God zit tussen de oren

14-08-2002

-

door
3 minuten
Leestijd:
De biologische basis voor religiositeit.

Gekruisigd door de Romeinen, doodverklaard door Nietzsche, gestorven in de concentratiekampen, het helpt allemaal niet. God wil maar niet weg. Theologen, filosofen en psychologen kauwen al een eeuwigheid op het godprobleem. Waarom blijven mensen verlangen naar een navelstreng met iets hoger dan henzelf? Waarom hebben zelfs twee wereldoorlogen en een kleine encyclopedie aan gruwelijkheden in de twintigste eeuw god niet naar de voetnoten van de petite histoire verbannen? In hun boek Why God Won't Go Away denken de medische wetenschappers Andrew Newberg and Eugene d'Aquili een antwoord te hebben gevonden.

Newberg, een assistent-professor radiologie en d'Aquili, een professor psychologie, onderzochten voor dit boek zes jaar lang de fysiologie van de hersenen. Met radioactieve kleuren die activiteitsclusters traceren in het brein verzamelden ze gegevens van biddende rooms-katholieke nonnen en mediterende Tibetaanse boeddhisten. De beelden die ze registreerden, werden genomen op het toppunt van de religieuze ervaring. Dachten de gelovigen dat ze op dat moment in contact stonden met hun diepste zelf en de rest van de kosmos, de spectcamera (single photon emission computed tomography) liet iets anders zien: een ongewone activiteit in de hersenen. In de neuropsychologische analyse blijkt dat sommige delen van de hersenen die verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de grens tussen het ik en de wereld dramatisch veranderen tijdens een diepe spirituele ervaring. Hersenscans tonen aan dat het zelfgevoel van gelovigen helemaal verdwijnt of oneindig groot wordt. Ze ervaren een gevoel van oneindige ruimte en eeuwigheid of van een tijd- en ruimteloze leegte. De gevoelens die al millennia omschreven worden door gelovige of mediterende mensen. Het afsluiten van zintuiglijke informatie berooft dat deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de oriëntatie van het individu, van de nodige input. Daardoor valt de grens tussen het zelf en de wereld weg.

De wetenschappers ontdekten ook dat er in de cerebrale cortex verschillende graden bestaan van dat zelfloze, ruimteloze en tijdloze gevoel, een spectrum waarin gelovigen zich verder kunnen begeven. Op het einde ervan situeren Newberg en d'Aquili een toestand van pure geest die ze het absolute unitary being (absolute eenheidszijn) noemen. Alle wereldreligies vinden hun oorsprong in die mentale toestand, veroorzaakt in een deel van het menselijke brein. Daarom hebben religies zoveel gemeenschappelijke kenmerken. De verschillen worden veroorzaakt door cultureel bepaalde interpretaties van die toestand. Dachten onderzoekers totnogtoe dat religie een cognitief proces is, gebaseerd op angst en veroorzaakt door een verkeerde logica en foute conclusies, dan beweren Newberg en d'Aquili iets anders. "De religieuze toestand wordt door de hersenen gevonden, niet geschapen."

Ons brein verklaart volgens de wetenschappers ook hoe mythen ontstaan en waarom verschillende culturen zoveel gelijkaardige mythen koesteren. Maagdelijke geboorten, verrezen helden en uit het paradijs getrapte figuren zijn het gevolg van het gebruik op grotere vragen van hetzelfde breingereedsdschap dat mensen ook gebruiken om zin te geven aan de realiteit, Het draait allemaal rond overleven, weten de Amerikanen. Het menselijke brein reageert op existentiële angst door die te reduceren tot dichotomieën: leven versus dood, mens tegenover dier, goed versus kwaad, hemel en hel. Verklaringen die tegenstellingen opheffen, brengen opluchting met zich mee. Dat wordt gekruid door een heftige emotionele, maar positieve respons die ontslaat in het limbische systeem van de hersenen, Newberg en d'Aquili geloven dat mythen hun sterkte krijgen via neurologisch bevestigde flitsen van inzicht.

Ook rituele gelijkenissen tussen verschillende culturen kunnen daarmee verklaard worden, aldus de wetenschappers. Ritmische geluiden, repetitieve zinnen als in matra's of gebeden, bepaalde geuren en uitzonderlijke fysieke gebaren kunnen een reactie veroorzaken in delen van het brein die spirituele gevoelens genereren.

Vreemd genoeg vinden de wetenschappers dat ze met hun onderzoek het bewijs geleverd hebben dat een deel van de hersenen geëvolueerd zijn om het contact met een universele realiteit mogelijk te maken. De meest logische conclusie leert nochtans dat een diepe religieuze ervaring het gevolg is van een abnormaliteit in de hersenen, veroorzaakt door zintuiglijke deprivatie. Dezelfde neurologische mechanismen die aan de basis liggen van hallucinaties en visioenen veroorzaakt door drugs.

©De Morgen, 2004.

overgenomen uit externe bron
Authors
Peter Dupont
Publicatiedatum
14-08-2002
Opgenomen in
Creationisme