Kersen plukken in de Koran.

Over Harun Yahya en wetenschappelijke mirakels in de Koran
24-04-2012

-

door verscheen in :
24 minuten
Leestijd:
In het weekend van 13 tot 16 oktober 2011 streken in België een aantal vertegenwoordigers van de notoire islamcreationist Harun Yahya neer. In Leuven, Brussel, Charleroi en Gent vonden zogenaamde Harun Yahya Conferences plaats: evenementen waarbij door middel van voordrachten, een handvol tentoongestelde fossielen en een aantal religieuze boekenstandjes de radicaal anti-evolutionaire visie van Yahya aan de man wordt gebracht. Wij waren erbij in Gent en werden vergast op een lezing over de wetenschappelijke mirakels in de Koran.

Harun Yahya is het pseudoniem van Adnan Oktar, een Turks creationist met een religieuze missie en het geld om die waar te maken. Zijn naam prijkt op honderden boeken, websites en dvd’s die de evolutietheorie bestrijden en de Koran als ultieme bron van alle waarheid beschrijven. Oktar zou zichzelf als de nieuwe mahdi of verlosser zien. Maar achter de enorme productie onder de merknaam Harun Yahya gaat wellicht een collectief van verschillende auteurs schuil, allen verbonden aan het door Oktar opgerichte BAV of Bilim Araştırma Vakfı (de zogenaamde Science Research Foundation, een creationistische propagandamachine geschoeid op dezelfde leest als het Institute of Creation Research van christelijke creationisten in de Verenigde Staten). Hoewel lang niet alle moslims opgezet zijn met de bekeringspraktijken van Harun Yahya (velen zien hem als een verspreider van desinformatie en onwaarheden, die vooral uit persoonlijke ambitie een moslimversie van het fundamentalistisch christelijke creationisme promoot). [Linda Bogaert: Hoe denken moslims over evolutie-theorie en creationisme? http://www.evolutietheorie.ugent.be/node/240]

‘[Hieruit is] gebleken dat de muslimwereld een zeer diverse houding aanneemt ten aanzien van de evolutietheorie, wat weinig verwonderlijk is, gezien de Koran zelf, anders dan de Bijbel, zich slechts in vage bewoordingen uitdrukt over de zaak. De betreffende verzen worden door de enen geïnterpreteerd als een proces van evolutie, door de anderen als een scheppingsdaad. Er zijn bijgevolg uitgesproken evolutionisten – niet enkel bij seculiere muslims maar ook bij religieuze muslims.’›, groeit de cultus rond zijn persoon en de boodschap die hij verspreidt onder Turkse moslims en moslims wereldwijd. 

Internationaal werd Harun Yahya vooral bekend toen hij in 2007 ongevraagd duizenden gratis exemplaren van zijn Atlas of Creation verspreidde onder wetenschappers, leerkrachten en beleidsmakers in Europa en de Verenigde Staten. Deze atlas van het creationisme wekte dubbele verbazing, enerzijds omdat het enorme formaat opvallend luxueus was uitgegeven: een hardcover met meer dan 800 pagina’s vol hoogglans kleurenfoto’s, anderzijds omdat dit uiterlijke prestige schril afstak tegen de armtierige inhoud en het schaamteloze gebrek aan enige kennis van zaken.‹     PZ Myers beschreef het op zijn blog als volgt: ‘Het algemene patroon van het boek is monotone herhaling en voorspelbaarheid: het boek plaatst een foto van een fossiel naast een foto van een levend dier, poneert dat er geen greintje verschil is en concludeert daaruit dat evolutie een leugen is. Telkens opnieuw dezelfde riedel. De verveling slaat gauw toe, meestal is het nog fout ook (er zijn wel degelijk verschillen!) en die mooie foto’s zijn gewoon van het internet gehaald’ (mijn vertaling, PP). In zijn artikel ‘Venomous Snakes, Slippery Eels and Harun Yahya’ toonde Richard Dawkins aan dat de Atlas of Creation inderdaad talloze feitelijke fouten bevat, zoals de foutieve identificatie van een zeeslang (een reptiel) met een aal (een vis). In het boek komt zelfs een foto voor van artificieel lokaas (in kunststof dus, met de vishaak duidelijk zichtbaar), door Yahya als foto van een levende soort verkocht. http://richarddawkins.net/articles/2833. Zie ook het artikel van Walter Decleir in Wonder en is gheen Wonder 01/2008.› Het ondermaatse niveau van Yahya’s publicaties maakt duidelijk dat zijn anti-evolutionaire discours niet echt op inhoudelijke draagkracht mikt. Hij  trekt liever de kaart van het ressentiment en voedt zijn publiek vooral met ongenoegen over het westerse materialisme en het morele verval dat er inherent mee gepaard zou gaan. Zo schrikt hij er niet voor terug om de Holocaust en de aanslagen van 11 september 2001 in verband te brengen met ‘darwinisten’. Naast zijn talloze publicaties en websites beschikt Oktar sinds maart 2011 ook over een eigen televisiezender, het satellietkanaal A9, dat interviews en beschouwingen van dezelfde strekking uitzendt. 

