kloptdatwel

Subscribe to feed kloptdatwel
Bijgewerkt: 27 min 2 sec geleden

De linke weekendbijlage (40-2017)

za, 14/10/2017 - 06:00


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

en natuurlijk nog even terugkijken naar dit leuke item van Zondag met Lubach van vorige week:

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

De Xentix doet niets bij burn-out

vr, 13/10/2017 - 06:00

We moesten er even op wachten, maar eindelijk is het zover: de resultaten van het onderzoek naar de invloed van de futuristisch ogende Xentix op uitval door burn-out zijn binnen. De Xentix is een therapeutisch apparaat dat licht en magneetvelden combineert. Ik schreef er in 2014 een artikel over toen het onderzoek opgezet werd: 'De Xentix – technobluf van Letec tegen burn-out'. Het artikel met de resultaten van het onderzoek van het Coronel Instituut van het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam is op 2 oktober jl. gepubliceerd in BMC Public Health.

De resultaten zijn kort gezegd volledig negatief. Op geen van de vooraf bepaalde uitkomstmaten werd enig statistische significant verschil gevonden tussen de drie groepen die aan de verschillende behandelingen werden onderworpen. Na verloop van 24 weken waren de deelnemers die de Xentix-behandeling ondergingen in combinatie met coaching, de deelnemers die coaching kregen en een nep-Xentix behandeling, en de groep die alleen coaching kreeg aangeboden, allemaal weer met vergelijkbare percentages van hun normale contracturen aan de slag. Ook op de subjectieve maten als stress en werk gerelateerde vermoeidheid scoorden de groepen niet wezenlijk van elkaar. Kortom, de Xentix kan voor de behandeling van burn-out de prullenbak in.

Op zich erg goed dat dit onderzoek, ondanks het negatieve resultaat gepubliceerd is en ook dat het onder Open Access voor iedereen te lezen is. Waar ik in mijn eerdere artikel vooral mijn verbazing over uitsprak was dat er helemaal geen serieuze aanleiding is om te denken dat de magneetvelden van de Xentix überhaupt van betekenisvolle invloed kunnen zijn. Wat Letec, de firma achter de Xentix, daarover zoal beweerde was in ieder geval natuurwetenschappelijke kolder.
In het artikel schrijven de auteurs het volgende over waarom ze toch een invloed voor mogelijk achtten:

Pulsed Electromagnetic Field therapy helps to stabilize the metabolism, resulting in a better balance between the cell and the intercellular spaces [11]. The mechanism of this therapy is thought to be that: i. hormones and neurotransmitters transmit chemical communication from one cell type to another that moderate the metabolic reactions of tissues to the environmental surroundings; ii. communication between these signalling structures is a potential mechanism by which very low-energy electromagnetic fields might increase metabolic activity in the human body. Hormone and neurotransmitter receptors are specific protein molecules that use a diversity of biochemical activities to pass chemical indicators from the external space of a cell through the plasma membrane to the inner space of the cell; iii. since many low-energy electromagnetic fields have less energy to directly pass through the membrane, it is likely that they may modify the existing signal transduction routes in cell membranes, thus producing both transduction and biochemical extension of the properties of the field itself [12]. However, the present understanding of what the physiological mechanisms of PEMF might be is incomplete.

Wie de moeite neemt om die referentie 12 (Luben, 1991) op te zoeken zal zien dat dit stukje tekst met slechts kleine aanpassingen is overgenomen van het abstract van die studie. (*). Daar volgt echter:  "As an example of the kinds of processes that may be involved in these interactions, one metabolic process in which the physiological effects of low-energy electromagnetic fields is well established is the healing of bone fractures." En ook in het andere artikel waaraan in dit stukje wordt gerefereerd (Rahbkek, 2005) lijkt het allemaal te gaan om onderzoek waarbij de invloed van magneetvelden op bijvoorbeeld botgroei, wondheling en ontstoken gewrichten is bekeken. Dat staat mijns inziens nogal ver af van burn-outverschijnselen. Beide artikelen stonden overigens niet op de literatuurlijst die ik indertijd kreeg van Letec. Of de veldsterkte van de Xentix enigszins in de buurt komt van de minimale waarden die in deze artikelen worden genoemd, ben ik niet nagegaan, maar dat is natuurlijk ook relevant.

Dat Letec dit onderzoek zou kunnen gebruiken als promotiemateriaal, waarvoor ik een beetje bevreesd was, lijkt me met dit resultaat en de manier waarop het verwoord is, vrijwel uitgesloten. Helemaal als je in de Discussion leest dat de auteurs wat verbaasd waren dat ze eerder beschreven positieve effecten van licht- en magneettherapie los van elkaar, niet gerepliceerd zagen, en dat ze overwegen dat het misschien komt omdat bij de Xentix die twee mechanismen negatief op elkaar inwerken. Lijkt me ook onzin, maar dat schofffelt natuurlijk wel het unique selling point van de Xentix onderuit. Niet zo vreemd dat je op de website van Letec helemaal niets meer terugvindt dat verwijst naar het onderzoek, laat staan het resultaat.

Ik heb Letec een aantal vragen gestuurd over dit onderzoek en wat zij er van vinden. Zodra ik daar antwoord op krijg, vul ik dit artikel aan.

* In het artikel uit 2016, ook in BMC Public Health, waarin drie van de vier auteurs van dit nieuwe artikel de opzet van het onderzoek uit de doeken doen, is dat stuk op een spelfout na overigens 1-op-1 overgenomen en niet als citaat aangemerkt. Niet zo netjes.

Kans op toeval is onzin

di, 10/10/2017 - 06:00

Het is lastig om wetenschappelijke publicaties te beoordelen. Vaak komt er ingewikkelde statistiek bij kijken. Maar er is een eenvoudig middel waarmee je althans soms kunt nagaan dat het om onzin gaat. Dat is namelijk als de auteur het heeft over de ‘kans op toeval’. Wie die woorden gebruikt heeft het niet begrepen.

Met even googelen vind je bijvoorbeeld een uitleg over het begrip significantie met de volgende zin “Vinden we geen significant verschil (dus een kans groter dan 5% dat het toeval is)...” . Dan hoef je niet meer verder te lezen. In het Engels is het niet moeilijk om zinnen tegen te komen als “We see some differences, but want to know if those differences are likely due to chance” en “it [het statistische pakket] will show you ‘.05,’ meaning that the finding has a five percent (.05) chance of not being true.”

Loterijen

Er is vrijwel geen enkele loterij waar de uitslag ‘het is toeval’ of ‘het is geen toeval’ luidt. Wat er wel gebeurt is dat onderzoekers een of ander resultaat vinden, en zich dan afvragen: ‘Stel dat het proces dat tot dit resultaat geleid heeft volledig door toeval bepaald wordt, en er dus helemaal geen speciaal effect is, wat voor kans zou er dan geweest om dit resultaat te krijgen?’ In dat geval heb je een duidelijk kansmodel (‘er is niks aan de hand’) en dan kun je aan de hand van het model de kans uitrekenen. Meestal gaat het dan niet om ‘dit resultaat’ maar om ‘dit of een extremer resultaat’. Als die kans slechts 1 op 20 of nog kleiner is, is het gebruik om te denken dat er misschien toch iets aan de hand is, en dat noemen we dan significant, wat dus jargon is voor: het heeft heel misschien iets te betekenen. Die 1 op 20 is dus niet de kans dat het effect puur een toevalseffect is. Het is de berekende kans om een dergelijke uitkomst te krijgen als het wel degelijk toeval is. (De echte kans op de gevonden uitkomst is natuurlijk gewoon 1, want het is gebeurd.)

Als je aan een loterij meedoet met tienduizend loten en één prijs, dan kan de winnaar –  en iedereen anders trouwens ook – achteraf uitrekenen dat de kans dat die ene persoon de prijs zou winnen slechts één op tienduizend was. Er is niettemin geen enkele reden om dan te denken dat er iets anders dan toeval een rol heeft gespeeld, en al helemaal niet dat de kans dat de winnaar níét door een hogere macht begunstigd is slechts 0,0001 is. De winnaar kan dat gevoel natuurlijk wel hebben, speciaal als hij de prijs goed kan gebruiken, maar het blijft onzin.

Is er echt iets aan de hand bij een significant resultaat? Laten we uitgaan van een situatie die helaas helemaal niet denkbeeldig is. Er zijn 1000 onderzoekers die de meest krankjorume ideeën hebben en experimenten doen om te kijken of die ideeën ook kloppen. Slechts één onderzoeker heeft het geluk dat het idee ook ergens op slaat. Die zijn proef wijst dat dan ook uit. In de praktijk is dat helemaal niet zo zeker en ook als de proef goed is ingericht heeft deze geluksvogel geen 100% kans dat zijn proef slaagt, maar doorgaans slechts 80%. Maar dat negeren we even. Als alle onderzoekers akelig goed hun best doen om zo eerlijk mogelijk hun rare idee te testen, zullen er toch nog altijd circa 50 een significant resultaat vinden. In deze ideale situatie is nog steeds ongeveer 98% van de significante resultaten gewoon onzin.

Visexpedities

In de praktijk is het veel erger. De ideeën van de onderzoekers zijn niet zozeer krankjorum als wel heel erg wazig. Ze weten niet precies waarnaar ze op zoek zijn. Ze willen weten of sommige soorten voedsel een extra gunstig of extra nadelig effect op de gezondheid hebben. Dan vragen ze proefpersonen de oren van het hoofd over wat die zoal eten, en ze gaan voor tientallen gezondheids- of ziekte-effecten na hoe het verloopt met de betrokkenen. Of nog erger: ze gaan bepaalde zieken vragen wat die de afgelopen jaren gegeten en gedronken hebben. Of ze willen weten of mensen die in bepaalde maanden geboren zijn een bepaalde affiniteit met mensen die in dezelfde of andere maanden geboren zijn. In dat geval kun je dus een tabel maken van echtscheidingspercentage voor elk der 78 soorten echtparen (de ene partner in januari, de andere in januari, februari, maart etc.) en dan kijken of er soorten zijn die eruit springen. Bij sommige onderzoeken kun je op allerlei manieren subgroepen vormen, allemaal natuurlijk als je voorafgaand aan je onderzoek eigenlijk helemaal niet wist waar je naar op zoek bent. Een andere mogelijkheid is dat je verschillende manieren van statistiek bedrijven probeert.

Visexpeditie (bron)

Het effect van deze visexpedities in data is dat misschien wel de helft van de onderzoekers (ik ben voorzichtig) een ‘significant’ resultaat vindt dat wel ergens gepubliceerd kan worden. Dan hebben we dus 500 ‘significante’ resultaten, waarvan er maar één ook echt iets voorstelt, dus 99,8% van de significante resultaten is onzin. Voor dit voorbeeld maakt het helemaal niet uit of de onderzoekers allemaal de data zolang martelen totdat er een ‘resultaat’ komt of dat maar de helft daarmee succes boekt. Er staan zulke grote beloningen klaar voor significante resultaten en de straf voor het publiceren van iets dat later onzin blijkt, is zo gering dat we tegenwoordig de situatie hebben dat in allerlei wat zachtere wetenschappen vrijwel alle resultaten onzin zijn, zuiver omdat de onderzoekers allemaal hun lessen statistiek vergeten zijn en denken dat ‘significant’  inhoudt dat er slechts een klein kansje (1 op 20) is dat ze zich vergissen. Dit wordt verergerd doordat al het rekenwerk door de computer gedaan wordt en je als onderzoeker helemaal niet hoeft te snappen wat die computer doet.
Wat je op zijn best kunt zeggen, is dat je waarschijnlijk tamelijk kleine a priori kans met twintig is vermenigvuldigd, en alleen als je niet achteraf aan het knutselen bent geslagen met de gegevens.

