soep gelopen, omdat COPE weigerde op een inhoudelijke manier naar onze kritiek te kijken en weigerde iets te doen met ons verzoek om inzage te krijgen in de data. Ze gingen mij wel dreigbrieven sturen.

Tot zover kan ik me jullie stappen nog goed indenken. Eigenlijk zou je willen dat die hoofdredacteur adequaat optreedt, die weigert om een of andere reden. Dan ga je een trapje hoger en klop je aan bij de uitgever. Die blijkt ook lastig te doen, en dan is er nog zoiets als COPE. Maar als COPE dan ook niets wil, zouden veel mensen het er maar bij laten zitten, denk ik. Waarom nu toch doorgegaan?
Wij zijn toen een hele tijd wat gescheiden bezig geweest. Ik heb me gefocust op het verkrijgen van die ruwe data, terwijl Richard Porter en anderen achter de schermen alsnog in gesprek probeerden te komen met die uitgever. Dat liep voor geen meter. Achter de schermen zijn er ook gesprekken gevoerd met Al-Sheikhly.

Tot zover krijg ik nog niet de indruk van iemand die op een kruistocht is en daarbij alle paden te buiten gaat. Het is al uitzonderlijk dat iemand zoveel moeite neemt, maar het valt nog binnen wat je de normale procedure zou kunnen noemen.
Ik denk dat het corrigeren van fouten een van de cruciale dingen is van wetenschapsbeoefening. Je kunt wel eindeloos doorgaan met het publiceren van nieuwe dingen, die stapel steeds maar hoger maken. Maar je moet ook altijd zorgen dat dat bouwwerk, waar al die nieuwe blokjes bovenop komen, stevig is. En als daar een rot stuk tussen zit, dan moet dat gewoon weg. Kun je wel zeggen dat dat allemaal niet zo vervelend is, niet belangrijk is, maar uiteindelijk stort je bouwwerk dan in elkaar.

Die motivatie komt niet duidelijk uit de berichtgeving naar voren. Ook niet dat je je niet als eenling druk maakt over deze studie. Je maakt dus sterk voor het opschonen van de wetenschap. Die moet ontdaan worden van duidelijk foute studies.
Daar zijn wel meer mensen mee bezig. Kijk naar de kwestie rond voedselwetenschapper Brian Wansink. Hoeveel tijd hebben mensen daar niet ingestoken? En je hebt in Frankrijk Nicolas Guéguen. Ik ben nu via een achterdeurtje bezig met het gedoe rond Ad van Liempt. Hoeveel tijd denk je wel dat Bart FM Droog er wel niet in gestopt heeft? Dat kost gewoon heel veel tijd. En die hebben de meeste mensen niet, of die stellen andere prioriteiten.

Lastigvallen

Even terug naar waarom dit zo’n beladen kwestie is geworden. Zelf ontving ik een aantal van je mails als cc, heb ook een enkel verontwaardigd antwoord van een geadresseerde gezien. Zonder in de details te treden, lijkt me die verontwaardiging er vooral in te liggen dat jij personen aanspreekt op hun verantwoordelijkheden die ze hebben op grond van hun functie, bijvoorbeeld een bestuurslidmaatschap van COPE. Wanneer ze dan niet of nauwelijks reageren, werp je ze voor de voeten dat ze in feite instemmen met wat die organisatie doet of, vooral, nalaat te doen.
Dat klopt. Ik kan veel doen, omdat ik van niemand afhankelijk ben. Waar dit mee te maken heeft is machtsmisbruik. Ik wijs alleen op de Nederlandse gedragscode wetenschapsbeoefening. Daar staat gewoon zwart op wit in dat jij een zorgplicht hebt ten aanzien van de wetenschap in zijn algemeen en de onderzoekers in je omgeving. Wangedrag van collega’s toelaten en verheimelijken is een van de acht voorbeelden van schending van de wetenschappelijke integriteit. Dat kun je leuk vinden of niet leuk vinden, maar dat staat er gewoon in.
In de preambule van die gedragscode staat dat die ook bedoeld is om er elkaar op aan te spreken. Als een of andere pipo, een mister nobody, dat doet, vinden ze dat niet leuk. Dat is het hele eiereneten.