Mede door zijn charismatische voorkomen, met zwarte zonnebril, verzorgd getrimde baard en designerkledij, is Adnan Oktar erin geslaagd een gevolg van hoogopgeleide maar misnoegde jongeren uit de welstellende en invloedrijke kringen van Turkije aan zich te binden. Heel wat zoekende, jonge moslims hebben wel oren naar zijn versie van de islam als superieure bron van wetenschappelijk inzicht en als religieus-moreel bastion tegen de decadentie van het Westen. Vragen over zijn schimmige verleden gaat hij liever uit de weg. En ook op de herkomst van zijn rijkdom en van de aanzienlijke invloed die hij in Turkije wist te verwerven, gaat hij liever niet in. Oktar en het BAV beschikken over een indrukwekkende batterij duur betaalde advocaten. Hij ziet er dan ook geen graten in om elke controverse omtrent zijn persoon of de minste kritiek op zijn publicaties in de kiem te smoren via juridische weg. Hij is betrokken in honderden gerechtelijke procedures, als aanklager zowel als beklaagde. Zo moest hij zich de voorbije jaren herhaaldelijk verdedigen tegen beschuldigingen van sektarische praktijken zoals manipulatie, omkoping, bedreiging en chantage met verborgen camerabeelden.‹     Halil Arda: ‘Sex, flies, and videotape: The secret lives of Harun Yahya’. http://newhumanist.org.uk/2131› Ondanks verschillende veroordelingen slaagde hij er toch in om talloze kritische websites in Turkije aan banden te laten leggen wegens smaad. De meest bekende is de site van Richard Dawkins, die het waagde de gênante fouten in de Atlas of Creation aan de kaak te stellen.

Harun Yahya Conferences

Sinds 2001 vinden over de hele wereld zogenaamde Harun Yahya Conferences plaats. Op Oktars website worden lokale moslimverenigingen wereldwijd opgeroepen om dergelijke evenementen te organiseren.‹     http://www.harunyahya.com/m_supportus2.php› De lokale vereniging zorgt voor een zaal – liefst in een plaatselijke universiteit, om een schijn van wetenschappelijke legitimiteit te suggereren – en de vertegenwoordigers van Oktar komen langs om geïnteresseerde moslims voor te lichten over thema’s als de schepping van het universum, de weerlegging van het ‘darwinisme’‹     Bart Klink: Waarom gebruikt men beter niet de term darwinisme om evolutietheorie aan te duiden?  http://www.evolutietheorie.ugent.be/node/667 

‘Door de termen darwinisme of evolutionisme te gebruiken, wordt impliciet het idee gewekt dat het hier gaat om een ideologie in plaats van een wetenschappelijk feit en een wetenschappelijke theorie. Hiermee wordt tevens de indruk gewekt dat het op gelijke voet staat met creationisme, wat immers wel een (religieuze) ideologie is.’› en de mirakels van de Koran. Volgens zijn website vonden er al meer dan 1500 dergelijke conferenties plaats in meer dan twintig landen, gaande van de Verenigde Staten tot Japan, van Noorwegen tot Zuid-Afrika. 

