Het spreekt voor zich dat ik vereerd en verheugd was toen ik op 30 januari 2025 een e-mail ontving van Tim Trachet, waarin hij mij een erelidmaatschap van SKEPP aanbood. Door mijn deelname aan talrijke Europese Skeptische Congressen door de jaren heen, was ik al goed op de hoogte van het uitstekende werk dat leden van SKEPP verrichten om wetenschappelijk skepticisme te bevorderen. Tim vroeg mij of ik een artikel wilde schrijven voor het tijdschrift van SKEPP over het werk van de Anomalistic Psychology Research Unit (APRU), te beginnen met de vraag wat anomalistische psychologie precies inhoudt. Hij wilde dat ik verder zou gaan dan de eenvoudige definitie op de APRU-website: "Anomalistische psychologie probeert paranormale en gerelateerde overtuigingen te verklaren", omdat, zo schreef hij, "jongeren niet altijd veel weten over het paranormale (de term wordt zelfs niet meer zo vaak gebruikt)." Hieruit bleek duidelijk dat Tim en ik, ondanks onze gedeelde interesse in wetenschappelijk skepticisme, ons in heel verschillende kringen bewegen. Voor mij gaat er zelden een dag voorbij zonder dat ik het woord "paranormaal" minstens een dozijn keer tegenkom.
Wat betekent "paranormaal" precies?
Er zijn bepaalde begrippen waarvan we allemaal denken dat we ze begrijpen, maar die we, als we er dieper op ingaan, moeilijk nauwkeurig kunnen definiëren. Het concept van het paranormale is zo’n begrip.
Jarenlang, voordat ik in 2020 met pensioen ging bij Goldsmiths, University of London (foto), gaf ik studenten in mijn anomalistische psychologiecursus de opdracht om in kleine groepen een bevredigende definitie van de term te bedenken; een definitie die alles omvatte wat zij als paranormaal beschouwden, maar die ook alles uitsloot wat er niet bij hoorde. Ondanks hun beste inspanningen was dit vaak een lastige opgave.
Om die reden heb ik in mijn boek The Science of Weird Shit meer dan een dozijn pagina’s gewijd aan dit vraagstuk. De online Cambridge Dictionary biedt de volgende definitie: "onmogelijk om te verklaren door bekende natuurkrachten of door de wetenschap."
Dit is een redelijke eerste poging, maar er zijn genoeg fenomenen die binnen deze definitie passen en toch niet als paranormaal worden beschouwd, zoals bewustzijn of donkere materie.
Parapsychologen beperken hun interesse doorgaans tot drie hoofdgebieden: buitenzintuiglijke waarneming (ESP), psychokinese (PK) en bewijzen met betrekking tot de mogelijkheid van leven na de dood. ESP kent drie vormen: telepathie (de vermeende mogelijkheid om gedachten direct van de ene naar de andere geest over te brengen), precognitie (de vermeende mogelijkheid om toekomstige gebeurtenissen te voorspellen zonder gebruik te maken van logische gevolgtrekking of bekende zintuigen) en helderziendheid (de vermeende mogelijkheid om informatie op te pikken van afgelegen locaties zonder gebruik van bekende zintuigen). Psychokinese verwijst naar de vermeende kracht om objecten in de buitenwereld louter met de kracht van de geest te beïnvloeden. Bewijs voor leven na de dood omvat onderwerpen als geesten, mediumschap en reïncarnatieclaims.
De massamedia (en anomalistische psychologen) hanteren een veel bredere definitie van het paranormale dan parapsychologen, waaronder onderwerpen zoals cryptozoölogie en ufologie. Andere interessegebieden van anomalistische psychologen die buiten de strikte definitie van parapsychologen vallen, zijn astrologie (en andere vormen van waarzeggerij), aura’s, de Bermudadriehoek, alternatieve geneeswijzen, graancirkels, kristalkracht, wichelroedelopen en spontane menselijke zelfontbranding. Kortom, alles wat als "vreemd en wonderlijk" kan worden omschreven.
