artikel van skepp
artikel van skepp uit wonder
bericht uit het forum
nieuws van zusterorganisatie
nieuws van skepp
nieuws uit de pers
recent bericht uit het forum
Ten eerste is er wetenschap als activiteit om kennis te verwerven; hierbij kan men niet zeggen "wetenschap" is zus of zo, maar eerder, 'streeft ernaar zus of zo te zijn', want ook in het wetenschapsbedrijf worden geregeld fouten gemaakt. Ten tweede is er wetenschap als het geheel van resultaten dat na kritiek en discussie gedurende meerdere jaren, langzamerhand tot een consensus bij de specialisten geleid heeft: in deze context kan men een aantal algemene kenmerken als karakteristiek beschouwen. Ten derde is het onmogelijk dat eisen van strengheid die bv. in de fysica of de scheikunde mogelijk zijn, in dezelfde mate aanwezig zouden zijn in bv. economie, sociologie, psychologie, enz.;
Wetenschap :
* is in essentie een zelfcorrigerend kennissyteem waarvan àlle deeldisciplines elkaar in hun zoektocht naar betrouwbare kennis interactief ondersteunen
* is systematisch, consistent en biedt een samenhangend geheel van verklaringen
* kennisvergaring gebeurt direct en indirect door experimenten en/of logische deductie
* onderzoekt kennis die verifieerbaar en falsifieerbaar (weerlegbaar) is
* bedient zich van ondubbelzinnig, helder en operationaliseerbaar taalgebruik
* houdt betrouwbare kennis contradictieloos
* uitzonderlijke beweringen of fenomenen op grond van de huidige wetenschappelijke consensus, vragen uitzonderlijk sterke bewijzen of argumenten
Een pseudo-wetenschap is een verzameling van opvattingen die worden gepresenteerd alsof ze wetenschappelijk zijn, terwijl dit niet het geval is. Een theorie is slechts wetenschappelijk als ze empirisch getoetst kan worden. Dit houdt in dat men uit de theorie hypothesen kan afleiden die voldoende nauwkeurig en controleerbaar zijn opdat ze door de feiten bevestigd of weerlegd zouden kunnen worden. De twintigste-eeuwse filosoof Karl Popper had het in dit verband over 'falsifieerbaarheid'. Een theorie is slechts falsifieerbaar als het in principe mogelijk is om ze te weerleggen. Als ze door geen enkel denkbaar feit kan worden tegengesproken, en met andere woorden alles verklaart, dan is ze niet falsifieerbaar en bijgevolg niet wetenschappelijk. De idee van falsificatie impliceert dat een hypothese interessanter is naarmate ze preciezer - en dus minder waarschijnlijk - is. En uitspraak zoals "het zal volgend jaar regenen" is triviaal, omdat de waarschijnlijkheid dat de uitspraak klopt zeer hoog is. Nemen we evenwel de uitspraak "dat het op een bepaald uur van een bepaalde dag van een bepaald jaar op een bepaalde plaats zal regenen", dan is de kans dat ze waar zal blijken te zijn veel kleiner.
Skeptici hangen dogmatisch geen enkel principe aan, maar zoals alle mensen met gezond verstand gebruiken ze vuistregels die al talloze malen hun praktische of theoretische bruikbaarheid bewezen hebben. Zodra echter blijkt dat deze vuistregels niet volstaan, zullen ze andere gebruiken. Een eenvoudig voorbeeld: wanneer je iemand konijntjes uit een hoed ziet halen, dan is de vuistregel te denken dat hij een goochelaar is; iemand die onmiddellijk denkt dat daarbij bovennatuurlijke krachten gebruikt worden, is tot nu toe altijd tot de bevinding gekomen dat hij 'teveel' verondersteld had.
Het scheermes van Okham zegt: "entia non sunt multiplicanda praeter necessitatem" : "je moet het aantal zijnden niet groter maken dan nodig". Bv. wanneer je een fenomeen kunt verklaren door de werking van drie krachten, is het niet nuttig er ook nog een vierde bij te veronderstellen. Kortom de meest eenvoudige verklaring is meestal de beste. Soms kan dat eens anders uitvallen, maar dan merk je dat wel bij verder onderzoek.
Het scheermes van Okham is echter vooral nuttig als de supplementaire kracht die je veronderstelt (bv. magische krachten, directe ingreep van God, ingreep door de geest van overledenen, enz.) nog nooit enig bewijs van zijn bestaan geleverd heeft en vooral als dat bestaan strijdig is met de totaliteit van onze degelijk bevestigde wetenschappelijke inzichten. Al degenen die fenomenen wilden verklaren bij middel van overbodige entiteiten zoals, kabouters, elfjes, tovenarij, rituelen, geesten, paranormale krachten enz., hebben tot nu toe altijd moeten vaststellen dat hun verklaring niet met de echte feiten strookte: er was een eenvoudiger verklaring.
Het filosofische scepticisme (het woord is afkomstig van het Griekse skeptesthai, "onderzoeken") is in essentie een algemene opvatting over menselijke kennis. Het is een denkhouding die de twijfel tot hoogste principe verheft en ervan uitgaat dat betrouwbare kennis onmogelijk is. We kunnen de wereld dus nooit kennen zoals die werkelijk is. Het filosofische scepticisme stelt al onze standaarden ter rechtvaardiging van onze uitspraken over de wereld in vraag. Uiteindelijk, zo luidt de redenering, is er geen enkele reden om bepaalde dingen wel te geloven en andere niet. Het streven naar kennis is inherent problematisch, want er bestaat een onoverkomelijke kloof tussen onze uitgangspunten en de besluiten die we willen trekken. We gaan er volgens de radicale scepticus bijvoorbeeld onterecht van uit dat de objecten die wij waarnemen, ook werkelijk bestaan. Al onze waarnemingen vinden immers plaats via onze zintuigen, en de veronderstelling dat die ons informatie over de werkelijke wereld leveren, is een uitgangspunt dat wij niet kunnen bewijzen, omdat wij altijd binnen onze zintuiglijke subjectiviteit opgesloten blijven. We kunnen wel op basis van onze ervaring toekomstige zintuiglijke ervaringen voorspellen, maar we zijn nooit gerechtvaardigd om de stap te zetten naar het geloof in het bestaan van objecten buiten die ervaringswereld.
Het scepticisme ontwikkelde zich in het Griekenland van de vijfde eeuw v.C. Een aantal filosofen begon, ten dele als reactie tegen absolutistische opvattingen en filosofieën, twijfels te uiten over de mogelijkheid van zekere kennis.Van Protagoras stamt het kernachtige "de mens is de maat van alle dingen". Gorgias drukte het als volgt uit: "Niets bestaat; als er iets bestaat, kunnen we het niet kennen; als er iets bestaat en we kunnen het kennen, kunnen we het niet communiceren". De heren in kwestie maakten deel uit van de sofisten, filosofen die tegen betaling onderricht verschaften in de kunst van de retoriek en het debat. Elk argument kan overtuigend klinken, zolang je het maar slim genoeg aanbrengt, meenden ze.
Na de sofisten volgden in de derde eeuw v.C. de pyrronisten, genoemd naar de grondlegger Pyrrho van Elis. Zij stelden dat, aangezien we de werkelijkheid nooit kunnen kennen, we maar beter ophouden er uitspraken over te doen. Pyrrho’s leerling Timonius van Philius voegde daaraan toe dat er altijd even goede argumenten pro en contra elke stelling bestaan, wat het onmogelijk maakt een keuze te maken. De antieke Romeinen lieten zich evenmin onbetuigd op het sceptische vlak, zoals ondermeer blijkt uit het omvangrijke handboek van het sceptische denken door Sextus Empiricus (eind tweede, begin derde eeuw n.C.)
In de Renaissance ontstond een nieuwe behoefte aan sceptische argumenten in de strijd tegen het kerkelijk gezag. Sceptische invloeden duiken op in de befaamde Essais (1580) van Montaigne en in de Méditations (1641) van Descartes. Deze laatste hanteerde het principe van de methodische twijfel: we stellen al onze zekerheden in vraag en gaan na wat er overblijft. Descartes’ bekende antwoord luidt: "Ik denk, dus ik ben". Hoe groot de twijfel ook is, toch kan ik niet twijfelen aan het feit dat ik twijfel. Omdat hij de methode van de radicale twijfel gebruikte om een zekerheid te vinden, wordt Descartes echter niet als een echte scepticus beschouwd.
Het scepticisme werd verder uitgebouwd door de 18de-eeuwse Schotse filosoof Hume, die argumenteerde dat zaken die wij als zeker ervaren, zoals natuurwetten, het verband tussen oorzaak en gevolg, en het bestaan van god en de ziel, eigenlijk verre van zeker zijn. Verdere uitlopers van het wijsgerig scepticisme vinden we bij Nietzsche en, vandaag, in het postmodernisme. Volgens het wijsgerig scepticisme is het met andere woorden irrationeel te geloven dat wij iets kunnen weten. Als je dat radikaal doordenkt, betekent dit dat we in een compleet kennistheoretisch nihilisme belanden; we kunnen ofwel alles ofwel niets meer geloven. Het fundamentele probleem met dit soort van scepticisme is de onderliggende eis dat WETENSCHAPPELIJKE uitspraken absoluut zeker moeten zijn. Pas tegen de tweede helft van de 20ste eeuw, met de wetenschapsfilosofie van Popper, groeide het inzicht dat wetenschappelijke theorieën in beginsel altijd voorlopig zijn.
En zo belanden we bij het verschil tussen scepticisme en skepticisme: waar het eerste elke uitspraak betwijfelt, aanvaardt het tweede hypothesen, als ze maar de toets van het onderzoek doorstaan hebben. Het skepticisme is niet alleen een opvatting, maar heeft ook methodologische consequenties. Het betekent dat we wetenschappelijke bewijzen willen voor we een stelling aanvaarden (als dusdanig vormt het skepticisme een onderdeel van de wetenschappelijke methode). Eerst zien en dan geloven, daar komt het op neer. Skeptici zullen dus beweringen niet zomaar a priori naast zich neerleggen, noch bij voorbaat het bestaan van onwaarschijnlijke fenomenen uitsluiten. Meer zelfs, zij willen om het even wat aanvaarden, mits de bewijzen maar sterk genoeg zijn. Een methodologisch gevolg van een skeptische instelling is immers ook dat de bewijslast groter wordt naarmate de fenomenen onwaarschijnlijker zijn. De stellingen van de kwantummechanica en de evolutietheorie klinken uitermate bizar, maar we kunnen niet om de grote hoeveelheid bewijsmateriaal heen. Skeptici zijn eveneens bereid om algemeen aanvaarde hypothesen opnieuw te onderzoeken als zou blijken dat ze misschien niet kloppen. Wetenschappelijke data zijn immers voorlopig; ze kunnen veranderen als zich nieuw bewijsmateriaal aandient. Sommige theorieën, zoals buitenzintuiglijke waarneming, creationisme en een heel aantal zogenaamd alternatieve geneeswijzen, zijn echter al zo vaak getest (met negatief resultaat) dat we voorlopig mogen besluiten dat ze nergens op slaan.