Onderzoekers die medicijnen ontwikkelen hebben deels met hetzelfde te maken. Die proberen ook vele duizenden substanties uit. Bij opeenvolgende proeven in reageerbuizen, met proefdieren en met gezonde vrijwilligers, proberen ze zich een beeld te vormen van de activiteit van hun spul. In elk stadium valt er veel af. Pas op het laatst, dus als ze al in het bezit zijn van veel kennis, worden de kostbare proeven gedaan met echte zieken. Maar ook dan gaat de geschatte kans dat het spul werkzaam is op basis van wat al bekend is omhoog met een bescheiden factor, tenminste als de proef gunstig uitpakt. (Je moet eigenlijk met odds rekenen, maar bij deze uitleg met hele grove getallen is dat onbelangrijk.)

Onderzoekers die daarentegen homeopathie onderzoeken, verdoen hun tijd. De kans dat twee eeuwen natuurkundig, chemisch, farmacologisch en medisch onderzoek er helemaal naast zit, is praktisch nul. Een statistisch significante uitslag zal die kans met twintig vermenigvuldigen, en dat is nog steeds praktisch nul. Mocht de uitkomst heel erg significant zijn, dan moeten we de kans meewegen dat er ergens een of andere andere fout is gemaakt, gebrekkige blindering bijvoorbeeld. Een berucht Nederlands onderzoek naar homeopathie bij kalverdiarree kwam effectief op p=0,0000001, en ik trof ooit een obscuur Mexicaans artikel aan over homeopathie bij astma met p=0,00000000001.
De kans dat er een methodologische fout is gemaakt is, is dan aanzienlijk, althans oneindig veel malen groter dan de kans dat twee eeuwen wetenschap de prullenbak in moet. De homeopaten zien dat anders, die beweren dat hun rituele bereidingswijzen en onzinnige diagnostiek allerlei spirituele genezende krachten losmaken. Die krachten blijken zich echter niet aan de statistiek te willen houden want bij goed opgezette proeven komt er nooit wat van terecht.

Sir Edmund

De reden voor mij om dit allemaal nog eens te vertellen is dat de zaterdagbijlage van de Volkskrant, Sir Edmund, op 30 september 2017 een omvangrijk stuk van Martijn van Calmthout afdrukte over de ontevredenheid van wetenschappers met de zogeheten p-waarde. De drempel zou misschien van 0,05 naar 0,005 moeten. Ik betwijfel of dat de oplossing is. Wetenschappers moeten zich inhouden met p-hacking, ze moeten corrigeren voor meervoudig testen, en zouden eigenlijk alleen maar p-waarden moeten publiceren als ze van tevoren exact aangeven welke hypothese ze gaan testen en hoe ze dat gaan doen. Als het exploratief onderzoek is, dan moeten ze dat op zijn minst dat duidelijk zeggen.

Wat echter heel zorgelijk is, is dat Van Calmthout zelf het tot achtmaal toe heeft over ‘de kans op toeval’. Mijn beginsel ‘zo gauw je de frase “kans op toeval” of “due to chance” ziet staan, niet verder lezen’ is eigenlijk van toepassing.

Van Calmthout suggereert dat je een munt kunt testen door hem tienmaal op te gooien. Komt hij dan elke keer op kop, dan is de munt waarschijnlijk vals. Dat is onzin. De kans dat een willekeurige munt uit iemands portemonnee een grote voorkeur voor kop heeft is astronomisch klein. Hoe het zit met de kans dat je een corrupte goochelende scheidsrechter treft die op zo’n manier probeert te beïnvloeden wie er op welke helft speelt, dat weet ik niet. Als je moet beslissen: is dit stom toeval of is er wat met die munt, zal na een vluchtige controle of de munt niet krom is of aan beide kanten een kop heeft, de beslissing nog steeds zijn: stom toeval. Dan kun je net zo goed de vluchtige controle meteen doen, en het tienmaal opgooien overslaan.

Interessant genoeg zijn sommige munten waarvan de beeldenaar een beetje dik is niet helemaal ‘eerlijk’: als je ze op een heel gladde ondergrond, een glazen plaat bijvoorbeeld, snel om een verticale as laat tollen, vallen ze vaker met de kop naar beneden, en ‘munt’ boven. De gladde ondergrond is essentieel, want kleine oneffenheden werken als randomizer en misschien zijn er heel veel omwentelingen nodig voordat de lichte onbalans zijn werk kan doen. Op een ruwe ondergrond duurt het tollen wellicht niet lang genoeg. Rob Nanninga schreef in Parariteiten dat je onder gunstige omstandigheden negen van de tienmaal munt krijgt. Dat heb ik nooit gehaald. Het werkte vroeger met guldens met Juliana erop, en tegenwoordig met sommige euromunten (halve euro’s met koning Albert erop, naar ik meen).

Hoe slecht Van Calmthout in het vak zit, blijkt ook nog uit iets anders: de beroemde grondlegger van de wetenschappelijke statistiek, Sir Ronald Fisher, wordt betiteld met Robert Fischer (de schaakkampioen), en het feit dat hij drie jaar voor zijn dood naar Australië verhuisde is reden om hem tot ‘Brits-Australisch’ te bombarderen. Fisher begon zijn carrière op een landbouwkundig proefstation. Daar stop je zaden in de grond en je kijkt naar de opbrengst. In plaats van door te kweken met de 5 procent ‘beste’, kun je ook als criterium nemen dat de plant een ‘significant’ hogere opbrengst heeft. Maar doorkweken is toch wel wat anders dan meteen maar denken dat je een nieuwe bijzondere variëteit hebt, en daar een stuk over sturen naar een vakblad.

Komt een vrouw met een homeopathisch recept bij de apotheek

ma, 09/10/2017 - 06:00

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Net zoals o.a. artsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, zijn ook apothekers verplicht zich periodiek (eens per 5 jaar) te herregistreren om vermeld te kunnen blijven in het BIG-register, bedoeld om aan de burger duidelijk te maken dat de hulpverlener zijn vak goed bijhoudt. De eisen die aan herregistratie gesteld worden staan voor wat betreft de apothekers vermeld in het Beoordelingskader algemeen deel, versie 3.0 met Bijlage 2a voor de apothekers. Versie 1.1. Het CIBG beheert het BIG-register en stelde de herregistratie-eisen op. Ik geef enkele citaten uit die regeling.

Artikel 3.2.3 Niet reguliere behandelwijzen of alternatieve zorg
De uren mogen worden meegerekend indien zij binnen het deskundigheidsgebied van het betreffende beroep vallen. Het verlenen van zorg die niet tot de reguliere gezondheidszorg wordt gerekend mag niet als relevante werkervaring voor herregistratie in het BIG-register worden geteld. Hiertoe behoren homeopathie en acupunctuur maar ook andere interventies en therapieën die niet passen binnen de kaders van het deskundigheidsgebied waarvoor de zorgverlener in het BIG-register geregistreerd is. (…)

Zorgverleners die zowel reguliere als niet-reguliere behandelwijzen toepassen kunnen in het kader van herregistratie alleen werkzaamheden meetellen die tot de reguliere gezondheidszorg behoren. Dit dient tot uiting te komen als een percentage van het totaal aan werkzame uren. Meer informatie staat in het beroepspecifieke deel.

Dit gaat nog allemaal prima, maar wat doet de apotheker, die een recept van een homeopathisch arts onder zijn neus krijgt? De wet vergt van hem het volgende:

8.5 Advies en voorlichting
De apotheker informeert en begeleidt een cliënt zodanig dat een optimaal geneesmiddelengebruik, inclusief therapietrouw, wordt bereikt. Hiertoe behoren onder andere:

  • het geven van advies en voorlichting aan de cliënt omtrent het gebruik, de werkingen bijwerkingen van geneesmiddelen;
  • het bespreken van de farmacotherapeutische behandeling met de cliënt en relevante derden;
    [...]

Gesteld dat het recept Natrium muriaticum D10 zou betreffen, wat kan zo’n apotheker dan allemaal vertellen over werking en bijwerking en hoe bereidt hij dat spul?  Weet hij wel hoe je al schokschuddend van een inerte oertinctuur een werkzaam homeopathicum fabriceert? Nee, dat weet hij niet, want er wordt in het curriculum van de apothekers-opleiding geen melding gemaakt van onderricht op dit gebied. Dat valt te lezen in het Domeinspecifiek referentiekader & Raam plan Farmacie 2016, geschreven in opdracht van de farmacieopleidingen in Nederland in samenspraak met de beroepsorganisatie van Nederlandse apothekers KNMP. Toch kan hij niet weigeren, want artikel 8.4 luidt als volgt: ‘Werkzaamheden die worden gerekend tot dit deskundigheidsgebied van de apotheker zijn (…) het bereiden en/of ter handstellen van alternatieve geneesmiddelen (homeopathie en kruidengeneesmiddelen) en het uitvoeren van kwaliteitscontroles.’ Onze apotheker is dus wettelijk verplicht aan dit circus van door de overheid opgelegde kwakzalverij mee te doen of hij wil of niet!

Goede raad is duur: in zijn opleiding leert de student farmacie niets over kruidenmiddelen en homeopathie, maar volgens de wetgever maakt het bereiden en afleveren ervan en het geven van goede voorlichting wel degelijk deel uit van zijn deskundigheidsgebied. Tegelijkertijd creëert de wet wel een uitzonderingspositie voor al die uren die een apotheker eraan besteedt, want zij tellen niet mee bij de herregistratie. Je hebt in ons land goed en slechte wetten, maar een innerlijke contradictie zoals in het Beoordelingskader voor apothekers deel 2a, dat zien we waarachtig maar zelden.

Voor de geprangde gewetensvolle apotheker heb ik wel een tip. (Ik ken een apotheker, die dit eens wilde invoeren in zijn apotheek, maar de apothekers-assistentes protesteerden heftig en het ging dus niet door!) Wat hij moet doen is het spel meespelen, zijn geweten even uitschakelen, en achter in zijn apotheek een grote fles met water plaatsen waaruit voor elk homeopathisch recept het benodigde volume kan worden afgetapt om in een flesje te worden gestopt. De flesjes en de etiketten worden los van elkaar bewaard. Vervolgens wordt het etiket van het recept op het flesje geplakt. Hier kraait geen haan naar, want geen chemicus of fysicus is in staat Natrium muriaticum D10 te onderscheiden van Aconitum D10, Helleboris D10 of gelijk welke naam er ook maar gewenst wordt. De patiënt komt dus niets te kort.

Kloptdatwel over Kloptdatwel 2016-2017

zo, 08/10/2017 - 06:00

Kloptdatwel bestaat 7 jaar. Zoals ieder jaar geven we inzicht in het afgelopen jaar, de bezoekersaantallen, ‘scores’ op Twitter en Facebook, de highlights en de toekomstplannen.

Unieke bezoekers
Ook dit jaar houden we de inmiddels tot traditie geworden gebeurtenis in ere: we hebben weer een nieuw record aan bezoekers neergezet. Een dikke 306.000 bezoekers wisten ons te vinden in vergelijking met 255.000 het jaar ervoor. Helaas laten de overige metrieken opnieuw een verslechtering zien. Behalve een stijging in het aantal opgevraagde pagina's is namelijk wederom de doorgebrachte tijd per gebruiker gedaald en is ook de bouncerate weer gestegen. Maar door de grote stijging in bezoekers is onze website maar liefst 9427 uur bekeken. In vergelijking met vorig jaar (8000) uur een mooi resultaat. Ook het jaar daarvoor (9060 uur) is ruim ingehaald. We zijn er trots op!