In de praktijk bestaat er waarschijnlijk geen definitie van het woord "paranormaal" die zowel alles omvat wat we normaal gesproken onder die term scharen als alles uitsluit wat er niet onder valt. Maar een definitie zoals "onverklaarbaar volgens momenteel geaccepteerde wetenschappelijke concepten" voldoet meestal goed genoeg.
Wat is anomalistische psychologie precies?
Dit is de definitie van anomalistische psychologie die op de APRU-website stond en op andere locaties:
"Anomalistische psychologie kan worden gedefinieerd als de studie van buitengewone fenomenen in gedrag en ervaring, inclusief (maar niet beperkt tot) die welke vaak als ‘paranormaal’ worden bestempeld. Het richt zich op het begrijpen van bizarre ervaringen die veel mensen hebben, zonder a priori aan te nemen dat er iets paranormaals bij betrokken is. Het omvat pogingen om paranormale en gerelateerde overtuigingen en ogenschijnlijk paranormale ervaringen te verklaren in termen van bekende psychologische en fysieke factoren."
Uit deze definitie blijkt duidelijk dat anomalistische psychologen doorgaans een sceptische benadering hanteren ten opzichte van vermeend paranormale fenomenen. Hun uitgangspunt is dat er geen echte paranormale krachten bestaan en dat gerapporteerde paranormale ervaringen verklaard kunnen worden door psychologische mechanismen zoals de onbetrouwbaarheid van ooggetuigenverklaringen, valse herinneringen, hallucinaties en cognitieve bias.
Desondanks heeft de APRU zich in de loop der jaren intensief beziggehouden met het direct testen van paranormale claims. Een cruciaal aspect van scepticisme is immers openstaan voor de mogelijkheid dat je het mis hebt. Ondanks het gebrek aan wetenschappelijk bewijs voor paranormale fenomenen, blijft de vraag waarom zoveel mensen wereldwijd en door de geschiedenis heen in het paranormale geloven en zelfs beweren dergelijke ervaringen te hebben gehad. Dit zijn de kernvragen waar anomalistische psychologie zich mee bezighoudt. Door deze vragen te beantwoorden, kunnen we waardevolle inzichten verkrijgen in de menselijke psychologie in het algemeen.
Een korte geschiedenis van de Anomalistische Psychologie-Onderzoekseenheid
21 maart 2024 was om een paar redenen een belangrijke dag in mijn leven. Ten eerste was het de dag waarop ik het boeklancerings-evenement hield voor mijn lang uitgestelde boek, The Science of Weird Shit, dat twee dagen eerder was uitgegeven door MIT Press (de paperback-editie zal op 1 april 2025 worden gepubliceerd). Ik markeerde deze gedenkwaardige gelegenheid met een lezing aan Goldsmiths, University of London, waar ik in 2020 met pensioen ging na daar 35 jaar te hebben gewerkt. Dit werd gevolgd door, al zeg ik het zelf, een geweldig feest. Iedereen had een fantastische tijd.
De tweede reden waarom deze dag belangrijk was in mijn leven, was dat het de officiële laatste dag was van de Anomalistic Psychology Research Unit (APRU). Hoewel dit gedenkwaardige moment onopgemerkt bleef door de media, vond ik het nu, een jaar later, passend om een korte geschiedenis van de eenheid te presenteren. Dus hier is die.
Wat heeft de APRU eigenlijk bereikt in de 24 jaar van haar bestaan? Heel wat, zo blijkt.
De APRU werd opgericht in het jaar 2000, toen ik het einde naderde van mijn driejarige termijn als hoofd van de afdeling Psychologie aan Goldsmiths. Goldsmiths hanteerde een zogenaamd "roterend hoofd"-systeem. Dit betekende dat iedereen op het niveau van senior docent en hoger mogelijk drie jaar als afdelingshoofd kon dienen (hoewel ik moet bekennen dat de term mij altijd deed denken aan die gedenkwaardige scène uit The Exorcist [het ronddraaiend hoofd - nvdr]). Er was nauwelijks tijd om onderzoek te doen als afdelingshoofd en als erkenning hiervan kreeg men een onderzoeksassistent. Mijn onderzoeksassistent was Kate Holden, en samen kwamen we op het idee om de APRU op te richten. Het basisidee was dat dit een focus zou bieden voor onderzoeksactiviteiten op dit gebied en samenwerkingsonderzoeken zou stimuleren, zowel nationaal als internationaal.