Het skepticisme (we zouden ook de term ‘rationeel scepticisme’ kunnen gebruiken ter onderscheid met het wijsgerig scepticisme – hoewel de skeptici zelf het eerder over ‘de skeptische beweging’ zullen hebben) vond zijn eerste institutionele weerslag in 1949, met name in uw geliefde België. Toen werd het Comité Para opgericht, het Belgisch comité voor de wetenschappelijke navorsing van paranormale verschijnselen. In 1976 volgde Amerika, waar filosoof Paul Kurtz CSICOP uit de grond stampte, het Committee for the Scientific Investigation of Claims of the Paranormal. De term skeptisch raakte vooral bekend door het tijdschrift van CSICOP, Skeptical Inquirer (een ironische verwijzing naar het Amerikaanse sensatieblad National Inquirer). Hieruit ontstonden groeperingen en tijdschriften met een daarnaar verwijzende naam, zoals Skepsis/Skepter in Nederland, Skeptiker in Duitsland, en het u welbekende SKEPP.
Door Griet Vandermassen.
Artikel uit tijdschrift Wonder en is gheen wonder — Tijdschrift voor wetenschap en rede.
3e jaargang, nr. 1, 3/2003
Wij zijn een (voorlopig) relatief kleine groep nieuwsgierigen die graag willen weten hoe de wereld in elkaar zit en dat op een kritische wijze betrachten. Vooral verschijnselen die (nog) geen algemeen erkende verklaring hebben, genieten onze grote belangstelling. Kritisch en Nieuwsgierig, Waarom?
De wereld wordt overspoeld door rammelende theorieën, lichtzinnig bijgeloof, ongetoetste hypothesen en kritiekloze naäperij. Denk maar aan de Bermudadriehoek, ufo's, alles omtrent vrijdag de dertiende, homeopathie en acupunctuur, bio-magnetische onderbroeken, frenologie, astrologie, grafologie, gesprekken met de doden, het zoeken naar de perpetuum mobiles, de koude fusie, wondergeneesmiddelen enzovoort. In de media krijgen deze strekkingen waanzinnig veel kritiekloze publiciteit! Met als gevolg dat vele mensen geloven dat het om werkelijke feiten gaat. Naïeve adepten of cynische slimmeriken buiten deze goedgelovigheid uit. Terminale kankerpatiënten verkopen hun huis om waardeloze behandelingen te kunnen betalen. Aardstralenkastjes en magnetische armbanden worden voor grof geld aangesmeerd. Mensen laten hun leven beïnvloeden door waardeloze astrologische beweringen. Firma's weigeren werkzoekenden op basis van waardeloze grafologische of numerologische adviezen. De leden van SKEPP zijn gewoon nieuwsgierig en zouden graag willen weten hoe de vork aan de steel zit. Wij willen harde bewijzen en geen ongecontroleerde verhaaltjes. Wij stellen kritische vragen en schorten liever ons oordeel op dan blind te geloven.
Wij beperken ons tot het onderzoek van beweringen of feiten die als werkelijk beschreven worden en die dus controleerbaar en toetsbaar zijn. Geloofspunten vallen hier dus NIET onder. Zij zijn per definitie niet toetsbaar, anders zouden het geen geloofspunten zijn, en tot het domein van de algemeen aanvaarde wetenschap en kennis behoren. Wat wel tot ons interessegebied behoort zijn, onder andere, wonderbaarlijke genezingen, wenende madonna's enzovoort. Het mag duidelijk zijn dat SKEPP mensen van verschillende levensbeschouwingen verenigt.
Bijkomende vraag van een lezer:
Vraag: Geloofspunten vallen buiten het terrein van SKEPP, meen ik uit jullie voorstelling te begrijpen. Kunnen de mensen van SKEPP mij een aanduiding geven waar zij de grens trekken tussen een geloofspunt en andere beweringen. Stel dat ik beweer dat er een eenhoorn op mijn tafel danst. Maar hij is wel onzichtbaar en gewichtloos en.. Ik wil zelfs zo ver gaan om te beweren dat deze eenhoorn geen enkele eigenschap bezit waarmee je kan uitsluiten dat hij op mijn tafel aan het dansen is. Is mijn eenhoorn nu een geloofspunt geworden omdat ik zo slim geweest ben hem onweerlegbaar te maken?
Antwoord SKEPP: Het antwoord is neen. U bent inderdaad zo slim geweest een onweerlegbare bewering te bedenken, maar nergens zegt u dat uzelf of iemand anders dat gelooft. In dat geval is de bewering even goedkoop als onweerlegbaar, want iedereen kan zoiets bedenken. U kan natuurlijk proberen een schare volgelingen te zoeken die zoiets willen geloven, bijvoorbeeld door uzelf tot profeet van de Heilige Onzichtbare Eenhoorn uit te roepen. Misschien zou het nog wel lukken ook om een echte sekte te vormen. Maar pas dan wel op dat u geen gelovigen wint door met "bewijzen" af te komen, want dan kan men u van pseudo-wetenschap beschuldigen. U zou kunnen beweren dat men toch de eenhoorn kan zien als men maar lang genoeg in trance naar de tafel kijkt, of door te zeggen dat zieken genezen als ze met de eenhoorn dansen. Dat is dan pseudo-wetenschap. Doet u dat niet en overtuigt u toch mensen, dan hebt u een echt geloofspunt.
Het christendom en andere grote godsdiensten bevatten geloofspunten die onweerlegbaar en onverifieerbaar zijn (bijvoorbeeld de Heilige Drievuldigheid). Er is altijd gesteld dat precies het geloof daarin essentieel is. Geloof is iets heel subjectiefs, maar daarom nog niet gratuit. Anders gezegd: men kan voor zichzelf goede redenen hebben om in iets te geloven, bijvoorbeeld omdat dit het leven een zin geeft of inspireert tot moreel handelen, maar daarom gelooft men nog niet in om het even wat.
SKEPP is opgericht in 1990 door een aantal mensen uit nogal diverse wetenchappelijke disciplines, beroepen en overtuigingen. Onder de stichters waren er bijvoorbeeld professoren uit Brussel, Gent en Leuven, maar ook niet-academici en mensen die vanuit hun belangstelling in hun vrije tijd tot de doelstellingen van SKEPP gekomen waren.
Een rechtstreekse voorloper van SKEPP was de werkgroep Prometheus, die in 1976 was opgericht binnen de Vereniging Voor Sterrenkunde. Die bestudeerde pseudo-wetenschappen die verband hielden met sterrenkunde (astrologie, ufologie), maar naderhand ook andere onderwerpen, zoals het paranormale en creationisme. De werkgroep Prometheus heeft eind jaren '80 contact gezocht met mensen uit andere disciplines die soortgelijke belangstelling hadden, zoals filosofen, artsen en psychologen. Daaruit is dan SKEPP ontstaan.
Tot de oprichters van SKEPP behoren ook enkele "kritische parapsychologen" - dat zijn mensen die het paranormale bestudeerden en skeptische standpunten zijn gaan innemen - en ook leidende figuren van de Vereniging ter Bescherming van Persoon en Gezin (een vereniging die sekten in het oog houdt).
De oprichting van soortgelijke verenigingen elders in de wereld, met CSICOP in de Verenigde Staten als lichtend voorbeeld, was voor ons een aanmoediging om zelf een vereniging te starten, maar de oprichting van SKEPP is er volledig op initiatief van de eigenlijke stichters gekomen, zonder verzoek uit het buitenland. SKEPP staat vanaf de oprichting los van elke beweging of organisatie. We ontvangen alleen geld van de eigen leden. Er zijn wel goede contacten met de skeptische zusterorganisaties.
Neen. Maar er is wel een groot verschil tussen onschuldig vermaak en gewetenloze uitbuiting. Een goed goochelaar verdient bewondering. Wie echter goocheltruuks gebruikt om te beweren dat hij over paranormale gaven beschikt, moet ontmaskerd worden. Wie van oplichterij zijn broodwinning maakt kan niet gespaard worden. SKEPP heeft dus een maatschappelijke functie. Het zijn de zogenaamde heksen uit vroegere tijden die onze sympathie verdienen. Zij werden omgebracht op basis van beschuldigingen die totaal uit de lucht gegrepen waren. Wie ingebeelde feiten als werkelijkheid wil doen aanvaarden stelt zich kritiekloos op en wil terug naar de prehistorie. En daar willen wij niet weer naar toe.
Soms vragen we het ons af: waarom? Waarom steken we zoveel tijd en energie in een zaak die ieder jaar een beetje meer verloren lijkt? Onlangs nog bekroop me dat ‘we-dweilen-met-de-kraan-open-gevoel’, toen ik de etalage van de plaatselijke Standaard boekenwinkel enkele minuten bestudeerde. Dat bleek slecht voor de bloeddruk. Boeken over hekserij voor huisvrouwen. Over magie en de spirituele zoektocht naar jezelf. Inleidingen tot de aromatherapie. Alles over voetreflexologie. De voorspellingen van Nostradamus. Enzovoort. Verder nog wat kookboeken, een inleiding tot het biologisch tuinieren en de onvermijdelijke Harry Potter. Dat was het ongeveer. De Standaard boekhandel mikt op de interesses van de doorsnee Vlaming, dat ziet er niet zo goed uit voor de toekomst van Vlaanderen. Het geloof in onzin neemt alleen maar toe. Het kan allicht geen kwaad om hier aan de definitie van ‘geloof’ te herinneren die Ambrose Bierce gaf in zijn Devil’s Dictionary: “Zonder enig bewijs geloven in datgene wat iemand zonder enige kennis van zaken ons vertelt over onvergelijkelijke dingen.” En het is erger dan dat. Dankzij sociaal-psychologische studies kennen we de merkwaardige methodes waarmee mensen hun geloof verdedigen, hoe absurd het ook is. Het lijkt vaak zinloos om iemands opinie te veranderen, ook al is ze aantoonbaar fout. Sterker nog: betwist iemands opinie met feiten, logica en onweerlegbare argumentatie en zijn geloof in zijn overtuiging groeit. De muren rond het fort van onzinnigheid worden versterkt met vooroordelen en drogredeneringen, de poorten waarlangs verdere kritiek en twijfel kan binnenkomen hermetisch afgesloten. Verdere discussie is onmogelijk, of heeft geen enkele zin.
