kloptdatwel

Subscribe to feed kloptdatwel
Bijgewerkt: 26 min 20 sec geleden

De linke weekendbijlage (26-2020)

za, 27/06/2020 - 06:00


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (26-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Stapelgate en de Ondoorgrondelijkheid van de Wetenschapsfraude

di, 23/06/2020 - 07:00

Diederik Stapel (uit een interview)

Het is inmiddels al bijna tien jaar geleden dat Diederik Stapel na jaren van wetenschappelijke fraude door de mand viel. Het haalde zelfs de New York Times. In het jaar daarna schreef hij een boek van meer dan 300 pagina’s. Het boek is een autobiografie, een schuldbekentenis, een zelfanalyse, een inleiding tot wat eens z’n vakgebied was en een beschrijving van het leven aan het front van de wetenschap. Na het lezen van het boek heb ik ook het rapport van de Commissie Levelt gelezen en interviews bekeken die op Stapels eigen website staan. Maar uiteindelijk ben ik met veel vragen blijven zitten.

Precedenten

In z’n boek en in interviews beschrijft Stapel z’n wetenschappelijke fraude verschillende malen als “sjoemelen.”  Het zou hiermee volgens hem gaan om een verschijnsel dat algemener is dan gedacht wordt. Het gebeurt inderdaad dat wetenschappers hun data oppoetsen, masseren en bijstellen. “Outliers” in een dataset worden vaak weggegooid. Maar het is erg zeldzaam dat iemand het prestigieuze wetenschapsperiodiek Science haalt met de beschrijving van een onderzoek dat nooit plaatsgreep en data die gefingeerd zijn. Inmiddels zijn 58 artikelen van Stapel ingetrokken. Op de wereldranglijst voor de meeste intrekkingen neemt hij hiermee thans de vijfde plaats in.  Dat is toch wel meer dan wat “sjoemelen.”

In de natuurkunde hadden we in 2002 het “Schön Schandaal.” Bij het lezen van Stapels boek moest ik verschillende malen terugdenken aan een boek over het Schön schandaal. Zo’n dertig jaar oud was Hendrik Jan Schön in 2002 en net gepromoveerd aan de Universiteit van Konstanz. Hij had een onderzoeksbaan bij Bell Labs in New Jersey en werkte aan de constructie van organische moleculen met unieke elektrische eigenschappen. In 2000 en 2001 was er bijna iedere week een baanbrekend artikel waarop Schön de eerste auteur was. Het ging steevast om mijlpalen waarvan men wist dat ze in het verschiet lagen, maar waarbij werd gedacht aan een termijn van nog zo’n vijf á tien jaar. Hij leek op een Nobelprijs af te stevenen totdat, in het voorjaar van 2002, alles tot een einde kwam. Resultaten bleken gefingeerd te zijn. Iemand merkte dat precies dezelfde grafiek voorkwam in twee verschillende artikelen over twee geheel verschillende onderwerpen. Dat zelfs de ruis in de twee grafieken identiek was, dat was een beetje té toevallig. Men begreep toen ook al snel waarom laboratoria in de gehele wereld er steeds maar niet in geslaagd waren om Schöns prachtige resultaten te reproduceren. Schön zelf heeft zich naderhand nooit laten interviewen over de zaak. Dat is jammer. Ik had indertijd graag geweten wat iemand ertoe drijft om grootschalig te frauderen en dat te doen op een manier die uiteindelijke ontmaskering eigenlijk onvermijdelijk maakt.

Diederik Stapel zit wat betreft de openheid van zaken volledig aan het andere eind van het spectrum. In z’n boek “Ontsporing” legt hij z’n ziel volledig bloot. Gemoedstoestanden, ambities, twijfels, successen en teleurstellingen, privé en professioneel, en vanaf z’n vroege jeugd tot na het schandaal – alles staat erin.  Ook heeft hij zich veel op televisie laten interviewen en de interviews staan op z’n eigen website.

Meesterverteller

Het moet gezegd worden dat Diederik een goed schrijver is. Elk woord staat op de juiste plek.  Zinnen en alinea’s volgen elkaar vloeiend op. Nooit is er een voornaamwoord, een die, dat, of het, waarvan je niet weet waarop het terugslaat. Nooit hoef je een zin of alinea een paar keer te herlezen voordat je begrijpt wat er bedoeld wordt. Als lezer blijf je steeds nieuwsgierig naar wat er volgt en het leest soms als een verhaal van een meesterverteller uit de wereldliteratuur.

Ook de manier waarop het boek in hoofdstukken is verdeeld is effectief. Het eerste hoofdstuk beschrijft de stressvolle momenten toen alles begon in te storten. Een collega had hem verteld dat er twijfels waren gerezen met betrekking tot de waarachtigheid van z’n data. Diederik reist af naar Zwolle en naar Groningen. Dat waren de plaatsen waar hij z’n vragenlijsten zou hebben laten invullen. In de auto neemt hij in gedachten mogelijke scenario’s door – scenario’s voor de verhoren die hem te wachten staan. In het tweede hoofdstuk vertelt hij van z’n jeugd, z’n tijd aan de middelbare school en het jaar aan een Amerikaanse universiteit. Hij groeit op in Oegstgeest in een hogere-middenklasse-milieu. Het is een zorgeloze jeugd in een harmonisch gezin. Hij gaat gemakkelijk met mensen om en hij heeft een levendige interesse in wetenschap in cultuur. Hij heeft moeite met de keuze van een studie, maar hij komt uiteindelijk terecht in de sociale psychologie.

Sociale Psychologie

Het resultaat van een websearch naar Stapels artikel van 2011 in Science.