De recente passage van de vertegenwoordigers van Harun Yahya in België is alvast niet onopgemerkt gebleven.‹     ‘Darwinist voerde de Holocaust uit. Volgelingen van Turkse creationist Harun Yahya houden lezing aan KU Leuven’ (De Morgen, 14/10/ 2011).› Vooral het feit dat enkele van de lezingen doorgingen in lokalen van de Katholieke Universiteit Leuven wekte beroering. De avond in Leuven was georganiseerd door een Pakistaanse studentenvereniging in samenwerking met de International Muslim Student Association of Leuven en trok vooral islamitische studenten aan. Geheel in lijn met de verwachtingen kregen ze te horen dat alle leven in één keer geschapen werd door Allah, dat de evolutietheorie (gemakshalve vereenvoudigd tot ‘louter toeval’) een wetenschappelijke geloofsovertuiging is zonder enig bewijs, en dat islam en de Koran de enig relevante maatstaven zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Professor biologie Tom Wenseleers was ook aanwezig. Hij vond het zorgwekkend dat een dergelijke conferentie georganiseerd werd door studenten van de KU Leuven, en kon slechts vaststellen dat de pertinente kritiek die hij vanuit zijn vakkennis opwierp, niet de minste indruk maakte op het publiek of de vertegenwoordigers van Harun Yahya. ‘Een vergissing doet niets af aan het idee’, kreeg hij te horen, en ‘als ze niet in overeenstemming zijn met wat in de Koran staat, zijn de feiten die je aandraagt geen waarheden maar wishful thinking.’ ‹     De lezing ‘Darwinism, fact or fiction?’ (Leuven - 13/10/2011) staat online: http://www.youtube.com/watch?v=xm8oFzp94X0

Met hun doortocht in Brussel en Charleroi bereikten de vertegenwoordigers van Harun Yahya een breder publiek dan enkel studenten. De conferentie in de Arrahma-moskee te Charleroi werd georganiseerd door Le Service Islamique de la Jeunesse de Belgique en ging specifiek in op vragen van en tips voor jonge moslims. Een bijeenkomst in Brussel werd georganiseerd door het Islamitisch en Cultureel Centrum van België. Ook hier waren talloze kinderen aanwezig.‹     Voor foto’s van de conferenties in Charleroi en Brussel:

http://harunyahyaconferences.com/index.php/joomla-overview/conferences/d...

› Te jong om al kennis genomen te hebben van de kansen die vrij denken en een kritisch-wetenschappelijke ingesteldheid hen in de toekomst zouden kunnen bieden, worden deze kinderen door hun ouders blootgesteld aan een doctrine die preekt dat wetenschap waardeloos is wanneer ze zich niet laat leiden door religie, en dat het enige doel van wetenschap erin mag bestaan de tekens van goddelijke schepping in het universum te onderzoeken.

Ook in het schooltje aan de Bargiekaai, waar de conferentie in Gent plaatsvond, waren een aantal kinderen aanwezig, maar de algemene opkomst was eerder beperkt. De lezing was georganiseerd door Al Minara, een steunpuntorganisatie voor de emancipatie van tot de islam bekeerde vrouwen. Vriendelijk werden we verwezen naar een klein auditorium. Vooraan was plaats gereserveerd voor de mannen, achteraan voor de vrouwen (in het midden van de zaal ontstond al gauw een grijze zone voor mannen en vrouwen die zich geëmancipeerd genoeg voelden om gezamenlijk naar de lezing te luisteren). Hoewel de vertegenwoordigers van Harun Yahya, strak in het pak, tijdig aanwezig waren en de eerste slide van de PowerPointpresentatie al geprojecteerd werd, begon de voorziene lezing over ‘The Scientific Miracles of the Quran’ met ruim een uur vertraging. Voertaal was een soms moeilijk te verstaan Engels. Gezien het prestigieuze imago dat Yahya rond zijn conferenties hoog tracht te houden, werkte de algemene indruk van improvisatie en amateurisme eerder ontluisterend. Tijdens de lezing en bij de boekenstand namen medewerkers van Yahya uitgebreid foto’s van het aanwezige publiek. Toch was het vooral de inhoud van de lezing die onze wat oncomfortabele verbazing wekte.

Wetenschappelijke mirakels van de Koran

De lezing van Harun Yahya over de wetenschappelijke mirakels van de Koran was bedoeld om onweerlegbaar te bewijzen dat de woorden uit de Koran wel degelijk aan Mohammed geopenbaard zijn door de alwetende schepper van het universum.