En dus kan men zich afvragen: waarom? Waarom willen we per se duidelijk maken dat homeopathie niet werkt? Dat Bigfoot naar alle waarschijnlijkheid niet bestaat en dat de kans klein is dat we telepathisch kunnen communiceren?
Er zijn mensen die menen dat skeptici er alleen maar op uit zijn om te spotten met de menselijke lichtgelovigheid en naïviteit. Ze beschouwen ons als arrogante cynici, die niet open staan voor nieuwe denkbeelden en zich koesteren in het grote gelijk van de wetenschap. Een deel van deze kritiek is, in een mildere versie ervan, niet eens onterecht. Het is waar dat skeptici mede gedreven worden door de humoristische, vaak hilarische, soms ook bespottelijke aspecten die zijn verbonden aan de menselijke neiging tot zelfbedrog. Maar onze belangrijkste motivatie is ethisch. Keer op keer stellen skeptici vast dat het pseudo-wetenschappelijke en irrationele ‘denken’ slachtoffers maakt. Dat geldt in het bijzonder, helaas vaak letterlijk, voor het wonderlijke domein van de zogenaamde alternatieve geneeskunde. Dat alleen al kan de skeptische inzet verklaren. Maar er is meer: pseudo-wetenschap bedreigt ook waarden die voor skeptici van belang zijn. Het zoeken naar betrouwbare kennis, eerlijkheid, openheid, rationaliteit, vooruitgang, kritisch denken, zoeken naar coherentie, enzovoort: in de wereld van het postmodernisme, van pseudo-wetenschap en van kwakzalverij komt dit alles in het gedrang.
Ook al dreigt de etalage van de boekhandel ons soms moedeloos te maken, we geven ons niet zonder slag of stoot gewonnen. Wat skeptici belangrijk vinden verdient het om te worden verdedigd.
Johan Braeckman
Skepticisme is zelf geen wetenschap, maar een houding en een beweging, die de bedoeling heeft de mensen voor te lichten over de wetenschappelijke resultaten op die gebieden waar ze vaak om de tuin worden geleid. Hierbij doen we geen beroep op wetenschappelijke resultaten die nog ter discussie staan (of als dit het geval is zeggen we dat zeer duidelijk). Wat men onbescheidenheid vindt, is geen bewijs dat we een hoge dunk over onszelf hebben; wij hebben die wetenschappelijke resultaten niet zelf gevonden: ze zijn binnen de kring van specialisten algemeen aanvaard. Er bestaan zoals men weet nog mensen die menen dat de aarde plat is en niet bolvormig; zo zijn er ook nog geregeld mensen die een oplossing menen gevonden te hebben voor het probleem van de kwadratuur van de cirkel en velen onder ons zijn al jaren (af en toe) in discussie met ene Wessel di Wesseli die beweert een perpetuum mobile te kunnen maken, maar dit nog altijd niet gedaan heeft. Met de denkbeelden van deze mensen gaan we soms wel een beetje spottend om en misschien is dat niet netjes: bij sommigen zouden we misschien eerder medelijden moeten hebben. Maar onze ervaring is wel dat veel van die mensen onnoemelijk hoogmoedig zijn: tegen de totaliteit van de astronomen, de wiskundigen en de natuurkundigen van de laatste twee eeuwen, beweren ze het beter te weten. Maar die mensen zijn tenslotte vrij onschadelijk en daarom houden ze ons niet intens bezig.
Wanneer echter mensen bij hoogdringendheid hun huis verkopen, ver onder de prijs, omdat een kwakzalver beweerd heeft dat er verkeerde aardstralen onder het huis zitten, dan is dat niet meer onschuldig en evenmin is het onschuldig wanneer er zware onenigheid in een gezin ontstaat omdat de echtgenote voor ongeveer 1500 EURO een apparaat gekocht heeft tegen aardstralen (dit zijn reële feiten). Hier is grof bedrog mee gemoeid en iemand moet toch aan de mensen uitleggen dat aardstralen niet bestaan: die iemand zijn wij. Misschien vindt men het onbescheiden dat wij beweren dat aardstralen niet bestaan, maar dat hebben wij zelf niet uitgevonden: een groot aantal onomstotelijke onderzoekingen hebben dat aangetoond. Bovendien, hoewel wij zelf, na al dat onderzoek, overtuigd zijn dat aardstralen en wichelroeden in het domein van de onzin thuis horen, blijven wij bereid degenen die het alsnog willen bewijzen aan een proef te onderwerpen, waarbij ze dan nog een groot bedrag kunnen verdienen. Zo hebben we eens een onderzoek gedaan met wichelroedelopers (die overigens eerlijk in hun gaven geloofden) die beweerden te kunnen zeggen waar water te vinden was en waar niet. Het werd eens te meer een jammerlijke mislukking.
Het is een feit dat wij soms harde uitspraken doen, maar dit is vooral het geval op het vlak van de geneeskunde. Mensen die op dat gebied wetenschappelijk onhoudbare beweringen verspreiden - en daar vaak schandelijk veel geld mee verdienen - brengen het leven van hun medemensen in gevaar (bijvoorbeeld door het afraden van een reddende kankertherapie). Vergelijkbare ellende kan veroorzaakt worden door astrologen en andere waarzeggers. Is het niet onze plicht daar hard tegen in te gaan?
Misschien drukken we ons soms te scherp uit als het niet over dergelijke wanpraktijken gaat, en we staan ervoor open om daarover detailkritiek te krijgen: nobody is perfect.
Etienne Vermeersch
VRAAG : Een belangrijke factor, welke van beslissende invloed is geweest op het wetenschappelijk denken, is de manier waarop de wetenschapper zijn onderzoek doet. De basis van zijn onderzoek wordt gevormd door het verrichten van waarnemingen. Hierbij speurt hij naar wetmatigheden in de natuur. Als resultaat hiervan zal hij trachten modellen op te stellen, welke algemeen geldig zijn. Hierbij volgt de wetenschapper een evolutionair pad, waarbij de werkelijkheid wel steeds dichter wordt benaderd, maar deze mogelijk nooit wordt bereikt. Het primaire doel van dit proces is echter de beheersing van de natuur. Niet het vinden van de waarheid. Dat kan hooguit het secundaire doel zijn, want deze ligt pas aan het einde van het proces, dat in principe oneindig lang kan duren. Elk model of theorie is echter een benadering, welke gebaseerd is op een beperkte hoeveelheid gegevens. Het moet steeds worden aangepast wanneer zich weer nieuwe verschijnselen voordoen. Bij het zoeken naar verklaringen lijkt het er op dat het vaststellen van een goede logische, plausibele en causale verklaring belangrijker is dan het verschijnsel zelf. Immers de wetenschapper is ingehuurd om verschijnselen te verklaren en hanteerbaar te maken. Met onverklaarbare zaken kan hij niet uit de voeten. Wonderen maken hem letterlijk brodeloos. Daar is geen eer aan te behalen.
Aan deze werkmethode is het gevaar verbonden dat de wetenschapper langzamerhand in zijn model, dat hij steeds maar verder perfectioneert, vast groeit. Hij gaat op den duur geloven in de onomstotelijke geldigheid ervan en is dan geneigd een waarneming die hier niet in past als twijfelachtig of zelfs als onjuist te beschouwen. Dat kan zo ver gaan, dat hij zelfs weigert ook maar een blik te werpen op verschijnselen die buiten zijn wetenschappelijke model vallen. Dit omdat hij dan het gevaar loopt een geheel nieuw model te moeten ontwerpen. Een voorbeeld hiervan is de wetenschappelijke afwijzing van een aantal homeopatische geneesmiddelen, waarvan de werking echter duidelijk is aangetoond. In het boek van Ian Pearce "Stress, Kanker, Voeding en Meditatie", wordt een voorbeeld gegeven van een op deze wijze vastgelopen wetenschapper, professor John Tayler, die eens tijdens een college zou hebben gezegd:
"Er zijn drie dingen die ik onmogelijk kan aanvaarden, voorkennis, materialisatie en dematerialisatie, en levitatie, het opheffen van de zwaartekracht. Als het bestaan van één van deze drie bewezen kan worden, zou dat alle aanvaarde natuurwetten omverwerpen. Deze wetten nu zijn ons bijzonder van dienst geweest bij het begrijpen van de stoffelijke wereld en daarom kunnen wij ons domweg niet veroorloven ze omver te laten werpen. Ik zou mij dan ook met hand en tand tegen een dergelijk bewijs verzetten, ook als dat geleverd zou kunnen worden, want als dat zo is, zou ik terug zijn bij af en mijn hele wetenschappelijke overtuiging moeten herzien."
Het zal duidelijk zijn, dat we met een dergelijke hantering van wetenschappelijke modellen niet zo goed in staat zijn belangrijke vorderingen te maken bij het wetenschappelijk- en met name bij het geneeskundig onderzoek. Ik denk hierbij aan de moeizame vorderingen bij het onderzoek van rheuma, hart- en vaatziekten, kanker en aids, maar ook bij de 'eenvoudige' ziektes als griep en verkoudheid. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat er andere alternatieve denkbeelden beginnen te ontstaan, welke meer uitzicht bieden. Het zal ook duidelijk zijn dat de officiële wetenschap zich heftig tegen deze nieuwe denkbeelden zal verzetten. Dit omdat ze niet passen in de bestaande modellen en zij opgevat worden als aanvallen op hun gevestigde orde. Naam en adres bekend
REACTIE door prof. ETIENNE VERMEERSCH
Geachte,
In uw bijdrage over het "wetenschappelijk" denken zitten enkele terechte opmerkingen, maar ook een aantal moeilijk houdbare. Het is inderdaad juist dat de onderzoeker zoveel mogelijk verschijnselen die hij vaststelt, zal proberen onder te brengen in modellen. Meestal gaat het om wetten die zelf kunnen herleid worden tot overkoepelende theorieën. Een eerste keer gaat de auteur uit de bocht als hij beweert dat het primaire doel van dit proces beheersing van de natuur is, en niet het vinden van de waarheid. Dat is historisch onjuist. De ontwikkeling van de wiskunde in de Oudheid had met beheersing van de natuur geen uitstaans; en dat geldt ook in grote mate voor de statica, de hydrostatica en de optica. Wie het axiomatisch opgebouwde werk over hydrostatica van Archimedes bestudeert (peri ochoumenoon), moet vaststellen dat de daar bewezen stellingen, hoe verbluffend ook, nauwelijks iets met eventuele toepassingen te maken hebben. Overigens is de studie van de astronomie tot halfweg de 20ste eeuw helemaal en ook nu nog grotendeels, gericht op het theoretisch kennen, zonder uitzicht op beheersing. Bij het ontstaan van de natuurkunde van Newton en de vernieuwing van de scheikunde bij Lavoisier, kan men hetzelfde vaststellen. Toen Maxwell zijn theorie van de electromagnetische golven ontwikkelde, had hij geen idee van de onvoorstelbaar vele toepassingen die daardoor een verklaring zouden krijgen.