De sociale psychologie gaat erover hoe menselijk gedrag wordt beïnvloed door omgeving en omstandigheden. Het is eigenlijk de meest blijmoedige tak van de psychologie. Veel psychologie gaat over onontkoombare zaken als genen, neurotransmitters, persoonlijkheidsstoornissen en DSM-5. Maar voor de sociale psychologie is de mens kneedbaar en de samenleving daarmee maakbaar. In april van 2011 had Diederik een artikel in het prestigieuze periodiek Science. In het artikel wordt aangetoond dat racisme en vooroordeel consequenties zijn van een rommelige omgeving. In een straat vol vuilnis zoekt een mens compensatie door het creëren van een ordentelijke gedachtewereld waarin Friezen stug, vrouwen dom en negers lui zijn. Kortom, met beter onderhoud van openbare ruimten verdwijnt niet alleen de rotzooi, maar ook racisme. Stapel zou tot z’n conclusies zijn geraakt door dezelfde vragenlijst voor te leggen in een rommelige en in een opgeruimde omgeving. Het had mooi en eenvoudig geweest, ware het niet dat onderzoek en data gefingeerd waren. Het artikel in Science werd in december van 2011 ingetrokken.

Het boek bevat veel beschrijvingen van hoe in de sociale psychologie onderzoek wordt gedaan.  Wellicht ben ik als natuurwetenschapper enigszins bevooroordeeld, maar ik was niet echt onder de indruk van de wetenschappelijke gedegenheid in Stapels vakgebied. Vaak komt het erop neer dat je de proefpersoon een vragenlijst over een aantal persoonlijke voorkeuren laat invullen nadat je hem of haar een foto hebt laten zien. Met de eerste groep proefpersonen gaat het dan bijvoorbeeld om een foto van een biefstuk en met de tweede groep om een foto van een boom. Het was op ongeveer deze manier dat Stapel had uitgevogeld dat je van vlees hufteriger wordt. Het trof me dat dit soort proefjes steeds met vrij kleine groepen werd gedaan en dat de resultaten de chi-kwadraattoets maar net doorstonden, i.e., balanceerden op de rand van de statistische significantie. Al vroeg in z’n studie viel het Stapel op dat veel gepubliceerde resultaten in het vakgebied moeilijk te reproduceren waren. Als hij dan contact opnam met de betreffende onderzoekers, dan werd hem steevast verteld dat het resultaat ook afhing van allerlei subtiliteiten die niet vermeld stonden in de artikelen met de betreffende resultaten!?!?! In hoofdstuk 4, op pagina 107, schrijft Stapel dat het dan bijvoorbeeld gaat om zaken als het lettertype op de vragenlijst. Even verder vat hij één en ander samen met een slagzin die in het boek verschillende malen herhaald wordt: “Experimenteren is een kunst.”

Op een natuurwetenschapper komt dit bevreemdend over. In de betahoek van de universiteit is het de norm dat een experiment zodanig wordt beschreven dat iemand die nauwgezet het protocol volgt op het beoogde resultaat uitkomt. Reproduceerbaarheid en niet kunstigheid is de grondgedachte achter een experimenteel resultaat!

De Ondergeschikte Rol van het Experiment

In 1999 ontving Stapel een onderscheiding van de European Association of Social Psychology en kreeg hij de daarbij behorende uitnodiging om de driejaarlijkse Jos Jaspars Lecture te geven. Z’n naam is inmiddels verwijderd van de erelijst, maar de tekst van de lezing is nog te vinden. In z’n rede doet Stapel wat men geacht wordt te doen na de ontvangst van een belangrijke prijs. Hij praat over het vakgebied in het algemeen en bespiegelt, onder andere, over de relatie tussen theorie en experiment. Wanneer een natuurwetenschapper een experimentele test voor een theorie ontwerpt, dan is dat met de gedachte dat de uitkomst eventueel strijdig met de theorie zou kunnen zijn. Zo’n eventuele negatieve uitkomst is dan vervolgens tevens een doodvonnis voor de theorie. Maar Stapel en de sociale psychologie gaan hier op een veel vloeibaardere manier mee om.  In de lezing zegt Stapel:

Sometimes, for example, our research is theory- rather than data- or observation-driven. My point is that whatever way we arrive at our theories and hypotheses, the experiments and tests we design are made to verify, not to falsify our conjectures. The leeway, the freedom we have in the design of our experiments is so enormous that when an experiment does not give us what we are looking for, we blame the experiment, not our theory. (At least, that is the way I work). Is this problematic? No.”

De laatste deel van dit citaat wordt ook aangehaald in het rapport van de Levelt Commissie. De commissie was enigszins onthutst door de minachting jegens de experimentele werkelijkheid die hieruit spreekt. Twee verdere quotes laten zien hoe onverschilligheid ten aanzien van feiten en data centraal staat in Stapels methodologie:

“Our results are often paradigm-contingent. That is, we find what we are looking for because we design our experiments in such a way that we are likely to find what we are looking for. Of course! Should we design our experiments such that we are unlikely to find support for our hypotheses? Should we try to prove ourselves wrong? No, for the best results, we should use the methods that are likely to work best. Use a spoon to eat your soup and a cup to drink your tea. Not vice versa.”

“If we drop each theory, each fashion, each trend as soon as the slightest negative evidence crops up, there results the danger that we will wander around in circles and not obtain any clarification.”

Ook de Levelt Commissie stelt vast dat het met de mentaliteit die hieruit spreekt maar een klein stapje is naar het volledig fingeren van uitkomsten van proeven die nooit zijn uitgevoerd.

Statistisch Stuntwerk

Werp tien dobbelstenen tegelijk en neem de som der ogen. Wie dit een miljoen doet vind een mooi, glad, bell-shaped histogram waaruit het gemiddelde van 35 en de standaardafwijking van 5,4 duidelijk zijn af te lezen. Bij slechts honderd van zulke tien-dobbelstenen-worpen zijn er duidelijke afwijkingen.

Stel je neemt tien dobbelstenen. Je werpt ze allemaal tegelijk en je neemt het totale aantal ogen van alle dobbelstenen samen. Het is niet moeilijk te berekenen dat het gemiddelde en de standaardafwijking respectievelijk 35 en 5,4 zijn. Wanneer je deze tien-dobbelstenen-worp een miljoen maal doet en met een staafdiagram de frequentie van elke uitkomst weergeeft, dan vindt je een bijna perfecte “bell-shaped” curve (zie figuur).  Maar wanneer je de tien-dobbelstenen-worp honderd maal doet, dan is je steekproef te klein van omvang om een gladde “bell-shaped” curve te verkrijgen (zie figuur).  Er zijn dan relatief grote statistische fluctuaties rondom die bell-shaped curve.