Zoals bekend ligt de Koran bij het merendeel van de moslims nogal gevoelig. De gemiddelde gelovige is ervan overtuigd dat de onvertaalde Arabische tekst het letterlijke woord van God betreft. Elk exemplaar van de Koran is sacraal en dient met heilig respect behandeld te worden. De meeste traditionele islamscholen schrijven bijvoorbeeld het ritueel handenwassen voor alvorens de Koran aan te raken. De Koran mag ook niet op de grond of onder andere boeken liggen. Wanneer eruit voorgelezen wordt, mag niemand roken of drinken. Het is verboden versleten exemplaren te recycleren. Ze dienen ritueel verbrand of respectvol begraven te worden. Het boek geldt ook als een talisman tegen ziekte en onheil. Onrespectvol omgaan met een exemplaar van de Koran wordt gezien als één van de zwaarste vormen van blasfemie en wordt in bepaalde streng islamitische landen zoals Pakistan en Afghanistan gesanctioneerd met levenslange gevangenisstraf of zelfs de dood. In de voorbije jaren gaven Korangerelateerde incidenten ook buiten de islamitische wereld meermaals aanleiding tot grote verontwaardiging onder moslims wereldwijd, vaak uitmondend in grootschalige protesten waarbij doden en gewonden vielen. Zo leidde het sterk gemediatiseerde voornemen van de Amerikaanse dominee Terry Jones om in 2010 de aanslagen van 11 september te herdenken met het verbranden van een Koran, tot minstens 20 doden bij protesten in het Midden-Oosten en Azië. 

De typisch defensieve overreactie op elke twijfel aan het bovennatuurlijke statuut van de Koran wijst er al op dat het niet vanzelfsprekend is om een tekst zomaar als het letterlijke woord van Allah verkocht te krijgen. Met hun lezing over de mirakels van de Koran sluiten de vertegenwoordigers van Harun Yahya zich aan bij een hele reeks islamitische apologeten die argumenten trachten aan te dragen die de sterke claim van de niet-menselijke oorsprong van deze tekst aannemelijk moeten maken. Het epistemologische niveau van dit soort argumenten wordt meteen duidelijk als blijkt dat het belangrijkste aangedragen bewijs de Koran zelf is. Grote delen van de Koran zijn inderdaad terug te brengen tot eindeloze aanmaningen (niet altijd met zachte hand) om te geloven dat hier wel degelijk Allah zelve aan het woord is.‹     Enkele Korangeleerden hebben erop gewezen dat de aanname dat God zelve aan het woord is in de Koran, in talloze passages tot problemen leidt. De commentator Suyuti stelde al dat verschillende passages overduidelijk door Mohammed of door de engel Gabriël worden uitgesproken. Ali Dashti merkt op dat al in de eerste regels Allah niet zelf aan het woord kan zijn: het openende sura Al Fatiha is een lofprijzing en gebed tot God (Koran: 1). Men kan Allah die woorden natuurlijk in de mond leggen, door een gebiedende wijs toe te voegen zoals ‘zeg’ of ‘gij moet als volgt spreken’. Die imperatieve vorm komt honderden keren voor in de Koran en is duidelijk door latere samenstellers toegevoegd om passages die niet van Allah kunnen zijn, toch aan hem toe te schrijven. 

Ali Dashti wijst er ook op dat bepaalde sura’s niet van God kunnen komen, omdat ze hem onwaardig zijn. Bijvoorbeeld sura Al-Masad (De Touwvezels): ‘Verloren mogen gaan de handen van Abu Lahab en moge hij zelf verloren gaan. Zijn bezit en wat hij vergaarde baten hem niet. Hij zal branden in een vuur van vlammen en ook zijn vrouw aandraagster van brandhout. Aan haar nek een koord van vezels’ (Koran: 111). Dit sura verwijst naar Abu Lahab, de oom van Mohammed en één van zijn bitterste tegenstanders. Het is moeilijk om in dit korte sura een nobele en heilige tekst te zien die ongeschapen en eeuwig op een tafel in de hemel wordt bewaard. Het is lang niet de enige passage in de Koran die een meer nederige en aardse oorsprong van de tekst aangeeft, waarin de profeet God misbruikt om af te rekenen met zijn persoonlijke vijanden. Rationele en liberale stromingen binnen de islam, zoals de Mu’tazilieten, kaarten dit probleem al langer aan.  Ibn Warraq (1995: p. 107) schrijft dat, als we deze redenering op de hele Koran zouden toepassen, er niet veel overblijft van het woord Gods, want slechts heel weinig erin is een barmhartige, alwetende god waardig.› Volgens de Koran bevindt de originele – eeuwige en ongecreëerde – tekst van de Koran zich in de hemel ‘op een welbewaarde tafel’ (Koran: 85.22). Zoals ook in sura Al-Zukhruf (De Versiering) wordt bevestigd: ‘Wij hebben haar [de Koran] gemaakt tot een Arabische Oplezing opdat gij verstandig moogt worden. Zij is waarlijk in de Moeder der Schrift bij Ons verheven en wijs’ (Koran: 43.3). 