COPE heeft een probleem om door te pakken tegen Taylor & Francis. Je kunt gewoon nazoeken dat die uitgever zo’n 50.000 pond per jaar moet betalen om lid te zijn. Hoe meer tijdschriften een uitgever uitgeeft, hoe meer geld die moet betalen. Dus als COPE zou zeggen tegen Taylor & Francis ‘we gaan jullie bestraffen’ dan stoppen die gewoon met betalen.
Ik kan niet bewijzen dat het zo werkt, maar het is wel zo dat er veel meer voorbeelden zijn van mensen die bij COPE hebben aangeklopt en gewoon met een kluitje in het riet worden gestuurd.

Dat ‘met een kluitje het riet insturen’ zou je kunnen zien als ‘wegkijken’ voor het echte probleem.

Sneeuwbaleffect

Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) schrijft over een van jouw klachten: “Klager toont een gedragspatroon met een sneeuwbaleffect: Klager dient een klacht in over persoon of instantie X, waarna de behandeling van die klacht door persoon of instantie Y regelmatig leidt tot een nieuwe klacht van Verzoeker, maar dan over persoon of instantie Y, enzovoort.”
Waar ze het hier over hebben is een oude kwestie, die overigens helemaal opgelost is via bemiddeling. Maar daar gebeurde  exact hetzelfde wat nu ook gebeurt, namelijk het in grote mate verwijzen naar elkaar of niet reageren. En daar neem ik geen genoegen mee.

Zo’n gedragspatroon is misschien hinderlijk, maar je doet daarmee nog geen uitspraak of de klacht, en de opvolgende klachten, een grond hebben of niet. LOWI doet voorkomen alsof zo’n sneeuwbal aan klachten op zichzelf al bewijst dat de klager fout zit, ongeacht waar de klacht om draait.
Dat is dus wegkijken. En dat is een heel groot probleem. Niet voor mij, maar voor hen. Zodra ze hiermee één op één geconfronteerd worden, zullen ze bakzeil moeten halen als je ze precies aanspreekt op wat ze verplicht zijn te doen volgens die gedragscodes. Daar kun je niet mee wegkomen.

Ik kan me voorstellen dat het lastig is dat je aangesproken wordt op een verantwoordelijkheid die je zelf misschien meer als een abstractie ziet. Als ik nu een directe collega heb waarvan ik zie dat die de boel flest, OK, daar moet ik wat mee. Maar als ik lid ben van een bestuur van een hoog orgaan dat een beetje kletst over wetenschappelijke integriteit en er komt iemand klagen over een studie waar al een Expression of Concern bij staat … tja, daar kun je me toch niet op aanspreken?
Zorgvuldig wordt vermeden in al die stukken om het over de inhoud te hebben, en over ons simpele verzoek om een uitspraak te doen over die ruwe data. En zorgvuldig vermijden ze zelfs maar te verwijzen naar het uitvoerige rapport dat ik verspreid heb. Dat is niet voor niks.

Los daarvan heb ik ook wel gesprekken gevoerd of e-mailcontact gehad met vertrouwenspersonen die wel weten hoe het moet werken. Echt integere mensen. Dat is helaas lang niet altijd zo. Dat komt omdat er in die hele wetenschappelijke integriteit weinig tegenspraak aanwezig is.

Als je bijvoorbeeld kijkt naar een gemeente. Zodra die besluit om een boom om te hakken, zijn er wel boze inwoners waar je rekening mee moet houden, die zijn mondig en weten de pers te vinden. Dat systeem werkt nog niet goed bij wetenschappelijke integriteit, daar is men dat nog niet gewend. Daar zie je nog veel machtsmisbruik: ‘Ik ben de grote baas, en wie ben jij wel niet? Weg met die klacht!’

Intrekken

Hoe zou deze kwestie nu nog op enigszins bevredigende manier kunnen worden afgesloten? Is intrekking de enige mogelijkheid? Zoiets lijkt alleen te gebeuren als het stuk zelf overduidelijk fout is, of als de instelling waar de frauderende auteur aan verbonden is, dat verzoekt.
Er zijn drie manieren. Er zijn goede redacties, die van de Journal of Biological Chemistry is misschien wel het beste voorbeeld. Zodra ze merken dat er iets niet klopt, dan is het ‘Beste auteurs kom op met een steekhoudende verklaring of de data.’ En als het dan vaag blijft, is het hop, weg met het artikel, retraction.

