De oorlog op Wikipedia: bericht uit de loopgraven

'Je licht een tegel op, en je schrikt van wat daaronder krioelt'
23-11-2012

-

door
28 minuten
Leestijd:
De papieren Encyclopaedia Britannica is voorgoed begraven, stond recent in de krant. In begeleidende commentaren ging het over ‘de dood van de encyclopedist’. Wie dat wil weglachen, heeft een voor de hand liggend argument: we zijn allemáál encyclopedisten geworden. En dan wordt verwezen naar het immense succes van de gratis online-encyclopedie Wikipedia, die om ons aller medewerking verzoekt. Maar of dat ook een zegen voor de mensheid is? (uit HUMO 27-03-2012)

‘Mijn naam is Luc Huyse. Eind december 2011 heeft Dieudonné Korenwolf mij ongevraagd op Wikipedia gezet. Het artikel is eenzijdig en kan mij beschadigen. Ik vraag de blokkering ervan,’ schreef professor Huyse op 26 januari jongstleden aan de makers van de Nederlandstalige Wikipedia.

Dat was, naast het interview ‘Humo sprak met Luc Huyse’ dat hier op 14 februari 2012 verscheen, nog een uitvloeisel van een gesprek dat ik eind januari met Huyse had. Terloops had ik hem erop gewezen dat Wikipedia hem met een lemma had bedeeld. De politieke visie van Vlaanderens bekendste socioloog, auteur van invloedrijke publicaties in de afgelopen vier decennia, werd er in één kwestieus zinnetje afgedaan: 'Zijn visie is uitgesproken antirechts en anti-N-VA.'

Na mijn bezoek ging Huyse het lemma lezen. Hij was not amused, vandaar de geciteerde mail. Als ik hem er enkele weken later over spreek, lijkt Huyse nog niet te geloven wat hem sindsdien is overkomen: wist hij veel dat je betrokken kon raken in een bewerkingsoorlog op Wikipedia.

Dieudonné Korenwolf kan ik er niet over aanspreken. Zoals de meeste Wikipedia-schrijvers, die Schrijfmens, Flurp, Le Fou, Keffertje08 of Wegwezen kunnen heten, bedient hij zich van een pseudoniem. Dit is alle informatie die Dieudonné over zichzelve verstrekt op z’n Wikipedia-gebruikerspagina: ‘Ik hou me vooral bezig met het aanmaken van artikelen die met België te maken hebben.’ Daar valt ook te leren dat hij de aanzet gaf tot artikelen als ‘Bonheiden-Putsesteenweg’, ‘Lijst van duurste Belgische films’, ‘Michel Polnareff’ en de strip ‘De dorpsgek van Schoonvergeten’. Met het artikel over Huyse maakte Dieudonné een voor zijn doen zeldzame uitstap in de wereld van de politiek en de sociologie.

<Luc Huyse> Ik heb nooit de behoefte gehad om op Wikipedia te staan, en ik wist niet dat er een artikel over mij bestond. Maar toen ik het las, was mijn eerste reactie: ‘Mijn God, wat is hier aan de gang?’ Dat lemma is hopeloos onvolledig, onevenwichtig en politiek tendentieus. Je denkt dan: 'Gaan ze het anti-N-VA-stigma dat ik op allerlei krantenfora al toebedeeld heb gekregen, ook op Wikipedia cultiveren?'

Algauw had ik begrepen dat een lemma gewijzigd krijgen enorm ingewikkeld is; voor je het weet, zit je in een labyrint van reacties en tegenreacties. Daar had ik geen zin in. Als ze een onderwerp op die manier behandelen, dat ze het dan níét behandelen. ‘Verlos me hiervan!’ was mijn reactie, en daarom schreef ik hen: ‘Ik wens niet op Wikipedia vermeld te staan.’

Het artikel werd genomineerd voor verwijdering, een standaardprocedure bij betwistingen: na twee weken kan een moderator het dan uit de encyclopedie halen, maar intussen kunnen ook wijzigingen worden aangebracht. Luc Huyse kon op de ‘geschiedenis’ die aan zijn lemma is gekoppeld, volgen hoe de aanvullingen en wijzigingen van de één werden weggehaald door de ander, weer werden teruggeplaatst, enzovoort. En op de begeleidende ‘overlegpagina’ kon hij lezen hoe een menigte hardcore-Wikipedianen zich over zijn geval kwam buigen en hoe zich een soms heftige discussie ontrolde.

Ik had geen idee dat het daar zo aan toeging. Ik was in een loopgravenoorlog beland, een machtsstrijd onder Wikipedianen, waarbij ze elkaar met blokkeringen en weet ik wat allemaal bedreigden. Je licht een tegel op, en je schrikt van wat daaronder krioelt: dat beeld riep het bij me op. (Luc Huyse)

Voor hij vol afschuw de tegel liet vallen, kon Huyse op de overlegpagina’s van de Wikipedianen nog enig scheldproza aan zijn adres meepikken. ‘Beste meneer Huyse,’ aldus ene Geertjan R., ’u bent hier in België en niet in Noord-Korea. Wanneer het artikel onevenwichtig is, kunt u dit zelf proberen te wijzigen (ik zeg wel: proberen, want het wordt nogal afgeraden over zichzelf te schrijven) of uw probleem aankaarten op de overlegpagina. En het is niet omdat je tegen de N-VA bent, dat men je dan meteen komt lynchen. Nog niet.'