Omdat cirkelredeneringen zoals deze niet echt overtuigend zijn, haalt men daarnaast ook andere argumenten aan om het bovennatuurlijke karakter van de tekst te staven. Zo zou de literaire kwaliteit van het Arabische origineel van een grootsheid zijn die elke menselijke poëzie overstijgt. Wellicht gaat van de literaire kwaliteit van de Koran heel wat verloren bij de vertalingen.‹     De inschatting van Thomas Carlyle (1795-1881): ‘Eerlijk gezegd, het is één van de meest vermoeiende teksten die ik ooit heb doorploegd. Een saai en warrig boeltje, ongesofistikeerd, ondoordacht, eindeloze herhalingen, langdradig, ingewikkeld… kortom: onverdraaglijk stompzinnig! Enkel plichtsbesef kan een Europeaan door de Koran heen helpen!’ (mijn vertaling, PP)› Daarnaast – en dit is minder relatief dan smaken en literaire voorkeuren – beweert men dat het boek kennis bevat over verleden en toekomst die onmogelijk gekend kon zijn ten tijde van Mohammed. Harun Yahya is één van de meest populaire verspreiders van dit onder moslims gangbare idee, namelijk dat de Koran honderden historische, wiskundige en wetenschappelijke inzichten bevat die pas in de twintigste eeuw bevestigd zijn. Twee voorbeelden die we ook tijdens de lezing in Gent voorgeschoteld kregen, maken duidelijk wat we ons daarbij moeten voorstellen.

IJzer uit de hemel

Eén van de tekenen die Harun Yahya aanhaalt om de goddelijke oorsprong van de Koran te bewijzen, steunt op sura Al-Hadid (Het IJzer). Hierin poneert Allah onder andere: ‘En Wij hebben neergezonden het ijzer waarin hevige kracht is en nut voor de mensen’ (Koran: 57.25). Dit vers is volgens Yahya en zijn vertegenwoordigers niet minder dan een goddelijk mirakel. Immers, wanneer we het gebruikte werkwoord anzalna (neerzenden) letterlijk interpreteren als ‘uit de ruimte naar beneden zenden’, dan blijkt hieruit dat de Koran reeds kennis had van het wetenschappelijke inzicht dat al het ijzer op onze planeet ultiem terug te voeren is tot de ruimte. Inderdaad ontstond het element ijzer door kernfusie in sterren en verspreidde het zich in de ruimte via supernovae – iets wat geldt voor alle elementen zwaarder dan waterstof en helium, die de basiselementen vormden voor de eerste generatie sterren na de Big Bang.‹     Voor een toegankelijke inleiding, zie John Gribbin (2000): Stardust. Supernovae and life, the cosmic connection: ‘We zijn gemaakt van sterrenstof. Met uitzondering van waterstof ontstond elk atoom van elk element in uw lichaam in het binnenste van een ster, waarna het door enorme stellaire explosies het universum werd ingeslingerd, om uiteindelijk gerecycleerd te worden tot een deel van u’ (mijn vertaling, PP).› Er vallen echter verschillende kanttekeningen te plaatsen bij Yahya’s interpretatie van dit vers als een onmiskenbaar bewijs van goddelijke inspiratie. 

In de eerste plaats is er Yahya’s geforceerd letterlijke interpretatie van het werkwoord neerzenden. Het woord anzalna / anzala komt immers tientallen keren voor in de Koran, steeds in figuurlijke zin, gewoon om te verwijzen naar een goddelijke gift, zoals ‘dieren in paren acht’ (Koran 39:06; bedoeld zijn kamelen, runderen, schapen en geiten) of ‘kleding die uw slechtheden bedekt’ (Koran 7:26). In geen van die gevallen zal Yahya beweren dat we het neerzenden door God letterlijk moeten nemen (kamelen uit de ruimte gaan wellicht zelfs hem te ver). Niets in de tekst biedt enige rechtvaardiging voor een speciale uitzondering voor het vers waarin ijzer aan de mensheid gezonden wordt. Met zijn selectieve letterlijke interpretatie van dat ene vers doet Yahya aan cherry picking of ‘kersen plukken’, een drogreden gebaseerd op selectieve blindheid. Net zoals men bij het plukken enkel oog heeft voor de rijpe kersen, kan men bij het verdedigen van een bepaalde stelling enkel voorbeelden aanhalen die de stelling of interpretatie lijken te bevestigen, terwijl men informatie of voorbeelden die niet in het interpretatieve kraam passen, negeert of achterhoudt. Hiermee lokt Yahya zijn publiek in de val van de hinein-interpretierung: zonder enige objectieve, stilistische of inhoudelijke basis schrijft hij een heel specifieke betekenis toe aan een eerder vage en poëtisch bedoelde tekst.