Auteurs en coauteurs kunnen zelf het initiatief nemen. Het kan goed zijn dat een coauteur niet wist dat het onderzoek deels op fraude is gebaseerd. Maar dan verwacht je dat zo iemand aan de gang gaat om zijn fouten te verbeteren zo gauw hij daarvan op de hoogte is.
Een voorbeeld daarvan is net in het nieuws gekomen. Nobelprijswinnaar Frances Arnold heeft een studie uit 2019 ingetrokken, omdat de resultaten niet reproduceerbaar bleken en de experimenten niet netjes waren vastgelegd. Arnold heeft exact gedaan wat je in zo’n kwestie moet doen. Het onderzoek moet in een labboek staan, als dat er niet is of er ontbreken data, dan heb je maar één optie.

De Saoedische tweede auteur van Al-Sheikhly(2013) is inmiddels overleden. Het is maar de vraag of hij heeft geweten wat er allemaal gebeurd is. Opvallend is ook dat de exacte naam van zijn universiteit zoals die in het artikel staat, helemaal niet bestaat in Saoedi-Arabië. Richard Porter en anderen hadden Omar Al-Sheikhly al zover gekregen om hem het artikel te laten terugtrekken. Toen stak echter de Italiaanse coauteur een stok tussen de deur, die wil dat niet.

Ook een universiteit kan om intrekking verzoeken. In de Nederlandse situatie geldt dat als er een affiliatie van een universiteit staat bij een artikel, dat die universiteit daarvoor verantwoordelijk is en dat blijft in principe voor altijd zo. Wij hebben die weg proberen te bewandelen bij de universiteit van Pisa, waar die Italiaanse onderzoeker aan verbonden is. Maar zelfs met collega’s als tussenpersoon wilde hij niet reageren. Ik heb in 2017 een klacht ingediend, heel netjes, mooi formeel. Geen reactie.

Recht op klagen

De aanleiding voor dit gesprek is het verslag van dat symposium. Daaruit haal je als lezer uit dat jouw strijd een voorbeeld is van hoe je het klachtrecht niet zou moeten gebruiken, dat het een malafide klacht zou zijn.
Dat is machtsmisbruik. Je kunt niet zomaar eenzijdig besluiten iemand het recht ontnemen om dit soort dingen aan de kaak te stellen. Dat hebben ze gedaan. Ik zit daar niet zo erg mee. Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

Het enige voorbeeld dat de deelnemers van de workshop naar voren weten te brengen, is jouw casus. Alsof die zou draaien om het belemmeren van onderzoek.
Al die dingen zouden opgelost zijn als al die mensen eens rustig dat rapport hadden doorgelezen en hadden gereageerd met ‘ja inderdaad, ik weet er weliswaar niet veel van, ben geen ornitholoog, maar die ruwe data is een probleem en het ziet er toch wel heel erg naar uit dat dit op fraude is gebaseerd.’ Dan was er niets aan de hand geweest, maar dat doen ze niet.

Dat COPE blijkt toch een wassen neus. Het is natuurlijk prima als uitgevers samen een orgaan opstarten om over integriteitskwesties te overleggen, maar er is geen onafhankelijke instantie daarnaast waar je echt kunt aankloppen.
Het is prima dat ze richtlijnen maken. Ze hebben principes, maar ze worden boos als je ze op die principes wijst. Dat komt toch weer voort uit het grote machtsverschil.
In Nederland hebben we het voorbeeld van het stikstofdossier. Daar werden op politiek niveau enorme machtspelletjes gespeeld. Het moest en zou op een bepaalde manier erdoor gedrukt worden. Dat lukte. Maar er was één persoon, die gewoon gebruik maakt van zijn wettelijke mogelijkheden binnen het klachtrecht. Die beste man heeft niets meer gezegd dan ‘In de wet staat A en volgens mij doen jullie B. Meneer de rechter, kunt u er even naar kijken?’

Dat lijkt wel enigszins vergelijkbaar. Alleen is er in die stikstofkwestie een onafhankelijke rechter die een bindende uitspraak kon doen. In de wetenschap is die er niet.
Ik heb er lang over nagedacht en weet inmiddels ook wel waarom dat niet zo is. Kijk eens naar het medisch tuchtrecht. Als een arts een ernstige fout maakt, dan wordt dat niet onder het tafel gemoffeld. Dat staat meteen in de krant. Dan komt er een klacht en als het ziekenhuis dat niet goed oppakt, dan ga je naar het medisch tuchtcollege en daar is dan een openbare hoorzitting. Daar mag iedereen heen.