Als je een meting doet, dan heb je in het algemeen te maken met ruis en onzekerheden. Wanneer er verschillende bronnen van ruis en onzekerheid zijn, dan is de uitkomst van je meting zoiets als de uitkomst van de tien-dobbelstenen-worp uit de vorige alinea. Er is een spreiding van resultaten rondom het gemiddelde en slechts door je meting een groot aantal malen te herhalen kun je dan inzoomen op dat gemiddelde.

Wie de uitkomsten van 100 metingen gaat fingeren zal, om geloofwaardig te zijn, niet alleen een bell-shaped curve moeten fingeren, maar ook de fluctuaties rondom die curve als in het onderste staafdiagram in de figuur. Het is niet eenvoudig om dit op het gevoel te doen. Hendrik Jan Schön was voor z’n val al eens aan de tand gevoeld omdat in één van z’n artikelen de spreiding van de meetpunten een te perfecte “bell-shaped” curve vormde. Hij heeft zich toen hieruit kunnen praten.

Het 5de deel van hoofdstuk 2 van het rapport van de Levelt Commissie is vrij droog.  Maar het komt er in wezen op neer dat Diederik Stapel in dezelfde val was gelopen als Hendrik Jan Schön. De fluctuaties die Stapel in z’n data had ingebouwd waren keer op keer onwaarschijnlijk klein, uiteindelijk te klein om voor realistisch door te kunnen gaan.

Maar ook op een meer elementair niveau waren de gefingeerde data van Stapel veelal weinig doordacht. Pepijn van Erp wijst er in z’n blog op hoe Stapel in een steekproef met 16 personen op een percentage van 15 uitkomt. Een meer koelbloedige en berekenende fraudeur zou zich gerealiseerd hebben dat het met twee van de 16 personen om 13 procent gaat en met drie van 16 personen om 19 procent.

De Motivatie

Waarom gaat iemand op grote schaal frauderen? En frauderen op een manier die eigenlijk heel doorzichtig is … Schön en Stapel waren allebei Russisch roulette aan het spelen en dat was niet alleen omdat de statistiek van de gefingeerde resultaten niet klopte. Schön had in de loop van 2000 en 2001 negen artikelen in Science en zeven artikelen in Nature. Zo beschreef hij bijvoorbeeld de constructie van een transistor die bestaat uit maar één molecuul. Het is niet moeilijk te voorspellen dat andere laboratoria dit willen reproduceren en als dat dan vervolgens steeds niet lukt, dan worden er steeds dringender vragen gesteld. Zoals hierboven vermeld is de sociale psychologie nogal vrijblijvend in de manier waarop ze omgaat met reproduceerbaarheid van experimentele resultaten. Maar het is gebruikelijk in dit vak dat het de studenten en de jongere medewerkers zijn die met de vragenlijsten op pad gaan. Uiteindelijk leveren ze de spreadsheets met resultaten af bij de professor. Die laatste schrijft dan de artikelen en tracht fondsen te verwerven voor verder onderzoek. Stapel, echter, zou zelf met de vragenlijsten op pad zijn gegaan. De medewerkers kregen uitgewerkte resultaten op hun bureau; resultaten die de theorieën spectaculair bevestigden. Stapel meldde hen daarbij dat hij de ingevulde vragenlijsten inmiddels al had weggegooid. Het waren uiteindelijk dan ook jongere medewerkers die de bal aan het rollen brachten door met hun argwaan hogerop te gaan.

Stapel beschrijft in z’n boek hoe het begon met het “bijstellen” van getalletjes in z’n spreadsheets, hoe het vervolgens steeds verder uit de hand liep en hoe het eindigde met verzonnen resultaten van enquêtes die nooit waren uitgevoerd. Hij wilde respect en bewondering van collegae en vakbroeders, zo luidt z’n eigen verklaring. Dat lukte inderdaad. Maar hij bleef doorgaan met de fraude, ook nadat hij onderzoeksprijzen had ontvangen en het tot professor en zelfs tot decaan had gebracht.

Tegenstrijdigheden

Als we hoofdstuk 6 van “Ontsporing” mogen geloven, dan is Stapel doodongelukkig geworden door z’n fraude. Gesprekken over z’n werk vermeed hij, omdat hij vreesde door de mand te vallen wanneer er eventueel doorgevraagd zou worden. Op congressen was hij bang het vuur aan de schenen gelegd te krijgen en schuwde hij z’n vakbroeders zoveel mogelijk. Hij bezocht een paar presentaties en liet zich even zien op een postersessie, maar hij ging niet naar gezamenlijke maaltijden en, in plaats van te verblijven in hetzelfde hotel als waar ook het congres plaatsvond, zocht hij een hotel elders in de stad waar hij dan in eenzaamheid veel films keek. Stapel beschrijft in z’n boek hoe hij zichzelf ook op de faculteit probeerde weg cijferen. Hij overhandigde z’n gefingeerde uitkomsten zoveel mogelijk in het voorbijgaan en op vrijdagmiddag. Door de weekendbeslommeringen zouden de medewerkers zich de eventuele vragen de maandag daarop dan hopelijk niet meer herinneren.

In “Ontsporing” vergelijkt Stapel z’n herhaaldelijke fraude met een drugsverslaving. Maar is dit wel de juiste vergelijking? Een drugsverslaafde heeft van tijd tot tijd nog een gelukzalige “high,” ook als z’n hele leven instort. Het boek beschrijft daarentegen hoe de voortdurende fraude tot niets dan chronische stress leidde. Toch bleef hij ermee doorgaan. Een begrijpelijke gang van zaken zou zijn dat je een beetje sjoemelt en dan beseft dat de stress die erop volgt maakt dat je zoiets misschien maar beter niet kunt herhalen.

