RSS

Geschiedenis

1. Twintig jaar SKEPP in 2010, door Tim Trachet.

.

Het was op 9 juni precies 20 jaar geleden dat in Gent de vzw Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale het licht zag. Formeel waren er dertien (jawel!) stichtende leden. In feite ondertekenden die dag slechts twaalf van hen de oprichtingsakte. De dertiende was niet komen opdagen omdat bij hem… de bliksem was ingeslagen.

Hoe is het zover gekomen? Als ik uitga van persoonlijke ervaringen, zou ik zeggen dat het de schuld van Wernher von Braun was. Niet omdat de door hem ontwikkelde raket tijdens de oorlog nogal wat slachtoffers zou maken. Wel omdat die raket na de oorlog voor een snelle ontwikkeling van de ruimtevaart zorgde, met als onbetwistbaar hoogtepunt de bemande maanvluchten. Dat leidde tot een ongekend optimisme. Toen in 1969 de eerste mens op de maan landde, voorspelden oerdegelijke deskundigen dat rond 1980 of in elk geval voor het einde van de eeuw de eerste mens op Mars zou landen. Alles leek mogelijk. En aangezien wij binnen afzienbare tijd andere planeten zouden bezoeken, was het voor velen evident dat wij ook af en toe bezoek kregen van buitenaardse wezens. Boeken over ufo’s en buitenaardse beschavingen haalden hoge oplagen. Auteurs als Erich von Däniken braken door met hun boeken over de invloed van buitenaardse wezens op culturen uit het verleden, en we werden overstelpt met tv-series als UFO en The Invaders, om over Star Trek nog maar te zwijgen.

De ruimtevaart wakkerde de belangstelling voor astronomie bij de jeugd ook sterk aan. De in 1944 opgerichte Vereniging Voor Sterrenkunde (VVS) kende een ware toeloop van jeugdige amateur-astronomen, waaronder ondergetekende. Via het ledenblad Heelal kregen ze niet alleen nuttige informatie over sterrenkunde, maar ook enkele waarschuwingen. Hoofdredacteur Jean Meeus wees vaak op het “nieuwe bijgeloof” rond ufo’s en buitenaardse wezens. Eigenlijk bestonden er geen ufo’s; astronomen zagen er in elk geval geen. De meeste ufo’s werden gerapporteerd door onervaren waarnemers die nooit van een bijzon hadden gehoord, nooit een heldere meteoor hadden gezien, geen idee hadden hoe de planeet Venus eruitziet of niet wisten dat de maan erg groot kan lijken als ze laag aan de horizon staat. De boeken van von Däniken en co. stonden vol onzin. Het was bedrog, of in elk geval – het woord viel toen al – pseudowetenschap.

Tegelijk haalde Meeus uit naar een ander soort onzin, de astrologie. Dat astronomen deze op de positie van hemellichamen gebaseerde voorspelkunst volkomen absurd vonden, was niets nieuws. Twee eeuwen eerder al noemde de Franse astronoom-politicus Bailly de astrologie de grootste ziekte die de menselijke rede ooit heeft aangetast. De betrekkelijke marginaliteit waarin de sterrenwichelarij al een hele tijd verkeerde, was tijdens de golden sixties doorbroken dankzij de opkomende alternatieve stromingen. In de loop van de jaren zeventig nam de belangstelling toe, zeker in de media, en begon de commerciële exploitatie door de “alternatieve” sector. Mensen die door wetenschap geboeid waren, begonnen zich meer en meer te storen aan de opkomende flauwekul. Enkele prominente VVS-leden, zoals studieprefect Karel Cuypers (vooral bekend als voorzitter van het Humanistisch Verbond), pater Thomas Pieraerts, directeur van de Volksterrenwacht Mira, en de populaire weerman Armand Pien, deden af en toe uitspraken daarover in de media.

In 1976 publiceerde het Amerikaanse tijschrift The Humanist een stellingname tegen de astrologie door meer dan honderd wetenschappers en filosofen. Meeus zette een kopie daarvan op de cover van Heelal. Kort daarop zou filosoof Paul Kurtz, een van de initiatiefnemers van de stellingname, overgaan tot de oprichting van CSICOP, het huidige Council for Scientific Inquiry.

