Europese Skeptische Congressen: een overzicht

Afbeelding

De afgelopen 35 jaar vonden er op diverse plaatsen in Europa bijeenkomsten plaats waar lezingen en discussies over de meest diverse vormen van pseudowetenschap werden gehouden. Ze kregen de naam van Europese Skeptische Congressen. Intussen zijn er al twintig van gehouden, een indrukwekkend aantal, zeker als we beseffen dat de meeste deelnemers op eigen kosten deelnamen en dat de organisatie het werk was van vrijwilligers uit de diverse skeptische verenigingen. Tijd voor een overzicht, dat gebaseerd is op de persoonlijke herinneringen van de enige die op alle twintig congressen aanwezig was… 

Op de foto Rupert Sheldrake (rechts) in debat met Jan Willem Nienhuys (links) op het congres in Brussel (2005). Daartussen Johan Braeckman, die als moderator optrad.

Geplaatst onder
Deel artikel TwitterFacebookLinkedinWhatsapp

Alles begon toen het CSICOP (nu CSI), de in 1976 opgerichte Amerikaanse skeptische organisatie, aandacht voor Europa kreeg. De dynamische CSICOP-stichter en) voorzitter Paul Kurtz stak meermalen de oceaan over om belangstelling voor de strijd  tegen pseudowetenschap op te wekken. In 1986 kwam er een CSICOP-conferentie in  Londen (die niet de naam “Europees” kreeg). Deze was vooral een optreden van CSICOP-protagonisten – in de eerste plaats de toen al wereldberoemde goochelaar/debunker James Randi - voor een Europees publiek1.

Bad Tölz 1989  

In mei 1989 vond in Bad Tölz, een kuuroord in de Beierse Alpen, een "Europese CSICOP-conferentie" plaats. Deze was mede ingericht door de pas opgerichte Duitse skeptische vereniging GWUP. Een dynamische groep vrijwilligers rond de jonge ingenieur Amardeo Sarma zorgde voor de organisatie ter plaatse. Het CSICOP had ditmaal sprekers uit diverse Europese landen aangezocht, van Noorwegen tot Oostenrijk.  Er was zelfs een spreker uit het toenmalige Oost-Duitsland (de Berlijnse muur zou pas enkele maanden later vallen). Een aantal Europese deelnemers hadden al ervaring met pseudowetenschap. Bijvoorbeeld de Nederlandse arts Paul Knipschild, die alternatieve geneeswijzen empirisch onderzocht, of de Franse fysicus Henri Broch, die in zijn faculteit in Nice zijn studenten de mogelijkheid gaf een kritisch afstudeerwerk rond pseudowetenschap te maken. Uit België was er de nog vrij jonge wetenschapsfilosoof Jean Paul Van Bendegem, die betrokken was in de oprichting van wat later SKEPP zou worden. 

Deze bijeenkomst is later beschouwd als het eerste Europees Skeptisch Congres, hoewel die naam nog niet gebruikt werd. 

Brussel 1990 

Een jaar later vond al een nieuwe dergelijke bijeenkomst plaats in de aula van de Vrije Universiteit Brussel. Hoewel sommige SKEPP-leden met de VUB  verbonden waren, kwam het initiatief weer van Paul Kurtz. Kurtz was toen co-voorzitter van de International Humanist and Ethical Union (IHEU), die haar congres hield op de VUB. Kurtz vroeg de organisatoren ter plekke toen om als een soort aanhangsel van dat IHEU-congres een Europese skeptische conferentie te organiseren. Het CSICOP zelf stuurde uitnodigingen naar alle Europese abonnees van zijn tijdschrift Skeptical Inquirer. Er waren lezingen in het Engels en het Frans voorzien. 

SKEPP, dat amper een maand eerder formeel opgericht, was dus niet bij organisatie betrokken, maar wilde zeker wel aanwezig te zijn en ook voor sprekers zorgen. Zo hield Etienne Vermeersch er een lezing. Voor SKEPP was het congres een waar godsgeschenk (misschien een misplaatste uitdrukking als het om Kurtz gaat…), want het was een uitstekend forum om onze kersverse vereniging in het voetlicht te zetten. Onder de aanwezige Vlaamse abonnees van de Skeptical Inquirer waren er dan ook die zich meteen bij SKEPP aansloten. Opnieuw waren Amardeo Sarma en Henri Broch van de partij en was het James Randi die de show stal. SKEPP had voorafgaand met Randi een persconferentie in het bekende Brusselse café Falstaff gehouden. Meteen zowat de eerste activiteit van onze vereniging! 