In een vraaggesprek bij VPRO Boeken zegt Stapel iets dat lijnrecht indruist tegen de chronische gepakt-worden-vrees waarvan hij in z’n boek verhaalt. Elf minuten in het interview zegt hij dat hij de val nooit voelde aankomen, tenminste niet “op een hoog bewustzijnsniveau.” Toen ik dat hoorde, toen vroeg ik me af of de vergelijking met een drugsverslaving wellicht een poging was geweest om van de wetenschapsfraude een medisch probleem te maken en daarmee impliciet verminderde toerekeningsvatbaarheid te claimen.

Er zijn meer inconsistenties. De Levelt Commissie heeft met veel voormalige medewerkers van Stapel gesproken en schetst in z’n rapport een beeld dat niet overeenkomt met het joviale beeld van zichzelf dat Stapel in z’n boek schetst. Stapel was decaan en was als zodanig een machtig man aan de universiteit. Volgens medewerkers was hij er niet wars van z’n autoriteit te gebruiken om mensen de mond te snoeren. De commissie heeft Stapel geconfronteerd met wat de medewerkers zeiden. Stapel verklaarde zichzelf daarin niet te herkennen en omdat het te pijnlijk voor hem was wilde hij er toen verder liever over zwijgen.

Schön zwijgt en de motivatie en de gemoedstoestanden achter z’n fraude blijven derhalve een raadsel. Stapel heeft met z’n boek, de interviews en z’n medewerking aan het onderzoek van de Levelt Commissie een overstelpende hoeveelheid schuldbekentenis in de openbaarheid gebracht. Echter, door de tegenstrijdigheden blijven de beweegredenen achter de fraude uiteindelijk net zo raadselachtig als in het geval van Schön. Aan het eind van een interview bij PAUW verhaalt Stapel over een Havo-scholiere die hem thuis kwam interviewen. Het meisje maakte een profielwerkstuk over leugenaars en wilde graag verklaren wat Stapel dreef. Stapel en het meisje hadden een lang gesprek, maar ze kwamen er niet uit. “Die verklaring is er niet. Het is heel ingewikkeld,” zegt Stapel uiteindelijk ook zelf tegen Jeroen Pauw. Waarachtiger woorden heeft hij wellicht zelden gesproken.

The post Stapelgate en de Ondoorgrondelijkheid van de Wetenschapsfraude appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (25-2020)

za, 20/06/2020 - 06:00


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

 

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (25-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Over verwijtbaar succes bij een bevalling en de behandeling van COVID-19

di, 16/06/2020 - 12:00

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

De passage van het kind door het baringskanaal is een aanslag op de bekkenbodem, zijnde het gespierde gebied tussen de vulva en de anus. Zeker bij de geboorte van het eerste kind scheurt dit gebied regelmatig in, welk letsel door gynaecologen wordt betiteld als 1ste graads ruptuur, 2de graads of 3de graads. De 3de graads ruptuur ontstaat bij enkele procenten van de bevalling bij eerstbarenden. Het betekent dat de scheur zich zo ver heeft uitstrekt, dat ook de kringspier van de anus is doorgescheurd. Het herstel daarvan vergt een lastige operatie, die veelal onder narcose en direct na de geboorte moet plaatsvinden. Niet zelden leidt deze complicatie tot een blijvende verzwakking van de anale kringspier met bijvoorbeeld incontinentie voor ontlasting tot gevolg.
Is er bij de eerste bevalling een 3de graads ruptuur (ook wel ‘totaalruptuur’ geheten) opgetreden, dan moet er bij de volgende bevalling altijd een flinke inknipping (‘episiotomie’) worden gegeven. Dat verkleint de kans dat de verlittekende kringspier opnieuw beschadigd raakt. Tweemaal een verscheurde sfincter vergroot de kans op latere incontinentie of verzakkingen in zeer aanzienlijke mate.

Deze lange inleiding dient om een herinnering op te halen uit de tijd dat ik nog af en toe de supervisie had op de verloskamers. Daar gebeurde het dat een jonge arts-assistent mij op trotse toon kwam meedelen, dat hij bij een vrouw, die eerder een totaal ruptuur had opgelopen, geen knip had gezet en dat desniettemin de anale sfincter intact was gebleven. Hij verwachtte een waarderend commentaar van zijn baas, maar ik veegde hem daarentegen de mantel uit. Nog eenmaal zulk eigengereid optreden in strijd met op veel wetenschap gebaseerde richtlijnen en ontslag zou volgen. Beteuterd droop hij af. Waarom die herinnering recent bij mij opkwam, leest u in het vervolg van dit artikel.

Op 19 mei werd een Limburgse dorpsdokter annex orthomoleculair huisarts landelijk nieuws. Hij had na de behandeling van een tiental positief geteste corona-patiënten met een combinatie van vier middelen alleen maar genezingen gezien. Eerder ging de helft van zijn 23 corona-patiënten dood. Hij vond dit zo veelbelovend dat hij contact zocht met Omroep Limburg, waarna de landelijke kranten er lucht van kregen en Rob Elens twee dagen later in de talkshow Op1 zat, waar hij het onbekommerd opnam tegen viroloog Osterhaus.

Hij had zijn therapie ontleend aan de omstreden hippie-achtige Franse viroloog Raoult. Deze gaf zijn patiënten een combinatie van hydroxychloroquine, azitromycine, vitamine D en zink. De leider van Forum voor Democratie Baudet steunde Elens, nodigde hem uit in zijn FVD-journaal en drong er bij minister De Jonge op aan om het middel vrij te geven en ervan grote hoeveelheden in te slaan. De IGJ was er deze keer snel bij en verbood Elens deze behandeling nog toe te passen en ook zijn apotheker kreeg een afleveringsverbod van de genoemde middelen.