Een probleem van het klachtensysteem rondom wetenschappelijke integriteit is, dat het allemaal geheim is. Geheimhouding. Ik heb mails gekregen waar de honden geen brood van lusten. ‘Als jij dit doet, gaan we de zaak onmiddellijk stopzetten!’ Dat slaat helemaal nergens op. Je kunt er alleen uitkomen door het openbaar te doen.
En daar zijn goede argumenten voor, want in bijna alle gevallen gaat het om wetenschappers die volledig door de overheid betaald worden. Dan heeft toch iedereen het recht om te zien hoe ze zich verdedigen tegen redelijke argumenten dat ze zich niet netjes aan de regels hebben gehouden?
Het tegenargument is altijd dat zo iemands carrière beschadigd zou worden. Maar dat geldt precies hetzelfde voor artsen. En je hebt altijd nog de wetgeving op smaad en laster. Als jij echt een kwaadaardige klacht indient, dan valt dat onder smaad en laster. Toch?

In het symposiumverslag wordt gesproken over ‘diep door het slijk halen’ en zelfs stalking, maar volgens mij hebben ze je daarvoor niet daadwerkelijk aangeklaagd. Is er sprake van overdrijving? Want zo lijkt dít haast op laster.
De journalist heeft niets bij mij gecheckt! Er staat in dat artikel bijvoorbeeld een hele concrete uitspraak van Yvonne Erkens, de voorzitter van Leidse commissie voor wetenschappelijke integriteit, dat ik wel vijftig e-mails op een dag gestuurd zou hebben. Ik heb de journalist gevraagd om dat te bewijzen, kom maar op met die mails. Geen reactie.

The post De zaak-basrakarekiet appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (1-2020)

sam, 04/01/2020 - 12:14

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

En tijdelijk kun je de laatste Skepter van 2019 zomaar voor noppes downloaden! Mooie kennismaking voor als je blad nog niet kent.

Gratis pdf van Skepter 32.4

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (1-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (52-2019)

sam, 28/12/2019 - 12:19

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (52-2019) appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (51-2019)

sam, 21/12/2019 - 06:00

Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (51-2019) appeared first on Kloptdatwel?.

De mazelenuitbarsting in Oekraïne

mar, 17/12/2019 - 12:01

In de eerste tien maanden van 2019 waren er 12.594 mazelengevallen onder de 513 miljoen inwoners van de Europese Unie. In Oekraïne met z’n 42 miljoen inwoners waren er in dezelfde periode 57.000 gevallen. Hoe kon het zo ontzettend mislopen in het Oost-Europese land? Al in 1968, toen Oekraïne nog een Sovjetrepubliek was, voerde de overheid verplichte vaccinatie in. Maar in het afgelopen decennium hebben inentingspercentages een aantal jaren rondom de 50% geschommeld. Vaak wordt het gewapende conflict met Rusland aangewezen als oorzaak van het instorten van de gezondheidszorg. Maar in werkelijkheid ligt het ingewikkelder.

Op 14 mei 2008 stierf de 17-jarige Anton Tisjtsjenko uit Kramatorsk. Dit was één dag nadat hij tegen de mazelen was ingeënt. Er ontstond grote ophef naar aanleiding van z’n overlijden. De president van het land raakte er bij betrokken, er werd een onderzoek ingesteld en de vaccinaties werden stopgezet. Binnen twee weken bleek dat Antons dood niets van doen had met z’n inenting. Inentingen werden hervat, maar het grote kwaad was reeds geschied.