Datzelfde jaar richtte leraar Jean-Marie Gantois binnen de VVS een werkgroep op die pseudowetenschappen kritisch onder de loep zou nemen. Een aantal jongeren (waaronder ondergetekende) traden meteen toe. De werkgroep Prometheus, zoals ze om duidelijke redenen werd genoemd, zou meer dan tien jaar lang veel studiewerk verrichten en het grote publiek voorlichten via artikelen, brochures, voordrachten en debatten met “pseudo’s” (ook wel eens op televisie). J.M. Gantois werd de grote expert inzake ufo’s (hij zou er met astrofysicus Bert De Loore een boek over schrijven), terwijl Ronny Martens zich in de astrologie verdiepte. In de loop van de jaren 1980 nam de werkgroep steeds meer hooi op zijn vork en boog hij zich over andere pseudowetenschappen dan die welke tot de randdomeinen van de sterrenkunde worden gerekend. Zo hield Ronny Martens voordrachten over parapsychologie en zelfs over creationisme. Hoewel de VVS de werkgroep door dik en dun steunde, werd duidelijk dat de werking ervan het domein van dit astronomische genootschap overschreed. Zo waren er toen al contacten met filosofen Etienne Vermeersch en Jean Paul Van Bendegem.

CSICOP en zijn tijdschrift Skeptical Inquirer waren intussen wereldvermaard. Paul Kurtz en zijn medewerkers bezochten Europa regelmatig, organiseerden er bijeenkomsten en moedigden gelijkgezinden aan om zich te verenigen. Zo ontstond in 1988 de Stichting Skepsis in Nederland, onder leiding van de befaamde astronoom Kees de Jager (astronomen stonden vaak aan de wieg van skeptische bewegingen) en kort daarna de GWUP in Duitsland. België had intussen al een skeptische organisatie, zelfs de oudste ter wereld! Er bestond sinds 1947 al een Belgisch Comité voor de wetenschappelijke navorsing der Paranormaal geachte verschijnselen, bekend als het “Comité Para”. Het was formeel een tweetalige vzw, die na een sluimerend bestaan voortgezet was door vrijwel uitsluitend Franstalige leden, ook weer voornamelijk astronomen.

Met de hulp van de VVS, de Studiekring Vrij Onderzoek van de VUB en de Vereniging ter Bescherming van Persoon en Gezin (de anti-sektenvereniging) werd in maart 1989 de studiedag “Para of Pseudo?” georganiseerd. Dat trok behoorlijk veel volk. Psycholoog-goochelaar Marc Braem gaf er voor het eerst enkele demonstraties over misleiding. De aldus gelegde contacten leidden tot een informele ruimere groep, waarin ook psychologen en artsen actief waren. De komst van artsen zorgde ervoor dat nu ook medische kwesties werden behandeld. Tot hen behoorde Wim Betz, docent huisartsengeneeskunde aan de VUB, die zelf als huisarts getuige was geweest van de nefaste invloed van alternatieve geneeswijzen op wanhopige patiënten. Hij dacht er ernstig aan om naar Nederlands voorbeeld een vereniging tegen de kwakzalverij op te richten. Een groep met alleen skeptische artsen zou echter heel beperkt zijn geweest. Een groep die zich in het algemeen met pseudowetenschappen zou bezighouden, zat er nu wel in.

Hoe moest het nu verder? Eerst werd gedacht om collectief toe te treden tot het Comité Para, waarvan sommigen al lid waren. Het Comité Para meende echter dat er beter een aparte Nederlandstalige vereniging zou komen. De knoop was doorgehakt. Al snel werd de naam SKEPP aanvaard.