In de vroege fase van de uitbraak werd ook in ziekenhuizen op de IC’s hydroxychloroquine gegeven, totdat men erachter kwam dat het spul meer kwaad dan goed deed. Wereldwijd liepen en lopen er nog goed opgezette onderzoeken naar de werkzaamheid van het middel. Er bestaat onder infectiologen inmiddels wel consensus dat hydroxychloroquine niet werkzaam zal blijken te zijn.
Maar, zo sprak een hunner, je moet er niet aan denken, dat er toch nog een verrassing uit de bus zou komen en dat het middel wel degelijk nuttig zou blijken te zijn. De hoon van complotdenkers, orthomoleculairen, Baudet-achtigen en kwakzalvers zou dan natuurlijk enorm zijn. Hij zag daar erg tegen op. Ik meende hem te kunnen geruststellen, want zelfs als gebleken mocht zijn dat hydroxychloroquine werkzaam is tegen corona, dan blijft nog overeind dat de uitspraken van Elens in die fase op volkomen onreglementaire, onwetenschappelijke en onethische gronden waren gedaan. Het ABC van farmacologie en geneesmiddelenonderzoek is hem volkomen ontgaan. Dat valt hem aan te wrijven en te verwijten.
Gesteld dus dat hij achteraf toch nog zou triomferen, dan zou niet betekenen dat de man zijn therapie op goede gronden was gaan toepassen. Zoals mijn arts-assistent een fraai resultaat boekte, dat nooit op deze wijze tot stand had mogen komen, zo zou Elens ook dan nog altijd als orthomoleculaire kwakzalver kunnen worden beschouwd, ook al had hij schijnbaar gelijk gekregen. Wel valt te vrezen dat dat aan een lekenpubliek moeilijk is uit te leggen.

The post Over verwijtbaar succes bij een bevalling en de behandeling van COVID-19 appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (24-2020)

za, 13/06/2020 - 06:13


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.

The post De linke weekendbijlage (24-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus

za, 06/06/2020 - 18:00

Het vervelende vooruitzicht dat we nog wel even vast zitten aan maatregelen als social distancing, motiveert sommigen tot het zoeken naar alternatieve hypotheses over de verspreiding van het coronavirus. In een interview op Café Weltschmerz bracht ene Willem Engel zo'n alternatief verhaal naar voren. Het interview werd in tien dagen meer dan 180.000 keer bekeken en Engel kreeg bijval van Maurice de Hond. Volgens Engel is de pandemie in Nederland eigenlijk al voorbij, kan sowieso maar 25 procent van de mensen besmet raken door het virus, en is de regel van 1,5 meter afstand nergens op gebaseerd en nergens voor nodig. Onzinnige uitspraken, gebaseerd op implausibele hypotheses en verkeerd interpreteren van onderzoek.

Zo'n twaalf jaar terug was Engel nog aan het promoveren in de biofarmacie, maar kort voor het afronden van dat traject besloot hij zich te storten op een carrière als dansleraar. Nu zijn zaak door de lockdown-maatregelen stil kwam te liggen, had hij opeens alle tijd om weer wetenschapper te gaan spelen, maar mist blijkbaar een kritische omgeving die hem behoedt voor het maken van tal van denkfouten.

Aerosolen

Maurice de Hond tilt Willem Engel in het zadel.

Engel heeft toen hij nog in de wetenschap actief was, onderzoek gedaan naar aerosolen. Net als Maurice de Hond denkt Engel dat die minuscule druppeltjes een veel grotere rol spelen in de verspreiding van het coronavirus dan de gevestigde wetenschappers in het RIVM, de WHO en al die andere kennisinstituten wereldwijd, die het erop houden dat vooral de grotere druppels, die vrijkomen bij niesen, hoesten en hard praten van belang zijn. Engel stelt zelfs dat alleen die aerosolen een rol spelen en dat daarom de 1,5 meter afstand die we moeten houden onzinnig is. Zelfs als je wel gelooft in de druppelverspreiding moet je vraagtekens zetten bij die 1,5 meter, want daar kon Engel geen enkel wetenschappelijk artikel over vinden. Het zegt alleen iets over zijn gebrekkige kennis of zijn slechte speurwerk. Die 1,5 meter is een proefondervindelijk vastgestelde vuistregel, gebaseerd op onderzoek in de jaren 30 van de vorige eeuw door William Firth Wells. Het is onder andere samevat in zijn boek Airborne Contagion and Air Hygiene. An Ecological Study of Droplet Infections (Harvard University Press, 1955).

Wat voor bewijs heeft Engel eigenlijk dat alleen die aerosolen, die gevormd worden in de longen, een rol spelen? Hij brengt eigenlijk niet meer dan de hypothese en vertelt er wat rare verhalen bij over PCR testen die zoals ze nu worden toegepast niet zouden deugen. Het gegeven dat die testen bij samples uit de neus heel vaak de infectie niet laten zien, is voor Engel een aanwijzing dat het virus zich van daar uit helemaal niet kan verspreiden. Het lijkt me klinklare nonsens.

Terwijl in grotere druppels wel levensvatbare virusdeeltjes zijn vastgesteld, staat die vraag voor de veel kleinere aerosolen nog grotendeels open. Zoals Jaap van Dissel het in zijn presentatie voor de Tweede Kamercommissie op 4 juni uitlegde (rond minuut 40), moet je er ook rekening mee houden dat het bij die aerosolen gaat om druppeltjes die een 100 tot 1000 keer kleinere diameter hebben, wat betekent dat het volume al snel miljoenen keren kleiner is en dus veel en veel minder virusdeeltjes kan bevatten. Maar voor meer details over de mogelijke rol van aerosolen verwijs ik naar het uitstekende artikel dat Niki Korteweg vandaag schreef in NRC: 'Hoesten, niezen, zingen… niemand kent het gevaar van kleine druppels'.

Reproductiegetal

In de discussie speelt de term R0, het basis reproductiegetal, een grote rol. Het is een maat voor de snelheid waarmee een virus zich in een populatie verspreidt als er nog niemand immuun voor is. De R0 hangt af van een aantal gegeven zaken, zoals de aard van het virus, maar kan beïnvloed worden door bijvoorbeeld maatregelen als social distancing. Gedurende een verspreiding worden er ook steeds meer mensen immuun, dat remt dan natuurlijk ook de verspreiding, maar dan hebben we het over de effectieve R, of Rt.