Maar ook al mocht die benadering gerechtvaardigd zijn, dan nog is er geen enkele reden om dit vers een onloochenbaar goddelijke oorsprong toe te dichten. De notie van ijzer als een geschenk uit de hemel is op het moment van de openbaring immers helemaal niet nieuw. In het oude Egypte stond ijzer al bekend als een mythisch metaal uit de hemel (ba-en-pet). In Egyptische tomben zijn ijzeren objecten aangetroffen van meer dan 5000 jaar oud. Deze waren afkomstig van meteorieten (want ze bevatten 7,5% nikkel, de typische compositie van ijzermeteorieten).‹     John Emsley (2001): Nature’s Building Blocks. An A-Z guide to the elements. Oxford University Press: p.207.› In Mesopotamië kende men dit meteorisch ijzer eveneens en ook andere beschavingen waren reeds lang voor de tijd van Mohammed vertrouwd met het concept van ijzer uit de hemel. Ook het vrij triviale inzicht dat ijzer nuttig is voor de mens kunnen we bezwaarlijk een wonderlijke verdienste van de Koran noemen. Plinius de Oudere (23-79 AD) beschrijft al de enorme voordelen ervan voor de mensheid.

Alsof Yahya beseft dat zijn geladen interpretatie niet volstaat om het miraculeuze karakter van sura Al-Hadid ook maar enigszins aannemelijk te maken, bezondigt hij zich nog aan numerologische drogredenen om zijn punt kracht bij te zetten. De numerologische waarde van het woord hadid zou 26 zijn, net als het atoomnummer van ijzer. Bovendien is sura Al-Hadid het 57ste hoofdstuk in de Koran, en volgens Yahya is de atoommassa van ijzer eveneens 57 (in werkelijkheid is het 55,845). Yahya rekent erop dat zijn publiek niet intelligent genoeg is om te beseffen dat je met toevallige overeenkomsten in zogenaamd numerologische waarden zowat alles (en dus eigenlijk niets) kunt bewijzen. Deze waarden kunnen op zodanig veel manieren berekend worden, dat men zijn best moet doen om ‘mirakels’ te vermijden. Bovendien is de Koran duidelijk niet consequent in het geven van numerologische tekenen: zo is er helemaal geen overeenkomst tussen de atoomnummers van bijvoorbeeld koper of lood met de sura’s waarin naar deze elementen verwezen wordt.

 

De Big Bang en het uitdijende heelal

Een ander wetenschappelijk mirakel dat Yahya en zijn volgelingen verdedigen, houdt in dat de kosmologie van de Koran reeds zou uitgaan van een oerknal en expanderend universum.‹     http://www.harunyahya.com/miracles_of_the_quran_p1_02.php#2a› Uitgangspunt zijn enkele verzen uit sura’s Al-Anbiya (De Profeten) en Al-Dhariyat (De Wegvagenden). In de Nederlandse vertaling van Kramers klinken deze verzen als volgt: ‘Zien zij die ongelovig zijn dan niet dat de hemelen en de aarde een ineengedrongen massa waren waarop Wij beiden ontplooiden’ (Koran: 21.31) en ‘De hemel Wij hebben hem met handen gebouwd en Wij gaven hem ruime uitbreiding’ (Koran: 51.47). Goddelijk geïnspireerd inzicht in twintigste-eeuwse kosmologie, of eerder een anachronistische hineininterpretierung waartoe Yahya zijn publiek via een aantal manipulaties tracht te verleiden? 