Er werden heel precieze doelstellingen in de statuten ingeschreven. Bovendien zou het stemrecht voorbehouden worden aan een beperkt aantal werkende leden, die door de algemene vergadering moesten worden aanvaard. Het was immers niet denkbeeldig dat lieden tot SKEPP zouden toetreden die het doel van de vereniging niet precies begrepen of dat naar hun eigen opvattingen wilden ombuigen. Zo kreeg SKEPP in het begin verzoeken tot samenwerking van tegenstanders van de psychiatrie.

Evolutie

De jonge vereniging besturen was in het begin niet eenvoudig, te meer daar de middelen erg beperkt waren. SKEPP leefde – en leeft in principe nog steeds – alleen maar van ledenbijdragen. Gelukkig blijken heel wat mensen bereid om gul bij te dragen tot een vereniging die, op het tijdschrift en af en toe voordrachten na, haar leden weinig te bieden heeft. De leden begrijpen goed dat SKEPP er in de eerste plaats is om zijn doel te realiseren en dat daarvoor geld nodig is (hoewel men dat ook niet hoeft te overschatten, te meer daar alle werk binnen de vereniging zuiver op vrijwillige basis is).

SKEPP heeft sinds zijn oprichting veel aanhang en bekendheid verworven. Het aantal leden is gestegen tot boven de vijfhonderd. Een groot ledenaantal is echter geen doel op zich. Als het op actieve medewerkers aan komt, hebben wij nog altijd handen tekort. Het ontbreekt ons vooral aan “deskundingen”, mensen die de moed en de competentie hebben om bizarre en omstreden dossiers te bestuderen. Dat komt wellicht doordat het aantal wetenschappers en academici binnen SKEPP lang niet zo sterk is gestegen als het totaal aantal leden. Ook artsen blijven opvallend afwezig, ondanks het belang van hun branche binnen onze activiteiten.

Als we de teksten naast elkaar leggen die SKEPP via tijdschrift en website publiceerde, zien we hoezeer de medische onderwerpen van belang zijn geweest gedurende twintig jaar werking. In de eerste plaats gaat het daarbij over alles omtrent alternatieve geneeswijzen, een onderwerp waarin Wim Betz zich tot een autoriteit heeft opgewerkt. Ook allerlei beweringen over gezondheid, zoals de vermeende gevaren van vaccinatie en gsm-straling, zijn echter niet aan onze aandacht ontsnapt. Veel aandacht gaat ook naar omstreden psychologische praktijken, zoals de psychoanalyse en moderne HR-methoden. De laatste jaren kwam ook het onderwerp creationisme aan bod.

Voor parapsychologie en occultisme is er minder aandacht dan men aanvankelijk had kunnen denken. Het onderzoek naar het paranormale beperkte zich tot enkele tests van helderzienden, astrologen en pendelaars, onder leiding van Marc Braem. De laatste jaren gebeurt dit nog maar zelden. De “paranormaal begaafden” betonen zich niet altijd enthousiast om zich door skeptici te laten testen, ook al kunnen ze, als de test positief uitvalt, een forse geldprijs winnen.

De aanwezigheid van nogal wat filosofen in onze vereniging heeft ten slotte gezorgd voor vrij veel voordrachten en artikelen met wijsgerige beschouwingen, misschien meer dan in andere vergelijkbare verenigingen.

Drie belangrijke instrumenten: website, tijdschrift en skeptische prijzen, hebben de bekendheid van SKEPP doen toenemen. Het tijdschrift Wonder en is gheen Wonder, dat een eenvoudiger SKEPPtische Nieuwsbrief verving, verschijnt nu al tien jaar. De website, www.skepp.be, werd het belangrijkste communicatiemiddel met de buitenwereld. De instelling van de jaarlijkse prijs de Zesde Vijs (ter bekroning van een kritische publicatie met betrekking tot pseudowetenschappen) en de anti-prijs de Skeptische Put (voor een bijzonder onkritische publicatie) had vooral tot doel de aandacht van de media te vergroten. Dat bleek niet zonder succes.