Ik weet niet precies welk beeld de naam "Anomalistic Psychology Research Unit" bij u oproept, maar ik vermoed dat het voor veel mensen zonder directe academische ervaring een enigszins misleidend beeld schetst. Misschien stelde u zich een modern gebouw voor met een groot bord buiten dat trots deze speciale eenheid aankondigde? Misschien zag u in uw verbeelding tientallen wetenschappers in witte jassen, sommigen haastig met clipboards rondlopend en anderen peinzend op potloden kauwend terwijl ze de resultaten van hun laatste experimenten op computerschermen bekeken? Misschien zag u anderen geavanceerde hersenscanners gebruiken om de innerlijke werking van paranormaal begaafde personen te onderzoeken?
Als dat zo is, spijt het me u teleur te moeten stellen. De waarheid is dat de APRU nooit een toegewijde onderzoeksruimte had. Er waren nooit meer dan een dozijn actieve leden tegelijkertijd. Het team bestond uit mijzelf, mijn promovendi, projectstudenten, eventuele onderzoeksassistenten die ik op dat moment had, collega’s (zowel van Goldsmiths als daarbuiten) die wilden samenwerken aan specifieke projecten, en vrijwilligers. Desondanks kan ik met recht zeggen dat de APRU in de loop der jaren boven zijn gewichtsklasse presteerde, vooral wat betreft media-aandacht. De reden hiervoor is natuurlijk dat de media dol zijn op verhalen over het paranormale, wat ertoe leidt dat het grote publiek de indruk krijgt dat er veel meer onderzoek naar dergelijke onderwerpen wordt gedaan binnen universiteiten dan in werkelijkheid het geval is. In feite zijn er wereldwijd slechts een handvol universiteiten die actief onderzoek doen op het gebied van anomalistische psychologie en parapsychologie.
Wanneer journalisten en andere geïnteresseerden soms een rondleiding door de APRU vroegen, merkte ik vaak een zekere teleurstelling op wanneer ze hoorden dat we geen speciale onderzoeksruimtes hadden. De waarheid is dat het volkomen ongepast zou zijn geweest om dergelijke ruimtes te hebben. De methodologieën die we gebruikten, varieerden enorm van studie tot studie, zoals beschreven in The Science of Weird Shit. Sommige onderzoeken werden inderdaad uitgevoerd in kleine onderzoeksruimtes, waarbij vaak responsgegevens werden verzameld via desktopcomputers. Andere vereisten meer uitgebreide opstellingen, zoals observaties via eenrichtingsspiegels. Soms verzamelden we gegevens door enquêtes af te nemen onder voorbijgangers. In recente jaren hebben we veel onderzoek gedaan zonder zelfs maar ons kantoor te verlaten, dankzij het internet. Wat betreft het testen van paranormaal begaafden, moest elke test worden ontworpen rond de specifieke claim die werd gedaan, wat soms zeer ingewikkelde opstellingen vereiste. Gezien de grote verscheidenheid aan methodologieën die we gebruikten, was het veel logischer om gebruik te maken van de algemene faciliteiten binnen de afdeling psychologie van Goldsmiths, in plaats van aparte laboratoria te verwerven die het grootste deel van de tijd ongebruikt zouden blijven.
Wat heeft de APRU eigenlijk bereikt in de 24 jaar van haar bestaan? Heel wat, zo blijkt. Een van de expliciete doelen van de APRU was om "het academische profiel" van anomalistische psychologie te verhogen - of anders gezegd, om anomalistische psychologie academisch respectabeler te maken.
