Natuurlijke remedies kunnen leiden tot een natuurlijke dood

Afbeelding

Het nieuwste boekje van onze boekenreeks De Skeptische Kijk biedt een overzicht van de vele niet-conventionele therapieen die je kunt samenbrengen onder de noemer kruidengeneeskunde. Van Bachbloesems en gemmotherapie, over ayurveda tot de traditionele Chinese kruiden en antroposofische handelwijzen toe. Alle maken ze gebruik van de kracht van de  planten. Wat werkt en wat is je reinste kwakzalverij? Auteur en SKEPP-bestuurslid Claire Moens legt het haarfijn uit.

Deel artikel TwitterFacebookLinkedinWhatsapp

Kruidengeneeskunde is de oudste medicinale therapie. Gedurende duizenden jaren waren planten de enige bron van geneesmiddelen voor de mens. Heilzame eigenschappen kwamen per toeval aan het licht en die kennis werd van generatie op generatie doorgegeven. Oude Grieken schreven de verzamelde informatie neer in boeken over medicinale planten, het zijn de oudste bewaarde geschriften over kruidengeneeskunde. De huidige farmacologie heeft overigens veel aan die kennis te danken. Zo werd de pijnstillende en koortswerende werking van extracten van wilgenbast en wilgenbladeren al beschreven door Hippocrates enkele eeuwen voor Christus. Mensen kauwden op de bladeren, op een stukje schors of dronken boomsap van een wilg tegen koorts en pijn. Tweeduizend jaar later, in de 19de eeuw, slaagden nieuwsgierige Franse en Duitse scheikundigen erin om uit het wilgenextract een actieve pijnstillende en koortswerende stof te isoleren. Deze substantie werd verder bewerkt, zodat het in een handig pilletje kon en je niet langer op bladeren of andere boomonderdelen hoefde te kauwen bij tandpijn of koorts. Het geneesmiddel kreeg de naam acetylsalicylzuur (daarin herken je salix, de wetenschappelijke naam voor wilg). Het Duitse bedrijf Bayer synthetiseerde de eerste pijnstiller en bracht acetylsalicylzuur op de markt met de commerciële naam Aspirine®. De pijnstiller kende een wereldwijd succes en is nog steeds te vinden in iedere  apotheek. Vandaag kauwt niemand nog op een stukje wilgenbast. 

Een ander bekend voorbeeld van een succesvolle overlevering van kruidenkennis is vingerhoedskruid. De bladeren van deze giftige plant, die in veel siertuinen bloeit, werden van oudsher gebruikt bij hartkwalen en opgezwollen benen.

De medische wetenschap maakt dankbaar gebruik van overleveringen en traditionele kennis.

Een nieuwsgierige Engelse arts experimenteerde met het kruidenmengsel en stelde vast dat vingerhoedskruid de pols vertraagt. Verder scheikundig onderzoek leidde weerom tot de extractie van een actieve substantie die vandaag nog steeds gebruikt wordt bij de behandeling van hartfalen: digoxine (afgeleid van digitalis, de Latijnse naam voor vingerhoedskruid). Digoxine versterkt de pompkracht van het hart, maar de molecule heeft ook een nauw therapeutisch venster: er is slechts een klein verschil tussen een te lage dosis, een optimale dosis en een dodelijke dosis. Omdat de concentratie van digoxine wisselend en oncontroleerbaar is in traditionele kruidenmengsels, bleef menig hart definitief stilstaan na inname ervan. Dankzij de scheikundige extractie kon de moderne wetenschap veilige vormen van digoxine ontwikkelen zonder risico op overdosering. Sinds begin deze eeuw hebben we hier zelfs geen vingerhoedskruid meer voor nodig als grondstof, maar kan de werkzame molecule uit de plant volledig synthetisch worden nagebouwd in een lab. 

Er bestaan tientallen voorbeelden waarbij oeroude kruidenkennis tot de werkzame geneesmiddelen leidde die we vandaag nog steeds gebruiken. De ontwikkeling van de scheikunde en de farmacologie liet toe om geneeskrachtige planten te analyseren, de werkzame bestanddelen te isoleren, verder te testen en te zuiveren. Gaandeweg werden geneeskrachtige kruidenpreparaten vervangen door gecontroleerde geneesmiddelen, waarvoor je geen kruiden meer moet verzamelen, drogen of fijnmalen, en die in handige pilletjes of capsuletjes verpakt worden die je bovendien jaren kan bewaren. Dat is niet alleen veiliger en gebruiksvriendelijker, maar door de controle op de dosis actieve stof zijn moderne geneesmiddelen ook efficiënter en worden vergiftigingen vermeden. 

Afbeelding

De medische wetenschap maakt dus dankbaar gebruik van overleveringen en traditionele kennis. Ze staat er niet diametraal tegenover. Integendeel. Ze doet nog steeds onderzoek naar natuurproducten waaraan geneeskrachtige eigenschappen worden toegedicht. Niet alleen van planten en kruiden. Ook micro-organismen en dieren droegen en dragen hun steentje bij. Denk maar aan penicilline, een antibioticum afkomstig van een schimmel, aan insuline, een hormoon dat oorspronkelijk gewonnen werd uit de alvleesklier van varkens, en aan koeien met koepokken, de basis van onze eerste vaccins (vaccin is trouwens afgeleid van vacca, wat koe betekent). Veel natuurlijke remedies vormen de basis van succesvolle geneesmiddelen, maar steeds na zuivering, onderzoek, correcte doseringen en verpakt in gebruiksvriendelijke dragers, zoals capsules of injecties, die leiden tot een efficiënte werking. De farmaceutische industrie maakte massaproductie mogelijk, zodat deze producten toegankelijk werden voor miljoenen patiënten wereldwijd. 