Bezoekersstatistieken Kloptdatwel.nl van 1 oktober 2016 t/m 30 september 2017

Artikelen
Dit jaar hebben we 123 publicaties gemaakt met een totaal van 80,903 woorden. In het bijzonder wil ik Laurens Dragstra, 'SKEPP-veteraan & Kloptdatwel-nieuwkomer' Frank Verhoft en onze vaste columnist Cees Renckens bedanken. Zij schreven respectievelijk 9 en 5 artikelen en 13 columns.

Social media
Op Facebook hebben we op moment van schrijven 1175 likes, tov 1046 vorig jaar. Maar die 1046 was destijds een stijging van 57%, dus is de stijging dit jaar een tikkeltje mager. Ook op Twitter was de stijging mager. Momenteel hebben we 1144 volgers vergeleken met 1054 vorig jaar. Als laatste onze mailinglijst, die heeft nu 161 abonnee's tegenover 146 vorig

Kloptdatbel
Mijn telefoonnummer staat bij de contactgegevens, helaas ben ik dit jaar vrijwel niet gebeld waardoor ik geen leuke anekdotes heb om te rapporteren.

De linke weekendbijlage (39-2017)

za, 07/10/2017 - 06:00


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Unacknowledged op Netflix - herkauwde onzin van Steven Greer

vr, 06/10/2017 - 06:00

Sinds een paar maanden staat de Unacknowledged op Netflix. In deze documentaire van ufoloog Steven Greer wordt uit de doeken gedaan dat een elite binnen geheime programma's van de Amerikaanse overheid informatie achterhoudt over contacten met buitenaardsen, neergestorte ruimtevaartuigen veiligstelde en zich de technologie daarin eigen maakte. En niet om daarmee de problemen op onze planeet constructief op te lossen, maar om ze aan te wenden om uiteindelijk de totale controle over onze samenlevingen te verkrijgen. Hoewel Greer het allemaal heel serieus brengt, is het allemaal dezelfde evidente flauwekul waarmee hij al jaren komt.

Greer loopt al heel wat jaartjes mee in het ufowereldje. In 1990 richtte hij het Center for the Study of Extraterrestrial Intelligence (CSETI) op. Oorspronkelijk was dat een non-profit organisatie, maar sinds 2013 is het een commercieel instituut waarmee Greer een goed belegde boterham verdient. Unacknowledged is het laatste product, maar het biedt voor de nieuwsgierige kijker die al een beetje weet wat er binnen de ufologie naar voren wordt gebracht, niets nieuws. Het is het uitmelken van oud materiaal waarmee Greer al jaren rondloopt.

Bewijs genoeg

Na de introductie volgen de aankondigingstitels met allerlei bekenden beelden van misstanden op onze planeet. Van de moord op Kennedy tot het aangespoelde Syrische jongetje op een strand in Turkije. Dit alles onder begeleiding van Louis Armstrong's 'What a wonderful world'. De boodschap van de documentaire wordt al stiekem doorgegeven: wij leven op een verziekte planeet en de buitenaardsen kunnen ons helpen om uit onze ellende te geraken. Als we ze maar willen zien natuurlijk. De documentaire begint dan met Act I: An embarressment of riches waarin de kijker overtuigd moet worden dat er al lang genoeg bewijs is voor die vermeende buitenaardse bezoekjes.

Het Guy Hottel memo

Dat zogenaamde bewijs van Greer is niet veel meer dan waarmee hij in 2001 al zijn fameuze Disclosure presentatie in 2001 vulde: en 20-tal getuigen deden toen hun verhaal. Marcel Hulspas schreef er over in Skepter. Maar eerst doet Greer nog zijn best om ons in de stemming te brengen met het overbekende Roswell-verhaal. Dat daar veel mythes over zijn, erkent Greer, maar hij wijst op het zogenaamde Guy Hottel memo, een FBI document waarin gesproken wordt over vliegende schotels die neergestort zijn in New Mexico en waar buitenaardsen geborgen zouden zijn. Greer vergeet te vertellen dat dit memo (uit 1950) weinig tot niets te maken heeft met Roswell (1947) en dat de FBI het ook maar ziet als iets dat een ongeïdentificeerde persoon vertelde aan een agent: "It related a story told to one of our agents by a third party who said an Air Force investigator had reported that three “flying saucers” were recovered in New Mexico." Een verslag van een opgevangen gerucht, dus.
Opgevoerde expert Richard Doty mag in beeld ook vertellen dat deze aliens zijn getransporteerd naar de bekende geheime luchtmachtbasis Area 51. Maar hij vergeet jammer genoeg uit te leggen hoe dat precies zit met de tijdsvolgorde. Area 51 werd immers pas geheim in 1955 toen het als thuisbasis voor de U2-spionagevliegtuigen in gebruikt genomen werd.

Veel van de andere opgevoerde verhalen zijn besproken door Hulspas of komen langs in de besprekingen van Rob Nanninga [1,2] van de schrijfsels van Coen Vermeeren (waar het om het opvoeren van getuigen gaat, blijft het immers vissen uit een beperkte vijver). Het gaat dan om volstrekt  ongeloofwaardige types als Clifford Stone, Philip Corso, Robert Salas en Carl Wolf. De kwestie rond testen van intercontinentale raketten die afgevuurd werden van de Vandenberg airbase en die door ufo's zouden zijn beïnvloed, was nog enigszins nieuw voor mij, maar ook dat is reeds lang geleden afdoende verklaard. Telkens weer 'ooggetuigen' met teveel fantasie, daar beschermt een uniform je niet tegen.
De enige beetje interessante casus is mijns inziens die van vlucht JAL 1682 in 1986, die nooit helemaal goed opgehelderd is. Maar zoals met de meeste onopgeloste waarnemingen van ufo's betekent 'onverklaard' nog lang niet 'onverklaarbaar'. Meestal is er gewoon een gebrek aan essentiële informatie, dat een bevredigende oplossing in de weg staat.

Aan het einde van dit deel zien we Greer weer aan het woord. Hij vertelt dat de bekende skepticus en ufo-criticus Carl Sagan in begin van zijn carriere best positief zou hebben geschreven over ufo's en aliens, maar dat hij na druk van de inlichtingendiensten (middels chantage) aan het debunken is geslagen. Bewijs voor zijn stelling ontbreekt. Greer noemt ook nog even zijn vorige project dat draaide om een kleine mummie die gevonden is in de Atacama-woestijn. Volgens Greer nog steeds "most likely not of human origin", maar de wat nuchterdere mens zal zich goed kunnen vinden in het oordeel dat het wel een interessant mummie is, maar 100% zeker menselijk.

Steven Greer

De doofpot

Na een half uurtje deze oude meuk te hebben moeten aankijken, wordt de kijker vergast op Act II: Down the Rabbit Hole. Nu gaat het om de vermeende doofpot. Volgens Greer was het Roswell-incident een keerpunt. De luchtmacht werd binnen een aantal weken daarna een zelfstandig legeronderdeel en ook de CIA werd in die maanden opgericht. Achter de schermen zou er een splitsing ontstaan tussen legitieme militaire en inlichtingenoperaties en 'deep, black programmes that are unacknowledged' die tegenwoordig wel 100 tot 200 miljard dollar per jaar zouden opslokken via een black budget.
Een beetje indirect wijst Greer ook op een geheime commissie, Majestic-12 genoemd, die door president Truman zou zijn ingesteld. Dit hele verhaal berust echter op een vervalst document. Dat is vrij algemeen bekend en ook geaccepteerd door de meeste ufo-enthousiastelingen. Er zijn er natuurlijk ook bij die denken dat deze vervalsing onderdeel is van de verwarringsstrategie van CIA en andere diensten ...

Kennedy wordt vervolgens vermoord omdat hij info over ufo's wilde vrijgeven. En ook Marilyn Monroe. Zij had namelijk het een en ander gehoord van de Kennedy-broers. En de CIA heeft allerlei mannetjes zitten op strategische plekken bij de media om het nieuws dat ons voorgeschoteld wordt helemaal te kunnen sturen. Ze krijgen er flinke bedragen voor, in cash betaald om een paper trail te voorkomen. In de roddelbladen lees je 'per ongeluk' wel eens verhalen over ufo's en aliens die waar zijn, maar het is allemaal zo ingeklemd tussen misinformatie dat het makkelijk wordt om alles als onzin af te doen. Ook het officiële ufo-onderzoeksproject Blue Book komt langs en de wijze waarop dat gedwarsboomd is. Wat Greer hierover naar voren brengt, klopt ook niet helemaal, maar die geschiedenis is misschien iets voor een andere keer.

Regelmatig heeft Greer het erover dat hij met allerlei hooggeplaatste officials over al deze zaken heeft gesproken en dat die dan ofwel ten kennen gaven dat het zou kloppen, ofwel dat ze er iets mee zouden gaan doen. Maar dat komt er dan nooit van. Natuurlijk omdat ze tegengehouden worden door die ultrageheime projecten. Zo beweert hij in 1993 uitvoerig met toenmalig directeur van de CIA, James Woolsey, te hebben gesproken. Greer noemt het een briefing waarin hij allerlei documenten overhandigde, maar Woolsey zelf heeft een iets andere herinnering aan hun ontmoeting.

Achtergehouden technologie

Wie nog niet afgehaakt is, komt na ruim een uur bij Act III: The Lost Century. Hierin vertelt Greer dat het allemaal om technologie draait. De veelbelovende ideeën van Tesla zouden als ze opgevolgd waren allang hebben geleid tot gratis, vrije energie voor iedereen. Maar dat is natuurlijk tegengehouden door de bestaande industriële elite die nog steeds vooral in fossiele brandstoffen zit. Maar ook de lieden met belangen in kernenergie en duurzame energiebronnen als zonnepanelen zitten niet te wachten op deze technologie die de machtsverhoudingen in onze samenleving compleet op zijn kop zou zetten.

Volgens Greer is de term ufo een bewuste afleiding van waar het eigenlijk om draait, namelijk het bestaan van alternatieve vormen van energie en alternatieve aandrijvingsmogelijkheden. Maar ook uitvinders die geen kennis hebben van de geavanceerde buitenaardse snufjes lopen tegen problemen aan. Stan Meyer ontwikkelde een auto die op water kond rijden en hij had ook een over unity-apparaat, een torusvormige spiraal waarmee je nulpuntsenergie uit het vacuüm zou kunnen trekken. Op zijn werk werd beslag gelegd, volgens Greer. Eugene Mallove, een andere bekende uit het 'alternatieve energie'-wereldje komt ook langs. Greer vertelt dat dit soort uitvinders naief denken dat de wereld in de rij zal staan om hun vindingen te verwelkomen, maar dat ze vergeten dat Murder inc. in die rij vooraan staat. Dat Meyer en Mallove om zeep zijn gebracht vanwege hun uitvindingen, is een van de mythes die bij complotdenkers heeft postgevat, maar Greer zegt dat er vreemd genoeg niet bij en noemt überhaupt hun lot niet. Dat is zeker huiswerk voor de kijker.
En dan gaat het door over anti-zwaartekracht. Geheime afdelingen van high-tech bedrijven zouden er al sinds de tweede wereldoorlog mee bezig zijn, voortbordurend op werk van geleerden in het Duitse Rijk. Alien Reproduction Vehicles zouden zijn gebouwd door organisaties als Skunk Works van Lockheed, met capaciteiten die 50 jaar vooruitlopen op wat je technologisch voor mogelijk houdt.