Tot de absolute hoogtepunten op mediagebied behoorde ons optreden rond het wetsontwerp-Colla (1998-1999), dat de erkenning van bepaalde alternatieve geneeswijzen wilde realiseren. Wim Betz zorgde voor zware inhoudelijke kritiek op dat ontwerp. Een aanval van minister Colla op vermeende vooringenomenheid van de wetenschappers tegenover zijn wetsontwerp werd gepareerd met de open brief “De wetenschap volgens minister Colla”. Dit leidde tot een bitsig tv-debat met de minister. Dit alles heeft er mee toe bijgedragen dat de in de wet voorziene procedure voor erkenning zodanig verstrengd werd dat er meer dan tien jaar na haar goedkeuring nog altijd geen erkenning is. Dit was wellicht ons “finest hour”, samen met de “collectieve zelfmoordactie” waarbij SKEPP-leden en sympathisanten voor de camera massaal homeopathische geneesmiddelen innamen – uiteraard zonder het minste gevolg. Het evenement werd het eerste item van het tv-journaal.

Vanaf het prille begin had SKEPP goede betrekkingen met verwante verenigingen in het buitenland. Regelmatig kwamen bekende buitenlandse geestesverwanten spreken, waaronder James Randi, Paul Kurtz en Joe Nickell uit de Verenigde Staten, wijlen Robert Morris en (op deze viering van 20 jaar SKEPP) Michael Heap uit Groot-Brittannië, wijlen Basva Premanand uit India, Amardeo Sarma uit Duitsland, Henri Broch uit Frankrijk en vanzelfsprekend onze Nederlandse collega’s Kees de Jager, Rob Nanninga en Jan Willem Nienhuys. We namen vanaf het prille begin deel aan alle Europese Skeptische Congressen. SKEPP heeft trouwens zelf twee keer zo’n congres georganiseerd (Oostende 1994 en Brussel 2005) en stond aan de wieg van de Europese Raad van Skeptische Organisaties (ECSO).

Wat hebben wij bereikt?

Hoe staan de zaken na twintig jaar? De ufologie, die in de jaren tachtig achteruit ging, kende merkwaardig genoeg vlak voor de oprichting van SKEPP een plotse heropleving, en nog wel door de “Belgische ufogolf” van de winter 1989-1990. Daarna nam de belangstelling voor het onderwerp geleidelijk weer af, tot de Brusselse vereniging SOBEPS, die voor een groot deel verantwoordelijk was voor de ufogolf, zelf de handdoek in de ring gooide. Tegenwoordig lijkt de ufologie op sterven na dood. De meest serieuze ufologen zijn ondertussen al lang overtuigde skeptici.

Wat astrologie en andere voorspelkunsten betreft, is de situatie minder rooskleurig. Sinds 1990 hebben commerciële activiteiten van astrologen, helderzienden en andere waarzeggers zich kunnen uitbreiden, dankzij nieuwe middelen als commerciële televisie, internet en zelfs sms. Wie googlet op “astrologie” krijgt vandaag 6,7 miljoen hits. Skeptici moeten dweilen met de kraan open. Misschien kunnen we hopen dat door onze acties, zoals het verschijnen in 1995 van een boek onder heel wat media-aandacht 1, de astrologie niet meer ernstig wordt genomen in intellectuele en academische middens. Het is ooit anders geweest…

Ongeveer hetzelfde geldt voor alternatieve geneeswijzen. We maken ons geen illusies over de aantrekkingkracht daarvan op het grote publiek. Wellicht neemt die nog steeds toe. We mogen echter veronderstellen dat, door onze aandacht voor de onzin en gevaren van alterneuterij (een aandacht die door de pers is overgenomen), het voor sommigen gênanter is geworden om er op een positieve manier over te spreken. SKEPP is ook af en toe discreet tussengekomen opdat ernstige media, zoals de openbare omroep, zouden stoppen met kritiekloos aandacht te besteden aan dat soort onzin. Vaak met gunstig gevolg.

Alleen al het feit dat we bestaan is positief: de mensen kennen ons, onze website wordt druk geraadpleegd. Journalisten weten waar ze moeten zijn voor een kritische reactie op een of ander vreemd nieuwsje. Studenten verzoeken ons om hulp bij het maken van een eindwerk. Slachtoffers van charlatans vragen ons, soms wanhopig, om raad.