Afgaand op het interview blijkt Engel dat onderscheid niet te begrijpen. Door de lockdownmaatregelen hebben we de R0 tijdelijk verlaagd, maar zo gauw we die loslaten schiet R0 weer naar de standaardwaarde. Dat betekent niet dat er dan opeens weer heel veel mensen besmet worden, want die R0 zegt dus niets over hoeveel mensen nu besmet zijn en hoeveel er al immuun zijn. Voor mazelen is de R0 ongeveer 20, terwijl er doorgaans nauwelijks mazelenbesmettingen zijn. Door de R0 drastisch te verlagen, zorg je er wel voor dat de effectieve R onder de 1 komt, maar die kun je in principe ook bij hogere R0 onder controle houden met maatregelen als veelvuldig testen en zorgvuldig contactonderzoek.
In de latere podcast voor NPO2 liet Engel wel doorschemeren dat hij erop was is gewezen dat hij het eigenlijk over Rt had moeten hebben en niet over R0, maar of hij het nu wel echt begrepen heeft, valt nog maar te bezien. Ik heb nog geen correcties gezien op zijn kanalen.

Deze slide van het RIVM helpt niet echt mee om het onderscheid tussen R0 en de effectieve R te duiden.

Een belangrijk argument van het RIVM voor de stelling dat de verspreiding vooral via grotere druppels gaat is, is dat dat bij andere virussen met een betrekkelijke lage R0 van 2 à 3, als influenza, ook het geval is. Als SARS-CoV-2 vooral via die hele kleine aerosolen zou verspreiden, dan zou het meer lijken op mazelen en waterpokken die een R0 in de buurt van de 20 hebben.

Maurice de Hond

Maurice de Hond stelt dat dit argument niet klopt. Hij denk dat het virus zich vooral verspreid bij super spreading events waarbij veel mensen in slecht geventileerde ruimtes verblijven. Tijdens zo'n gebeurtenis kan één besmet persoon dan heel veel anderen besmetten, waarbij je dus een hoge R ziet. Als je dat dan middelt met de door hem als nauwelijks aanwezig veronderstelde verspreiding buiten, zou je alsnog op een R0 van 2 à 3 uit kunnen komen. Die hoge R bij een super spreading event duidt dan, volgens De Hond, juist op aerosole verspreiding als je de redenatie van het RIVM volgt. Tsja, hij vergeet dan wel even dat die R0 van 20 voor mazelen een gemiddelde is over alle soorten ruimtes en je zou 'm moeten kennen specifiek voor de ruimtes waar De Hond het over heeft.

Nog een argument van het RIVM dat er buiten wel degelijk besmetting plaatsvindt is dat het virus ook snel verspreidt onder Indianen in het Amazone gebied. De Hond vindt dat ook niet geldig, want die Indianen zitten ook wel eens binnen. En vooral tijdens zware regenbuien heb je dan geen natuurlijke ventilatie, beweert hij dan. Ik denk niet dat De Hond een goed beeld heeft van de gemiddelde behuizing van de inheemse volkeren in het Amazonegebied en hoe het gesteld is met de tocht in die hutten tijdens dergelijke tropische buien ...

Groepsimmuniteit

Volgens Engel kunnen alle maatregelen wel opgeheven worden, want we zouden in Nederland al zo'n beetje de benodigde groepsimmuniteit bereikt hebben. Dat lijkt ernstig in tegenspraak met de beste gegevens die we hebben over hoeveel mensen al in aanraking geweest zijn met het virus en er waarschijnlijk (voor enige tijd in ieder geval) immuun voor zijn geworden. Het Sanquin-onderzoek onder bloeddonors gaf vorige week aan dat 5,5 procent antilichamen heeft. In het interview had Engel het noodgedwongen nog over het vorige onderzoek, met gegevens tot half april, waaruit bleek dat 3 procent waarschijnlijk een besmetting met corona had doorgemaakt. Met 3 procent zit je natuurlijk erg ver van de groepsimmuniteit die voor dit coronavirus door experts wordt ingeschat op rond de 60 procent (hangt direct samen met de geschatte R0 van 2,5).

Engel wijst er echter op (rond minuut 45) dat uit het onderzoek ook zou blijken dat 14 procent van de donoren al antilichamen had, waarschijnlijk van besmettingen met andere coronavirussen, en dat die daardoor ook beschermd waren tegen SARS-CoV-2. Het is tamelijk onbegrijpelijk hoe Engel dit uit het wetenschappelijke artikel heeft opgemaakt. De 14 procent slaat namelijk op het aandeel van de donoren dat positief testte met de gebruikte antilichamentest, waarvan ook een donatie van voor de outbreak positief testte. Er waren bij de 7.361 donaties, 230 positeve testen. Van die 230 was er bij 218 een eerdere afname nog beschikbaar voor een test. En daarvan waren er dus 30 ook positief. De 14 procent is dus 30/218, maar niet 14 procent van de ruim 7.000 donaties!

Het enige wat niet helemaal duidelijk is, wat het betekent dat een klein deel van de positief geteste donoren al voor de outbreak positief testte. Ligt het aan de test en zijn sommige mensen sowieso altijd positief? Is de test niet specifiek genoeg, slaat hij ook uit bij antilichamen tegen andere virussen? (En wat betekent dat dan voor de eventuele immuniteit tegen SARS-CoV-2?) Of waren deze donors toch al besmet voor het officiële begin van de outbreak?
Als je louter kijkt naar wie er tussen de vorige (pre-outbreak) en huidige donatie een besmetting opliep, kom je voor zeg eind maart, uit op 2,7 procent. Neem je die wat onduidelijke positieven mee om aan de ruime kant te zitten, dan zit je op de drie procent die naar buiten is gebracht. Wat Engel ervan maakt slaat nergens op. En het gezeur van interviewer Ramon Bril dat de titel van het artikel een vorm van wetenschappelijke corruptie zou inhouden al helemaal niet. Die titel luidt 'Herd immunity is not a realistic exit strategy during a COVID-19 outbreak' waar Bril 'Herd immunity is not an option' van maakt, wat ook wel slordig is voor iemand die zo'n stevige beschuldiging uit.