Dat wetenschappers een tendens hebben om zich aan een model waarin ze jarenlang gewerkt hebben, vast te klampen, is inderdaad herhaalde malen vastgesteld: zie Galileï, Lavoisier, enz. Telkens opnieuw is het echter opgevallen dat jongere onderzoekers weinig problemen hebben om oude modellen af te breken; integendeel, ze kunnen er hun naam mee vestigen.
Wat onze auteur niet schijnt te beseffen is het volgende. De tendens om een bestaand model te verdedigen, heeft ook grote voordelen. De wetenschappelijke wereld wordt immers voordurend overspoeld met beweringen over waarnemingen van de meest uiteenlopende aard. Meestal zouden de onderzoekers het grootste deel van hun kostbare tijd verliezen, indien ze die allemaal au sérieux zouden nemen. De tendens om daarbij alles wat niet strookt met het model uit te schakelen biedt daarbij een enorme tijdwinst..
Het is echter onjuist te beweren dat daardoor nieuwe vondsten niet kunnen doordringen. De vrij snelle doorbraak van de relativiteitstheorie en de quantummechanica, in strijd met de Newtoniaanse fysica, heeft dat ontkracht. Ook in de geneeskunde heeft men herhaaldelijk nieuwe ideeën zien doorbreken. Zo was tot enkele jaren geleden bijna iedereen ervan overtuigd dat maagzweren een zuiver functionele stoornis waren, vooral bevorderd door stress. Nu aanvaardt nagenoeg iedereen dat een bacterie er een wezenlijke rol in speelt en dergelijke voorbeelden zijn legio.
Naast de modellen die op beperkte terreinen worden toegepast, gebruiken de grote wetenschappelijke theorieën echter ook zeer algemene postulaten die samenhangen met enkele absoluut noodzakelijke invariante kenmerken die we aan de natuur moeten toeschrijven om die voor wetenschap toegankelijk te maken. De hypothese bv. dat de natuurwetten niet plots veranderen; dat de universele constanten geen drastische schommelingen ondergaan (bv. dat de lichtsnelheid ofwel constant blijft ofwel slechts onnoemelijk kleine wijzigingen ondergaat) enz. Een van die basispostulaten die tot grote successen in de geschiedenis van de wetenschappen heeft geleid, is het naturalistisch postulaat dat zegt dat de verschijnselen en wetmatigheden op alle kennisdomeinen uiteindelijk, ten eerste gehoorzamen aan de basiswetten van de scheikunde en de natuurkunde, en ten tweede, daarin uiteindelijk hun verklaring zullen vinden. In de wetenschapsgeschiedenis is dat postulaat nooit op één zelfs miniem gebied ontkracht en daarenboven heeft het als leidraad gediend bij alle grote stappen vooruit in de uitbreiding van ons inzicht in de natuur. Een dergelijk postulaat is niet gelijk te stellen met een "model" dat tijdelijk als verklaring moet dienen. Een typische toepassing van dat postulaat in de natuurkunde is de stelling dat een 'perpetuum mobile' niet construeerbaar is. Sinds jaar en dag worden universiteiten over de hele wereld geregeld geconfronteerd met 'studies' die moeten aantonen dat zo'n perpetuum mobile wel geconstrueerd kan worden.
Vaak zijn die bijzonder ingewikkeld. Het zou gewoon idioot zijn al die projecten te bestuderen en daaraan kostbare tijd te verliezen. Dankzij het postulaat kunnen we die gewoon van de tafel vegen. Daar is niets onwetenschappelijks aan: zodra verpletterend bewijsmateriaal voor het bestaan van dat perpetuum mobile zou geleverd zijn, zou men het wel moeten aanvaarden en de hele fysica ombouwen, maar zoiets doet men toch niet voor de eerste de beste bewering. De professor John Tayler, die levitatie, dematerialisatie, materialisatie en voorkennis niet aanvaardt, is helemaal niet vastgelopen: hij gebruikt zijn elementair gezond verstand: het aanvaarden van het bestaan van die fenomenen is strijdig met het naturalistisch postulaat en met dit van de invariantie van de basiswetten van de natuur. Er zijn in de loop van de geschiedenis tienduizenden verhalen opgedoken over fenomenen die met het naturalistisch postulaat in strijd zijn en waar geen redelijk mens rekening mee houdt (kabouters, elfjes, spookverschijningen, vrouwen die zich in een zwarte kat kunnen veranderen, enz. enz. ). De mensen - ook onze auteur - houden daar geen rekening mee omdat ze onbewust het naturalistisch postulaat hanteren. Zonder dat postulaat is de wereld van Harry Potter even waarschijnlijk als die van ons.
Wat de homeopathie betreft, die is zonder meer in strijd met het naturalistisch postulaat. Overigens is dat niet het opkomen van een nieuw model, maar het hardnekkig blijven bestaan van een al eeuwen achterhaald model. Hoewel dat eigenlijk niet hoefde, zijn er toch mensen die hun kostbare tijd besteed hebben aan het testen van deze geneesmethode. Nooit is die op ook maar één terrein systematisch efficiënter gebleken dan een placebobehandeling. Toch blijft men beweren dat de werking is aangetoond: daar ligt het krampachtige vasthouden aan verroeste ideeën. Mag ik er terloops op wijzen dat het verwijzen naar boeken in deze materies niet bewijskrachtig is: het papier is gewillig. Alleen publicaties in internationaal aanvaarde referee-tijdschriften komen hiervoor in aanmerking.
En dan volstaat het nog niet één of een paar artikels te hebben: vooraleer in deze materies een ruime consensus is ontstaan is het verlies van tijd en geld, en op medisch vlak, van mensenlevens, om geloof te hechten aan bakerpraatjes...waarom dan niet onmiddellijk Harry Potter erbij halen: daar is er tenminste "method in the madness".
Etienne Vermeersch
Vraag: "Wetenschappelijk is vastgesteld dat de aarde rond de zon draait en de zon dus niet opgaat. Dus is de uitspraak ''de zon gaat op'' volgens uw definitie pseudowetenschap?"
Een wetenschap is een geheel (liefst systematisch) van uitspraken over waarnemingen, wetten en overkoepelende wetten waarvan op strict methodische wijze de waarheid of betrouwbaarheid onderzocht wordt. Een pseudowetenschap is een geheel van uitspraken die ofwel op een onbetrouwbare methode gebaseerd zijn, ofwel in strijd zijn met het geheel van de wetenschappelijk aanvaarde kennis. Een afzonderlijke uitspraak is dus geen wetenschap en ook geen pseudowetenschap. Zo'n ooordeel kan waar of onwaar zijn. Zeggen dat de zon opgaat is een ware uitspraak omdat men daarmee bedoelt dat vanuit het standpunt van de waarnemer de zon boven de horizon naar omhoog gaat. De uitspraak dat de aarde rond de zon draait is een onderdeel van de wetenschappelijke theorie die verklaart waarom de waarnemer op aarde de indruk heeft dat de zon zich in de loop van een jaar over de zodiak beweegt en zo een cirkel beschrijft. Dat de zon opgaat heeft daar niets mee te maken, maar wel met het feit dat de aarde op 24 uur om haar as draait.
Etienne Vermeersch
Er bestaat maar één soort echte geneeskunde. Binnen die geneeskunde zijn er heel wat alternatieven. De enige geneeskunde die volgens ons recht heeft op die naam bestaat uit die middelen, handelingen of toestellen die bewezen hebben te werken voor bepaalde aandoeningen. Die werking moet beter zijn dan alleen het placebo-effect. De enige echte geneeskunde moet "evidence based" zijn, gesteund op bewijs. Een tweede soort geneeskunde is die waarvoor dat bewijs niet of nog niet is geleverd. Die tweede soort krijgt het voordeel van de twijfel als er indicaties zijn die erop wijzen dat ze mogelijk wel zouden helpen. Ze kunnen dan het tijdelijke statuut van geneeswijze (of middel) in onderzoek krijgen en moeten binnen een redelijke termijn hun bewijs leveren, of verdwijnen. Dit onderzoek mag enkel uitgevoerd worden binnen het kader van een aangemelde klinische proef, mag enkel gebeuren mits toelating van een erkende ethische commissie, en moet beperkt zijn in de tijd. De patiënt moet op voorhand weten dat hij aan een proef deelneemt. Nu zijn er mensen die vinden dat er nog een derde soort geneeskunde moet erkend worden. Daar worden veel verschillende benamingen voor gebruikt zoals alternatief, complementair, natuurlijk, niet-toxisch, zacht, niet-conventioneel. Om ze van de wetenschappelijke geneeskunde te onderscheiden, en zo een eigen identiteit te verwerven, hebben ze voor de wetenschappelijk bewezen geneeskunde dan namen bedacht die een verdoken negatief oordeel inhouden. Ze spreken dan van reductionistische, cartesiaanse of school- of oogkleppengeneeskunde. De veel gebruikte term allopathie is uitgevonden door de homeopaten en berust op de totaal onjuiste middeleeuwse opvatting dat alle ziekten veroorzaakt worden door een onevenwicht tussen de vier levenssappen. Zijzelf werken met de sappen mee en de anderen er tegenin. Dat creëert een vermoeden van gelijkwaardigheid: er is allopathie en homeopathie, en die zijn evenwaardig aan elkaar. Het standpunt van SKEPP is dat zogenaamde alternatieve geneeswijzen geen geneeskunde zijn, maar horen onder de noemer "niet bewezen behandelingen". Bij die behandelingen zijn er die in meer dan honderd jaar er nog steeds niet in geslaagd zijn om enig deugdelijk bewijs te leveren van hun werking voor enige ziekte.