Een buitenaards ruimtevaartuig? Nee, een Alien Reproduction Vehicle, bedoeld om een false flag aanval op aarde mee uit te voeren.

Nog niet vaag genoeg? Volgens Greer gaat de geheime elite ons uiteindelijk voorhouden dat er een gevaar schuilt in de buitenaardse bezoekers en dat gebruiken als excuus om een totalitaire controle over onze samenlevingen te bemachtigen. Wernher von Braun zou op zijn sterfbed (1977) voor de ultieme false flag hebben gewaarschuwd, een zogenaamde aanval van buitenaardsen op aarde met nagebouwde buitenaardse ruimtevaartuigen. Maar eerst gaan ze andere gevaren aanwijzen, sattelietaanvallen van de Russen, dan terroristen, asteroïden op ramkoers met aarde, en ontspoorde dictators in derde wereldlanden. Allemaal ingezet om ons warm te maken voor het ontwikkelen van ruimtewapens. Natuurlijk hebben we hier ook alleen maar het woord voor van één persoon, Carol Rosin, een dame die ook al weer heel wat jaartjes in het complotdenkerscircuit meedraait.

Maar als je dit grotere plaatje eenmaal ziet, begint alles op zijn plaats te vallen. De merkwaardige verminkingen van vee die wereldwijd plaatsvinden, dienen bijvoorbeeld om ons psychologisch te bewerken zodat we een aanval van buitenaardsen steeds plausibeler gaan vinden. Ook de ontvoeringsverhalen door buitenaardsen komen stiekem van programma's die door mede-aardbewoners opgezet zijn. Daarvoor werden dan vaak mensen (als acteurs) ingezet die aangeboren afwijkingen hadden en er daardoor sowieso al wat buitenaards uitzien. Details kan de zegspersoon, de eerder genoemde Doty, aan Greer niet geven, want het is allemaal hartstikke geheim en het programma loopt waarschijnlijk nog. Al die sciencefiction-films en -series streven natuurlijk hetzelfde doel na.

Disclosure als panacee

Het grootste gevaar op aarde is niet IS, Irak, Rusland of China, maar een groep die, ongecontroleerd door de president van de VS of het Congres, deze technologie gebruikt om buitenaardse toestellen te volgen en aan te vallen. Om weer controle te krijgen over deze psychopaten hebben we niet minder dan een revolutie nodig, volgens Greer. Maar in Frankrijk zijn er ook hoopvolle initiatieven. Onder Sarkozy zouden er protocollen ontwikkeld zijn om op vreedzame wijze met de buitenaardsen contact te zoeken. Tussen neus en lippen door vertelt Greer dat dat ook al in samenwerking met hem gelukt zou zijn. En ook het Vaticaan zou zich al voorbereiden op dergelijke contacten, een geruststellende gedachte.
Denk eens even na over wat voor mooie vooruitzichten onze samenlevingen zouden hebben als die verborgen gehouden technologieën eindelijk allemaal vrijgegeven zouden worden? Daarom moeten we allemaal om disclosure vragen, de Amerikaanse overheid dwingen om eindelijk openheid van zaken te geven. Maar hoe dat precies in zijn werk moet gaan, is me een raadsel. Want heeft Greer net niet uitgelegd dat alle officiële organen helemaal geen weet hebben van al die geheime projecten? Hoe kunnen ze er dan openheid over geven?

Tot zover de sprookjes van Steven Greer. Over zijn eigen buitenlichamelijke ervaringen, telepathische contacten met buitenaardsen en experimenten met remote viewing heeft hij het niet in de documentaire. Misschien werd het dan allemaal wat te ongeloofwaardig voor de gemiddelde Netflixkijker. Die moet misschien eerst psychologisch rijp worden gemaakt voor wat Greer nog meer in petto heeft. Geen complot, maar een goed doordacht business model.

Relevante artikelen uit Skepter

 

De linke weekendbijlage (38-2017)

za, 30/09/2017 - 09:39


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Enneagrampromotie

wo, 27/09/2017 - 13:08

Afgelopen dinsdag 26 september promoveerde Claudia Hoekx aan de Radboud Universiteit op haar proefschrift getiteld “The usefulness of the Enneagram model in The Netherlands”. Vorige week sprak ik mijn verbazing uit over de inhoud en kwaliteit van dit proefschrift, vandaag een verslag van de promotie. De vragen die de promotiecommissie stelde waren een stuk steviger dan verwacht, de antwoorden van de promovenda niet erg overtuigend. Toch ging ze natuurlijk met de bul naar huis.

Claudia Hoekx

Na het lekenpraatje van Hoekx over haar proefschrift, kreeg de voorzitter van de manuscriptcommissie, prof. dr. Hans Doorewaard, als eerste de gelegenheid om te opponeren. Hij was Hoekx behoorlijk behulpzaam door heel duidelijk te stellen dat het proefschrift niet ging over de vraag of het Enneagram Model waar is (en betwijfelde of die vraag überhaupt wetenschappelijk onderzocht zou kunnen worden), maar dat het louter en alleen ging om hoe gebruikers van dat Enneagram Model dat ervaren. De analyse van de interviews was zijns inziens wetenschappelijk al interessant genoeg. Mijn gedachte was dat dan in ieder geval de titel al ernstig misleidend is te noemen, iets als de 'De gebruikswaarde van het Enneagram Model in Nederland door de roze bril van fanatieke aanhangers' dekt de lading beter. In de tweede vragenronde bleek Doorewaard tot mijn verbazing het onderscheid tussen 'manifeste' en 'latente' waarden dat Hoekx maakt in haar proefschrift helemaal niet goed begrepen te hebben.

Prof. dr. Paul de Blot was de volgende opponent. Hij was de enige die het wat meer over Business Spirituality had, maar benadrukte ook dat het onderzoek in dit proefschrift daar eigenlijk helemaal niet over gaat. Hij verastte ons met zijn duidelijke stelling dat het Enneagram altijd al door de Jezuïten was gebruikt, maar dat die het alleen nooit op schrift hadden gesteld. In de 'officiële' geschiedenis van het ennegram komen de Jezuïten er pas begin jaren 70 van de vorige eeuw mee in aanraking. Bedoelde de Blot nu werkelijk dat zijn orde dit model al eeuwenlang gebruikt en eigenlijk geheim had gehouden? Je bijna van een echte jezuïtenstreek spreken, maar misschien is het geheugen van deze 93-jarige ook niet helemaal scherp meer. Hij leek echter ook de verzonnen Soefi-oorsprong van het Enneagram voor waar aan te nemen.
Overigens ontdekte ik dat een pauselijke adviesraad in 2013 in een stuk over New Age waarschuwde voor het gebruik van het Enneagram als spiritueel model:

An example of this can be seen in the enneagram, the nine-type tool for character analysis, which when used as a means of spiritual growth introduces an ambiguity in the doctrine and the life of the Christian faith.

Stiekem ben ik toch wel benieuwd wat De Blot hierover allemaal zou zeggen, maar helaas had ik na de promotie geen gelegenheid om hem aan de tand te voelen.

vlnr: Hendriks, De Nijs, Blomme, Doorewaard

Prof dr. Herman van den Bosch verzuchtte dat hij blij was dat hij de Nederlandse versie van het proefschrift had kunnen lezen. (Hoekx had er zelf voor gekozen om op de Engelstalige versie te promoveren, dat had helemaal niet gehoeven, begrepen we na de plechtigheid.) Van den Bosch' vragen waren als ik het me goed herinner vooral van praktische aard als 'wat heeft een manager hier aan'?
Dr. Sharda Nandram had vervolgens pittige vragen over hoe Hoekx de Grounded Theory nu precies had toegepast. Wat ik ervan begreep is dat die normaalgesproken in een theoretisch model moet uitmonden, maar dat dat in het proefschrift eigenlijk niet gebeurt. Tenslotte had dr. Inge Bleijenbergh bedenkingen bij het ontbreken van letterlijk citaten uit de interviews, terwijl het gaat om de analyse van die interviews. Nu krijgen we alles gefilterd door de bril van Hoekx voorgeschoteld. Hoekx verdedigde zich daartegen door te vertellen dat die interviews wel beschikbaar zijn, in uitgeschreven vorm en dat ook de opnames er nog zijn. Hoe die dan beschikbaar zijn, werd mij niet meteen duidelijk. Liggen ze ergens in een doos op de zolder van Hoekx?

Al met al werden er toch een flink aantal zeer fundamentele vragen gesteld, die mijns inziens niet echt afdoende werden beantwoord door Hoekx. Eigenlijk zou je mogen verwachten dat deze vragen vóór de goedkeuring van het proefschrift door de manuscriptcommissie zouden zijn gesteld. En kon een dergelijk zwakke beantwoording nog leiden tot het zakken voor dit examen? In theorie is dat mogelijk, maar ik ken geen Nederlandse voorbeelden uit de recente geschiedenis waarin dat gebeurde. Ik ben er dan ook altijd vanuit gegaan dat de bul feitelijk al binnen was op het moment dat de promotie in de universiteitsagenda werd ingepland. O ja, over die wiskundige blundertjes in het proefschrift werd natuurlijk geen woord gerept ...

vlnr: De Blot, Van den Bosch, Nandram, Bleijenbergh

Na uitreiking van de bul sprak  prof. dr. Rob Blomme de laudatio uit, waarin hij het promotietraject van Hoekx vergeleek met de zwerftocht van Odysseus, een lange tocht vol obstakels. Met een "interessant hoogtepunt in de afgelopen week". Zou hij hier mijn analyse bedoelen? Ik had echter niet de indruk dat er erg veel commotie over was ontstaan. De universiteit had niet openlijk gereageerd en andere media haden er ook nauwelijks aandacht aan besteed. We besloten het hem na de plechtigheid maar eens te vragen. ('We' zijn hier Jaap Meijer, die een stukje op de site van Management Team over de promotie schreef, en ikzelf.)

Blomme vertelde ons dat hij had gedoeld op de pittige discussie tijdens de zitting. Een leugentje om bestwil was mijn indruk, eerder een signaal dat hij er niet veel trek in had om er dieper op in te gaan. Ook de ander promotor, prof. dr. Willem de Nijs, maakte zich er een beetje vanaf. Aan Vox liet hij wat meer los, het is goed om zijn ‘Ik denk niet dat er één manager is die na lezing van dit proefschrift denkt dat er een wetenschappelijke basis is voor het model.’ in de oren te knopen. Dat lijkt me een belangrijker boodschap dan die Hoekx met haar proefschrift wil uitdragen. Zij denkt dat het zin heeft om een leidraad aan te bieden die gebruikers informeert over de diverse 'bloedgroepen' die het Enneagram op verschillende wijzen interpreteren en gebruiken.