Wat betreft het vers uit sura 21, dat volgens Yahya duidelijk verwijst naar de Big Bang, beperken we ons tot dit commentaar: de vage notie dat hemelen en aarde ooit één waren en nadien ontplooid werden, vertoont meer concrete verschillen dan vage gelijkenissen met de moderne beschrijving van een singulariteit en de complexe processen die plaatsvonden in de eerste seconden na de Big Bang. Bovendien is het vers ook als poëtisch beeld allerminst uniek: lang voor Mohammed gingen verschillende mythologieën in het Midden-Oosten uit van een kosmogonie waarbij hemel en aarde aanvankelijk één geheel vormden dat door goddelijk toedoen gescheiden werd.‹     De Egyptenaren hadden het bijvoorbeeld over de onvrijwillige scheiding van Geb (god van de aarde) en zijn vrouw en zuster Nut (godin van de hemel). Ook het Sumerische Gilgamesj-epos beschrijft het moment waarop de hemelen zich van de aarde scheiden, wanneer An (god van de lucht) gescheiden wordt van Ki (godin van de aarde).› 

De forcing die Yahya moet uitvoeren om het oorspronkelijke Arabische vers van sura 51 naar zijn hand te zetten is nog groter. Wanneer geladen interpretaties niet volstaan om een bepaald vers als wetenschappelijk mirakel verkocht te krijgen, deinst hij er niet voor terug zijn publiek met bewust misleidende vertalingen om de tuin te leiden. Wanneer we de vertaling die Yahya geeft – ‘It is We Who have built the universe with (Our creative) power, and, verily, it is We Who are steadily expanding it’ (Koran: 51.47) – vergelijken met een aantal courante Engelse vertalingen‹     Yusuf Ali: ‘With power and skill did We construct the Firmament: for it is We Who create the vastness of space’ (Koran: 51.47) / Pickthal: ‘We have built the heaven with might, and We it is Who make the vast extent (thereof)’ (Koran: 51.47) / Shakir: ‘And the heaven, We raised it high with power, and most surely We are the makers of things ample’ (Koran: 51.47).› en de Nederlandse vertaling (supra), dan vallen verschillende manipulaties op. In de eerste plaats vertaalt hij het Arabische woord voor ‘hemel’ als ‘universum’, wat meteen al een complexere kosmologie suggereert dan de tekst eigenlijk toelaat. Dit is nodig om zijn volgende manipulatie geloofwaardig te maken: hij vertaalt het Arabische substantief voor ‘wijdte’ als een werkwoord (‘verwijden’, ‘ruimer maken’) en  voegt er een bijwoord (‘gestaag’) aan toe. Door deze verregaande vrijheid in vertaling vervormt hij een poëtisch vers over de schepping van een ‘wijde hemel’ tot een schijnbaar wetenschappelijk statement over ‘een gestaag verwijdend universum.’ De vervorming wordt nog duidelijker wanneer we het vers in zijn context lezen. Direct daarop gebruikt de Koran immers net dezelfde bewoordingen om de aarde te beschrijven: ‘De aarde Wij hebben haar uitgespreid en hoe voortreffelijk hebben Wij haar uitgestrekt’ (Koran: 51.48). Wij mogen aannemen dat Yahya hieruit concludeert dat de Koran verwijst naar het wetenschappelijke feit van een gestaag expanderende aarde? 

Opnieuw geldt: zelfs al mocht de duidelijk gemanipuleerde vertaling van sura 51.47 aansluiten bij de oorspronkelijke intentie van de tekst, dan nog rest Yahya niets dan een vage en poëtische beschrijving die allerminst nood heeft aan een verklaring vanuit bovennatuurlijke voorkennis. In tegenstelling tot wat Yahya en andere apologeten graag laten uitschijnen, is de kosmologische achtergrond van de Koran helemaal niet in ‘perfecte harmonie’ met onze huidige wetenschappelijke kennis. Het wereldbeeld van de Koran is immers beperkt en extreem simplistisch:  het bestaat enkel uit de aarde en de omliggende hemelen; er is geen derde plaats daarnaast.‹     http://www.wikiislam.net/wiki/A_Qur%E2%80%99anic_Understanding_of_the_Un...› Uit niets blijkt enige kennis van zaken die voor ons vanzelfsprekend zijn, zoals dat de aarde een planeet is, vergelijkbaar met de andere planeten die we kunnen waarnemen, of dat de sterren even groot zijn als de zon, maar dan enorm ver weg. Nergens in de Koran wijst de zogenaamd Alwetende ons op het bestaan van andere zonnestelsels, melkwegen, sterrenstelsels, clusters, donkere materie, en zo verder. Het universum van de Koran blijft beperkt tot een beschrijving van wat zichtbaar en gangbaar was in de Arabische wereld van de zevende eeuw. De Koran is natuurlijk nooit bedoeld als wetenschappelijk traktaat. Niets in de achterliggende kosmologie ervan wijst erop dat deze tekst, net als elke andere tekst op deze planeet, niet door feilbare mensenhanden is opgesteld. 