Op de overlegpagina werden ook uiteenlopende antwoorden neergeschreven op de vraag of men op Huyses verzoek tot verwijdering van het artikel kon ingaan. 

‘Als hij dat wil... Wie is Luc Huyse alles bij elkaar? Vandaag interessant. Morgen vergeten. Weg ermee.’ (Jan Arkesteyn)

‘Laster en eerroof is een potentiële tijdbom voor Wikipedia.’ (Mdd)

‘We gaan de koningin toch ook niet schrappen als zij dat wil? Wikipedia is een encyclopedie, niet de telefoongids waar je kunt kiezen of je erin staat.’ (Vdkdaan)

Vindt Huyse zelf dat hij kan bepalen of hij in een encyclopedie staat? Dat zou vreemd zijn voor een winnaar van de Arkprijs van het Vrije Woord, suggereerde een Wikipediaan.

<Huyse> Dat is naast de kwestie, omdat je de Nederlandstalige Wikipedia niet met een ernstige encyclopedie kúnt vergelijken. Als de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging een lemma over Hugo Schiltz wil, laat ze dat niet schrijven door de eerste de beste, maar trekt ze iemand aan die dat als een wetenschappelijke bezigheid ziet. Die mensen van Wikipedia overschatten zichzelf compleet als ze zich vergelijken met échte encyclopedieën, of wanneer ze principes als vrije meningsuiting inroepen die in dit verband compleet irrelevant zijn. Vrije meningsuiting impliceert dat je kunt reageren op wat iemand zegt, en dat kan hier niet.

Ondanks al zijn democratische pretenties werkt Wikipedia als een gesloten systeem, terwijl het tegelijk heel open staat voor manipulatie. Je hebt daar een niet erg grote groep van mensen die elkaar voortdurend bevestigen in een soort status, die ze waarschijnlijk moeizaam verworven hebben en buiten die stolp ook niet zouden kunnen verwerven. Ze ontwikkelen een territoriumreflex: ‘Ik ga op dat terrein vlug een plasje doen, dan is het van mij!’ Het is blijkbaar een kwestie van zo veel mogelijk reuksporen achter te laten. En o wee degene die een bijdrage in twijfel trekt! Die hoort in Noord-Korea thuis.

Inmiddels is het artikel ‘Luc Huyse’ aangepast en lichtjes aangevuld. Knap werk, vindt Wikipediaan Sir Statler op de overlegpagina: ‘De oude professor kan tevreden zijn.’

<Huyse> De oude professor is absoluut niet tevreden! Nog altijd zou ik het liefst worden geschrapt. Anders kan ik alleen maar wachten tot iemand zich over mij ontfermt en een fatsoenlijk artikel schrijft. Maar wie wil zich in zo’n wespennest storten? Wie nog niet op Wikipedia staat, kun je alleen maar aanraden niet te wachten tot één of andere Korenwolf zich als je biograaf meldt. Je kunt maar beter zelf op zoek gaan naar iemand die zoiets wél aankan.

Soit. Ik heb niet de minste behoefte om nog met dat artikel bezig te zijn, want wat is Wikipedia tenslotte?

Gezeur, gezeik, gestalk

Wikipedia is de grootste encyclopedie van de wereld, en ze wordt zo vaak geraadpleegd dat ze steeds meer de definitie gaat bepalen van al wat en wie erin terechtkomt – een wereldmacht dus. Wat niet in Wikipedia staat, bestaat niet: die kant gaat het op. Elf jaar nadat de Amerikaanse internetondernemer Jimmy Wales het initiatief nam om in zo veel mogelijk talen een vrije internetencyclopedie te creëren, bestaan er Wikipedia’s in 269 talen (waaronder een West-Vlamsche). Met meer dan een miljoen artikelen is de Nederlandstalige Wikipedia qua omvang wereldwijd de vierde belangrijkste, en volgens Alexa Ranking Service wordt ze in België alleen door Google, Facebook, YouTube en Windows Live voorafgegaan als populairste bestemming op het net.

Wikipedia profileert zich duidelijk als een encyclopedie, maar ze rekt het begrip wel op qua keuze en behandeling van onderwerpen. Zo kun je in de Engelstalige versie onder het lemma ‘Jimmy Wales’ ook lezen dat hij van de zomer voor de derde keer gaat trouwen, en wel met een ex-secretaresse van Tony Blair, die hij in Davos heeft ontmoet.

Wikipedia werkt zo veel mogelijk met vrijwilligers en financiert zichzelf niet met reclame, maar met donaties. De encyclopedie stoelt op vijf pijlers – de artikelen moeten bijvoorbeeld neutraal zijn, en de gebruikers moeten onder elkaar beleefd blijven – maar voorts werkt ze met zo weinig mogelijk regels: ‘Wees vrij in het bewerken, verplaatsen en wijzigen van artikelen, omdat het om de lol van het bewerken gaat, en hoewel ernaar gestreefd wordt, is perfectie niet vereist. Wees ook niet bang om iets te verpesten. Alle vorige versies van artikelen worden bewaard, zodat je nooit per ongeluk schade aan Wikipedia kunt toebrengen.’

