RSS

Is Jezus gestorven aan het kruis of aan een paal?

Getuigen van Jehovah beweren over het gebruik van de kruisdood van Jezus dat er geen bewijzen zijn voor het gebruik van het kruis. Zij gaan ervan uit dat Jezus gestorven is aan een paal. Wat kunnen we historisch zeggen op dit punt?

Wat wij nu 'kruisiging' noemen komt overeen met datgene wat bij de Romeinen als de meest gruwelijke straf (summum supplicium) werd beschouwd; een van de essentiële voorwaarden daarvoor was dat de kruisiging zo lang mogelijk duurde (meerdere dagen). De Griekse term 'stauros' betekent 'paal' de Latijnse term 'crux' betekent zoveel als 'martelhout'; de kruisvorm zoals wij ons die voorstellen, zit in die betekenis nog niet in. Er was ook geen vaste, voorgeschreven vorm bij gebrek aan paal kon men bv. ook iemand aan een boom spijkeren. Zo kon men ook iemand op een iets dunnere paal met een scherpe punt doorheen de geslachtsdelen (of anus) van boven naar onder vastspiesen. Het kruis met een staande paal en daarop een dwarsbalk (in de vorm van een T) was een courante vorm. Het 'kruisdragen' bestond er dan in dat men de dwarsbalk (patibulum) tot aan de staande paal moest dragen waarna men daaraan met de armen of handen werd vastgespijkerd. Kruisigen bij de Romeinen betekent nooit 'ophangen' in onze zin van het woord (aan de hals) dit veroorzaakt een veel te snelle dood. Ten onrechte denkt men dat men aan het kruis (T) 'hing'; in feite was er veelal op de paal een blokje voorzien (sedile) waarop het lichaam min of meer steunde: blijkbaar had men vastgesteld dat, wanneer het lichaam lang aan de armen hing de borstspieren verkrampten wat een vroege verstikkingsdood teweegbracht. Men was dus wel aan de armen of handen vastgespijkerd (vermoedelijk meestal in het handgewricht, omdat dit het meest pijnlijk was) en tevens was men met de voeten vastgespijkerd. Volgens een recent (1968) ontdekt geraamte van een gekruisigde (in Palestina uit de eerste eeuw) gebeurde dit met één grote spijker door de twee enkelgewrichten (opzij, waarbij de benen dus blijkbaar schuingedraaid waren en niet in vooraanzicht zoals op de meeste kruisigingstaferelen; dat blijkt ook uit de wijze waarop de scheenbenen (met een zware staaf) gebroken zijn - crurifragium - wat gebeurde wanneer men de gekruisigde afnam als hij nog niet dood was. Ook dit voorbeeld moet men echter slechts als één van de mogelijkheden beschouwen: de essentie was: zo gruwelijk mogelijk lijden, zo lang mogelijk laten duren; het hing uiteraard ook af van het materiaal dat men ter plaatse had. Het heeft dus weinig zin om de discussiëren over de precieze vorm van het kruis: je had er in allerlei maten en gewichten, maar de T-vorm heeft in het Oosten van het Romeinse Rijk nogal wat verspreiding gekend.

Aangezien we over Jezus ongeveer niets met zekerheid weten (hoewel zijn kruisiging een plausibele hypothese is), weten we uiteraard niets over de precieze vorm ervan, maar de kans op de T-vorm is relatief groot. Deze gegevens zijn gebaseerd op de meest recente studies over de kruisiging. Er is nog heel wat over te vertellen, maar dat is voer voor archeologen. Het meest eigenaardige in het passieverhaal van de evangeliën is de opmerkelijk vroege dood van Jezus: normaal hing men dagenlang aan het kruis. (De voorafgaande geseling verklaart dat niet, want ook dat was een routine-procedure). De voornaamste specialist in dit opzicht is momenteel Heinz-Wolfgang Kuhn (zie bv. Aufstieg und Niedergang der Römischen Welt).


Etienne Vermeersch