Kortom, we kunnen over SKEPP zeggen wat Voltaire over God zei: als hij niet bestond, zou men hem moeten uitvinden. Terwijl we eigenlijk hopen dat we hem zo snel mogelijk weer kunnen afschaffen, als blijkt dat hij niet meer nodig is. Dat zal helaas niet snel gebeuren, wellicht zelfs nooit. Zolang de samenleving schade ondervindt van flauwekul en bedrog, zullen er mensen nodig zijn om dat aan de kaak te stellen. Er is nog veel werk aan de winkel.

Tim Trachet is journalist en stichtend lid/erevoorzitter van SKEPP.

NOOT:

1Ronny Martens & Tim Trachet, Astrologie, zin of onzin? Antwerpen: Hadewijch, 1995.

 .

2. Tien jaar SKEPP (november 2000), door Gustaaf C. Cornelis.

Het verrichten van kritisch onderzoek naar beweringen die op basis van de huidige stand van de wetenschappelijke kennis hetzij uiterst onwaarschijnlijk zijn, hetzij met deze kennis in tegenspraak zijn; het verzamelen en beoordelen van literatuur en van documenten en materiaal onder welke vorm dan ook, die op dergelijke beweringen betrekking hebben; het onder een groot publiek bekendmaken van de resultaten van dit onderzoek, in het bijzonder aan de mogelijke nadelige gevolgen van dergelijke beweringen op algemeen menselijk, medisch, psychisch, cultureel en maatschappelijke gebied; het onderhouden van contacten met verenigingen met gelijksoortige doelstellingen.

Op 8 juni 1990 werd met deze doelen voorop de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-Wetenschap en het Paranormale gesticht door Sabien Bauwens, Yves Beterams, Wim Betz, Marc Braem, Robert De Pourque, Werner Eeman, Ronny Martens, Herman Roelants, Tim Trachet (initiatiefnemer en drijvende kracht achter de oprichting), Jean Paul Van Bendegem, Louis Van den Wyngaert, Etienne Vermeersch en Koen Vijverman.

En hoe zouden ze dat klaarspelen? Met dertien hadden ze het plan opgevat door middel van, jawel, de wetenschappelijke methode, het hogergenoemd kritisch onderzoek uit te voeren, waarbij ze dat zouden vrijhouden van filosofische, levensbeschouwelijke en politieke opvattingen. De formulering van de doelstellingen van verenigingen klinkt altijd wat bombastisch, en met deze is dat niet anders. Toch erken je meteen dat de doelen met zorg en met realiteitszin werden opgesteld. Tot nu toe heeft de vereniging deze doelstellingen behouden en nagestreefd. De belangrijkste kenmerken van SKEPP zijn naar mijn mening precies vervat in de volgende bewoordingen uit haar statuten: claims of beweringen worden niet a priori afgewezen, hun waarde wordt slechts bepaald na objectieve evaluatie van alle argumenten die erop betrekking hebben, en uit de aard van de toegepaste methode blijkt dit onderzoek beperkt tot beweringen die zich lenen tot een wetenschappelijke benadering.

In de praktijk hebben de stichtende leden op regelmatige tijden elkaar dan ook ontmoet om studiesessies te houden. Ze nodigden sprekers uit die één of ander standpunt verdedigden dat niet met de huidige wetenschappelijke kennis te verzoenen valt. Onderzoek vond plaats door experimenten uit te voeren (tarot, astrologie) en door literatuurstudie te verrichten. Berichten uit de media werden verzameld en geanalyseerd. De Skepptische Nieuwsbrief was vanaf 1993 het middel bij uitstek om de onderzoeksresultaten aan de leden kenbaar te maken. De banden met de buitenlandse zusterverenigingen kwamen snel tot stand en iedereen zette zich in om de vriendschappelijke relaties zo goed als mogelijk te onderhouden.