Iedereen, van 9 tot 99 laten we maar zeggen, is welkom om aan het schrijven, bewerken of verpesten te gaan. Velen weten immers meer dan één, dat is de basisfilosofie van Jimmy Wales. Zeker in de beginfase werden experts eerder ontmoedigd dan aangetrokken. Dat ging ook medeoprichter Larry Sanger tegenstaan. Hij verliet het project omdat het zoveel lastigaards bleek aan te trekken dat het schrijven voor Wikipedia een bezoeking werd: ‘Bijna iedereen met veel expertise en weinig geduld zal het wel laten voor Wikipedia te schrijven.’ De anti-elitaire reflex, vond hij, leidde tot een te onbetrouwbare Wikipedia. Zeker als het over wat meer controversiële onderwerpen gaat, signaleren veel gebruikers — zoals de Wikipedia-schrijvers zich noemen — het probleem van ‘het gezeur, gezeik en gestalk’. Op de gebruikerspagina’s struikel je over de mensen die afhaken.

‘Wiki was een louterende ervaring: ik heb helaas niet veel vertrouwen gekregen in de massa en haar vertegenwoordigers.’ (afscheidnemend gebruiker Mkleen).

‘Na vijf jaar bewerken is het voor mij welletjes geweest... Ik heb nog nooit zo’n rancune meegemaakt.’ (afscheidnemend gebruiker Henk Boelens). 

Mensen met een encyclopedisch gen kunnen misschien nog het geduld opbrengen voor op het eerste gezicht minder belangrijke debatten (moet naast ‘schedel’ ook 'menselijke schedel’ een apart lemma krijgen, is ‘zonnebrand bij paarden’ een encyclopediewaardig onderwerp?), daarom ben je nog niet gehard tegen de assertieve taal op de overlegpagina’s. Want daar treden ‘knokploegen met verbaal geweld’ op, naar het woord van Marcel Douwe Dekker, een ingenieur uit Delft en sinds 2004 actief Wikipediaan.

<Marcel Douwe Dekker> Voor mij is de lol om tot Wikipedia bij te dragen er al lang af door alle commentaren die je krijgt. Maar je weet dat er een ánder Wikipedia bestaat: mensen die je werk wel waarderen, die er fouten uithalen en collegialiteit aan de dag leggen. Dat maakt dat je het toch volhoudt.

Dekker probeerde in de affaire-Huyse te bemiddelen door met hem contact op te nemen en de oude professor voor te lichten over de Wikipedia-zeden.

<Douwe Dekker> Ik besef hoe dat allemaal op iemand als Huyse moet overkomen. In de afgelopen vijf jaar zijn er wel honderd hoogleraren op de verwijderlijst beland: dat zou anders moeten, denk ik dan. De hoogleraren over wie we schrijven zijn gewoonlijk ouder en hebben een carrière achter de rug. Voor hen is het schrikken als er ineens zo’n kort-door-de-bochtartikeltje open en bloot op het net staat.

Ik hoorde Jimmy Wales in een interview eens zeggen: ‘Zet je een jongen van zeventien tegenover een prof met veertig jaar ervaring, dan is het dikwijls de jongen van zeventien die gelijk heeft.’ Dat betwijfel ik, maar in de praktijk kan de situatie redelijk dramatisch zijn in die zin dat het jongetje van zeventien zich geen houding weet te geven. 

Een jaar of negen geleden voelde je echt een pioniersgeest bij Wikipedia: ‘We bouwen wat op!’ Nu is Wikipedia in een andere fase beland: met meer dan een miljoen artikelen is het zo groot geworden dat het verbeteren van bestaande artikelen belangrijker is dan het maken van nieuwe. Dat vergt een andere mentaliteit en een intensievere samenwerking met duidelijker normen. En dat zie ik er niet van komen met al die opgeschoten pubers die nu de boel verzieken.

De Nederlandstalige Wikipedia heeft ruim duizendvijfhonderd actieve schrijvers, en een kleine driehonderd héél actieve schrijvers. De structuur is licht: er is een kantoor in Utrecht met enkele vaste personeelsleden, de 64 moderatoren zijn vrijwilligers, en die worden gekozen door de actieve gebruikers. Hogerop in de hiërarchie heb je nog ‘bureaucraten’, en er is een arbitragecommissie. Vlamingen zijn zeldzaam in die hogere regionen.

<Dekker> Al bij al gaat het om een kleine gemeenschap, van mensen die haast verslaafd zijn aan Wikipedia. Ze zitten dicht op elkaar en reageren ook direct op elkaar, soms binnen de minuut. Het overleg loopt spaak omdat er binnen die kleine wereld nóg eens een harde kern is gegroeid van mensen die het wel erg goed met elkaar kunnen vinden. Bij stemmingen steunen ze elkaar niet op basis van argumenten, maar van collegialiteit. Zo kan er een Wikipedia-waarheid ontstaan die niet zoveel te maken heeft met de waarheid daarbuiten. Typerend voor de mensen van die harde kern is dat ze bijna allemaal anoniem willen opereren.