In Brussel vertoonde zich ook een grote Nederlandse delegatie, waaronder de eminente astronoom Kees de Jager, de voorzitter van de drie jaar eerder opgerichte Stichting Skepsis. Voor het eerst hielden enkele skeptische verenigingen – in elk geval Skepsis, SKEPP en GWUP – onderling overleg. In een geïmproviseerde vergadering, rechtstaand in een hoekje van de congreszaal, werd beslist dat de Nederlanders zouden zorgen voor een nieuw Europees congres. 

Amsterdam 1991

Dat congres ging in oktober 1991 door in het Parkhotel in Amsterdam als Third EuroSkeptics Congress2. Voor het eerst was alles in het Engels en was er een  centraal thema: The Mars effect and other claims. Het Mars-effect was de door de Franse psycholoog Michel Gauquelin ontdekte  correlatie tussen de positie van de planeet Mars en de geboortemomenten van topsporters. Op het congres probeerden diverse experts een rationele verklaring te geven voor dit vreemde effect, dat soms als een empirische bevestiging van de astrologie werd beschouwd. Echt overtuigend waren de verklaringen niet en Françoise Schneider, ex-vrouw en ex-medewerkster van de pas overleden Gauquelin kreeg ter plekke een weerwoord. 

Een aantal sprekers in Amsterdam zouden vaste waarden worden op Europese congressen. SKEPP-lid Wim Betz bracht er de eerste van zijn vele ironische lezingen over alternatieve geneeswijzen en de Britse psycholoog Michael Heap kwam er voor het eerst spreken, in zijn eigen, zeer begrijpelijke stijl. De Nederlander Rob Nanninga, bekend voor zijn onderzoek naar het paranormale, pleitte voor samenwerking tussen skeptici en (serieuze) parapsychologen. Kurtz had intussen al de gewoonte om bij elk congres een begin- of slottoespraak te houden. Dit congres is een van de zeer weinigen waarvan proceedings werden gepubliceerd, dank zij de inspanningen van de wiskundige Jan Willem Nienhuys, een van de meest actieve medewerkers binnen de Stichting Skepsis. 

Saint-Vincent 1992 

De astronoom Steno Ferluga, voorzitter van de Italiaanse skeptische vereniging CICAP, was in Amsterdam met een uitnodiging om het volgende congres in Italië te houden, en dat gebeurde ook.  Plaats was Saint-Vincent3, een kuuroord in het Aostadal aan de voet van de hoogste Alpentoppen. De congreszaal was die van het plaatselijke casino (een goochelaar die actief was in het CICAP en vaak in het casino optrad, had dit blijkbaar geregeld) en de omstandigheden waren ronduit luxueus. De deelnemers kregen zelfs een gratis slotbanket in open lucht. Veel voordrachten waren in het Italiaans, maar het CICAP kon zich simultaanvertaling permitteren. Omdat het CICAP toen al veel leden telde, was de opkomst groot, maar daaronder een zeer beperkt aantal buitenlanders. Tot de weinige oude bekenden buiten mijzelf4 waren er Broch, Nanninga, Nienhuys en uiteraard Kurtz, terwijl Randi opnieuw voor spektakel zorgde. Het thema was welke bewijzen er voor het paranormale zijn. Het antwoord liet zich raden. Op voorstel van Ferluga stelde een werkgroep – waar ik deel van uitmaakte – een verklaring voor het grote publiek op die wees op het gebrek aan bewijzen. Dat was zowat de enige keer dat het Europees congres een statement maakte, maar zoals ik vermoed had kreeg de verklaring niet veel aandacht in de media.  Het echte hoogtepunt van dit congres was toen de chemicus Luigi Garlaschelli zijn wetenschappelijke theorie van het “bloedwonder” van de heilige Januarius in Napels uitlegde. Hij kreeg meteen tegenwind van Broch, die het oneens met hem was.5 

Keele 1993 

Het moet Kurtz zijn geweest die voorstelde om het volgende congres in Engeland te laten plaatsvinden. Er bestond toen geen echte Britse skeptische vereniging maar de vertegenwoordigers van de Skeptical Inquirer in Groot-Brittannië stonden in voor de organisatie. Plaats was ditmaal de Keele University, een landelijk gelegen universiteitscampus in het midden van Engeland. De British Association for the Advancement of Science hield daar haar jaarlijkse bijeenkomst  – een echt festival van de wetenschap, met diverse activiteiten – en het congres was daar een soort onderdeel van. Een nadeel was dat er daardoor nauwelijks vergaderruimte was, zodat het congres een onderkomen vond in... de kerk van de universiteit. De ietwat rommelige organisatie verhinderde niet dat het programma boeiend was. Tot de sprekers behoorde Chris French, onderzoeker in anomalistische psychologie, en daarmee criticus van de parapsychologie, die een vertrouwd gezicht van de Europese congressen zou worden.  Opmerkelijk: de leidende Britse skepticus Michael Howgate, een geoloog, hield een ware donderpreek tegen de pas uitgekomen film Jurassic Park, vanwege de vele onjuistheden over dinosauriërs die daarin voorkomen. Tja, dacht ik, moeten we ons druk maken over fictie? 