De decaan van de Faculteit Managementwetenschappen, prof. dr. Paul Hendriks, die de promotiezitting voorzat, was een stuk openhartiger. Duidelijk werd nu dat mijn stuk er in ieder geval toe had geleid dat prof. dr. Teun Hardjono in de promotiecommissie op het laatste moment was vervangen door Bleijenbergh. Aan de Radboud Universiteit was men namelijk niet op de hoogte geweest van het akkefietje van Hardjono op de Erasmus Universiteit waardoor hij daar niet langer in promotiecommissies zitting mag nemen. Het leek ze in Nijmegen beter om deze promotie niet ook nog te belasten met een commissielid waaraan een smetje kleeft. Verstandig, denk ik.
Verder lijkt er procedureel ook niet iets misgegaan, de rol van de decaan is natuurlijk enigszins beperkt. Die moet er op kunnen vertrouwen dat de promotoren de kwaliteit bewaken en geschikte leden voor de manuscriptcommissie voordragen.
Het probleem dat ik wel naar voren heb gebracht is dat dit proefschrift pas heel kort van te voren beschikbaar was, een week of drie voor de promotie. En dan nog alleen in papieren versie. Het maakt het een stuk lastiger om andere deskundigen er naar te laten kijken, al was het maar voor een korte indruk. Heel veel proefschriften bestaan tegenwoordig grotendeels uit artikelen die al gepubliceerd zijn in wetenschappelijke tijdschriften en dan is het goed in te schatten waar het proefschrift over gaat. Dat was hier niet het geval. En ook omdat Hoekx buitenpromovenda was, zijn er waarschijnlijk maar heel weinig mensen überhaupt in gelegenheid geweest om kennis te nemen van waar zij mee bezig was en wat de richting van haar onderzoek was.

Het lijkt me wenselijk en niet zo lastig om wat extra kwaliteitswaarborgen in te bouwen bij buitenpromoties. In ieder geval zou je met dit soort onderwerpen een kritische blik van aanverwante vakgebieden (qua onderwerp of methodologie) moeten aanmoedigen en het proefschrift veel eerder digitaal beschikbaar stellen. De discussie lijkt nu onvoldoende van te voren opgezocht en dat kan tot gênante vertoningen leiden.

Links

Wichelaar Klaas de Jonge

wo, 27/09/2017 - 09:22

In het Eindhovens Dagblad vandaag een artikel over wichelaar Klaas de Jonge. Deze 71-jarige oud-fysicus uit Valkenswaard heeft zo zijn eigen ideeën over hoe de wichelroede werkt. In het artikel komt het niet zo duidelijk naar voren:

Het principe is vrij eenvoudig: over de aarde lopen energiebanen, van noord naar zuid, van oost naar west en diagonaal. Ze hebben welluidende namen als leylijn, Benkerlijn, Hartmannlijn en Currylijn. ,,We zien ze niet, maar ze zijn er wel. Als je er doorheen loopt, pikt je lichaam die prikkel op. Je spieren in je onderarm verkrampen heel even en daardoor komt de wichelroede in beweging."

Dit lijkt weinig af te wijken van wat andere wichelaars vertellen, maar op zijn eigen site legt De Jonge beter uit wat hij bedoelt. Hij verwerpt het bestaan van aardstralen en geeft een volstrekt natuurkundige verklaring:

HOE WERKT HET? De inductie-wetten van FARADAY en LENZ beschrijven de werking van een fietsdynamo, etc... De kenmerk is dat er een electrische puls opgewekt wordt in de geleider (b.v. koperdraad), als deze in een magneetveld bewogen wordt. Bij de mens is de geleider de zenuw, waarin een electrische puls opgewekt wordt, als hij door magneetlijnen loopt.. De veldlijnen van het aardmagnetisch veld induceren een puls in de zenuwen, met het gevolg het samentrekken van de spieren. Dit merk je gelukkig niet en daarom heb je de wichelroede nodig, die dan omvalt. Er is nog een ander effect. De gigantische energie van de zon wordt afgebogen naar de polen. Waar blijft deze energie. Distributie langs de magneetlijnen Dus het zijn echte energielijnen. Een magneetlijn heeft een bepaalde breedte. Bij het binnengaan en uitgaan gaat de wichelroede dicht. Correct, de wet van Lenz .

Deze oud-fysicus zal toch wel begrijpen dat deze theorie heel eenvoudig te toetsen is? Eigenlijk geeft hij zelf al een voorbeeld aan hoe dat zou kunnen:

Een apart verhaal is James Randi, die een grote som uitloofde met soortgelijke experimenten. Hij stopte b.v. een klomp goud in een van een aantal dezelfde verpakkingen. Als je deze aanwees met de wichelroede, dan mocht je het houden. Ook hier het mes: Er is geen methode bekent, zodat je het goud kunt aanwijzen. (Als hij er een magneet in had gedaan. had hij de weddenschap waarschijnlijk verloren).

Ideetje: we kiezen een veldje waar De Jonge eerst van mag bepalen of en waar er 'energiebanen' liggen. Vervolgens begraven we op zeg 20 plekken een doosje waar een sterke magneet in zit of niets. De verstorende werking op het aardmagnetisch veld moet daar toch makkelijk meetbaar van zijn. Hoe veel zou De Jonge denken er goed te kunnen identificeren?

De linke weekendbijlage (37-2017)

za, 23/09/2017 - 09:36


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Koepel van Europese wetenschapsacademies spreekt duidelijke taal over homeopathie

wo, 20/09/2017 - 19:48

De EASAC, European Academies' Science Advisory Council, heeft in een advies aan de Europese Commissie duidelijk afstand genomen van het gedoogbeleid voor homeopathische geneesmiddelen.

Die homeopathische korrels en druppels kunnen nu nog als geneesmiddel verkocht worden zonder dat de fabrikanten bewijs hebben geleverd dat ze ook werken. Als ze maar zover verdund zijn dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat er ook nog enige werking van uit gaat en ze dus als veilig voor consumptie kunnen worden beschouwd, mogen die onzinproducten als 'homeopathisch geneesmiddel' verkocht worden. In Nederland mag er dan sinds enige tijd echt niet meer op staan waarvoor dat spul dan geacht wordt te werken volgens de homeopathie-gelovigen, maar elders in Europa gelden nog soepelere regels.

De EASAC stelt niet eens zoveel schokkends voor, gewoon een einde maken aan die rare uitzonderingspositie voor homeopatische producten:

Our purpose is not to seek the prohibition of homeopathic products, and we recognise the fundamental importance of allowing and supporting consumer choice. Rather, we aim to explore the policy dimensions for ensuring informed patient choice with the emphasis on ‘appropriately informed’, and for achieving a standardised knowledge-based, robust regulatory framework and sound advertising practices across the EU, which can apply equitably to all medicinal products, whatever their origins and whatever their mechanisms.

Maar ja, die homeopathie-gelovigen snappen ook wel dat ze nooit bewijs voor werking zullen kunnen leveren als ze aan dezelfde spelregels moeten voldoen als reguliere medicijnen. EASAC vat de stand van zaken rondom homeopathie zo samen:

Het laatste puntje is ook wel interessant, omdat in de Europese regels voor de biologische veehouderij in feite wordt opgelegd dat boeren bij zieke dieren eerst aanrommelen met homeopathische (of kruiden-) middelen voordat ze mogen overschakelen op reguliere medicijnen. Dit is eigenlijk onverdragelijk uitstel van een echte behandeling en dus dierenmishandeling. Ik schreef daar toevallig mijn allereerste stuk op Kloptdatwel over.

Maar lees vooral zelf het hele advies (pdf, 12 pagina's). En ook de berichtgeving in de Volkskrant, waarin homeopathisch arts Frans Kusse van de AVIG mag klagen: " 'De EASAC denkt vanuit een puur scheikundig model: een middel kan alleen werken als er werkzame moleculen in zitten. Terwijl wij zeggen: veel belangrijker is dát het werkt, en het bewijs daarvoor is er.'"  Ja hoor, dat kulverhaal kennen we intussen wel. Het zit ze ook niet mee, die sprookjesdokters, na 1 januari zal hijs ook vast zijn artsentitel moeten inleveren. Arme Frans!

Promoveren op het Enneagram Model aan de Radboud Universiteit

di, 19/09/2017 - 06:00

Het is weer raak op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Was er vorig jaar ophef over een bedroevend slecht proefschrift over acupunctuur, dit jaar trakteert de universiteit ons op een promotie op andere pseudowetenschappelijk gebied, het Enneagram. Het Enneagram Model onderscheidt negen persoonlijkheidstypen en is  volgens sommige beoefenaars gebaseerd op eeuwenoude soefiwijsheid. In de Verenigde Staten, maar ook in Nederland heeft het Enneagram inmiddels een plekje veroverd in het brede spectrum aan methodes voor persoonsontwikkeling, coaching en management. En dat terwijl er nauwelijks wetenschappelijk bewijs is voor de beweringen die eraan worden opgehangen.

Volgende week, op dinsdag 26 september, zal Claudia Hoekx aan de Radboud Universiteit (RU) promoveren op een proefschrift over de gebruikswaarde van het Enneagram. Wie verwacht dat haar onderzoek duidelijkheid verschaft over de (pseudo)wetenschappelijke status van het Enneagram, komt bedrogen uit,  zal ik maar vast verklappen. Voor een korte uitleg over wat het Enneagram Model (EM) inhoudt en wat de ontstaansgeschiedenis is, verwijs ik de lezer naar het artikel dat Rob Nanninga in 2000 in Skepter schreef: Occulte karaktertypen - De doodzonden van het enneagram  (Skepter 13.2, 2000)

Buitenpromovenda

Hoekx is aan haar onderzoek begonnen na een master Religiestudies aan de RU. Haar belangrijkste motivatie om iets met het EM  te doen, lijkt te schuilen in mogelijkheid er ook spirituele zaken aan op te hangen.

Haar promotietraject verliep niet bepaald vlekkeloos. In een artikel in het universiteitsmagazine VOX van april 2016 over buitenpromovendi, wordt ‘haar geval’ naar voren gebracht. In eerste instantie was hoogleraar Peter Nissen haar promotor, maar daar raakte ze mee in conflict over de te bewandelen weg in haar onderzoek. Peter van der Velde, net als Nissen hoogleraar aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen aan de RU, werd haar nieuwe promotor, en aan Nyenrode Business University werd prof. dr. Rob Blomme gevonden als tweede promotor. Van der Velde gooide echter in september 2015 de handdoek in de ring, omdat hij niet zag hoe de insteek van Hoekx ooit tot een verdedigbaar proefschrift zou leiden. In ieder geval niet onder zijn begeleiding: “vastgelopen op de alom aanwezige normativiteit van de onderzoekster” en “nog steeds geen heldere kritisch-afstandelijke vraagstelling”.

Uiteindelijk is er, nu aan de Faculteit Managementwetenschappen, dan toch iemand gevonden die Hoekx naar de eindstreep heeft weten te begeleiden: prof. dr. Willem de Nijs, hoogleraar emeritus Strategisch Personeelsmanagement. Het traject resulteerde in een lijvig proefschrift van meer dan 400 pagina's met als titel “The usefulness of the Enneagram model in The Netherlands”.

Wetenschappelijk basis voor het Enneagram model?

In haar proefschrift inventariseert Hoekx eerst wat er al zoal aan onderzoek is verschenen op dit gebied en vindt onder andere de doctoraalscriptie van Martijn Cremers (Tilburg University, 2005). Cremers onderzocht of je het EM terug kunt vinden in een ander persoonlijkheidsmodel:

Het FFM - Five Factor Model - is een algemeen geaccepteerde indeling voor de persoonlijkheid. In essentie draait persoonlijkheid om stabiele eigenschappen aangeduid als de 'Big Five': Dominantie, Altruïsme, Consciëntieusheid, Neuroticisme en Openheid.

Cremers’ conclusie luidt:

De basis - negen types en drie emotiecentra - van het Enneagrammodel is niet als zodanig terug te vinden. Er zijn aanwijzingen dat er samenhang is tussen de Enneagramtypes en de bijbehorende emotiecentra. Tevens zijn er samenhangen tussen de Enneagramtypes en de FFM variabelen.