Dat is één visie, maar er zijn er meerdere. Men leze de discussiepagina ‘Grootschalig langdurig conflict’, waarop  Wikepedianen over hun onderlinge omgang discussiëren — het gebeurt dat ze elkaar daarbij als ‘stom’, irritant’ of ‘misselijkmakend’ ervaren. De discussie is niet zo makkelijk samen te vatten: op 11 maart besloeg ze bijna 46.000 woorden, met ettelijke verwijzingen naar belendende teksten.

Ziekelijke types

‘Velen zeggen: 'Ik doe niet meer mee, er is te veel gezeur,'’ zegt Dries Van den Abeele me, ‘maar zelf heb ik ermee leren leven: ik zie Wikipedia als een grote anarchistische beweging.’ De Bruggeling, binnenkort 77, is de oudste actieve schrijver op de Nederlandstalige Wikipedia, althans van diegenen die hun leeftijd meedelen. ‘Ik denk altijd aan de raad die een overlever op Wikipedia me in het begin heeft gegeven in verband met een notoire lastigaard: ‘Schrijf geen artikelen waar die man aan te pas komt.’ En voor het geval er toch discussies van komen, heb ik intussen enkele connecties met gelijkgezinden.’

Van den Abeele valt niet alleen met z’n leeftijd op in het gezelschap van Wikipedia-gebruikers, dat vooral uit jonge mannen bestaat. Hij behoort ook tot de minderheid die onder eigen naam actief is — een principiële kwestie, legt hij op z’n gebruikerspagina uit: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat het al veel zou helpen als de Wikipedianen met elkaar zouden communiceren op grond van wederzijdse bekendheid. Aan Wikipedia meewerken is een honorabele bezigheid, waarom zou dat dan in de anonimiteit moeten gebeuren?’

<Dries Van Den Abeele> De volledige anonimiteit leidt tot te veel misbruik. Sommige wijzigingen zijn eerder pesterijen, en daar komen dan weer bewerkingsoorlogen van. Het vandalisme is bijna uitsluitend het werk van anoniemen, die alleen met hun IP-identiteit werken: jonge gastjes die zich laten gaan op computers van scholen en bibliotheken, en die dan de gekste of de schandaligste dingen schrijven. Hoeveel tijd besteden de moderatoren er niet aan om al die rommel op te kuisen? Tijd die ze beter zouden kunnen gebruiken. 

In het begin had een zo laag mogelijke drempel misschien zin, nu is er helemaal geen nood meer aan volstrekte anonimiteit. Al ben ik daar toch weer aan gaan twijfelen sinds ik op Wikipedia te maken heb gehad met een paar stalkers, ziekelijke types van wie je denkt: ‘Zijn die gestoord?’ Ik héb als lokaal politicus al eens meegemaakt dat hier iemand dreigend voor me stond, en dat was best traumatiserend. Soms denk ik weleens: ‘Straks staat hier op een dag weer zo één voor mijn deur.'

Scheires schepping

Please, meet Mushlack, Wikipediaan sinds 2003. Destijds meldde hij zich als volgt aan: ‘Ik ben een jongeman uit Oost-Vlaanderen, geboren in 1981, en nu woonachtig in Gent. Grote interesses zijn natuurkunde, IJsland en comedy.’

Lieven Scheire, want hij is het die zich met de IJslandse schuilnaam Mushlack tooit, is nog altijd even enthousiast als in die begindagen, waarin hij Wikipedia als ‘een schitterend en sociaal initiatief’ ontdekte: ‘Die hele filosofie van Wikipedia dat iedereen met internettoegang gratis toegang kan hebben tot zoveel kennis, is toch prachtig?’ 

Lang voor hij bekend raakte als één der Neveneffecten en als tv-wetenschapper, rolde Scheire Wikipedia binnen: het begon met het verbeteren van een paar foutjes, daarna schreef hij langere toevoegingen, en later ook eigen stukken.

<Lieven Scheire> ‘Aalputmotje’ was één van de eerste artikelen die ik zelf heb uitgewerkt. Ik stond thuis onder mijn douche, en er zat een raar zwart mugje op het gordijn, dat ik al vele keren eerder had gezien. Nu wou ik eindelijk eens weten wat voor een beestje dat was. Ik zocht alles op wat er op het internet over te vinden was, en ik merkte dat er nog geen Wikipedia-lemma over bestond. Dus schreef ik er zelf één, dan moesten anderen niet meer op zoek gaan. Veel mensen beginnen op die manier aan Wikipedia mee te werken.

Het lemma over het aalputmotje is vijf jaar en zestig bewerkingen later — door onder meer Botte Harry, Kamikaze en Loveless — onherkenbaar veranderd, tot zelfs in de titel: het aalputmotje vliegt nu onder de kop ‘motmuggen’. Doet het Scheire niet een beetje pijn dat zijn kind min of meer verdwenen is? 