Oostende 1994 

Er was in Keele niet meteen een uitnodiging voor een volgende skeptische ontmoeting. Ikzelf stelde ter plekke dan maar voor dat SKEPP het volgende congres zou organiseren. We waren daar perfect voor in staat en België zou door zijn centrale ligging kunnen zorgen voor veel buitenlandse bezoekers. Als plaats kozen we een vakbondsvakantiecentrum op de dijk in Oostende. De zaal kregen we gratis als we maar zoveel mogelijk overnachtingen en eetmalen in het vakantiecentrum hielden. Dat is dan ook gebeurd, en niemand had er spijt van, te meer daar de bar ‘s avonds zo lang we wilden open bleef, met alle gevolgen van dien voor wie de ochtend daarop moest spreken… 

Het congres in Oostende was om drie redenen belangrijk. Voor het eerst was “milieu” het thema. Zo ontmaskerde een Leuvense hoogleraar elektrotechniek alarmistische beweringen over hoogspanningslijnen en werd er een debat gevoerd met onder meer de woordvoerder van een actiegroep die de leugens van Greenpeace wilde ontmaskeren. 

Daarnaast bracht J.W. Nienhuys verslag uit van een grondig onderzoek naar de data die Gauquelin had gebruikt om zijn Mars-effect te vinden. De voorstelling hiervan was uitermate boeiend. Françoise Schneider-Gauquelin, die op eigen initiatief naar Oostende kwam, in gezelschap van een Belgisch astroloog, ging nog in de tegenaanval, maar de conclusies van Nienhuys over de vele bias in die data waren duidelijk: er bleef niets over van het Mars-effect. Kurtz, ook aanwezig, stelde meteen voor de conclusies in boekvorm te publiceren, hetgeen zou gebeuren. 

Last but not least werd in Oostende de Europese Raad van Skeptische Organisaties (ECSO) opgericht. Kees de Jager, die meteen de eerste voorzitter werd, deed bij het begin van het congres een oproep daarvoor en op het einde was er een heuse stichtingsakte, die door vertegenwoordigers van zeven aanwezige organisaties werd ondertekend. Voortaan zou de ECSO bepalen waar de congressen zouden worden gehouden. Bovendien zou hij een zeker toezicht op het programma uitoefenen. Daar had ik op aangedrongen: de kwaliteit van de lezingen op vorige congressen was over het algemeen zeer goed, maar sommige onderwerpen waren soms te elementair of te bekend om buitenlandse bezoekers te lokken.   Nieuwe onderwerpen waren noodzakelijk. 

Roßdorf 1995 

Meteen was beslist om het volgende congres opnieuw in Duitsland door te laten gaan. Ditmaal in Roßdorf, een onopvallend dorp in de buurt van Darmstadt, waar Amardeo Sarma woont. Met steun van het gemeentebestuur kreeg hij beschikking over een sporthal met meerdere zalen. Speciaal om jongeren aan te trekken, kon er in één van de zalen. worden overnacht met  slaapzakken. 

Het programma was uitermate gevuld. Soms waren er twee parallelle sessies, de ene in het Duits, de andere in het Engels. Opnieuw werden achteraf Proceedings gepubliceerd, maar dat was voor de laatste keer. Onder de sprekers was er John Maddox, toen hoofdredacteur van het tijdschrift Nature, die – samen met James Randi – vertelde over de beruchte Benveniste-affaire rond het “geheugen van water”. De voordracht die me echter het meest is bijgebleven was die van Thomas von Rantzow, een gezaghebbend wetenschapsredacteur van het bekende Duitse weekblad Die Zeit. Hij vertelde hoe hij op een dag de toen volkomen onbekende Erich von Däniken in zijn kantoor ontving, die hem wilde overtuigen van zijn theorie over buitenaardse bezoekers. Om van hem af te zijn, zond de verveelde wetenschapsjournalist deze opdringerige kerel naar een uitgeverij met zijn groeten. De uitgeverij zou er zeer veel profijt uit trekken, maar von Rantzow voelde zich wat gegeneerd dat hij zo bijdroeg aan het  wereldsucces van von Däniken! 