Een kwakzalver is een persoon die gewoonlijk behandelingen toepast of verkoopt waarvan hij weet dat er geen deugdelijk bewijs voor de werking bestaat. Behandelsystemen die er na vele jaren nog steeds niet in geslaagd zijn enig overtuigend bewijs te leveren van hun werking noemen we kwakzalverij of oplichterij, tot bewijs van het tegendeel. Dat ze succes hebben bij heel wat patiënten en zelfs ook door enkele gediplomeerde artsen worden toegepast, is een zeer interessant gegeven dat verdere uitdieping verdient. Moeten deze middelen of systemen dan verboden worden? Zeker niet. Er zullen altijd mensen zijn die er om allerlei redenen toch willen in geloven of hopen. Laat hun die vrijheid; de volwassen burger moet het recht hebben om zich te laten verwennen of te laten oplichten. Als hij daarbij dan nog gelukkig is ook, des te beter. Alles waar de burger zich beter bij voelt moet kunnen, zolang er niemand letsel door oploopt of schade lijdt. Waarvoor wij echter geen tolerantie aan de dag leggen, is de valse informatie en bedrieglijke propaganda die door veel alterneuten verspreid wordt. Als zij liegen over gefantaseerde genezingen en successen, dan zijn ze geen leuke entertainers meer, maar worden het gewetenloze oplichters. De mensen hebben recht op eerlijke informatie over wat zij van die alternatieve geneeswijzen kunnen verwachten, en wat niet. Oplichterij is strafbaar, ook voor wie zich alternatief noemt.
Voor alle duidelijkheid: er is nog geen enkele alternatieve behandeling erkend door het Ministerie. Er staat wel in de wet Colla dat een eerste stap voor de aanvraag tot erkenning moet zijn dat ze zich verenigen, daarna moeten ze nog bewijs leveren. Dus: elke vereniging kon zich laten registreren, maar dat betekent absoluut niet dat de methode erkend is!
SKEPP stelt zich tot doel para- en pseudowetenschap te onderzoeken. Er moet dan ook een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds beoefenaars van een wetenschappelijk onderbouwd beroep die fouten maken tegen de regels van hun beroep en anderzijds de beoefenaars van een kwakzalverij waarbij het systeem zelf onwetenschappelijk is. Een normale arts die fouten maakt of kwakzalver wordt, mag als individu aangepakt worden, maar zijn handelen brengt het systeem van de wetenschappelijke geneeskunde niet in opspraak, omdat hij zelf de regels van het systeem overtreedt. Daarentegen zal een homeopaat die volledig correct handelt volgens de regels van de homeopathie toch een kwakzalver zijn, omdat het systeem zelf kwakzalverij is. Het is inderdaad zo dat de mechanismen voor kwaliteitsverbetering en controle binnen het medisch beroep niet steeds optimaal zijn, maar ook dat valt niet onder de noemer pseudowetenschap en brengt het streven naar evidence based medicine niet in opspraak. SKEPP krijgt soms het verwijt dat onze artikels zich steeds eenzijdig richten op de zogenaamde alternatieve behandelingen en dat we niet kritisch zijn tegenover de reguliere geneeskunde. Er zijn nog steeds domeinen van de reguliere geneeskunde waar gefundeerde kritiek op kan gegeven worden, iets wat we trouwens dagelijks in de medische tijdschriften kunnen terugvinden, want het is inherent aan de wetenschappelijke geneeskunde dat ze steeds kritisch blijft en het eigen handelen in vraag durft stellen. Vergissen is menselijk. Waar mensen werken, zullen er altijd fouten gemaakt worden. Het is pas als mensen bewust en systematisch verkeerde behandelingen blijven toepassen, met name behandelingen waarvan de werking niet bewezen is of waarvan zelfs de onwerkzaamheid bewezen is, dat we mogen spreken van pseudo-wetenschap of kwakzalverij.
Laat één ding duidelijk zijn: psychotherapie helpt. Maar dat is gemakkelijk gezegd, verder heerst er inderdaad onduidelijkheid en onzekerheid. Welke therapie helpt het best in welke omstandigheden en bij welke indicatie? Het is een grotendeels wetenschappelijk onontgonnen terrein. Daardoor is het voor de leek die hulp zoekt, in een cultuur waar de psychiatrie met een stigma bekleed is, en waar een wildgroei aan niet-erkende psychotherapiescholen bestaat, niet eenvoudig om de juiste hulp te vinden. De aard van het psychische probleem is bepalend voor het soort therapie dat aangewezen is. Ernstige acute psychiatrische problemen vergen deskundige medisch-psychiatrische behandeling. Depressie, schizofrenie, bipolaire stoornis (manische depressie), fobieën of borderline vragen een deskundige en multidisciplinaire aanpak, waarin patiënt, familie, medische professionals en hulpverleners samen de beste resultaten boeken in een veellagige aanpak waarin geneesmiddelen, gepaste vormen van psychotherapie (praten) en psycho-educatie de beste resultaten opleveren. Het bestaande klinische onderzoek wijst duidelijk op de superioriteit van de combinatie geneesmiddelen & psychotherapie. Dat laatste meestal onder de vorm van directieve en cognitieve gedragstherapie. Deze therapie richt zich op bewustwording van vormen van gedrag en daarop bouwende gedragsverandering. Zo kunnen vicieuze cirkels (verkeerde conditioneringen, onproductieve gedragspatronen) doorbroken worden, kunnen mensen leren leven met hun mogelijkheden en beperkingen. Maar mensen hebben soms ook minder ernstige psychische problemen die een breed spectrum kunnen beslaan, met een mengeling van relationele, gedragsmatige of filosofische componenten. Hoe ga ik met kinderen of partner om, hoe sta ik in het leven, hoe ga ik om met moeilijke mensen, waarom ben ik niet gelukkiger, …? Het is niet verwonderlijk dat de vele vormen van therapie, van meditatie tot encounter, en van neurolinguïstisch programmeren tot rebirthing mensen rust kunnen geven, kunnen helpen herbronnen, nieuwe levenspatronen helpen vinden. Een luisterend oor, een wijze raad, een begripvol en ondersteunend gesprek: het helpt mensen die (psychische) problemen hebben. Iedereen zal voor zichzelf moeten uitmaken welke methode, welke therapeut of begeleider haar of hem het best ligt. Want dat blijkt uit het weinige betrouwbare onderzoek dat er over gevoerd is: de persoonlijkheid en de inzet van de therapeut is belangrijker dan het gevolgde systeem of de beleden theorie. Let wel: veel van deze methoden kunnen geen objectieve bewijzen van werkzaamheid voorleggen. Ze kosten veelal heel wat geld. Ze worden dikwijls uitgevoerd door mensen die geen ernstig diploma op zak hebben en weinig betrouwbare opleidingen achter de rug hebben. Dat hangt ook samen met het feit dat psychotherapeuten vooralsnog niet erkend zijn in België. Dat maakt het voor de leek niet gemakkelijker om door de bomen het bos te zien. Het grootste gevaar van deze situatie is dat mensen met ernstige psychiatrische problemen in een alternatief, 'new age'-achtig circuit van hulp- en zelfhulp kunnen terechtkomen waar hun eigenlijke probleem onbehandeld blijft en daardoor erger kan worden. Hoe langer psychische stoornissen onbehandeld blijven, hoe ernstiger ze worden en hoe moeilijker te behandelen. Voor mensen met psychosen zijn bijvoorbeeld therapieën die diep gaan graven in karakter en verleden uit den boze. (Niettemin: bij een recent boek over psychoanalyse en psychose wordt verteld dat het toegankelijk is voor de talrijke mensen die vanuit een bewogenheid met psychotici werken maar wetenschappelijke literatuur eerder schuwen.) Talloos zijn ook de mensen die met problemen zoals autisme, epilepsie, dyslexie, mentale handicaps of ADHD in alternatieve circuits belanden. Daar wordt de biologische basis van de aandoeningen meestal ontkend, waardoor de schuld bij opvoeding, karakter of verkeerd ingestelde chakra's komt te liggen, met andere woorden: bij jezelf. De wildgroei in de wereld van de psychotherapie, geënt op een amalgaam van zelfhulp- en doorgroeitheorieën, houdt risico's in: patiënten kunnen ongecontroleerd gemanipuleerd of misleid worden, mensen krijgen een verkeerd beeld van de werking van hun lichaam en hersenen en krijgen een verdraaide kijk op de rol van emoties en gevoelens. De echte problemen blijven onbehandeld. In die wereld leven ideeën zoals "de meeste psychologische problemen zijn het gevolg van trauma of mishandeling in de kinderjaren". De betwistbare en als ze al bestaat zeldzame diagnose van multipele persoonlijkheid wordt in die kringen veel gesteld. Allerhande kruiden- of plantenextracten gaan vlot over de toonbank (met soms desastreuze interacties met echte geneesmiddelen). Oogbewegingstherapie, handschriftanalyse, verdrongen herinneringen,(transcendentale) meditatie duiken in een of andere vorm regelmatig op. Niemand zal ontkennen dat een wekelijkse sessie op de bank van de psychoanalyticus voor mensen met genoeg tijd en geld en met een zekere belangstelling voor verhalen en retoriek een inspiratiebron kan vormen om hun leven vorm te geven. Zoals het ook niet te ontkennen is dat sommigen door boeken of trainingen van goeroes als Deepak Chopra of Greenfield (van De Celestijnse Belofte) zeggen zich beter te voelen. Maar dat zeggen vele mensen van het bezoek aan hun stamcafé of een middagje wandelen in het bos ook. Een paar criteria om een therapeutische aanpak met kritische ogen te bekijken: - de therapeut volgt of propageert een systeem dat van een trademark of copyright voorzien is; - de lijst van aandoeningen of problemen die je ermee kan oplossen is langer dan vijf; - de therapeut heeft geen universitair diploma of is opgeleid aan een of ander obscuur instituut; - de therapeut kan je geen afgebakend behandelschema voorleggen waarin duidelijke doelen vooropgesteld worden; - de therapie verwerpt alles wat psychiaters, neurologen of andere artsen je totnogtoe verteld hebben, inclusief de voorgeschreven geneesmiddelen. Voor wie wat moois en leerzaams wil lezen over de verhouding tussen taal en biologie, tussen zin en waanzin, tussen poëzie en psychiatrie, die leze Twee Ambachten van Rutger Kopland, het pseudoniem van R.H. van den Hoofdakker, dichter én hoogleraar psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Vraag: Reeds geruime tijd ben ik op zoek naar wetenschappelijke onderzoeken van alternatieve behandelwijzen, maar het internet leert me weinig meer (wat er wel te vinden is en wel in ergerlijk grote hoeveelheid, is verdedigingen van deze onbewezen theorieën). Zijn er bij toeval interessante websites te vinden, naast die van skepp, om wat info hierover terug te vinden?
Paragnosten werden al heel vaak ingezet om moordzaken op te lossen, maar : (1) ofwel zijn de beweringen erover achteraf vervalst; (2) ofwel gaven ze informatie die ze niet op paragnostische wijze hadden bekomen, maar via andere kanalen, (3) ofwel gaven ze informatie die vooraf reeds vrij plausibel was; (4) soms gaven ze misleidende informatie die het onderzoek in de war stuurde en onschuldigen in het gedrang bracht, zoals Peter Hurkos deed in verband met de "wurger van Boston".