De afsluitende paragraaf van Cremers’ scriptie bevat een aangename verrassing:

In mijn voorwoord heb ik geschreven dat ik aan de ene kant de critici van het model meer helderheid en duidelijkheid over het Enneagram wil bieden en aan de andere kant het met ze eens ben dat er een wetenschappelijke basis nodig is. Ik wil me daarom tot besluit aansluiten bij de scepticus Nanninga (juni 2000, www.skepsis.nl)
“Bestudering van het Enneagram hoeft niet bij voorbaat nutteloos te zijn. Het kan ons bewust maken van bepaalde verschillen tussen mensen, het kan begrip kweken voor het gedrag van anderen, het kan een manier zijn om orde te scheppen in de chaos, of het kan ertoe bijdragen dat we beter naar onszelf gaan kijken en misschien pogingen ondernemen negatieve aspecten te veranderen. Het lijkt mij echter verstandig om zulke doelen met wat minder occulte en meer wetenschappelijke middelen na te streven.”

Hoekx negeert dit onderzoek net niet helemaal, maar wijst liever op oudere (Amerikaanse) studies die wel zouden laten zien het EM wel terug te vinden is in andere persoonlijkheidsmodellen. Ze vergeet op te merken dat de persoonlijkheidsmodellen die daarbij als referentie gebruikt werden (o.a. Myer-Briggs Type Indicator)) op zichzelf ook geen beste wetenschappelijke status hebben, in tegenstelling tot het FFM wat Cremers gebruikte.

Erg grondig blijkt Hoekx overigens niet te werk gegaan bij het opsporen van die andere proefschriften. Van de oudste studie (Wagner, 1981), die naar dit aspect van het EM kijkt merkt ze op: ”The preview could not make clear to the researcher whether this study was done qualitatively or quantitatively in 1981,[..]”. Bij haar literatuurverwijzing geeft ze een ellenlange link naar waar ze dit stuk vandaan heeft en daar staat inderdaad alleen een ‘preview’ van de eerste 24 pagina’s. Ik vond echter in drie muisklikken een pdf van de hele dissertatie. Snel doorscrollen laat zien dat Wagner het kwantitatief aanpakt, maar daarbij ook nauwelijks oog heeft voor het gevaar van meervoudig toetsen bij het aanwijzen van significante verbanden.

Al deze onderzoeken mogen dan, als we statistische onvolkomenheden even door de vingers zien, aantonen dat het EM intern consistent is, en betrouwbaar in de zin dat het EM type van personen nauwelijks verandert. Maar dat betekent nog niet dat het model ook een bruikbaar model is voor wat je er mee wilt doen. Volgens Nanninga in Skepter:

De waarde van zulke persoonlijkheidsprofielen is nogal beperkt omdat ze slechts in geringe mate correleren met het feitelijke gedrag. Dit gedrag is niet consistent en hangt in hoge mate af van de situatie. Als we weten dat iemand een ander heeft geholpen, kunnen we daaruit gewoonlijk niet afleiden dat hij onder andere omstandigheden eveneens hulp zal bieden.

Sociaal-constructivisme

Voor Hoekx lijkt de afwezigheid van zo’n wetenschappelijk fundament sowieso niet een heel belangrijke kwestie. Ze laat immers zien dat de onderzoeken die positief uitpakken voor het EM gebaseerd zijn op telkens andere invullingen van het EM, zodat het maar de vraag is of je kunt spreken van een groeiende verzameling aan bewijs dat steeds sterker wijst op de correctheid van het model. En de enige studie die in Nederlandse context is uitgevoerd, waarbij een wetenschappelijk geaccepteerd referentiemodel werd gebruikt, pakt negatief uit. En dan schrijft ze:

A topic that is raised by this, is: wat [sic] is the ground on which one decides that a model is a model in scientific research? In the discussed EM studies, this has been done mainly in a quantitative way. This method could be outdated. For example, the fact that people consider a model as a model is in socio-constructivist research sufficient to speak of a model as a model. From a social-constructivist point of view , the validity of a model is not something that is absolute, but something that users grant. However, the EM has not been investigated according to this paradigm.

Hoekx legitimeert haar onderzoek door te wijzen op het feit dat het EM in Nederland al veel wordt gebruikt, maar de vraag of dat gebruik zelf legitiem is op grond van het beschikbare wetenschappelijk bewijs voor het EM verwaarloost ze.
Over haar onderzoeksopzet:

The research design was based on social constructivism on methodological grounds because a realistic EM research design was not seen as the most realistic option. This implied that logically seen the attitude of the researcher was subjective, the epistemology relativistic, the methodology qualitative, and the research question was an open question.

Dit onderzoek bestaat naast het literatuuronderzoek wat ik kort besprak, uit het analyseren van interviews met coaches die jarenlange ervaring hebben in het gebruik van het EM, en managers die het EM toepassen in hun omgang met personeel.
Ondanks het beroerde Engels is het literatuuronderzoek nog best leesbaar. Deze status quaestionis is een cadeautje van Hoekx, en eigenlijk overbodig voor haar onderzoek. Ten eerste omdat er geen eerder EM onderzoek gedaan is in de Nederlandse context (hier negeert ze Cremers dus bewust, omdat dat geen dissertatie betreft, maar ‘slechts’ een doctoraalscriptie). En ten tweede omdat zoiets overbodig is in die sociaalconstructivistische opvatting van wetenschap bedrijven, waarin de onderzoeker vooral lekker blanco moet beginnen met zich onderdompelen in het onderzoek.

Wanneer Hoekx het heeft over de twee paradigma’s waarmee je volgens haar wetenschap kunt bedrijven, haak ik bijna voorgoed af. De ene, waar skeptici mee uit de voeten kunnen, gaat uit van een objectivistisch wereldbeeld, een realiteit die er ook is als we zelf niet kijken. In het sociaalconstructivistische paradigma komt kennis alleen tot stand middels interactie en is alles subjectief. Het levert proza als dit op:

The objective in social constructivist research is not to identify the absolute truth, but to identify a phenomenon in such a way that the layering of the meaning of a construct, like the EM usefulness, is mapped although it is on forehand space-time limited. ‘Facts’ in social-constructivist research only have meaning in a network of research values. Knowledge claims are by definition context dependent and cannot be generalized. An important criterion for this kind of research is not causality as in realistic research, but the viability of knowledge. Viability implies the value the research has for science and society, for example: in enlivening a public debate or for policy making.
In  other words, if the EM usefulness is examined in a social-constructivist paradigm, then research results can be seen as interpretation of interpretations that map the layering of the construct EM usefulness. The results have sense in a network of research values that are societally more or less viable.

Na het lezen van dergelijke teksten, vroeg ik me af waarom Hoekx eigenlijk zo graag wilde promoveren. Maar na even nadenken, begreep ik het wel: zo’n promotiebul kun je natuurlijk zien als een interpretatie van interpretaties die de gelaagdheid van het construct promotie aan Nederlandse universiteiten blootlegt en zo betekenis krijgt in een netwerk van onderzoekswaarden die min of meer levensvatbaar zijn gebleken in onze samenleving …

Kritiek op critici

Wat verderop in het proefschrift komen we nog een hoofdstukje ‘Criticism on the EM’ tegen waar Hoekx naast wat opmerkingen uit slechts één proefschrift (Alber, 2010) tot mijn verrassing ook nog Nanninga aanhaalt! Ik had dat eigenlijk niet meer verwacht, want een van de eerste dingen die ik deed toen ik het boekwerk in handen kreeg, was in de literatuurlijst opzoeken of zijn Skepter-artikel daar bij stond, wat niet het geval is.
Van de kritiek van Nanninga pikt ze alleen op dat de enneagramtypes “niet duidelijk [zijn] vastgelegd, zodat de auteurs niet allemaal dezelfde eigenschappen aan een type toeschrijven. Op grond van hun persoonlijke ervaringen leggen ze soms andere accenten of verbanden.” Volgens Hoekx is dat begrijpelijke kritiek, maar niet problematisch voor het EM of de toepassing ervan:

The critics formulated by Nanninga are understandable if one considers that the EM typology often is described in terms that refer to external visible behaviour while it is all about the inner drive, strategy, or worldview which underlie the outward behaviour. This inner strategy is difficult to catch directly in words, so, it has been described metaphorically. However, the metaphorical description can in various ways and that might explain the huge amount of different EM type descriptions. [...]
In other words, these critics stem from the fact that the EM is entrusted to paper. Who takes orally knowledge of the EM has the possibility to feel or experience directly what kind of inner strategy is most appropriate by directly recognizing the spoken energy.

Om met de grote filosoof JC (Johan Cruijf) te spreken: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.” Of deze opvattingen van Hoekx nog iets met zinnige wetenschapsbeoefening te maken hebben, waag ik te betwijfelen. In plaats van te verhelderen, maakt ze steeds meer een black box van het EM, waarvan de waarde alleen maar door de beoefenaars zelf ondervonden kan worden. De critici hebben zich volgens Hoekx ook alleen maar gericht op het EM als persoonlijkheidsmodel, maar niet op EM als spiritueel model. Dat laatste is dan misschien wat Hoekx er zelf zo interessant aan vindt, maar staat nogal ver af van hoe het EM in de praktijk wordt gebruikt.

En wat is het EM dan eigenlijk als spiritueel model? Hoekx beschrijft dat je aan de negen punten waarden kunt hangen, maar met de verbindingslijnen in het schema kun je volgens haar vervolgens niets, want dat zou een hiërarchie veronderstellen tussen die waarden. De meeste lezers zullen in zo’n spiritueel EM dan ook niet meer zien dan een lijstje woorden waarbij misschien gemediteerd kan worden, het plaatje van het Enneagram is compleet uit beeld verdwenen. Maar ja, zoals Hoekx eerder aangaf, het is voldoende als de gebruikers het zelf als model opvatten om het model als model te bestuderen …

Hoekx besteed ook nog wat pagina’s aan wiskundig gefröbel met de getallen en vormen in het Enneagram. Het paadje dat gevormd wordt door de getallen 1-4-2-8-5-7 spreekt tot de verbeelding, je kunt het terugzien in de decimale ontwikkeling van de breuk 1/7 = 0,142857142857… Als je dit vermenigvuldigt met 1, 2, 3, 4, 5 of 6 blijf je dezelfde getallenreeks tegenkomen. En dan komt een zinnetje waarbij ik zowat van de bank viel toen ik het las: “Furthermore these numbers are listed in the constant pi (π=3.142857).” Au.
Een pagina eerder poneert ze “The property of the recurring fracture occurs only in the decimal number system” wat onbegrijpelijk is (recurring fracture is geen wiskundige maar een medische term). Als er bedoeld is dat repeterende breuken alleen in het decimale systeem voorkomen is het onwaar. Voorts dateert ze de ontdekking van het decimale systeem in de 15de eeuw, waarmee ze er ongeveer een millenium naast zit. En de directe voorloper van de schrijfwijze met decimalen achter de komma zoals wij die nu gebruiken, is eind zestiende eeuw bedacht door Simon Stevin. Au, Au. Een pagina verderop blijkt ze ook al niet te weten dat het idee van een magisch vierkant is dat je het moet vullen met allemaal verschillende getallen. Driewerf au.

