Interview Liam Smeeth

Afbeelding

De stroom aan onzin over gezondheid is moeilijk bij te houden - zes regels om het aan te pakken.

Professor Liam Smeeth, arts en epidemioloog, is directeur van de London School of Hygiene and Tropical Medicine (LSHTM), een van 's werelds toonaangevende universiteiten op het gebied van volksgezondheid. Smeeth volgde in 2021 de Belg Peter Piot op, die het instituut leidde van 2010 tot 2020. 

Geplaatst onder
Deel artikel TwitterFacebookLinkedinWhatsapp

Misinformatie is vandaag de dag een van de grootste bedreigingen voor onze gezondheid. Ze verspreidt zich razendsnel online en kan desastreuze gevolgen hebben. Kort na de inauguratie van Donald Trump in de Verenigde Staten, riep Liam Smeeth op om van 2025 het jaar te maken waarin we samen de strijd aangaan tegen foute informatie. Smeeth is sterk betrokken in de strijd tegen gezondheidsdesinformatie. In februari presenteerde hij zes communicatieprincipes om de huidige golf ervan te bestrijden. Wetenschapsjournaliste Priya Joi vroeg hem naar zijn inzichten en schreef hierover een artikel voor VaccinesWorks, een evidence-based platform over vaccins en vaccinatie. Van Priya Joi kregen we de toestemming om haar bijdrage te vertalen voor SKEPP Magazine.

Waarom verspreidt misinformatie zich zo snel?

Liam Smeeth: ‘Onderzoek toont aan dat veel mensen die misinformatie verspreiden dit niet bewust doen. Ze delen nieuws dat aansluit bij wat ze al geloven – het "voelt waar" aan. De afgelopen tien jaar, en vooral in het sociale media-tijdperk, zijn veel van deze kwesties sterk gepolitiseerd. Dit zagen we bij covid-19, vooral in de VS. In sommige staten betekende het dragen van een mondkapje bijna automatisch dat je een democraat was. Mensen delen informatie die past bij hun bestaande overtuigingen. Sociale media-algoritmes versterken dit door content te tonen die mensen al geneigd zijn te geloven, waardoor ze in een bubbel terechtkomen.’

Is wetenschapscommunicatie nog steeds belangrijk?

Liam Smeeth: ‘Ja, absoluut. Publiek begrip van wetenschap is cruciaal. In het begin van de coronapandemie rapporteerde de BBC bijvoorbeeld over het R-getal van het virus. Het feit dat ze aannamen dat veel kijkers begrepen wat dat betekende, was opmerkelijk.’ (Het reproductiegetal of R-getal van een virus geeft aan hoeveel mensen gemiddeld besmet raken door één geïnfecteerde persoon. Is R groter dan één, dan groeit de uitbraak. Is het kleiner dan één, dan neemt de uitbraak af. Zonder vaccinatie bedroeg het R-getal voor SARS-CoV2 twee tot drie. (noot van de vertaler). 
‘Naast de soms gebrekkige duiding door de media ontstond er ook veel misinformatie. Toen de mRNA-vaccins werden ontwikkeld, geloofden sommigen ten onrechte dat deze het DNA konden veranderen. De meeste mensen die dit geloofden of deelden, deden dit niet met kwade bedoelingen, maar uit bezorgdheid. Wetenschapscommunicatoren moeten eenvoudige boodschappen gebruiken. Zoals een Britse campagne ooit simpel stelde: 'Het griepvaccin kan je geen griep geven, want er zit geen griepvirus in.' Wetenschappers moeten zich realiseren dat wat voor hen vanzelfsprekend is, dat niet per se is voor het grote publiek.’

Hoe kan vertrouwen in de wetenschap worden hersteld?

Liam Smeeth: ‘Veel politieke analyses na de pandemie gingen meer over 'wie krijgt de schuld' dan over 'wat kunnen we leren?'. Sommige politici hebben het vertrouwen van het publiek volledig beschaamd. Tijdens de pandemie werd het economische effect van lockdowns niet altijd afgewogen tegen de noodzaak om het virus in te dammen. Politici hadden transparanter kunnen zijn over de moeilijke afwegingen die moesten worden gemaakt.’

Wat is de rol van de LSHTM daarin?

Liam Smeeth: De LSHTM richt zich in eerste instantie op vaccinmisinformatie. Het communicatieteam werkt samen met experts om effectieve boodschappen en strategieën te ontwikkelen om misinformatie te bestrijden, zowel in de media als op sociale media. Daarnaast wordt gedacht aan een informeel netwerk in het VK, waarin academici en communicatieprofessionals kennis delen over misinformatie en over effectieve interventies. Daarnaast is er nood aan een wereldwijde samenwerking. Voor grote problemen is zo’n gecoördineerde aanpak essentieel. Het is effectiever om één krachtige boodschap goed over te brengen dan duizenden kleine boodschappen te verspreiden. Een wereldwijd netwerk kan hierbij helpen.’

De zes principes van de LSHTM om misinformatie tegen te gaan

De LSHTM heeft zes pragmatische principes opgesteld om misinformatie effectief aan te pakken. Met deze principes en toekomstige initiatieven hoopt de LSHTM een belangrijke rol te spelen in de strijd ertegen en bij het versterken van wetenschappelijk vertrouwen wereldwijd.

  1. Bepaal je drempel: Niet alle misinformatie verdient een reactie. Een reactie is gerechtvaardigd als de misinformatie wijdverspreid is, gedeeld wordt door invloedrijke personen of een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid.
  2. Kies je doelgroep: Richt je niet op de verspreiders van misinformatie, maar op het brede publiek dat nog twijfelt. Deze groep kan ontmoedigd worden om onjuiste informatie verder te verspreiden.
  3. Toon empathie: De meeste mensen delen misinformatie uit oprechte bezorgdheid. Ga niet de confrontatie aan, maar bied neutrale, feitelijke en toegankelijke informatie aan.
  4. Isoleer de aanval: Herhaal misinformatie alleen in een sterk afgezwakte vorm, zodat je niet onbedoeld bijdraagt aan de verspreiding ervan. Omring foutieve beweringen altijd met feiten en betrouwbare bronnen.
  5. Toon consensus: Mensen vertrouwen wetenschap meer als ze zien dat er een brede wetenschappelijke consensus is. Ondersteun je boodschap dus met bewijs van die consensus.
  6. Bouw vertrouwen op: Transparantie is cruciaal. Leg altijd duidelijk en eerlijk uit hoe wetenschappelijke kennis tot stand komt, inclusief de onzekerheden die erbij horen.

 

Bron: Six rules to tackle health misinformation; 25/02/2025. Priya Joi, wetenschapsjournalist voor VaccinesWork, een internationaal digitaal platform met nieuws en informatie over vaccins en vaccinatie (gavi.org).

Vertaald en bewerkt door Marleen Finoulst