Een grote vereniging kon je SKEPP in de beginjaren niet noemen. Het aantal leden bleef immers vrij klein. In 1990 betaalden éénendertig leden hun bijdrage, twee jaar later waren het er twintig meer, en in 1994 bedroeg het ledenaantal tachtig. Toen stagneerde dat getal, tot in 1998 het verdubbelde. Een jaar later hadden we honderéénentachtig leden. Op dit moment zijn ze met nog eens elf meer. De kaap van tweehonderd is in zicht!

Statistiek Ledengroei

SKEPP had zich veel inspanningen getroost om een dergelijke groei te bewerkstelligen. Vele factoren kunnen dan ook worden aangehaald om de spectaculaire groei te verklaren. Een aantal bestuursleden evolueerden naar mediafiguur. Etienne Vermeersch, Wim Betz en Jean Paul Van Bendegem werden als experten op radio en televisie ten tonele gevoerd, terwijl Marc Braem als illusionist het grote publiek duidelijk toonde dat misleiding vaak in het spel was bij waarzeggerij. Ook Tim Trachet maakte dikwijls op het kleine scherm zijn opwachting. SKEPP had een aantal gezichten, maar dat was zeker geen nadeel. Wanneer er eentje wat radicaal overkwam, zou een andere dan weer wel de sympathie van het publiek krijgen. Bovendien, de vertegenwoordigers hadden zich elk gespecialiseerd in een specifiek domein: zo was het ook makkelijk voor de journalisten om de expert in kwestie te vinden. Het ontbreken aan mankracht had natuurlijk als gevolg dat SKEPP slechts een gering aantal onderwerpen kon becommentariëren.

Astrologie en alternatieve therapieën kwamen zo in het voetlicht te staan. Met het boek van stichters Martens en Trachet, Astrologie: zin of onzin (ook in Engelse vertaling) kwam er een zeer zware kritiek op astrologie. Uiteindelijk leidde de publicatie tot het spraakmakende experiment met Greet Fransen dat Braem superviseerde en waarvan het veelgelezen weekblad HUMO de voor de astrologie negatieve resultaten voor iedereen toegankelijk stelde. Nochtans blijft de astrologische nonsens gegeerd en verdienen velen er grof geld aan op de rug van de goedgelovigen. Geerdt Magiels' boek Het Brein, Honderd jaar na Freud, heeft dan weer de psycho-analyse en de psychotherapie opnieuw ter discussie gesteld.

Wie herinnert zich niet de hetze rond de wet Colla in 1998? Uit een internationaal uitgevoerd grootschalig onderzoek bleek dat er absoluut geen op wetenschappelijke feiten gebaseerde reden was om homeopathie, acupunctuur, chiropraxie en osteopathie wettelijk te erkennen (COST B4 Rapport). Betz was voorzitter van de onderzoekscommissie die verder bestond uit vertegenwoordigers van alle betrokken disciplines. Andere leden van SKEPP mobiliseerden vooraanstaande wetenschapsmensen en -filosofen om het unaniem negatief advies van alle medische faculteiten kracht bij te zetten. Sommige mindere academici (slecht geïnfomeerd of gewoon omdat ze van wetenschap in alle opzichten niet veel kaas hadden gegeten) vonden het toch nodig te trachten om door naast de kwestie te praten en drogredenen te hanteren de skeptische reflex te neutraliseren. Ze kregen vreemd genoeg bijstand van hun respectieve universitaire overheden die meer brood zagen in opportunisme. SKEPP bleef haar statuten echter trouw. Etienne Vermeersch schreef in een schitterend artikel over de kern van de zaak en maakte komaf met de would-be-postmodernisten. Intussen is er weinig veranderd inzake de maatschappelijke successen van de alternatieve therapieën en dreigt een nieuwe storm; SKEPP blijft natuurlijk strijdvaardig met Betz aan het front, al dient gezegd dat versterking nodig is. Het loont de moeite, want dagelijks sterven mensen als gevolg van toepassingen van kwakzalverij.