Nog even kort over die interviews die Hoekx afnam en analyseerde. Ze gebruikte daarvoor de Grounded Theory Approach, die als ik het goed begrijp neerkomt op het gaandeweg identificeren van begrippen en categorieën in de beschikbare kwalitatieve gegevens (zoals deze interviews) net zo lang tot je niets nieuws meer tegenkomt: er treedt saturatie op. Vervolgens kun je dan de onderlinge relaties van die gevonden begrippen verder analyseren.
Wat Hoekx opviel was dat die saturatie niet op leek te treden bij de interviews met de coaches met minstens 15 jaar ervaring. Zij besloot dat het na 12 gesprekken wel welletjes was, een tamelijk willekeurig punt om haar onderzoek af te kappen. Je zou je natuurlijk ook af kunnen vragen of het uitblijven van die saturatie niet een heel sterk signaal is dat je werkelijk alles wat je maar wil aan het EM kunt ophangen (en dat dat in de praktijk ook gebeurt), en dat daarmee het model zo ‘open’ is dat het volstrekt nietszeggend is.

Promotieplechtigheid

De promotiecommissie bestaat zoals gebruikelijk aan de RU uit de (co)promotoren en nog minstens vijf personen, waaronder de leden van de manuscriptcommissie. In dit geval zit er ook niemand anders in. Alle leden van de promotiecommisie hebben dus als promotor of als lid van de manuscriptcommissie eigenlijk al hun fiat aan dit proefschrift gegeven. Er zijn blijkbaar ook geen andere experts op dit vakgebied aangezocht voor de oppositie en niemand heeft zich daar zelf voor aangemeld. De promotieplechtigheid belooft dus een gezellig onderonsje te worden. We zullen zien of er nog wat spannends gebeurt en daarover later berichten.

Twee personen uit de manuscriptcommissie komen overigens ook voor in een ander artikel dat Rob Nanninga in Skepter schreef: Spiritualiteit voor managers - Go with the flow naar Nyenrode (Skepter 20.2, 2007), het gaat om de inmiddels 93 jarige ‘honorair’ hoogleraar Paul de Chavigny de Blot en Sharda Nandram, associate professor Entrepeneurship and Spirituality, beiden aan Nyenrode Business University.
Verder hebben we dan nog prof. dr. Hans Doorewaard (hoogleraar emeritus Organisatieontwikkeling aan de RU), prof. dr. Herman van den Bosch (hoogleraar Management Education aan de Open Universiteit) en  prof. dr. Teun Hardjono (hoogleraar emeritus Quality Management aan de Erasmus Universiteit). De betrokkenheid van Hardjono is enigszins opmerkelijk te noemen. Hij kwam een paar jaar terug in opspraak toen een promovendus van hem op plagiaat werd betrapt. Een van de maatregelen die de Erasmus Universiteit Hardjono oplegde, was dat hij aan die instelling geen promovendi meer mocht begeleiden en  ook geen lid meer mocht zijn van een promotiecommissie. Aan de Radboud Universiteit mag hij zo'n rol blijkbaar nog wel vervullen.

De linke weekendbijlage (36-2017)

za, 16/09/2017 - 06:00


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

Genomineerden voor de Meester Kackadorisprijs 2017

vr, 15/09/2017 - 06:00

De Vereniging tegen de Kwakzalverij zal op zaterdag 7 oktober bekend maken wie dit jaar de Meester Kackadorisprijs binnensleept. De prijs is bedoeld voor die instelling, persoon of onderneming die afgelopen jaar het meest heeft bijgedragen aan de verspreiding in daad, woord of geschrift van de kwakzalverij in Nederland.

Dit jaar staan er maar liefst veertien genomineerden op de lijst die op 14 september bekend werd gemaakt! Is het dit jaar zoveel erger gesteld met kwakzalverliefhebbers of gebrek aan optreden tegen kwakzalverij? Volgens de VtdK was er een "ongemeen groot aantal meldingen". Een mooie selectie kandidaten of valt er wel wat op aan te merken? Wie mist er beslist op het lijstje en wie hoort er echt niet op thuis? Discussieer mee en geef uw keuze aan in de poll!

Bij de beoordeling van de lijst is het wel goed in het achterhoofd te houden wat de bedoeling van de prijs precies is. Die is niet in eerste instantie bedoeld om de ergste kwakzalver aan te wijzen. Op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) staat het reglement. Uit de inleiding daarbij:

Hoewel daadwerkelijk actieve kwakzalvers niet worden uitgesloten, is nadrukkelijk ook gedacht aan personen/instellingen die via publiciteit, geldstromen, opleidingen, wet- of regelgeving, mantelorganisaties, rechtspraak of anderszins de kwakzalverij hebben bevorderd zonder daarbij zelf vuile handen te maken. Het kan zijn dat de bekroonde activiteiten willens en wetens zijn ondernomen, maar ook naïeve of bona fide inspanningen die wellicht onbedoeld de kwakzalverij hebben bevorderd, kunnen in aanmerking komen. Goed bedoeld is dus geen excuus!

De genomineerden
  1. BIT Magazine - dit magazine voor paardenliefhebbers besteed vaak kritiekloos aandacht aan allerhande kwakzalverij.
  2. B & W, Utrecht - het gemeentebestuur gaat in zekere zin mee met de angstverhalen over gezondheidseffecten van zendmasten.
  3. CIRAN - revalidatie-instelling die de unieke behandelmethode 'elementaire therapie' aanbiedt, waar een weekend in een Tibetaans instituut voor een ‘seminar levenskunst’ deel van uitmaakt.
  4. Deventer Ziekenhuis - gaat haar patiënten complementaire zorg aanbieden.
  5. Femme Amsterdam - verloskundigenpraktijk in Amsterdam Zuid, die tegen een fikse bijbetaling allerlei overbodige extra zorg aanbiedt, waaronder consulten bij de acupuncturist.
  6. Koninklijke Nederlandse Organisatie Verloskundigen (KNOV) - accrediteerde een homeopathie-opleiding van de Vereniging voor Verloskunde en Homeopathie in samenwerking met Nederlandse Vereniging voor Klassieke Homeopathie. Maar dit is al eerder weer ingetrokken.
  7. Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) - een van de eisen van de periodieke herregistratie is dat een apotheker alternatieve geneesmiddelen als homeopathie en kruidengeneesmiddelen moet kunnen bereiden.
  8. Gerard de Korte, bisschop van Den Bosch - als eindverantwoordelijke voor de functie exorcist, die aan het bisdom door Frank As wordt vervuld.
  9. Merlijn Boekhandel in Haarlem - voor het aanbieden en aanprijzen van een berg aan gevaarlijke kwakzalversliteratuur.
  10. Nederlands Netwerk voor Lymfoedeem & Lipodeem (NL-Net) - geeft in hun blad Lymfologica veel ruimte aan kwakdenkers.
  11. Nederlandse Vereniging voor Cosmetische Chirurgie (NVvCC) - omdat bijvoorbeeld de "perfide kwakzalver Oliver Groh" gewoon op hun ledenlijst staat.
  12. Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) - vanwege de accreditatie van enkele HBO-master opleidingen in de ‘manuele therapie’.
  13. Pulse Media Group - produceert bijlagen vol dubieuze aanprijzingen van commerciële zorgverleners die worden meegestuurd met periodieken als Arts & Auto, De Volkskrant, Elsevier, Management Team en Trouw.
  14. VaccinatieRaad - Een zogenaamd goed doel met ANBI-status dat misleidende informatie over vaccinaties verspreid.

De redenen voor nominatie staan uitgebreider op de site van de VtdK. De 'gelukkige' winnaar wordt op 7 oktober bekend gemaakt, voorafgaand aan het jaarlijkse middagsymposium van de VtdK.

Poll

Wat denkt de lezer van Kloptdatwel ervan? Daar zijn we uiteraard benieuwd naar. Geef uw commentaar in de reactiemogelijkheid hieronder en vul de poll in. Meteen stemmen als u uw mening al klaar hebt, maar wachten met stemmen kan natuurlijk ook om de overwegingen van andere commentatoren uw eerste oordeel mogelijk te laten beïnvloeden. De jury van de Meester Kackadorisprijs gaf in 2015 de prijs nog aan de winnaar van onze poll, maar vorig jaar weken ze af. Wie weet beïnvloed uw stem dit jaar stiekem toch weer de keuze van de winnaar! Poll sluit op 5 oktober 2017.

#yop-poll-container-5_yp59bb5cf6a01c8 { width:200px; background:#fff; padding:10px; color:#555; overflow:hidden; font-size:12px; } #yop-poll-name-5_yp59bb5cf6a01c8 { font-size:14px; font-weight:bold; } #yop-poll-question-5_yp59bb5cf6a01c8 { font-size:14px; margin:5px 0px; } #yop-poll-answers-5_yp59bb5cf6a01c8 { } #yop-poll-answers-5_yp59bb5cf6a01c8 ul { list-style: none outside none; margin: 0; padding: 0; } #yop-poll-answers-5_yp59bb5cf6a01c8 ul li { font-style:normal; margin:0px 0px 10px 0px; padding:0px; font-size:12px; } #yop-poll-answers-5_yp59bb5cf6a01c8 ul li input { margin:0px; float:none; } #yop-poll-answers-5_yp59bb5cf6a01c8 ul li label { margin:0px; font-style:normal; font-weight:normal; font-size:12px; float:none; } .yop-poll-results-5_yp59bb5cf6a01c8 { font-size: 12px; font-style: italic; font-weight: normal; margin-left: 15px; } #yop-poll-custom-5_yp59bb5cf6a01c8 { } #yop-poll-custom-5_yp59bb5cf6a01c8 ul { list-style: none outside none; margin: 0; padding: 0; } #yop-poll-custom-5_yp59bb5cf6a01c8 ul li { padding:0px; margin:0px; font-size:14px; } #yop-poll-container-5_yp59bb5cf6a01c8 input[type='text'] { margin:0px 0px 5px 0px; padding:2%; width:96%; text-indent:2%; font-size:12px; } #yop-poll-captcha-input-div-5_yp59bb5cf6a01c8 { margin-top:5px; } #yop-poll-captcha-helpers-div-5_yp59bb5cf6a01c8 { width:30px; float:left; margin-left:5px; height:0px; } #yop-poll-captcha-helpers-div-5_yp59bb5cf6a01c8 img { margin-bottom:2px; } #yop-poll-captcha-image-div-5_yp59bb5cf6a01c8 { margin-bottom:5px; } #yop_poll_captcha_image_5_yp59bb5cf6a01c8 { float:left; } .yop_poll_clear { clear:both; } #yop-poll-vote-5_yp59bb5cf6a01c8 { } .yop-poll-results-bar-5_yp59bb5cf6a01c8 { background:#f5f5f5; height:10px; } .yop-poll-results-bar-5_yp59bb5cf6a01c8 div { background:#555; height:10px; } #yop-poll-vote-5_yp59bb5cf6a01c8 div#yop-poll-vote-5_yp59bb5cf6a01c8 button { float:left; } #yop-poll-vote-5_yp59bb5cf6a01c8 div#yop-poll-results-5_yp59bb5cf6a01c8 { float: right; margin-bottom: 20px; margin-top: -20px; width: auto; } #yop-poll-vote-5_yp59bb5cf6a01c8 div#yop-poll-results-5_yp59bb5cf6a01c8 a { color:#555; text-decoration:underline; font-size:12px;} #yop-poll-vote-5_yp59bb5cf6a01c8 div#yop-poll-back-5_yp59bb5cf6a01c8 a { color:#555; text-decoration:underline; font-size:12px;} #yop-poll-vote-5_yp59bb5cf6a01c8 div { float:left; width:100%; } #yop-poll-container-error-5_yp59bb5cf6a01c8 { font-size:12px; font-style:italic; color:red; text-transform:lowercase; } #yop-poll-container-success-5_yp59bb5cf6a01c8 { font-size:12px; font-style:italic; color:green; } .yop-poll-forms-display{} Wie verdient de prijs het meest?
  • BIT Magazine
  • B & W, Utrecht
  • CIRAN
  • Deventer Ziekenhuis
  • Femme Amsterdam
  • Koninklijke Nederlandse Organisatie Verloskundigen (KNOV)
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • Gerard de Korte, bisschop van Den Bosch
  • Merlijn Boekhandel in Haarlem
  • Nederlands Netwerk voor Lymfoedeem & Lipodeem (NL-Net)
  • Nederlandse Vereniging voor Cosmetische Chirurgie (NVvCC)
  • Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)
  • Pulse Media Group
  • VaccinatieRaad
    Vote View Results Total Answers 1 Total Votes 1

    Pas op voor satanische rozenkransen

    di, 12/09/2017 - 14:03

    De Illuminati zijn weer eens lekker bezig met hun verderfelijke praktijken. Nu op de Filipijnen, waar ze brave katholieken proberen te verleiden om te bidden met satanische rozenkransen die ze gratis verspreiden. Deze rozenkransen zijn gewijd door het kwade, en als je er per ongeluk mee aan de gang gaat, zul je gevolgd worden door kwade geesten. Althans, dat beweerde Father Ambrosio Nonato Legaspi, exorcist van het Diocees Novaliches, in een radiouitzending op 7 augustus jl.