De experimenten op VT4 waren voor een kritische waarnemer helemaal niet overtuigend, wel integendeel: is er één geval mee opgelost?
Deze experimenten waren methodologisch totaal onbetrouwbaar: de TV-regie van het gebeuren gaf de paragnosten de pap in de mond en toch maakten ze nog talloze fouten.
Hetzelfde mbt "Het Zesde Zintuig" op VTM.
VRAAG aan SKEPP: Ik heb een vraagje, ik schrijf een artikel over geestuitdrijvers en wou graag jullie kant van het verhaal even kennen. Vergeef me de volgende alinea onzin maar het is een deel van de vraag) Blijkbaar zijn er toch een aanzienlijk aantal mensen die een beroep doen op hulp van geestuitdrijvers en geloven dat er negatieve energie in hun huis hangt of dat er een geest in een schilderij zit waardoor ze zich aangestaard of ongemakkelijk voelen of onherkenbare gedaantes zien bewegen en zelfs geluiden horen die er normaal niet horen te zijn of zich een bepaalde handeling niet kunnen herinneren en dan maar zeggen dat het een geest is die de plant verzet en het antwoordapparaat uitzet.
Ik vraag me gewoon af, als zoveel mensen dergelijke ervaringen hebben en als we het bestaan van geesten uitsluiten, waaraan ligt het dan dat mensen toch die ervaringen beleven? Foto's met zogezegde geesten op zijn gemakkelijk te onderzoeken, maar wat met de levensechte verschijningen? Is het gezichtsbedrog, is het aanstellerij van mensen die aandacht willen (ik kan me moeilijk voorstellen dat al die mensen rechtuit liegen over wat ze meegemaakt hebben), gaan we er zodanig in geloven dat we zien en voelen wat we willen of bestaat er wel degelijk een wetenschappelijke verklaring voor? (ik hoorde ooit iets over magnetische velden die korte lichtflitsen veroorzaken en dat zou dan de verklaring zijn voor zogezegde verschijningen?!!) Ik vraag me af hoe jullie hierover denken.
ANTWOORD: Nagenoeg alle beweringen over verschijningen zijn te wijten aan (1) bewust bedrieglijke verhalen; (2) gezichtsbedrog en illusies: men heeft iets gezien, maar, ofwel op het waarnemingsvlak, ofwel op het vlak van de begripsvorming, werd het verkeerd geïnterpreteerd. Dat is het gevolg van het feit dat onze percepties slechts enkele waarnemingsgegevens nodig hebben om een bepaald gegeven te herkennen. (Daarop is bv. het feit gebaseerd dat wij karikaturen, die slechts enkele trekjes aangeven, toch goed kunnen herkennen). (3) hallucinaties: dat zijn beelden die door onze hersenen geproduceerd worden (voorstellingen), maar die zich aan de waarnemer voordoen als echte waarneming, hoewel er geen waarneembaar object aanwezig is.
Van elk van deze vervormingen van de waarneming is aangetoond dat ze zich bij de mens op massale wijze voordoen. Er is dus geen reden om nog naar een ander mechanisme te zoeken. Het spreekt vanzelf dat allerlei factoren, lichamelijke en psychische, de aard en de frekwentie van deze fenomenen kunnen beïnvloeden. Men kan ze bij andere induceren, bv. bij camoeflage; ze komen in de dierenwereld voor: bv. de "wandelende tak", enz. Het studieonderwerp is interessant, maar het verliest alle belang indien men er het zogenaamd buiten- of bovennatuurlijke bijsleurt.
Etienne Vermeersch
SKEPP heeft geen enkel bezwaar tegen yoga. Het kan leuk en ontspannend zijn, het kan zenuwpezen helpen om te ontspannen en hun adem beter te controleren, en zich aldus beter te voelen. Als er echter iemand is die zou beweren dat men door yoga bovennatuurlijke krachten krijgt of dat er ernstige ziekten mee kunnen genezen worden, dan zouden we wel graag daarvoor een bewijs zien.
Het probleem met Nessies en Yeties is dat men niet schijnt te begrijpen dat er méér dan één individu van moet bestaan om als soort te overleven. Dat betekent hele Yetidorpen en Nessiekuddes : wel zéér erg onwaarschijnlijk, als u het ons vraagt.
Maar niet getreurd, er zijn zonder twijfel nog diersoorten die op ontdekking wachten. Denk maar aan de Joegoslavische grotdieren die in een zwavelatmosfeer leven en sterk verschillen van alle bekende insecten, kreeften etc.
Verder herinneren wij graag aan het feit dat men, omstreeks 1988, een tweetal hertensoorten ontdekt heeft in Vietnam, grote zoogdieren die dus nog niet bekend waren voor de wetenschap! Terwijl we tot vandaag enkel nep-nessies en nep-yeties hebben mogen vaststellen (meestal tijdens het locale toeristische hoogseizoen).
Verlies dus de moed niet, maar volhardt ook niet met zoeken op platgetreden paden!
VRAAG: Graag had ik de mening van SKEPP over Cryonics , het bewaren van een menselijk lichaam onder extreem lage temperaturen. Volgens aanhangers van "cryogene suspensie", zou men in staat zijn een mens na dood te conserveren en in de toekomst te repareren en te reanimeren. Zo zou men bij een ziekte waar nu nog geen medicijn voor bestaat, het lichaam even "bewaren" om dan in de toekomst, als de ziekte geneesbaar is, de mens de reanimeren en te genezen.
Naast de gecompliceerde aspecten van cryonisme vraag ik me ook iets meer voordehandliggende zaken af: stel dat het inderdaad technisch mogelijk zou
zijn om iemand te reanimeren na jarenlange invriezing, zijn je spieren daarna wel nog in staat om te functioneren na zolang op inactief te staan, is je lichaam aangepast aan nieuwe leefomstandigheden, ziektes, voeding, .... ?
ANTWOORD SKEPP: Men moet een onderscheid maken tussen de principiële stelling: "als men een menselijk lichaam en meer bepaald het brein zo kan invriezen dat de fysiologische en micochemische structuren onaangetast blijven, dan zou dezelfde persoon na x jaar (100, 1000) opnieuw kunnen wakker worden en leven" en de factische stelling dat zoiets kan gerealiseerd worden of nu reeds gerealiseerd is. De eerste stelling lijkt mij onbetwijfelbaar: onze persoonlijkheid hangt volkomen samen met de structuren van ons brein. De tweede en de derde stelling zijn vragen van feitelijke aard. De laatste stelling zou een hoge probalititeit krijgen als men het bv. met een chimpansee zou gerealiseerd hebben; bij mijn weten is dat niet gebeurd. Het probleem is dat o.m. wegens de aanwezigheid van water in ons lichaam veel cellen bij het invriezen bartsten (water zet bij bevriezing uit), wat uiteraard de delicate structuren in het brein onherroepelijk verwoest. Vermoedelijk kan dit euvel slechts worden weggenomen als men erin zou slagen al het water in ons lichaam te vermengen met een soort antigel die ervoor zou zorgen dat het kristalliseren voorkomen wordt; daarbij zou men de garantie moeten hebben dat ook andere scheikundige verbindingen ongewijzigd blijven. Zolang wij geen garantie hebben dat het invriezen zonder schade kan gebeuren (en, zoals ik zei, dierenexperimenten zouden dat gemakkelijk kunnen waarschijnlijk maken) is het huidig invriezen niets meer dan onnozel weggegooid geld.
Van: "David Verbeke"
Datum: Tue, 06 Jan 2004
Aan: skepp
Onderwerp: Cryonics
Geachte,
Ik schrijf jullie naar aanleiding van een korte reactie i.v.m. cryonics die ik las op jullie website.Jullie merkten correct op dat de slaagkansen van het concept in de eersteplaats afhangt van de schade die aan het lichaam berokkent wordt tijdens het invriesproces. Het staat ontegensprekelijk vast dat met de huidige methode- ondanks de cryoprotectants - er een niet geringe schade is door dekristalvorming in het lichaam. Mocht men in staat zijn iedere cel in hetlichaam onbeschadigd te bewaren, dan zou het concept inderdaad reeds eengrotere kans van slagen hebben. Echter, naast de technische kant is ernatuurlijk nog de sociale problematiek, maar laat mij dit hier even terzijde laten.
Hetgeen mij vooral stoorde was de opmerking op het einde van de reactie:"zolang wij geen garantie hebben dat het invriezen zonder schade kan gebeuren is het huidig invriezen niet meer dan onnozel weggegooid geld". Ik had toch een iets meer genuanceerde benadering verwacht. De reparatiemogelijkheden van de toekomst zijn onbekend, en het zou dus bestwel eens kunnen dat cellulaire reparatie (nanotechnologie) in de toekomst deinvriesschade kan herstellen. Indien men de technologische evolutie van delaatste vijftig jaar naar de toekomst extrapoleert, dan zal u het met mijeens zijn dat vandaag niemand kan voorspellen wat binnen 100 of 200 jaar aldan niet tot onze mogelijkheden zal behoren.
Volgens mij maken jullie de fout te denken dat personen die een contract afsluiten er van uitgaan dat het concept zal slagen. U moet goed weten dathet hier een experiment betreft, en dat wij ons daar terdege bewust vanzijn. De cryonics providers laten iedereen dat ook ondubbelzinnig weten, en maken geen beloftes. Tegelijkertijd maakt onze interesse en financiële inbreng onderzoek mogelijk (wat wel degelijk gebeurt bij Alcor en hetCryonics Institute) die op zijn beurt zorgt voor nieuwe, betereinvriesmethoden (vitrificatie bv.). Dergelijk onderzoek kan niet alleen nuttige resultaten opleveren voor het bewaren van een menselijk lichaam,maar tevens voor het bewaren van organen. Het is dus maar de vraag hoe onnozel het is om hierin iets te investeren. Behalve het experimenteleaan de zaak heeft cryonics ook een grote symbolische waarde, als een concrete implementatie van de transhumanistische ideologie, het zich nietzomaar neerleggen bij onze talloze menselijke beperkingen.
Ik wil er de nadruk op leggen dat ik - als cryonist - het concept cryonicsvanuit een zeer kritische hoek benader. De invriestechniek staat verre vanop punt, en dat zal waarschijnlijk ook in de nabije toekomst het geval nogniet zijn. En zelfs al was dat wel het geval, dan is er nog de mogelijke sociale problematiek die het welslagen van gans de onderneming erg onzeker maakt. Iedereen die met mij contact opneemt - en die plannen heeft om een contract af te sluiten - raad ik aan om vooral in het hier en het nu te genieten, en slechts in het achterhoofd te houden dat men waarschijnlijk nogeen klein kansje heeft dat men ooit weer de zon zal zien opgaan.