In de dagen van het sovjetcommunisme werden er in Oost-Europa veel artsen opgeleid en werden er veel klinieken en ziekenhuizen opgezet. Maar met de beschikbaarheid van geavanceerde medische apparatuur was het veelal problematisch. Ook waren er vaak tekorten aan medicijnen. Daar kwam bij dat artsen, in tegenstelling tot in West-Europa, geen bovenmodale inkomens genoten. Dit alles leidde tot een systeem waarbij je slechts door middel van betaling van steekpenningen toegang kon krijgen tot serieuze gezondheidszorg. De Baltische staten en de meer succesvolle Oost-Europese landen hebben de gezondheidszorg na 1990 hervormd en gemoderniseerd. Maar Oekraïne stagneerde. Ook op veel andere gebieden is het land in de laatste paar decennia tragisch achtergebleven. De gemiddelde Oekraïner leidt bij voortduring een bestaan vol armoede, complottheorieën en corruptie. Wantrouwen jegens overheden en bedrijven is nog altijd groot. Door emigratie en lage geboortecijfers nam het inwonersaantal tussen 1990 en 2014 af van 52 miljoen tot 45 miljoen.

Het jaarlijkse aantal gevallen van mazelen in Oekraïne sinds 1990 en het percentage kinderen dat de vaccinaties MCV1 en MCV2 ontving. De huidige uitbarsting duurt nog altijd voort: in de eerste 10 maanden van 2019 werden reeds 57.000 gevallen gemeld.

De grafiek hiernaast toont het resultaat van de rel na Antons dood. Al snel liet meer dan de helft van de Oekraïense ouders z’n kinderen niet langer inenten. Met een bevolking van meer dan 40 miljoen gaat het hier om gigantische aantallen.  Mazelenvaccinatie is tweedelig: MCV1 wordt toegediend als een kind ongeveer een jaar oud is en MCV2 komt een aantal maanden of jaren later. Wanneer slechts 50% de geplande vaccinaties ontvangt, dan leidt dat na vijf jaar tot zo’n drie miljoen personen die onvoldoende beschermd zijn.

Kinderen mogen in Oekraïne in het algemeen alleen naar school als ze een door een arts ondertekende inentingsverklaring hebben. Zo’n verklaring was evenwel eenvoudig te verkrijgen zonder inenting, maar tegen een kleine vergoeding. Voor ongeveer tien dollar kon je het ook online doen. De schatting is dat lange tijd ongeveer de helft van alle inentingsverklaringen frauduleus, dus zonder inenting, verstrekt zijn.

Vaccinatie was geen prioriteit voor de regering die van 2010 tot 2014 aan de macht was. Er werden te weinig vaccins aangekocht en er werden geen voorlichtingscampagnes gevoerd. In 2014 kwamen de Maidanrevolutie en de Russische annexatie van de Krim. Er begon toen ook een slepend gewapend conflict in het oosten van het land. De aankoop en toediening van vaccins raakten in die periode verder achter op schema.

Ulana Suprun werd in 1963 in Detroit geboren als kind van Oekraïense immigranten. Ze groeide op in een Oekraïense immigrantengemeenschap en ook tijdens en na haar medicijnenstudie is ze steeds actief betrokken gebleven bij Oekraïense organisaties. In december 2013 emigreerde ze naar Oekraïne. In eerste instantie werkte ze voor humanitaire instellingen, maar in de zomer van 2016 werd ze aangesteld als uitvoerend minister van Volksgezondheid. In 2019 brachten de presidentiële en parlementaire verkiezingen een nieuwe ploeg aan de macht en in augustus 2019 droeg Suprun de portefeuille over aan haar opvolgster.

De grafiek hierboven laat zien dat het percentage kinderen dat hun vaccinaties weer op tijd ontvangt na 2016 snel is toegenomen. In een interview dat ze deze maand gaf zegt Suprun dat het vaccinatiepercentage voor éénjarigen nu weer 92% is. Suprun ziet het na 2016 weer op de rails komen van de vaccinatieprogramma’s voor een groot deel als het resultaat van maatregelen die onder haar bewind zijn genomen. Een inentingsbewijs is niet langer een eenvoudige doktersverklaring. Een officieel bewijs gaat nu via het internet en bevat zowel de gegevens van het kind als het registratienummer van het vaccin. Verder worden er teams naar de meest getroffen gebieden gestuurd om mensen te vaccineren, opnieuw te vaccineren en te overtuigen van de noodzaak van vaccinatie. Maar wat volgens Suprun uiteindelijk het meeste effect sorteerde was de confrontatie met de ziekte. Sinds 2017 waren er 115.000 mazelengevallen. Het merendeel van de 41 dodelijke slachtoffers waren kinderen. In 2015 raakten verder twee kinderen verlamd door polio. Alleen een harde kern van antivaccinatie-activisten bleef onbewogen bij de persfoto’s van de jonge slachtoffers.