    De waarschuwing van deze vrome heer kreeg meer aandacht toen de website van de Katholieke Bisschopsconferentie van de Filipijnen er op 4 september aandacht aan besteedde. Daarna ging het verhaal snel rond op het internet. Niet zo duidelijk uit alle berichten wordt wat er dan mis zou zijn met die rozenkransen en hoe je dat kunt zien.
    In de radiouitzending legde Legaspi echter uit dat het gaat om plastic rozenkransen die al minstens sinds 2004 wereldwijd opduiken en ook wel als 'New Age Rosary' worden aangeboden (zie bericht op de website van het Diocees nav de ophef). Het zijn gewoon goedkope prullen die in China gefabriceerd zijn.

    Dit filmpje van een paar jaar terug legt uit wat er allemaal voor verborgen symboliek op de kruisjes te vinden is:

    De geruchten over het satanische karakter ontstonden vermoedelijk in Medjugorje, een bedevaartsoord in Bosnië en Herzegovina. In de comments op het weblog van ene Joseph Sciambra vertelt een reaguurder dat deze rozenkransen oorspronkelijk gemaakt werden door een Italiaans familiebedrijfje en dat de gebruikte symbolen vrij standaard zijn in Italië. Door de valse geruchten ging het bedrijf echter over de kop. De mallen zullen wel opgekocht zijn door iemand die de rozenkransen tegenwoordig in China laat vervaardigen.

    De linke weekendbijlage (35-2017)

    za, 09/09/2017 - 06:00


    Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

    Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

    Coen Vermeeren weg van TU Delft

    wo, 06/09/2017 - 10:13

    Het universiteitsblad Delta meldt vanochtend dat Vermeeren ‘in onderling overleg’ met de universiteit heeft besloten op te stappen: 'Omstreden hoofd van Studium Generale opgestapt'. Vermeeren was als sinds 2003 hoofd van Studium Generale, maar kwam vanaf omstreeks 2010 steeds vaker in opspraak vanwege zijn programmering. En met zijn eigen uitgesproken opvattingen. Hij gaf ruim baan aan complotdenkers en pseudowetenschappers, zonder daarbij zorg te dragen voor gedegen kritiek.

    Stichting Skepsis volgde de capriolen van Vermeeren al jaren met verbazing. In 2010 schreef Martin Bier een stuk op het blog van Skepsis over de presentatie van de magneetmotor van de Turkse uitvinder Yildiz. Later schreef de hoofdredacteur van Skepter, Rob Nanninga, uitgebreid over de UFO-verhalen van Vermeeren zelf. Hij recenseerde fileerde o.a. diens boek Ufo's bestaan gewoon.
    De laatste jaren kwam Vermeeren ook in het nieuws met zijn geloof dat de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten heel anders in elkaar steken dan alle officiële rapporten hebben laten zien: hij kwam uit de kast als een echte 9/11 truther. De werkwijze van Vermeeren was telkens weinig wetenschappelijk te noemen. Die kwam neer op het copy-pasten van bekende complottheorieën en de reeds lang bekende weerleggingen daarvan gewoon straal te negeren.

    In 2010 sprak toenmalig voorzitter van Skepsis, Frans Sluijter, zijn zorgen uit over de gang van zaken bij  Studium Generale middels een brief (op persoonlijke titel) aan de rector van zijn alma mater. Van die brief zou Vermeeren later nog herhaaldelijk opmerken dat Skepsis daarin om zijn ontslag had gevraagd, maar dat is flauwekul, lees de brief er maar op na. Wel nam de universiteit toen maatregelen (Sluijter was ook niet de enige die met kritiek kwam) en werd Vermeeren min of meer onder curatele gesteld. Daarvan was echter na een paar jaar niet veel meer te merken.
    Wat nu de concrete aanleiding voor het opstappen van Vermeeren is, was Delta (nog) niet bekend, daar wilde de leidinggevende van de dienst waaronder Studium Generale organisatorisch is opgehangen niets over kwijt en Vermeeren was niet bereikbaar voor commentaar.

    Vermeeren was overigens afgelopen weekend nog wel te zien in Searching for Aliens, een afstudeerfilm van een student aan de filmacademie, die bij de NPO werd uitgezonden. Daarin zien we Vermeeren o.a. gezellig samen met rapper Lange Frans kijken naar een ufo-filmpje dat opgenomen is in Jerusalem 2011, en dat serieus bediscussiëren (vanaf 7:00) zonder blijkbaar op de hoogte te zijn dat dit indertijd al heel snel ontmaskerd is als een hoax.

    Duitse medische experts: schaf beroep Heilpraktiker af

    wo, 06/09/2017 - 06:00

    Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

    Eindelijk is het zover: een groep van Duitse medische experts wil het beroep van alternatief genezer, in het Duits Heilpraktiker, afschaffen. In het Deutsche Ärztenblatt van 21 augustus 2017 deden zij daartoe twee voorstellen in hun Münsteraner Memorandum Heilpraktiker.

    Het beroep van staatlich anerkennte Heilpraktiker moet worden afgeschaft en kan worden vervangen door deelcertificaten in te stellen, die reguliere artsen kunnen behalen na cursussen op het gebied van de alternatieve geneeskunde. Het voorstel werd naar buiten gebracht door een groep van zeventien Duitse wetenschappers en medici, bijeengeroepen door initiatiefneemster Bettina Schöne-Seifert, die als hoogleraar medische ethiek verbonden is aan de universiteit van Münster.

    Het initiatief is opmerkelijk omdat er sinds de instelling van het beroep Heilpraktiker in 1938 van reguliere zijde nooit veel bezwaar tegen die rare beroepsgroep is vernomen. En dat terwijl de officiële erkenning bij veel patienten de indruk zal maken dat het om een met de artsenstudie vergelijkbare opleiding en examinering gaat. Niets is minder waar.

    De huidige opleidingen voor Heilpraktiker met zijn ‘Naturheilverfahren’ zijn volgens de experts vaak erg kort en ze zijn ongereguleerd. De toelatingseisen tot het beroep zijn bijna ridicuul: je moet ouder zijn dan 25 jaar, een middelbare schooldiploma hebben, je mag geen strafblad hebben en je moet geestelijk in orde zijn. Opleidingseisen zijn er niet, een schriftelijke cursus kan voldoende zijn. Het twee keer per jaar mogelijke examen (de Prüfung) bestaat uit een twee uur durende multiplechoice-toets en een gesprek met een GGD-arts.
    De Heilpraktiker moet vooral weten wat hij niet mag. Aldus moet worden vastgesteld of door het optreden van de behandelaar "de menselijke gezondheid niet in gevaar komt". Een Heilpraktiker mag namelijk alles doen wat hem niet expliciet verboden is. In twijfelgevallen beslist de lokale GGD of iets toelaatbaar is of niet.

    Duitsland telt plm. 42.000 Heilpraktikers, die uitsluitend alternatieve geneeswijzen toepassen. Ze mogen – anders en veel beter dan in ons land – niet zelf diagnosen stellen, de patiënt moet eerst bij een arts zijn geweest. Daarmee kan natuurlijk veel onheil worden voorkomen. Slechter dan in Nederland daarentegen is het feit dat Heilpraktikers injecties en zelfs infusen mogen geven, hetgeen in Nederland zogenaamde voorbehouden handelingen zijn. Vorig jaar raakte Heilpraktiker Klaus Ross in opspraak, omdat drie van zijn patiënten, onder wie twee Nederlanders, overleden kort nadat hij ze in een infuus een ‘glucoseblokker’ had toegediend. Het strafrechtelijk onderzoek in deze zaak zal vermoedelijk dit najaar tot een einde komen. Dergelijke kwakzalverij (infusen met ongeregistreerde middelen) is in ons land bijvoorbeeld voorbehouden aan chelatie-artsen of BIG-geregistreerde charlatans als Wim Huppes, die – voordat hij uit het ambt werd gezet – infusen gaf met DCA.

    Afschaffen van het beroep van Heilpraktiker dat is natuurlijk een prima idee, maar met het tweede deel van het voorstel van de groep – handhaving van de alternatieve geneeskunde door die nog wel toe te staan aan ‘gespecialiseerde en gecertificeerde artsen’ – kunnen we minder ingenomen zijn. Iets dergelijks werd nog in 2007 ook door de toenmalige KNMG-voorzitter Holland voorgesteld, maar met de invoering van de KNMG-gedragsregel De arts en niet reguliere behandelmethoden in 2008 worden dergelijke geluiden in de KNMG gelukkig niet meer gehoord.

    Wat Holland destijds stelde en nu als mogelijkheid nog wordt geopperd door mevrouw Schöne-Seifert en haar groep komt neer op het met Beëlzebub uitdrijven van de duivel. Daarbij komt nog, zoals Van der Smagt ooit eens stelde, dat het bezit van een artsendiploma juist een groot nadeel als je met alternatieve geneeswijzen succes wil bereiken. Hun academische bagage moet onvermijdelijk wel enige latente twijfel aan de geliefde geneeswijze tot gevolg hebben en zal daarmee het eventuele placebo-effect alleen maar ondermijnen. Gelukkig stelde de medisch-ethische hoogleraar uit Münster wel dat ‘uit klinisch onderzoek gebleken is dat veel van de methodes die door de alternatieve behandelaars worden gebruikt nauwelijks effect hebben’. Dat ziet ze goed, maar het is daarbij wel te betreuren dat deze hoogleraar medische ethiek kennelijk niet ziet dat veel alternatief praktiserende artsen ernstige medisch-ethische defecten vertonen, een tweede argument om aan hun praktijken een einde te maken. Kortom, waarom zou je dan dergelijke in Duitsland nog welig tierende medische kwakzalverij blijven toestaan en zelfs van staatswege reguleren? Een Berufsverbot voor al die kwakzalvende artsen zou beslist meer op zijn plaats zijn.

    De linke weekendbijlage (35-2017)

    za, 02/09/2017 - 06:00


    Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

    Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.