Onder impuls van Tom Schoepen kwam in de periode van 1997 tot 2000 een samenwerking met het genootschap 't Zal-wel-gaan en SKEPP tot stand. Hij stampte groots opgezette debatavonden uit de grond waardoor SKEPP bekendheid verwierf onder vele Gentse studenten. Debatten omtrent paranormale fenomenen, de oorsprong van religie, homeopathie, creationisme en psycho-analyse spraken velen aan. Ook in Brussel werd geprobeerd om dergelijke onderwerpen in de debatcultuur binnen te brengen, maar de resultaten waren kwa opkomst eerder aan de magere kant. Een discussie tussen de professoren Pyck en Merckelbach over expert-getuigenissen kon ondanks de grote kwaliteit slechts weinig volk trekken. Een studiedag te Leuven in samenwerking met Egyptologica-Vlaanderen rond het Orion-mysterie was dan weer wel een voltreffer.

Jaarlijks worden bij één van de massaspektakels de vier jaar geleden ingestelde Skepptische prijzen uitgedeeld. Aan de ene kant, de Zesde Vijs, aangeboden aan wie zich uitzonderlijk heeft ingezet voor de skeptische zaak (Wim Daems in 2000). Aan de andere kant, de Skepptische Put, voor wie zich partijdig, onkritisch, subjectief en gekleurd inspant om pseudowetenschap te vulgariseren (Ingeborg Sergeant in 2000). Yvo Joris, archivaris van de vereniging, geeft telkens weer vorm aan de prijzen. Met lezingen voor allerhande verenigingen, van UPV-VUB en ELCKER-IK tot de sterrenwachten in Vlaanderen en Nederland, over allerhande onderwerpen van Ufo's tot Stonehenge, van New Age tot argumentatietheorie, wordt SKEPP bekend bij de geïnteresseerde medemens die in zijn vrije uren op zoek gaat naar antwoorden op de vele vragen die hij stelt omtrent het paranormale.

Ook op de SKEPP website kan men met zijn vragen terecht. Op 2 februari 1998 ging die online. De zichtbaarheid van de vereniging nam daardoor uiteraard enorm toe. In het begin van dit jaar telde webmaster Marcel Ulrich de tienduizendste bezoeker. Intussen heeft SKEPP een eigen domeinnaam (www.skepp.be) voor haar site. Het onlangs gestarte forum is een omgeving waar druk gediscussieerd wordt en waarbij soms harde woorden vallen ... van de opponenten. Vaak moeten we verwijzen naar de doelstellingen van de vereniging om duidelijk te maken dat objectiviteit hoog in het vaandel staat.

Door jaarlijks het EUROPEES SKEPTISCH CONGRES bij te wonen (we hebben het ook georganiseerd in 1996) onderhouden de leden de contacten met de buitenlandse skeptici. Vroeger was men door het lidmaatschap van de vereniging ook meteen geabonneerd op Skepter, het ledenblad van de Nederlandse zustervereniging SKEPSIS. Niet alle leden waren met die regeling gediend en op administratief vlak stelden zich een aantal problemen, zodat twee jaar geleden besloten werd het nemen van een abonnement gewoon aan de leden te laten. Het verlies aan informatie voor onze leden heeft ons er uiteindelijk toe gebracht de Skepptische Nieuwsbrief grondig te vernieuwen. Met deze meer uitgebreide versie van het ledenblad beoogt de vereniging haar leden nog meer waar voor het lidgeld te bieden, ook al is het al een bijzonder laag bedrag. Een tijdje geleden stelde het bestuur zich inderdaad de vraag wat de leden eigenlijk van de vereniging verwachten. Met andere woorden, het bestuur vroeg zich af wat het de leden meer kon geven dan een bescheiden ledenblad en van tijd tot tijd een symposium of een debatavond, waarbij de opkomst van de eigen leden soms bedroevend laag was. Het nemen van initiatieven direct gericht naar onze leden bracht geen zoden aan de dijk. Op de nieuwjaarsreceptie annex uiteenzetting over de ster van Betlehem door ere-voorzitter Tim Trachet konden we slechts tien leden tellen. Misschien willen onze leden met hun bijdrage enkel maar het bereiken van de doelstellingen steunen en verlangen ze verder geen diensten. We moeten natuurlijk ook niet te veel willen met onze beperkte fondsen, ook al worden ze prima beheerd door penningmeester Sylvain Bogaerts.