Waarom zouden we eigenlijk met 14 procent immuniteit al bijna op groepsimmuniteit zitten? Dat komt omdat Engel denkt dat überhaupt maar 20 tot 25 procent van de populatie getroffen kan worden door het coronavirus en dat baseert hij weer op een verkeerde interpretatie van wat er aan boord van de Diamond Princess gebeurde.  Engel denkt dat het gegeven dat maar iets meer dan 700 van de 3700 opvarenden uiteindelijk besmet raakte met het coronavirus betekent dat de rest gewoon niet besmet kon worden. In Engels beeld was het schip in quarantaine een perfecte mengmachine  waarin iedereen aan boord vanzelfsprekend in aanraking zou komen met het virus. Niets is minder waar. Ondanks een vertraagde start moesten de passagiers in hun cabines blijven en waren groepsbijeenkomsten aan boord uitgesloten. Ook werden positief geteste personen van boord gehaald. Een soort lockdownmaatregelen aan boord.
Ondanks de wat gebrekkige uitvoering traden er na enige tijd geen nieuwe gevallen meer op. Die casus leek mij juist een sterk argument tegen aerosole verspreiding (of in ieder geval het belang daarvan op het geheel) en in het eerder vemelde NRC-artikel wordt dat bevestigd door viroloog Ron Fouchier.

Engel noemt ook nog het onderzoek van prof Hendrik Streeck, uitgevoerd in Gangelt. In die gemeente was een super spreading event waarna er strikte social distancing maatregelen werden opgelegd. Opvallend resultaat was dat in huishoudens met iemand die besmet was, niet heel veel secundaire besmettingen optraden, afhankelijk van de grootte van het huishouden liepen de percentages uiteen van 16 tot 44 procent. Maar dit zegt waarschijnlijk weinig over hoe groot de kans is dat iemand überhaupt besmet kan worden, en toont eerder aan dat een besmet persoon  gemiddeld maar beperkt besmettelijk is. Het vrus is niet zo makkelijk overdraagbaar, zeker niet als je de basishygiene in acht neemt.

Vaccins - 'Ik ben zeker geen antivaxxer, maar ...'

Het stuitendste stuk in het interview zit aan het eind. Nadat Engel eerst blijk geeft geen benul te hebben hoe het werkt met het reproductiegetal, de R0 waarover je virologen hoort spreken, komt hij met zijn conclusie dat vaccins voor luchtweginfecties sowieso geen goed idee zijn: "Alle vaccinprogramma's voor luchtweginfecties kun je afschaffen." zegt hij doodleuk. Was het een verspreking, bedoelde hij misschien alleen de griepvaccinatie? Ik vroeg ernaar op zijn Facebook pagina:

Je reinste antivax-klets, als je het mij vraagt. Op zijn minst heeft Engel er moeite mee om toe te geven dat hij erg is doorgeschoten in het interview.

En verder ...

Het interview is ruim 80 minuten. Engel - en soms ook Bril - doet wel meer uitspraken die op zijn minst merkwaardig zijn. Ik zal geen poging doen om hier compleet te zijn, maar de volgende uitspraken vielen nog op.

  • Bril stelt dat het aantal zelfdodingen tijdens de lockdown maar liefst 10 tot 20 keer zo hoog ligt als normaal. Het tegengestelde is waar, het ligt zo'n 20 procent lager.
  • Als voorbeeld van een denkbeeld dat ooit eens door verkeerde wetenschap bekend is geworden en ondanks correctie heel hardnekkig blijft voortleven, noemt Engel het verhaal dat spinazie als een hele goede bron van ijzer wordt gezien, terwijl dat op een fout geplaatste komma in een publicatie zou berusten. Engel is er niet van op de hoogte dat dat verhaal juist een mythe is.
  • "Wetenschappers" in de 14e eeuw hadden het mis over hoe de Zwarte Dood zich verspreidde. Dat geeft Engel als reden waarom wetenschappers in onze tijd zo halstarrig aan het idee vasthouden dat het dit keer niet via de lucht gaat, want ze willen het niet nog een keer fout hebben. Dit argument gaat op zoveel fronten mis, dat ik dat volgens mij niet hoef uit te leggen.
  • Engel stelt dat de periode van die Zwarte Dood ook de enige keer in onze geschiedenis was waarin quarantaine is toegepast. Misschien doelt Engel hier specifiek op heel Nederland, want in de geschiedenis is quarantaine op verschillende plaatsen en tijden ingezet als middel om epidemieën in te dammen, ook op lokale schaal in Nederland.
  • Engel schermt met een contact in het Outbreak Managment Team die zijn analyse zou ondersteunen. In het gesprek komt naar voren dat het zou gaan om een mannelijke hoogleraar. Het lijkt me erg sterk, misschien dat de beste man alleen maar iets heeft gezegd over dat nog niet helemaal is uitgesloten dat aerosolen een rol spelen.
  • De piek in de besmettingen is volgens Engel juist veroorzaakt door de lockdown: daardoor moesten we meer op elkaar gaan zitten. Hij wijst op een golfje in de grafiek met besmettingen rond 16 maart, net toen de lockdown inging,  en stelt rustig dat we daar de kans op een lagere piek hebben laten liggen. Geen enkele overweging wat betreft onzekerheidsintervallen aan het begin toen zowel de aantallen nog laag waren, er nog maar weinig gestest werd en de rapportage daarvan soms niet actueel was.

    Slide uit de presentatie van Engel

  • Engel en Bril kletsen ook nog over het gebruik van de medicijncocktail van orthomoleculaire huisarts Rob Elens, maar daar is al best veel over geschreven. Wat hier wel in opvalt is dat  Engel aan de ene kant fel tegen handhaven van de 1,5 m afstand is, omdat er geen bewijs voor zou zijn, maar ironisch genoeg aan de andere kant voorstander van het toelaten van 'experimenten' als dat Elens, juist omdat je niet op bewijs kunt gaan zitten wachten...
Zelfinzicht

Engel bedoelt het zoals zovele amateurvirologen en bierviltjesrekenaars vast allemaal niet verkeerd:

(uit een filmpje van het kanaal van Engel)

The post De denkfouten van Willem Engel over het coronavirus appeared first on Kloptdatwel?.