Ik hoop hiermee het standpunt van Cryonics Belgium duidelijk te hebbengemaakt, u leze misschien ook nog mijn kritische kijk op cryonics die u kan terugvinden op onze webstek. Ik zou het erg appreciëren mochten jullieop de website van skepp of in jullie tijdschrift deze reactie - of een deeleruit - plaatsen, want ik ben ervan overtuigd (als regelmatig bezoeker van jullie lezingen) dat jullie altijd een genuanceerd en geen dichotomisch standpunt nastreven.
met vriendelijk groeten,
Verbeke David
Het begon allemaal in 1958 wanneer in een speelfilm korte teksten zoals ‘drink meer coke’ en ‘eet meer popcorn’ zouden zijn ingelast, maar slechts kort verschenen: een derde van een seconde, te kort om bewust gezien te worden. Subliminale prikkels zijn boodschappen die zo kort of zwak worden aangeboden dat ze net onder de normale waarnemingsdrempel blijven. (Packard, 1958) Er werd beweerd dat men toch die teksten onbewust las. De verkoopscijfers van Coca Cola stegen met 18% en er werd 58% meer popcorn verkocht dan tevoren. (Brean, 1958) Er ontstond een rel, het werd veroordeeld, lang werd er niets meer over gehoord. In de jaren zeventig zouden de geheime diensten van de VS opnieuw geëxperimenteerd hebben met subliminale beelden door anti-communistische beelden te monteren in Amerikaanse speelfilms. Maar ook tijdens de campagnes in het kader van de presidentsverkiezingen van het najaar 2000 zou men gebruik gemaakt hebben van subliminale boodschappen.
In 1982 besloot Timothy Moore na bijkomend onderzoek dat je krijgt wat je ziet: je ziet niks en dus krijg je niks. In 1992 werd aangetoond dat het om oplichting ging (Pratkanis, 1992) Maar hoe zit het dan met die muziektapes met subliminale berichten die mensen bewust kopen?
Er werd een experiment opgesteld waarbij proefpersonen gedurende een week naar muziek tapes moesten luisteren waarop subliminale boodschappen stonden: om het geheugen enerzijds en het zelfbeeld anderzijds te verbeteren. Voor de ene helft van de proefpersonen droegen de tapes het goede label, voor de andere helft niet. Ze werden voor en na het experiment geïnterviewd en bovendien werd hen achteraf gevraagd wat ze van de tapes vonden. Wat bleek? Objectieve metingen van geheugenverbetering en verbetering van het zelfbeeld voor en na het experiment leverden exact hetzelfde resultaat op: subliminale boodschappen werken niet zoals aanvankelijk werd gezegd. De deelnemers merkten bij zichzelf echter wel een verbetering op, afhankelijk van het label op de tapes. Iedereen geloofde in de kracht van de subliminale boodschappen, maar die werken dus niet als subliminale boodschappen. De zelfde besluiten kunnen gemaakt worden omtrent tapes die je gewicht zouden doen afnemen. (Merikle en Skanes, 1992) “Wat je verwacht is wat je gelooft, maar niet noodzakelijk wat je krijgt.” (Pratkanis, 1994)
Link: http://alpha.fdu.edu/~gradford/subliminal.html
Gustaaf Cornelis
VRAAG : Ik ben een zesdejaarsleerling aan het Koninklijk Atheneum Koekelberg en ik werk aan een eindwerk over de filosofische en paradoxale kanten van kwantummechanica. In dit eindwerk behandel ik onder andere parapsychologie en andere gebieden waarin de kwantumtheorie soms wordt aangeroepen als bewijs van de juistheid van bepaalde theorieën.
Zo zou de befaamde Einstein-Podolsky-Rosenparadox (EPR-paradox) een bewijs vormen van het bestaan van een soort telepathische band tussen voorwerpen, of van sneller-dan-lichtcommunicatie. Dit verband tussen schijnbaar onafhankelijke gebeurtenissen vinden we ook terug in de synchroniciteitstheorie van C.G. Jung. Ook in New Age wordt wel eens verwezen naar de gelijkenissen tussen Oosterse religies en het wereldbeeld dat de kwantummechanica ons opdringt. Mijn vraag is dan ook tweeledig:
* Biedt de kwantumtheorie een wetenschappelijke basis voor paranormale verschijnselen?
* Herontdekt de moderne wetenschap kennis die reeds duizenden jaren geleden bekend was aan (Oosterse) mystici?
Ik verzamel verschillende gezichtspuntenbetreffende dit soort ideeën, zowel pro als contra, en ik zou het ten zeerste appreciëren indien ik ook jullie standpunt hierover zou kunnen vernemen.
ANTWOORD SKEPP : Het antwoord op beide vragen is NEEN. Deze manier van redeneren is het gevolg van het succes van de metaforen-verkoper Fritjof Capra. Vanuit een links-poëtische onvrede met de harde en koele wetenschap schreef hij twintig jaar geleden als pas afgestudeerd fysicus (heeft nadien nooit meer een lab betreden) een boekje dat in hippie -(later new-age-)kringen nog altijd geldt als een nieuwe bijbel. De band tussen kwantumfysica en oosterse wijsheden is echter niet aan te houden. De zenmeesters hebben geen ver voorgevoel gehad over de echte aard van de subatomische werkelijkheid. Net zomin als een oude Griek enig idee had van de atoomstructuur van de wereld.
Nogal wat adepten van het paranormale zien in de paradoxen van de kwantummechanica een mogelijk aanknopingspunt naar een wetenschappelijke theorie van het paranormale. Omgekeerd is dat veel minder het geval: slechts enkele kwantumfysici nemen het paranormale serieus.
De paradox van Einstein-Podolsky-Rosen is in elk geval geen bewijs voor het bestaan van telepathie, als men daaronder verstaat: het buitenzintuiglijk communiceren tussen mensen. De kwantummechanica heeft daar niets mee te maken en zegt daar helemaal niets over. Sommigen menen uit die paradox te moeten afleiden dat communicatie sneller dan licht inderdaad mogelijk is, maar wat heeft dat met telepathie te maken?
Een andere interpretatie van de EPR-paradox is dat de deeltjes niet echt communiceren, maar dat ze op voorhand "wisten" wat er zou gebeuren. Sommigen leiden daaruit af dat tijd een illusie is en dat het mogelijk zou zijn toekomstige gebeurtenissen te kennen, m.a.w. toekomstvoorspellingen zijn in principe niet onmogelijk. Er zijn echter andere interpretaties die veel meer aanhang hebben onder fysici en filosofen, en helemaal niets met het paranormale van doen hebben. De kwantummmechanica kan alleen in wiskundige formules correct worden uitgedrukt, interpretaties voegen er iets aan toe of gebruiken metaforen die nooit precies hetzelfde kunnen uitdrukken.
Wat de synchroniciteit van Jung betreft is het zo dat de bekende fysicus Wolfgang Pauli daar belangstelling voor had, maar veel succes heeft hij daarmee niet geoogst. De enige band tussen parapsychologie en kwantumfysica zou kunnen zijn dat de intrigerende en moeilijke te begrijpen complicaties van de kwantumfysica gemakkelijk misbruikt kunnen worden om de zeer onwaarschijnlijke beweringen van de parapsychologie achter een gordijn van wetenschappelijk klinkende nonsens te camoufleren.
Over het evolutie-creatiedebat, het ontstaan van het universum en het leven, onreduceerbare complexiteit, overgangsfossielen tussen soorten, ...
__________________________________________________________________________
De stoflaag op de maan geeft de evolutionisten gelijk
Evolutie-tegenstanders (denk aan de creationisten) stellen dat biologische soorten onveranderlijk zijn en dat er dan ook geen echte aanwijzingen zijn dat soorten in andere soorten kunnen overgaan of historisch aan elkaar verwant zijn. Hoe zien de biologen dat soortbegrip ? Antwoord: Het soortbegrip, door Prof. dr. Walter Verraes.
Is de bijbel historisch correct en betrouwbaar?
Het is geen kwestie van geloven of niet geloven, want er zijn genoeg empirische bewijzen die de evolutietheorie staven. Dat neemt niet weg dat een groot deel van de mensheid, waaronder nagenoeg de hele moslimwereld, Darwins theorie weigert te accepteren. Tientallen miljoenen Amerikanen nemen het bijbelse scheppingsverhaal nog steeds letterlijk en zijn ervan overtuigd dat God de wereld schiep in zeven dagen. Meer dan 40 procent van de Amerikaanse bevolking is geen creationist, maar ook geen (neo-)darwinist. Die mensen geloven in het principe van de evolutie, maar interpreteren Darwins ideeën op de manier die hen het beste uitkomt. Er zijn, bijvoorbeeld, christenen die menen dat God de evolutie stuurt, terwijl new age-adepten de veranderingen in de natuur associëren met een doelgericht streven naar eenheid en goedheid. Hoogstens één op tien Amerikanen is op de hoogte van de oorspronkelijke evolutietheorie zoals Darwin die heeft ontwikkeld en accepteert die ook. Slechts een zeer geringe minderheid binnen deze groep kent de juiste principes van de theorie tot in de details. Vergeet niet dat die verre van eenvoudig in elkaar zit. Je moet weten wat natuurlijke en seksuele selectie juist inhouden, je moet iets van genetica kennen, weten wat een adaptatie is, enzovoort.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Neen! Mensen en apen hebben een gemeenschappelijke voorouder.