Het mag intussen blijken dat SKEPP nog maar weinig met een studiekring te maken heeft. Elke maand vergaderen de bestuursleden en pogen ze de output en bekendheid van de vereniging te vergroten. Het zijn vooral administratieve vergaderingen waarbij Frédéric Fioré, Guido Goelen en nu Paul De Belder als adjunct-secretaris de verslaggeving verzorgt. Individueel waren en zijn de bestuursleden bijzonder actief op het vlak van onderzoek, maar wat aan de oorsprong lag van de groepering was niet meer: het in eerder kleine kring bespreken van pseudowetenschap en paranormale claims. Vandaar dat opnieuw de studieavonden worden ingericht waar alle leden van harte welkom zijn. Iedereen wordt betrokken in het onderwerp dat ter tafel ligt: homeopathie, ufologie, psycho-analyse werden reeds geprogrammeerd. Met deze studieavonden wil SKEPP enerzijds de leden dichter bij het doen en laten van de vereniging betrekken, maar anderzijds ook het onderzoek aanzwengelen. SKEPP hoopt ook dat er meer claims zullen komen om de MAJAX-BROCH-THEODOR-prijs van 8 miljoen BEF in de wacht te slepen. Wie meent over een paranormaal vermogen te beschikken mag dat komen tonen (volgens een strikte procedure).

Het bestuur zal zich de volgende maanden buigen over een herstructurering van de vereniging. SKEPP is de klassieke indeling van bestuur en leden duidelijk ontgroeid: een dynamische structuur moet daar verandering in brengen. Daarom wordt gedacht aan een modulaire indeling waarin alle leden zich kunnen terugvinden en actief inzetten. De ingeslagen weg van commisies en werkgroepen zal verder worden gezet: de respectieve verantwoordelijken zal nog meer worden gevraagd om alle leden te betrekken bij de activiteiten. Er kunnen werkgroepen ontstaan rond alle mogelijke onderwerpen en disciplines, zoals daar nu reeds zijn: de werkgroep alternatieve geneeskunde en de werkgroep Nieuw Skepptisch Tijdschrift. Het resultaat van het werk van laatstgenoemde ligt hier voor je. Er wordt voorzichtig overwogen om het bestuur in te perken tot een louter administratief orgaan, terwijl een adviescommité bestaande uit vooraanstaande academici de wetenschappelijke activiteiten zal controleren, evalueren en, indien nodig, bijsturen.

Wat de samenstelling van de vereniging betreft, lijkt het er op dat SKEPP uit welbepaalde groeperingen recruteert. Wie nauwlettend de zaak bekijkt, zal echter snel merken dat dit niet intentioneel gebeurt. Wanneer alle academici op de VUB het Vrij Onderzoek moeten onderschrijven dan is het eigenlijk een natuurlijke zaak dat studenten en academici van deze universiteit geïnteresseerd zijn in het lidmaatschap. Evenzeer zijn RUG en KULEUVEN vertegenwoordigd. Is het dan een universitair elite-groepje? Ook weer niet, want onder de leden tref je alle beroepscategorieën aan. Wel is het helaas zo dat het aantal vrouwelijke skepptici heel klein is (slechts vijf procent) en daar willen we graag wat aan doen. In 1996 vierden we met enige vertraging de eerste vijf jaren van SKEPP op het colloquium Sceptisch over Skeptici. Dit jubeljaar van SKEPP werd ingezet met het feestmaal op 8 juni jongstleden, met Paul Kurtz van CSICOP als ere-gast en de voorstelling van de gelegenheidsgravure Eclips door Jozef W. Cornelis. We sluiten de festiviteiten af met het 10 jaar SKEPP -symposium in november. De vereniging is nog jong en ze wil wat: een kritische ingesteldheid aankweken bij het grote publiek om iedereen te beschermen tegen oplichterij. Dan toch iets voor jou?

Brussel, November 2000,

Gustaaf C. Cornelis, voorzitter.