<Scheire> Absoluut niet, integendeel: je zit erop te wachten dat je lemma wordt aangepast. Een aanpassing is meestal een verrijking. De één voegt de juiste categorie toe, de ander verbetert de lay-out, enzovoort. Je ziet het artikel groeien, en daar doe je ‘t voor.

Wikipedia is één van de meest geslaagde voorbeelden van crowd sourcing. Ik heb er nu met m’n nieuwe programma (‘Scheire en de schepping’, red.) nauwelijks tijd voor, maar mijn handen blijven jeuken. Ik ben nu een lijstje van stukken aan het maken die ik ga schrijven als ik over drie maanden vakantie heb. Je kan er echt gebeten door raken, voor een grote groep is het bijna een roeping, en sommige mensen zijn zó actief dat je je afvraagt: wérken die ook nog? Wikipedia heeft dan ook alles om verslavend te zijn. Je houdt er een gevoel van vervollediging aan over: je voegt aan het systeem iets toe dat nog niet bestond. Vergelijk het met de voldoening van een verzamelaar als eindelijk die éne postzegel opduikt die hij nog niet had.

Dikwijls zijn de actieve schrijvers jonge mensen. Ik stel ze me weleens voor als een studentenclub met veel jongens die iets nerd- of geekachtigs hebben. Dikwijls komen ze uit de richtingen wiskunde, informatica of natuurkunde. Soms hebben ze iets wijsneuzerigs, en bij Wikipedia belanden sowieso het eerst de mensen die geen fout kunnen zien staan zonder ze te verbeteren.

Een hamvraag tussendoor: vindt hij Wikipedia betrouwbaar genoeg?

<Scheire> Het is zoals met alles op het internet: je vindt er massaal veel informatie, waardevolle naast waardeloze. Je moet zelf leren selecteren.

Maar was de encyclopedie nu net niet uitgevonden om je met het nodige gezag voor te lichten, zodat je zelf niet selecteren moest?

<Scheire> Na een tijd weet je welke soort artikelen je direct kunt vertrouwen, en welke niet. Voor alles wat met computers en het internet te maken heeft, is Wikipedia zeer betrouwbaar. En ook voor exacte wetenschappen: dagelijks passeren er doctoren en professoren die eventuele fouten verbeteren. Maar als iemand ergens een artikel schrijft over ‘één van de mooiste deelgemeenten van Groot-Brittannië’, geloof ik dat niet meteen: dat soort stukken wordt niet genoeg gelezen en dus niet genoeg gecontroleerd.

Wikipedia is toegankelijk voor iedereen die erop wil schrijven, maar de encyclopedie wordt ook gecontroleerd door wie zich al bewezen heeft. Dat systeem heeft een democratische toetsing: je kunt je maar kandidaat stellen voor de functie van moderator als je een actieve gebruiker bent, en een moderator die zich misdraagt en tegen de objectiviteit zondigt, maakt geen kans bij de volgende verkiezingen. 

Ik heb alleen maar goeie ervaringen met de mensen van ‘het systeem’. Ja, er zitten enkele negelreven bij die stukken weggooien omdat ze nog niet de juiste lay-out hebben, wat ik dan jammer vind. Ik begrijp wel dat een beetje regulering broodnodig is, want hoe groter Wikipedia wordt, hoe interessanter het is om er aan zelfpromotie te doen, of voor pr-mensen en lobbyisten om er actief te zijn. Ik ben zelf al eens op iemand gestoten die systematisch negatieve dingen toevoegde aan lemma's van politici die hij te kritisch ten opzichte van Israël vond.

Op de overlegpagina’s is er, anders dan op krantenfora, geen moderator die als een verlichte dictator de mensen kan wegjagen, en je krijgt dan weleens een flame war; dat is eigen aan het internet als mensen zich anoniem voelen, maar ik merk een groeiende volwassenheid. Ik geloof dat frustraties typisch zijn voor beginners onder de Wikipedianen. Michiel Hendryckx heeft het fantastische initiatief genomen om zijn foto’s op Wikipedia te zetten, zodat er voortaan voor talloze artikels rechtenvrije kwaliteitsfoto’s beschikbaar zijn. Zo’n man schrikt dan even als hij merkt dat iedereen op Wikipedia z’n foto’s mag bewerken. Het duurt even voor je met de gang van zaken op Wikipedia overweg kunt.

Ik had zelf in het begin de neiging dingen over Woestijnvis-programma’s aan te passen. Dat doe ik niet meer, van ‘Willy’s en Marjetten’ blijf ik nu af (lacht). Ik weet als insider een aantal dingen wel beter, maar toch schrijf je in zo’n geval beter niks. Ooit heb ik de geboortedatum van mijn zoontje aangepast, ook daar kreeg ik kritiek op – en terecht, want hoe weet een ander dat Mushlack de vader is?