Inlegkunde voor gelovigen

Bij de eindeloze opsomming van de wetenschappelijke mirakels van de Koran overvalt een kritisch buitenstaander al gauw het unheimliche gevoel getuige te zijn van een tegelijk komisch en tragisch spektakel. Indien zoveel mensen de argumenten van Yahya en andere apologeten niet overtuigend vonden, zouden ze te banaal zijn om op in te gaan. De zogenaamd wetenschappelijke kennis die hier wordt tentoongespreid, heeft niets gemeen met de harde schoonheid en broze accuraatheid van de inzichten die het wetenschappelijk proces tot dusver heeft opgeleverd. 

We gingen slechts in op twee representatieve voorbeelden, maar geen enkel van de door Yahya en zijn vertegenwoordigers naar voren geschoven mirakels is gebaseerd op een overtuigende uitleg. Veeleer overstelpen deze lieden hun vaak goedgelovig publiek met een reeks makkelijk te doorprikken mirakels van ‘inlegkunde’: met het voordeel van kennis achteraf projecteert Yahya heel specifieke wetenschappelijke informatie anachronistisch terug in een aantal uit de context gehaalde, vage verzen van een oude tekst. Dit is een triviale oefening die men niet enkel op de Koran, maar op elke willekeurige klassieke tekst met succes kan toepassen. Op het internet is bijvoorbeeld een met wetenschappelijke mirakels geannoteerde versie van Vergilius’ Georgica terug te vinden.‹     http://wikiislam.net/wiki/Georgics› 

Het is voor moslims blijkbaar heel moeilijk om los te komen van een exclusief theologische visie op de Koran en een meer kritisch-historische attitude aan te nemen ten opzichte van dit geschrift. Het dogma dat hen verplicht de Koran als het letterlijke woord van God te zien, maakt het extra moeilijk om aan te sluiten bij de verworvenheid van meer tekstkritische en liberale lezingen in de christelijke en joodse gemeenschap.‹     Terwijl de Bijbel voor een groot deel uit min of meer lange verhalen bestaat (plus ook andere, meer poëtische teksten), is de Koran een verzameling ‘verzen’, losse uitspraken die noch chronologisch, noch systematisch gegroepeerd zijn, en die vaak bijzonder moeilijk te begrijpen zijn. Vandaar dat veel moslims, zelfs als ze Arabisch kennen, de Koran nauwelijks begrijpen en dat schriftgeleerden zulke grote invloed hebben in de islam.› De teksten die na Mohammed werden verzameld en samengesteld, delen echter vele verhalen met de Pentateuch en het Nieuwe Testament. Het is dan ook naïef om te denken dat de Koran immuun kan blijven voor een aantal fundamentele inzichten voortgevloeid uit de historische Bijbelkritiek. Net zoals dit voor het merendeel van joden en christenen geen probleem vormt, moet het ook voor moslims mogelijk zijn hun geloof te beleven zonder dogmatisch gebonden te zijn aan een letterlijke interpretatie van verhalen over Adam en Eva of de Ark van Noah. 

De Koran verraadt op duizend verschillende manieren de specifieke sociohistorische context waarin hij ontstond. Hij is een product van mensenhanden. Iedereen heeft het volste recht om op basis van de meest triviale argumenten het tegendeel te geloven, maar de pedagogische verantwoordelijkheid is groot. Ouders die hun kinderen leren dergelijke argumenten ernstig te nemen, mogen niet verwachten dat zij later als volwassenen makkelijk ernstig genomen zullen worden.

Pieter Peyskens is master in de wijsbegeerte (Ugent).

Referenties

  • Hitchens, Christopher (Ed.) (2007), The Portable Atheist. Essential Readings for the Nonbeliever. Philadelphia: Da Capo Press.
  • Kramers, J.H. (Ed.) (1992/1997), De Koran [Uit het Arabisch vertaald door J.H. Kramers. Bewerkt door Asad Jaber en Johannes J.G. Jansen.] Amsterdam: De Arbeiderspers. (zesde druk, september 2011)
  • Warraq, Ibn (1995), Why I Am Not A Muslim. Amherst: Prometheus Books.
  • Warraq, Ibn (Ed.) (1998), The Origins of the Koran. Classic Essays on Islam’s Holy Book. Amherst: Prometheus Books.
Authors
Pieter Peyskens
Publicatiedatum
24-04-2012