De linke weekendbijlage (23-2020)

za, 06/06/2020 - 06:00


Vaak komen we zaken op internet tegen die niet groot genoeg zijn om een heel stuk over te schrijven of soms hebben we daar de tijd niet voor. Daarom willen wij in deze nieuwe rubriek een verzameling interessante of gewoon vermakelijke berichtjes van de afgelopen week met de lezers van Kloptdatwel delen. Leesvoer voor in het weekend!

CONSPIRACIST WAREHOUSE pic.twitter.com/SFujqHOgcf

— Mark Humphries (@markhumphries) May 28, 2020

Tips zijn welkom! Mail gerust de redactie.8

The post De linke weekendbijlage (23-2020) appeared first on Kloptdatwel?.

Vereniging Homeopathie misleidt met donatiecampagne voor 'rechtszaak'

di, 02/06/2020 - 12:26

"De Vereniging Homeopathie is op 29 maart 2020 aangeklaagd door een partij die beweert dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor homeopathie." meldt de Vereniging Homeopathie op 17 april jl. op haar website. Wat later verschijnt ook een soortgelijk bericht op de Facebook-pagina van de vereniging (zie hiernaast). Een rechtszaak? Interessant! De vereniging is strijdbaar en gaat het gevecht vol aan, maar vanwege de hoge advocaatkosten zoekt ze wel naar financiële ondersteuning en wil middels een donatiecampagne maar liefst 25.000 euro ophalen.

Nergens vermeldt de Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland echter dat het slechts om een klacht bij de Reclame Code Commissie gaat! Een klacht die vermoedelijk op formele gronden kansloos is (de vereniging verkoopt immers zelf geen homeopathische middelen) en die je makkelijk zelf zonder advocaat af kunt. Pure misleiding en in ieder geval weinig koninklijk.

In de commentaren onder het Facebook-bericht vielen opmerkingen hierover op van homeopaat Martin de Munck, zelf geen onbekende met de klachtenprocedure van de Reclame Code Commisse (RCC). Het account van de vereniging reageert echter nergens op deze opmerkingen.

Ik besloot vandaag zelf maar eens even te bellen met de Vereniging Homeopathie voor toelichting op deze kwestie. Meteen nadat ik vroeg bij welke rechtbank de rechtszaak zou voorkomen, vertelde de medewerkster van de vereniging me dat het om een klacht gaat van een particulier bij de RCC. "O, okee...", zei ik, "Het gaat dus niet om een rechtszaak?" Waarop het gedraai aan de andere kant van de lijn begon: "Nou ja, eh, het is een soort rechtszaak, dus. Want degene die dat behandelt ... je moet je wel verweren, net als bij een gewone rechtszaak. Want als je dat niet doet dan heeft hij gewonnen en dan heeft dat verstrekkende gevolgen voor de homeopathie."

Ik voerde aan dat er op de donatiepagina bij Geef.nl heel duidelijk "Rechtszaak wetenschappelijk onderzoek Homeopathie" staat zonder dat ergens vermeld wordt dat het in feite maar om een procedure bij de RCC gaat en dat toch wel misleidend genoemd kon worden. Bij een civiele rechtszaak is het wel logisch (of zelfs verplicht) om een advocaat in te schakelen, maar bij de RCC zou je het in deze kwestie toch echt makkelijk zelf moeten afkunnen, zeker in eerste aanleg. Als je op de vingers getikt wordt, kun je alsnog in hoger beroep, ook bij de RCC.

Maar dat zag ik natuurlijk verkeerd: "U denkt toch niet dat wij zomaar geld gaan ophalen, zomaar, en zeggen van jongens we hebben geld nodig voor een advocaat, terwijl het niet zo is? Ik heb net de eerste rekening betaald van de advocaat en dat was niet geen honderd euro, ofzo."

Ik vertelde haar dat ik me kon voorstellen dat de mensen die nu al gedoneerd hebben zouden kunnen denken: 'ja, als ik had geweten dat het om een vrij eenvoudige procedure bij de RCC gaat, dan had ik misschien wel geen geld gegegeven.' "Ja, dat zou kunnen." kreeg ik als antwoord, maar daar voelen ze zich bij de vereniging blijkbaar helemaal niet bezwaard over: "Maar goed, die kosten, we hebben wel hebben kosten van een advocaat. Het heeft natuurlijk wel verstrekkende gevolgen. Want stel dat ... we hopen natuurlijk dat we dit gaan winnen bij de RCC en dan kunnen we daar profijt van trekken om de homeopathie in een beter daglicht te zetten. Van kijk maar, wij worden in het gelijk gesteld, nu kunnen we doorzetten. En daarom hebben we een advocaat ingeschakeld om het extra goed te onderbouwen."

En daar komt de aap uit de mouw. De procedure bij de RCC lijkt me vrij kansloos voor de klager. Als de vereniging naar verwachting wint, waarschijnlijk alleen al op formele gronden, zal de overwinning uitgebreid rondgebazuind gaan worden alsof een onafhankelijke 'rechter' het bewijs voor homeopathie als voldoende heeft beoordeeld.

PS Vorige week had ik al met Geef.nl contact opgenomen en ze voorgelegd dat het hier hoogstwaarschijnlijk niet om een rechtszaak gaat maar slechts om een klachtenprocedure bij de RCC, en of ze dat dan niet misleidend vonden. In een reactie verwijst Geef.nl naar de disclaimer die op hun homepage staat: "We vertrouwen erop dat alle geefacties doen wat ze beloven, namelijk daadwerkelijk helpen. Twijfel je als donateur aan een actie? Probeer dan eerst via een andere bron wat meer zekerheid voor jezelf te vinden. Geef alleen aan die acties waarvan je zelf zeker weet dat het goed terecht komt. Dan geef je gerust. Heb je twijfels? Doneer dan niet!" Dit is wel een beetje slap, want die disclaimer ziet haast niemand omdat je bijna altijd via een link op de webpagina van de geldwervende organisatie direct op de donatiepagina komt. En als Geef.nl eenmaal weet dat een campagne misleidend is, ontslaat het ze mijn inziens niet van optreden.

 

 

 

The post Vereniging Homeopathie misleidt met donatiecampagne voor 'rechtszaak' appeared first on Kloptdatwel?.