In de vroege jaren ‘80 en ‘90, toen ik me begon te interesseren voor dit vakgebied, maakte een voormalig afdelingshoofd mij duidelijk dat mijn werk op dit gebied getolereerd maar niet aangemoedigd zou worden - mits ik ook onderzoek deed en publiceerde in meer conventionele psychologiegebieden. Ik gehoorzaamde gedwee en publiceerde artikelen over onderwerpen als geautomatiseerde beoordeling en de relatie tussen cognitie en emotie, naast mijn werk over anomalistische psychologie. Uiteindelijk besloot ik me volledig te richten op anomalistische psychologie, met name slaapverlamming, valse herinneringen en geloof in complottheorieën.
Om de academische geloofwaardigheid van de anomalistische psychologie te vergroten, publiceerden we voornamelijk in gangbare psychologische tijdschriften in plaats van in parapsychologische tijdschriften. We deden dit omdat we ons ervan bewust waren dat de reguliere wetenschappelijke media parapsychologische tijdschriften doorgaans volledig negeren (naar onze mening onterecht). Sinds 2000 heeft de APRU bijna 40 artikelen over anomalistische onderwerpen gepubliceerd in peer-reviewed tijdschriften (waaronder talrijke artikelen van Dr. Paul Rogers, een erelid van de APRU). Daarnaast hebben we 39 hoofdstukken in geredigeerde boeken geschreven en talloze andere artikelen gepubliceerd (waaronder in The Guardian en natuurlijk The Skeptic (het Britse tijdschrift van die naam) – waarvan wij tussen 2001 en 2011 de redactie in handen hadden). Oh, en er waren ook twee co-auteursboeken, één eigen boek en een mede-geredigeerde bundel (de laatste een verzameling van enkele van de beste artikelen uit The Skeptic magazine).
We organiseerden ook talloze conferenties, vaak in samenwerking met andere groepen zoals Sense About Science, het Centre for Inquiry UK, de Association for the Scientific Study of Anomalous Phenomena en de Association for Skeptical Enquiry (inclusief het Europees Skeptisch Congres dat in 2015 plaatsvond in Goldsmiths). Wat betreft conferenties en andere presentaties hebben we sinds 2000 meer dan 500 optredens verzorgd. Deze varieerden van voordrachten op uitnodiging op nationale en internationale conferenties, tot lezingen aan verschillende universiteiten, bij lokale Skeptics in the Pub-groepen en op scholen – en zelfs twee nationale theatertours in samenwerking met de BBC-serie Uncanny.
Van 2006 tot 2019 organiseerden en leidden we de APRU Invited Speaker Series aan Goldsmiths. Greenwich Skeptics in the Pub werd opgericht in 2013 en is nog steeds actief (kom er vooral eens langs!). Ons werk op het gebied van publieksbetrokkenheid omvatte ook tientallen tv- en radio-optredens, interviews voor tijdschriften en kranten, en podcastinterviews (persoonlijke hoogtepunten voor mij waren onder andere gesprekken met Iron Maiden’s Bruce Dickinson en Alan Alda van M*A*S*H).
Al met al denk ik dat dit een behoorlijk indrukwekkende output is voor een grotendeels ongesubsidieerde onderzoekseenheid. Hoewel details over de eenheid nog steeds op de website van Goldsmiths te vinden zijn, was de laatste officiële werkdag, zoals eerder vermeld, 21 maart 2024. Voor mezelf gesproken, ben ik van plan om nog jarenlang onderzoek te doen, te schrijven en lezingen te geven. Het enige verschil is dat ik me niet langer schuldig hoef te voelen over het feit dat ik nooit de tijd vond om de website van de APRU bij te werken.
Dit artikel is een uitgebreide versie van een artikel dat oorspronkelijk op 24 maart 2024 werd gepubliceerd in het online Britse tijdschrift The Skeptic (https://www.skeptic.org.uk/). Herdrukt met toestemming.
Vertaling door Paul De Belder.