Afbeelding
V.l.n.r.: James Randi, Chris French en Michael Heap op het congres in Wroclaw (2017). Voor Randi was het zijn laatste Europese optreden.

En verder… 

Tot dan toe waren de congressen jaarlijks geweest. In Roßdorf besliste de ECSO dat dit ritme niet vol te houden was. Voortaan zouden de bijeenkomsten om de twee jaar plaatsvinden. In de praktijk was het om diverse redenen soms om de drie jaar. 

Hoe dan ook werden de congressen meer en meer routine, wat zeker de kwaliteit niet verminderde. Het is niet de bedoeling ze hier allemaal te beschrijven. Steeds was er een lokale skeptische vereniging die voor de organisatie ter plekke zorgde en ook sprekers in het gastland aanzocht, terwijl de ECSO een oproep deed voor sprekers in het algemeen. Af en toe  kregen deelnemers die zelf niet volledig hun reis konden betalen – dat gold vroeger voor skeptici uit sommige Oost-Europese landen  – steun uit het karige budget van de ECSO. 

Vaak vond het congres plaats in een universiteit6, een paar keer in een hotel. In Praag (2001) werden we ontvangen in het prestigieuze gebouw van de Academie van Wetenschappen. In Stockholm (2013) was het een theater. Toen SKEPP in 2005 opnieuw het congres organiseerde, werd daarvoor de spiegelzaal van het Vlaams gemeenschapscentrum in het centrum van Brussel gehuurd, terwijl de openingszitting in de gotische zaal van het Brusselse stadhuis plaatsvond. 

Een overzicht van de sprekers geven is natuurlijk onmogelijk, gezien de zeer diverse aard van de onderwerpen en landen. Enkele sprekers werden vaste klanten. Zo Edzard Ernst, hoogleraar complementaire geneeskunde aan de universiteit van Exeter, met wie we in 2003 in  Londen kennis maakten. Hij zou samen met onze betreurde oud-voorzitter Wim Betz, de congressen blijven onderhouden over alternatieve geneeswijzen. In 2003 was het ook de laatste maal dat Paul Kurtz aanwezig was.  Door de werking van de ECSO was de “patronage” van het CSICOP feitelijk verdwenen. De deelname van Amerikaanse sprekers op Europese congressen nam duidelijk af, al zouden ze nooit geheel verdwijnen. Zo was de “skeptische detective” Joe Nickell een paar keer aanwezig. De oude James Randi zou in Wroclaw (2017) voor het laatst optreden.  Ook Susan Gerbie van Guerrilla Skeptics kwam spreken in Wroclaw en eerder al in Stockholm. 

Op het congres in Brussel was er voor het eerst een spreker uit Afrika: een Senegalese hoogleraar die over de problemen met bijgeloof in zijn land sprak. Ter elfder ure verscheen daar ook Rupert Sheldrake, de Britse bioloog die bekend werd voor zijn opvattingen over paranormale  vermogens van dieren. 

Het programma is intussen wel geëvolueerd. Onzin op medisch vlak een vast onderwerp – vooral doordat Catherine de Jong van de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij zeer actief binnen de ECSO is geworden – maar het paranormale en aanverwante disciplines, zoals astrologie, zijn op de achtergrond geraakt. De aandacht is verschoven naar milieu, klimaat en andere grote planetaire problemen, waarover veel onzin wordt verteld. Maar er blijft altijd plaats voor nieuwe en oude onderwerpen. Echt passionele discussies, zoals eertijds over het Mars-effect, zijn er niet meer. Zou dit nog terugkeren? De toegenomen ervaring waar de ECSO over beschikt, kan de kwaliteit voor toekomstige congressen alleen maar ten goede komen.  

 

Tim Trachet is journalist en erevoorzitter van SKEPP.

 

Voetnoten

  1. Tot dat publiek behoorde Ronny Martens, die toen al een expert was in astrologie en parapsychologie en later mee SKEPP zou oprichten.
  2. De term “Euroskepticis” werd in het begin soms gebruikt om de Europese skeptici mee aan te duiden. Die term werd verlaten toen ze ook gebruikt werd door andere – vooral Britse – groepen, die zich vijandig tegenover de Europese Unie opstelden.
  3. Wel degelijk in Italië: de gemeenten in het Aostadal hebben Franse namen.
  4. Ik reisde naar Saint-Vincent via Turijn en profiteerde ervan om de – opgeborgen – lijkwade te bezoeken.
  5. Zie SKEPP magazine zomer 2024, pp. 4-9.
  6. Zowel Chris French (Londen, 2015) als Johan Braeckman (Gent, 2019) konden optreden als gastheer in hun eigen universiteit