Enfin, je hoort het: ik geloof écht in Wikipedia. Maar ik ben dan ook een zeer vermoeiende vooruitgangsoptimist. Ik ga weleens spreken en ik probeer dan zo veel mogelijk mensen ervan te overtuigen om mee te werken. Tegen studenten zeg ik dat ze hun thesis tot een lemma moeten verwerken, dan zal hun werkstuk tenminste echt functioneren in plaats van stof te vergaren in een bibliotheek. Je artikel is vrij te gebruiken, ’t is digitaal en het wordt dus eindeloos veel gekopieerd.

Lesley-Ann: volmaakt

Lesley-Ann Poppe is volgens Wikipedia drie minuten lang volmaakt geweest — da’s nog minder dan de fifteen minutes of fame die Andy Warhol ons allemaal gunde. Om 23.04 uur, op 7 maart jongstleden, voegde IP-adres 84.195.130.63 aan de online-encyclopedie toe: ‘Lesley Ann is ook bekend om haar lekkere lichaam. We kunnen allemaal zeggen dat we al vaker tot een orgasme zijn gekomen door haar. Gaat het nu over haar borsten, haar benen of zelfs haar voeten, ze is volmaakt en iedereen weet het.’ Om 23.07 uur al had moderator Mathonius deze niet echt encyclopedische toevoeging verwijderd.

Vandalisme wordt op Wikipedia kordaat bestreden, serievandalen worden geblokkeerd. Niet alleen controleren medewerkers alle anoniem aangemaakte bewerkingen, ze krijgen ook hulp van robots die Wikipedia screenen. Wie met schuttingtaal afkomt, wordt door de misbruikfilter gedetecteerd. Zoals de onverlaat uit Sint-Genesius-Rode die op 9 maart de pagina van Bart De Wever bevlekte met viezigheden waarvan deze nog de fatsoenlijkste is: ‘Si tu viens encore roder à Rhode, je tiens farouchement à te casser la gueule à la bate de base-ball.’

Ook de obligate toevoeging ‘België barst!!!!’ aan het lemma over Elio Di Rupo is een makkie voor de filter, maar de recente toevoeging dat hij behalve premier van België ook bekend is als ‘de Elionator, een Mesmer uit het spel Guildwars’ behoefde een menselijke tussenkomst voor verwijdering. ‘Wellicht onwaar,’ schreef MD er in dit geval bij. MD blijkt een man van 25 te zijn die al sinds 2004 bedrijvig is op Wikipedia — de laatste jaren wat meer, ook als bestrijder van vandalisme of detector van ontsporende bijdragen. Op Wikipedia opereert hij overigens onder zijn eigen naam, maar die wenst hij niet voluit in Humo te zien staan. Wat voor een buitenstaander op vechten tegen de bierkaai kan lijken, valt wel mee, zegt hij. Er vinden elke dag duizenden bewerkingen plaats en er worden gemiddeld 262 nieuwe artikelen aan de encyclopedie toegevoegd, maar in de praktijk weet je al gauw waar je de troep moet zoeken. Bij de helden van ons jeugdige volkje bijvoorbeeld, of bij andere televisiefiguren of local celebrities aan wier lemma al te intieme informatie of oncontroleerbare roddels worden toegevoegd.

Hoe populairder een politicus is, hoe meer volk er komt kijken en schrijven. MD patrouilleert daarom geregeld langs de pagina van Bart De Wever, en als ik hem daar via de geschiedenis van dat lemma volg, merk ik dat de wisdom of crowds, in dit geval een crowd van twee, soms fraaie compromissen oplevert. Recent was er namelijk een toevoeging van ene Bjelka: ‘In 2011 werd Bart De Wever verkozen tot ‘Lul van het Jaar’ in Humo’s Pop Poll.’ Ze werd weggehaald door MD — ‘de toevoeging van een eenzijdig negatief of positief bericht haalt het evenwicht uit een artikel,’ legt hij me uit. De Lul-verkiezing werd teruggeplaatst door Bjelka. MD liet ze vervolgens staan, maar niet zonder een nieuwe toevoeging: ‘In 2010 werd hij in dezelfde poll ‘Man van het Jaar’ en ‘Politicus van het Jaar’.

Pro pedofilie

Eén van de Vlaamse slagvelden op Wikipedia waar een bewerkingsoorlog altijd kan ontvlammen, is het lemma over filosoof Etienne Vermeersch. Deelnemer is dan steevast Tom Schoepen, onder andere bedrijvig binnen Skepp (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale) en één van de webmasters van de website van Vermeersch. Overigens is hij ook een vaste bewerker van het Wikipedia-lemma over zijn vader, Bobbejaan Schoepen.

<Tom Schoepen> Als ik me moei met het artikel over Vermeersch, krijg ik wel eens de kritiek dat ik mee zijn website run en dus in een zakelijke relatie tot hem sta. Maar dat klopt niet. Ik ben één van de veertigduizend studenten die les van hem hebben gekregen, we zijn bevriend geraakt en in 2002 heb ik uit eigen initiatief en als vrijwilliger zijn website mee uit de grond gestampt. Ik werk niet voor hem en ik word er niet voor betaald, dus is er geen zakelijke relatie.