Geneesmiddelen als aspirine en digoxine worden naast tientallen andere moderne producten door velen als chemisch of synthetisch weggezet. Het is goed om weten dat we deze middelen aan de kruidengeneeskunde te danken hebben, ook al zijn ze hun kruidenstatus al lang ontgroeid. Wist je dat ‘drug’, het Engelse woord voor medicijn, zijn oorsprong vindt in het Zweedse woord ‘druug’ dat ‘gedroogde plant’ betekent? 

De farmaceutische wetenschap was en is de logische ‘next step’ in de ontwikkeling van veilige en doeltreffende geneesmiddelen. Helaas hebben veel moderne kruidkundigen, die in dit boekje de  revue passeren, het pad van de wetenschap verlaten. In plaats van gecontroleerde medicijnen, grijpen ze terug naar het drogen en vermalen van planten zonder enig zicht op concentraties van actieve substanties of aanwezigheid van onzuiverheden of giftige stoffen. Ze keren zich af van de scheikunde die ze een negatief ‘synthetisch’ imago toedichten.  Sommigen geloven dat de natuur het zo voorzien heeft dat hele planten of plantonderdelen een heilzame werking hebben bij menselijke kwalen. Ze hebben ongelijk. Sterk werkende chemische stoffen in planten kunnen soms wel helpen bij ziekte van de mens, maar dat is louter toeval, want ze zijn dienen een heel ander doel. 

Sommige substanties werken bijvoorbeeld als natuurlijk insecticide, om beestjes die zich op de plant begeven te vergiftigen. In voldoende hoge doses bestaat het risico dat ze dat ook bij de mens doen. Begin jaren negentig liep een tiental Belgische vrouwen ernstige, blijvende nierschade op, na het gebruiken van kruidenmengsels om te vermageren. Na internationaal alarm vond men 75 gevallen van zware nierschade door hetzelfde kruid, met name de pijpbloem. Dertig personen lieten het leven en van de overlevers ontwikkelde 40 procent kanker. Ook over dergelijke mislukkingen lees je verhalen in dit boek. 

Voor de Amerikaanse onderzoeksjournalist Dan Hurley was de pijpbloem-zaak de start van een doorgedreven onderzoek naar de risico’s en dodelijke slachtoffers van kruidengeneeskunde in de Verenigde Staten. Zijn boek 'Natural causes. Death, Lies, and Politics in America's Vitamin and Herbal Supplement Industry’ (2007) werd een bestseller en zorgde voor een schokgolf. De voorbeelden die Hurley verzamelde doen dan ook huiveren. Zo start zijn boek met een dame die met een letsel aan haar neus een kruidendokter raadpleegde en hiervoor twee natuurlijke kruidenremedies kreeg. Haar neus rotte letterlijk weg. Zes operaties plastische chirurgie konden haar verminkte gelaat niet herstellen… 

Vandaag kauwt niemand nog op een stukje wilgenbast

Wat Dan Hurley aanklaagt in zijn boek, loopt ook als een rode draad doorheen dit boek van Claire Moens: veel zogenaamde natuurlijke remedies zijn nooit  wetenschappelijk onderzocht op veiligheid noch op doeltreffendheid. Niet zelden komen ze uit het brein van individuen zonder enige medische scholing of kennis, waarvan er verschillende veroordelingen opliepen voor crimineel gedrag. Toch hebben ze volgers die hun mengsels blijvend aanprijzen aan nietsvermoedende consumenten die liever een ‘natuurlijk geneesmiddel’ innemen. Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat kruidengeneesmiddelen inherent veilig zijn, omdat ze uit de natuur komen. Niets is minder waar. 

Afbeelding

In dit boekje maak je kennis met een hele rits uiteenlopende kruidentheorieën die geen steek houden, maar die vandaag nog steeds aanhangers hebben die er geld aan verdienen of eraan uitgeven en in het slechtste geval de gezondheid ernstige schade berokkenen.  

Kruidengeneeskunde of fytotherapie heeft haar verdiensten, op voorwaarde dat potentieel werkzame bestanddelen uitgebreid, onafhankelijk en wetenschappelijk verantwoord getest worden en niet enkel door de individuen of firma’s die deze mengsels zelf verkopen. Dat gebeurt nu veel te weinig. Kruidengeneeskunde valt niet onder de strenge wetgeving van geneesmiddelen. 

Tot slot nog dit. Kruidengenees- middelen worden vaak verward met  homeopathische producten: stoffen, lang niet alle plantaardig, die zo extreem verdund zijn dat ze geen enkel actief bestanddeel bevatten en daarom geen schade kunnen berokkenen. (Tenzij je een gangbare behandeling door een homeopathische vervangt en op die manier dus geen behandeling krijgt.) Deze verwarring wordt veelal in stand gehouden door aanhangers van de kruidenindustrie die de gevaren op die manier onder de mat veegt. We geloven dat dit waardevolle boekje van Claire Moens, dat een grondig beeld schetst van de kruidengeneeskunde vandaag, de ogen opent over de ware aard van deze traditionele therapie. 

Marleen Finoulst is gewezen huisarts en ondervoorzitter van SKEPP.