De Nederlandse Stichting Vaccinvrij geeft op haar website een geheel eigen draai aan de bovenstaande grafiek. Ze merken op dat de uitbarstingen plaatsgrepen toen de inentingspercentages hoog waren en dat er geen uitbarsting van betekenis was in de periode dat de percentages rond de 50% lagen. Dit vormt volgens de stichting het bewijs dat vaccinaties de mazelen niet voorkomen, maar juist veroorzaken.
Het is niet echt moeilijk om te begrijpen dat het niet op deze manier werkt. Een uitbarsting vindt plaats wanneer er na jarenlange toename een kritiek percentage van niet-resistente personen wordt bereikt. Het wordt dan mogelijk om enige tijd lang een kettingreactie in stand te houden waarbij iemand die besmet raakt gemiddeld ook meer dan één persoon aansteekt. In de Nederlandse bible belt blijkt bij herhaling dat het na een uitbarsting zo’n twaalf jaar duurt voordat er weer opnieuw een kritiek percentage is bereikt. Echter, het is legitiem om je af te vragen waar de vatbaren voor de uitbarsting van 2006 vandaan kwamen.
Al in maart 2006 verscheen hierover een wetenschappelijke studie. Een grondigere en uitgebreidere studie verscheen in 2008. Het merendeel van de gevallen in 2006 viel in de leeftijdscategorie 15-29 en het bleek dat de vaccins die deze groep had gekregen vaak verminderd werkzaam waren. Zo is het bijvoorbeeld essentieel dat het vaccin vanaf het moment van productie tot aan de toediening steeds gekoeld blijft. Dit is de zogenaamde “cold chain”. Uitgevallen elektrische stroom, het defect raken van apparatuur en het niet voorradig zijn van reserveonderdelen waren een manier van leven in de laatste jaren van de Sovjet-Unie en de eerste jaren van de Oekraïense onafhankelijkheid. Het wordt dan uiteraard moeilijk om de cold chain voor vaccins te handhaven.
De auteurs van het artikel uit 2008 vonden inderdaad dat personen die ‘s zomers ingeënt waren uiteindelijk gemiddeld vatbaarder waren dan personen die ’s winters ingeënt waren. De Sovjet-vaccins waren, ook als de cold chain wél functioneerde, vaak sowieso ondeugdelijk. De uitbarsting van 2006 was trouwens niet de eerste. Eerdere uitbarstingen in Oekraïne met zo’n 10.000 gevallen waren er in 1993, 1996 en 2001. Ook in Belarus, Kazachstan en in de Russische Federatie waren er in die periode uitbarstingen van mazelen.

De drieënhalf jaar oude Anastasia krijgt een vaccinatie (foto: Unicef, 2017 | Flickr)

De wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, is een agentschap van de VN. De organisatie heeft Oekraïne ingedeeld bij de 53 lidstaten van de Europese Regio. Aan het begin van de eeuw stelde de WHO zich tot doel om vóór 2010 de mazelen in de Europese Regio te elimineren.  Later werd die datum bijgesteld tot 2015. Het lijkt er echter steeds meer op dat eliminatie binnen een overzienbaar aantal jaren geen realistische doelstelling is.
In het geval van Oekraïne zijn het niet alleen de recente oorlogshandelingen die een terugslag teweegbrachten.  Het is eerder een opeenstapeling van calamiteiten die al een halve eeuw duurt. De vaccinatieprogramma’s onder het Sovjet-bewind hadden een beperkte effectiviteit. Maar het grote onheil kwam met de langdurige economische en sociale ontwrichting na de instorting van de Sovjet-Unie. Het lijkt erop dat de grote uitbarsting van 2018-2019 sinds enige maanden over z’n piek heen is. Het aantal gevallen van mazelen dat per week wordt gemeld daalt nu. In het bovengenoemde interview komt Ulana Suprun tot een cynische opsomming: “Soms is het nodig om mensen angst aan te jagen zodat ze zich ervan bewust raken dat ze spelen met het leven en met de gezondheid van hun kinderen. En zodat ze zich herinneren hoe lang-vergeten ziekten eruitzien.”

The post De mazelenuitbarsting in Oekraïne appeared first on Kloptdatwel?.