Verdachtmakingen zijn makkelijk. Wel is waakzaamheid geboden bij onderwerpen waar je affiniteit mee hebt, maar dat geldt voor iedereen. Ik heb ten minste de eerlijkheid te zeggen wie ik ben, terwijl ik daarop gepakt word door mensen die zelf anoniem blijven. Het voordeel van mijn positie is dat ik over geverifieerde informatie beschik: ik zit bij de bron als Vermeersch weer eens wordt aangevallen. 

Ik merk ook dat er op Wikipedia een beschadigingsoperatie vanuit katholieke hoek bezig is. Zo heeft een zekere Tfa1964 vorig jaar de naam van Vermeersch genoemd in het lemma ‘pedofilie’, en wel bij de voorstanders van pedofilie. Dat was een onjuiste en demagogische conclusie uit een artikel uit 1979, maar zoiets staat wel een jaar lang op Wikipedia, en omdat die dingen voordurend worden gekopieerd, kan zo’n bericht een eigen leven gaan leiden.

Wikipedianen schermen dikwijls met een onderzoek dat bewezen zou hebben dat Wikipedia even betrouwbaar is als de Encyclopaedia Britannica. Maar ik ben ervan overtuigd dat dat helemaal niet het geval zou zijn als je controversiële onderwerpen zou vergelijken. Er zijn op Wikipedia nogal wat new age-types of alternatieve behandelaars bedrijvig die allerlei kwaksporen nalaten. Een groot probleem, want Wikipedia is nu vaak één van de eerste bronnen is voor mensen die informatie zoeken. Wikipedia heeft ook een enorme invloed op de media, die soms letterlijk een artikel overnemen.

Neem het lemma over de chakra’s, die in de traditionele Indische geneeskunde voor energiecentra in het lichaam staan. Zoals het lemma er nu uitziet, krijg je daar vele medicinale claims te lezen, terwijl het bestaan van chakra's wetenschappelijk nooit is aangetoond. Maar dát krijg je niet te lezen op Wikipedia. Ik heb het zelf een paar keer aan het artikel toegevoegd, maar dat wordt telkens weggehaald omdat het ‘origineel onderzoek' zou betreffen, en dat mag niet op Wikipedia.

Een paar jaar geleden heb ik me beziggehouden met het lemma over chiropraxie. Ook dat artikel wordt voortdurend gemanipuleerd: vandaag zie ik dat grote stukken van wat ik destijds heb geschreven, weer weggehaald zijn. Serieuze onderzoeken die aantonen hoe gevaarlijk chiropraxie kan zijn – er is een verhoogd risico op hersenbloedingen of een scheur in de halsslagader door nekmanipulaties — worden geminimaliseerd, en onder het mom van neutraliteit wordt er rammelend onderzoek van chiropractors naast geplaatst.

Bronnen opsommen is één ding, ze in de weegschaal leggen is een ander verhaal. En dan kom je bij het probleem hoe Wikipedia zich verhoudt tot deskundigheid. Het is naïef te denken dat het met de inhoud op termijn wel in orde komt, als er maar genoeg schrijvers passeren.

Ik vind het nastreven van een democratische encyclopedie best nobel, maar kan dat wel, tegelijk democratisch en geloofwaardig zijn? Kun je kennis op maat van de democratie snijden? Wat is doorslaggevend voor Wikipedia: de volkswil of de deskundigheid? Is de volkswil doorslaggevend, dan kunnen ze morgen het getal pi veranderen wegens te moeilijk. 

Ik had eind 2010 een artikel over tegenstrijdigheden in de Bijbel geschreven, een thema dat al velen heeft beziggehouden, van de eerste kerkvaders tot de huidige Bijbelexegeten, en ik had het artikel met allerlei academische bronnen gestoffeerd. Maar enkele creationisten bliezen verzamelen, ze nomineerden het artikel voor verwijdering en ze kregen het nog weggestemd ook. Omdat ze op de elf mensen die op dat moment toevallig meestemden, een meerderheid van zes tegen vijf haalden. Dat komt dus neer op het deleten van een relevant stuk intellectuele geschiedenis omdat het niet overeenkomt met het wereldbeeld van zes anonieme Wikipedianen. Wat ‘waar’ is, hangt dan af van een toevallige numerieke meerderheid. Verbijsterend, toch?

Here to stay

Toen schrijver David Van Reybrouck zijn G1000 vorig jaar in de ideeënmarkt zette, noemde hij zijn initiatief ‘een politieke Wikipedia’. Hij wil me graag uitleggen wat hij daarmee bedoelt, maar het eerste wat hij me vertelt, is dat hij geregeld het slachtoffer wordt van zijn eigen Wikipedia-lemma. 

<Van Reybrouck> Met dank aan Wikipedia ben ik op een blog al eens uitgemaakt voor bourgeois! Alleen maar omdat Andries Van den Abeele – hij heeft mijn grootvader nog gekend! — me de lol heeft gedaan aan mijn lemma toe te voegen dat ik uit een katholieke familie met literaire cultuur kom. Dat klopt twee keer niet. We waren geen katholieke familie, maar de eerste goddelozen in de buurt die niet naar de kerk gingen — de dorpspastoor kwam mijn ouders daarop aanspreken. En ‘literaire cultuur’: dat klinkt alsof mijn zuster op zondag Chopin op de piano zat te spelen, terwijl we geen piano hadden — en een zus had ik ook al niet. Mijn vader las alleen de strips in De Standaard, ‘de zotjes’ noemde hij dat.

Het is ongelofelijk hoeveel mensen hun informatie over mij uit Wikipedia halen. Wikipedia heeft wel degelijk macht, hè. Ik merk het altijd weer aan een ander foutje in mijn lemma: of ik nu op een lezing in een Drentse plaggenhut of Bachten de Kupe word voorgesteld, de plaatselijke voorzitster komt er altijd mee af dat ik in 2007 de unief verlaten zou hebben, in plaats van in 2005.

Aan mijn eigen lemma merk ik hoezeer zo’n artikel een bric-à-bracverzamelbak blijft, en interviews krijgen er dikwijls een buitenproportioneel belang als informatiebron. Vijftig minuten bij Friedl’ Lesage zijn bepalender voor je profiel dan wat je in tien jaar tijd hebt geschreven. Je zegt één keer in een interview dat schrijven niet zo makkelijk met een gezin te combineren is, en voor de rest van je dagen moet je lezen dat je principieel ongetrouwd en kinderloos wil blijven, ‘opdat het genot van het literaire scheppingsproces niet gehinderd wordt’. Het genot van het literaire scheppingsproces! Ik had het er gisteravond in bed nog over met mijn lief: wie verzint zoiets?

Wikipedia bewaart alles: gebruiker Wasily verzon dat, op 9 november 2010. Maar hoe zit het nu met die relatie tussen de G1000 en Wikipedia?

<Van Reybrouck> Ik heb dikwijls gezegd dat de G1000 de Wikipedia van de Belgische politiek wil zijn. Ze zijn allebei vormen van crowd sourcing, en ik geloof daarin. Zoals Wikipedia de kennis van massaal veel mensen verzamelt en structureert, wil de G1000 politieke inzichten en ideeën van velen een structuur geven. Internationaal is er nu een zoektocht bezig naar hoe je best omgaat met die crowd sourcing. Wikipedia loopt daarbij voorop en heeft de meeste ervaring, maar de online-encyclopedie krijgt misschien ook het eerst de grenzen van wat mogelijk is in zicht.

Wil je goed samenwerken bij een initiatief als Wikipedia, dan is de kwaliteit van de moderatoren heel belangrijk. Voor de G1000 waren de facilitatoren, zoals wij ze dan noemden, van doorslaggevend belang om tot een homogeen resultaat te komen dat door een community gedragen wordt. Op de G1000 hebben we aan tachtig tafels met honderden mensen heftig gediscussieerd, en er is niet één ruzie geweest omdat we ieders mening respecteerden, maar vooral omdat we erg goeie gespreksleiders hadden. Slechts twee mensen zijn opgestapt.

De anonimiteit van de gebruikers die Wikipedia verdedigt, vind ik absurd: een goeie democratie is erbij gebaat als burgers in de openbare ruimte met open vizier een gesprek aangaan. De nu zo populaire sociale media werken grotendeels anders: je twittert onder je eigen naam, en aan Facebook vind ik het juist zo goed dat er bij de profielen een foto hoort. Je hebt te doen met mensen van vlees en bloed, niet met van die anonieme idioten die je vooral lekker de huid vol willen schelden. ‘t Zou zeker helpen als al die Wikipedianen mensen met een gezicht werden. Dat een open-sourcesysteem gedomineerd kan worden door een gesloten kringetje, dat is toch al te ironisch? 

Nog een probleem voor Wikipedia vind ik hoe ze met expertise omgaan. Dat een expert niet meer te zeggen heeft dan een leek, is niet vol te houden. Als je een station wil bouwen en iedere pendelaar mag een stuk van de elektrische leiding aanleggen, dan neem ik daar geen trein. Democratie betekent niet: ieder zijn zeg. Want dan mis je cultuur van het overleg, en dat overleg is gebaat bij de input van geïnformeerde mensen. Dat begrijp ik dan wel breed: je hoeft geen leerstoel burgerlijk ingenieur te bekleden om alles te weten over de Volkswagen Karmann Ghia.

De mentaliteit onder de academici moet ook veranderen: ze zouden beter niet hun neus ophalen voor Wikipedia. Genereus je kennis uitdragen en bereid zijn om te dialogeren, dát lijkt me de boodschap. In de middeleeuwen beslisten alleen de abten wat er gekopieerd werd in de abdijen. De boekdrukkunst heeft dat veranderd, maar vandaag is er met de sociale media nog een omwenteling bovenop gekomen: iederéén is abt geworden. Die revolutie in de kennisverspreiding valt niet terug te draaien. Wikipedia is here to stay, dus we kunnen er maar beter voor zorgen dat Wikipedia deugt.

Mark Schaevers - Humo

overgenomen uit externe bron
Authors
Mark Schaevers
Publicatiedatum
23-11-2012
Opgenomen in
Skeptisch & kritisch denken