Mensen denken te snel dat ze weten wat Darwin bedoelde. Als ik in mijn lessen of tijdens voordrachten vraag wat de essentie van de evolutietheorie is, krijg ik steevast als antwoord dat de mens van de aap afstamt, wat niet klopt. Apen en mensen hebben een gemeenschappelijke voorouder: ongeveer zes miljoen jaar geleden liep in Afrika een wezen rond dat enerzijds heeft geleid tot de ontwikkeling van aapachtige soorten en anderzijds tot die van mensachtige soorten, zoals de Homo habilis, Homo erectus, Homo neanderthalensis en Homo sapiens, de enige die is overgebleven. Opmerkelijk is ook dat men steevast aan de mens denkt, terwijl evolutietheorie ons natuurlijk iets leert over leven in het algemeen, dat wil zeggen over alle soorten.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Het meest verrassend is de vaststelling dat over de mechanismen van de evolutie nog steeds heel wat foute opvattingen bestaan, vooral wat natuurlijke en seksuele selectie betreft. In de laatste vier decennia hebben verschillende wetenschappers onze kennis over de manier waarop selectie werkt sterk verfijnd; men kan stellen dat er subtheorieën zijn ontwikkeld binnen de evolutietheorie. William Hamilton introduceerde het begrip inclusive fitness, waarmee hij een hardnekkig misverstand uit de wereld heeft geholpen. Tot op heden denken veel mensen, onder wie sommige zogenaamde experts, dat dieren en andere organismen een bepaald gedrag enkel vertonen om het voortbestaan van hun soort in de hand te werken. Een bij die steekt, waarbij ze haar angel verliest en sterft, zou dit doen om haar korf en dus haar soort te verdedigen. Darwin wist al dat dit niet klopt, omdat hij had vastgesteld dat zo’n zelfopofferend gedrag in de natuur genadeloos wordt weggeselecteerd. Hij was van oordeel dat natuurlijke selectie uitsluitend eigenschappen in stand houdt die in functie van het organisme zèlf bestaan. Steriele insecten, die zich niet voortplanten, vormen echter een probleem voor die stelling. Hun fitness, een indicator voor het succes op voortplanting, is nul, en toch duiken ze in elke generatie weer op. De verklaring hiervoor is dat genen niet alleen hun eigen organisme in stand houden tot het zich voortplant, maar dat ze ook andere organismen met identiek genetisch materiaal helpen bij het overleven en de reproductie. Een werkmier, bijvoorbeeld, offert zich op in functie van het genetisch materiaal dat ze deelt met haar soortgenoten. Het gaat dan niet om de fitness van een individu, wel om die van alle organismen die gemeenschappelijk genetisch materiaal bezitten. Uiteraard gebeurt dit onbewust, en is de uitdrukking dat de mier zich “opoffert in functie van het genetisch materiaal” beeldspraak. Meer correct uitgedrukt bezit de mier instructieprogramma’s, vastgelegd in haar genetische code, die haar op basis van bepaalde, specifieke omgevingsstimuli, aanzetten tot gedragsvormen die de fitness bevorderen van het genetisch materiaal dat zijzelf en haar verwanten gemeenschappelijk hebben. Vele studies tonen ondertussen aan dat de bevindingen aangaande inclusive fitness kloppen. Hoewel Hamilton als de belangrijkste evolutiebioloog sinds Darwin wordt beschouwd, zijn er nog steeds wetenschappers die zijn gedachtegoed niet kennen.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Het betekent dat organismen die het best zijn aangepast aan hun omgeving de beste kansen hebben om zich voort te planten. Zo zijn er evengoed dieren die gebruik maken van hun ogenschijnlijke zwakheden om te overleven en zich voort te planten, zoals de mol die voordeel haalt uit zijn blindheid: de energie die in de aanmaak van ogen wordt gestopt, kan worden gebruikt voor andere doeleinden die functioneler zijn om te leven onder de grond, bijvoorbeeld de reuk- en tastzin.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Dat lijkt vrij zeker. Ook al is het misschien nauwelijks te vatten, het is een logisch gevolg van het feit dat de evolutie een boomstructuur vertoont. Net zoals de takken van een boom zich steeds verder afsplitsen en, als je teruggaat in de tijd, je tot bij het oorspronkelijke zaadje komt, stamt alle leven af van een gemeenschappelijk element. Er zijn ook verschillende empirische vaststellingen die sterk voor deze opvatting pleiten. Alle levende wezens die we kennen, op enkele intrigerende uitzonderingen na, bevatten precies dezelfde bouwstenen. Alles wijst erop dat alle soorten zijn geëvolueerd uit dezelfde molecule die 3,5 miljard jaar geleden in staat was tot zelfreproductie. Deze DNA-molecule is de sleutel geweest tot het leven van alle organismen, waarbij moet worden opgemerkt dat sommige virussen en een aantal bacterie-achtige wezens die de RNA-molecule gebruiken in plaats van DNA, ietwat apart staan.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Dat hangt ervan af wat je onder “levend” verstaat. Onder deskundigen bestaat er geen consensus over de definitie van dit begrip. Sommigen geloven dat het leven er altijd is geweest, anderen denken dat het afkomstig is uit de ruimte en nog anderen menen dat de oorzaak een goddelijke impuls is. De meest wetenschappelijke opinie is dat het leven is ontstaan uit het niet-levende. Als je daarvan uitgaat is het niet verwonderlijk dat de grens tussen levende en niet-levende organismen flinterdun is. Er bestaan bepaalde tussenvormen, zoals virussen en prionen, waarvan het moeilijk te zeggen is of het nu levende wezens zijn of pure materie. De vraag is welke criteria we hanteren om te bepalen of een wezen al dan niet levend is. Volgens het meest gangbare model kan een levend wezen zichzelf reproduceren, beschikt het over een metabolisme, is het in staat zichzelf een bepaalde tijd in stand te houden tegenover de buitenwereld en past het zich aan zijn omgeving aan om beter te kunnen overleven. Het probleem is dat biologen slechts één model van leven hebben, namelijk dat van het leven zoals wij het hier op aarde kennen. Een nieuwe variant die pas sinds een tiental jaren de kop heeft opgestoken, is het kunstmatig leven dat we ontwikkelen in computers. Sommige programma¹s zijn in staat zichzelf te reproduceren, te muteren en te evolueren. Misschien vormen ze de voorbode van levensvormen die we nu nog niet kennen. Wie weet maken we ooit driedimensionale robots die voldoen aan onze normen van “levende wezens”, ook al zouden deze nieuwe levensvormen niet beantwoorden aan alle wetmatigheden die Darwin heeft vooropgesteld. Het grootste verschil zou zijn dat we dan leven creëren op een doelgerichte wijze, met bepaalde functies voor ogen. De robots zouden bijvoorbeeld werk moeten verrichten in dienst van de mensheid. Zo zouden we de evolutie dus plannen, terwijl in de natuurlijke evolutie hoegenaamd geen specifiek doel valt te bespeuren.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Het is niet uitgesloten dat de vormen van kunstmatig leven die nu in onze computer zitten ooit aan onze controle ontsnappen. Zelfreproducerende programma¹s, die kunnen muteren en evolueren, zouden een eigen leven kunnen gaan leiden. Het internet zou je dan kunnen vergelijken met een soort ecosysteem waarin een competitie heerst tussen computerprogramma¹s, die zich zouden gedragen als autonome levensvormen die we niet meer zomaar kunnen elimineren, tenzij we de stekker van alle computers zouden uittrekken, en dan nogŠ Programmeurs van dergelijke programma¹s proberen er voor te zorgen dat hun scheppingen niet “ontsnappen”. Dat doen ze door in de computer een virtuele, niet-fysieke computer te bouwen, waarin kunstmatig leven zich ontwikkelt. Zo vermijden ze dat hun creaties een eigen leven gaan leiden. Hoe de evolutie van het digitale leven zal verlopen, valt even moeilijk te voorspellen als de manier waarop de natuur zal evolueren.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Nee. Onze soort is altijd aan evolutie onderhevig geweest en daar zal geen verandering in komen. Het is zes miljoen jaar geleden begonnen met onze voorouder die we gemeenschappelijk hebben met andere primaten, en sindsdien heeft de mens, of de “mensachtige”, talloze veranderingen ondergaan. Er bestaat geen enkele reden om aan te nemen dat we ooit ons eindpunt zullen bereiken. Overigens is het begrip “eindpunt” betekenisloos vanuit evolutionair oogpunt. Hoe we precies zullen evolueren weet niemand, maar het is vrijwel zeker dat het zál gebeuren. Natuurlijke selectie betekent dat organismen zich aan hun omgeving blijven aanpassen, in functie van een zo succesvol mogelijke reproductie. Zelfs in een omgeving die stabiel blijft, is verandering nog mogelijk. Anatomisch en fysiologisch gezien, bijvoorbeeld, is de mens niet optimaal aangepast en is er dus nog ruimte voor verbetering. Zo hebben we in beide ogen een blinde vlek. Dat komt omdat de oogzenuw die onze impulsen opneemt en doorstuurt zich op een plaats bevindt waar normaliter lichtstralen zouden kunnen binnenvallen. Moest die zenuw iets verder naar achter liggen, zouden we geen blinde vlek hebben. Aangezien deze afwijking geen directe bedreiging voor onze overleving is, grijpt de natuur niet in. Als we in een omgeving leefden waarin een blinde vlek grote risico¹s met zich meebracht, zou natuurlijke selectie deze eigenschap hebben geëlimineerd. De kenmerken van de meeste soorten zijn aangepast aan de problemen die ze moeten oplossen. Zo heeft de havik buitengewoon scherpe ogen zodat hij van op grote hoogte muizen, ratten en konijnen kan waarnemen. Natuurlijke selectie zal ervoor zorgen dat deze prooidieren op hun beurt eigenschappen ontwikkelen waarmee ze aan de scherpe blik van de havik kunnen ontsnappen. Bijgevolg moet het oog van de havik weer verder evolueren, enzovoort. Op die manier krijg je dus een soort wapenwedloop waarbij de onderlinge verhoudingen stagneren, maar de organismen wel steeds beter uitgerust zijn om te overleven en zich voort te planten.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Klopt. Iemand die visuele problemen heeft, draagt een bril of contactlenzen. We creëren dus onze eigen omgeving waarin de kansen van zoveel mogelijk mensen om te overleven en zich voort te planten steeds groter worden. Toch wil dat niet zeggen dat natuurlijke selectie geen rol van betekenis meer speelt. Enkel de samenlevingen met een hoge graad van welvaart profiteren van de moderne geneeskunde en technologie. Dat is een minderheid; het merendeel van de mensheid is nog steeds vrij direct onderhevig aan natuurlijke selectie. In de westerse wereld overleeft een groot aantal zieke en gehandicapte mensen dankzij een medicijn, therapie of een ander hulpmiddel, wat uiteraard een goede zaak is. Natuurlijke selectie is een blind proces dat geen rekening houdt met de menselijke verlangens en waarden. Daar moeten we tegenin gaan door onze eigen omgeving te creëren. Maar selectie volkomen uitsluiten is onmogelijk.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Vroeger geloofde men in een of andere vorm van saltationisme, de idee dat nieuwe soorten als het ware “kant en klaar” in de natuur worden geïntroduceerd. Deze theorie gaat helemaal in tegen Darwins bevindingen en lijkt geen hout te snijden, want het ontstaan van een nieuwe soort duurt vele generaties. In onze tijd hebben Stephen Jay Gould en Niles Eldredge, op basis van hun studie over fossiele gegevens, de hypothese geformuleerd dat evolutie gedurende enkele miljoenen jaren snel kan gaan en tijdens de tientallen miljoenen jaren die daarop volgen nagenoeg stil kan vallen. Onder evolutiebiologen bestaat er vooralsnog geen eensgezindheid over deze kwestie. Het klopt wel dat een soort, door zich aan te passen aan de omgeving, eigenschappen kan krijgen die gedurende een lange tijd niet voor verbetering vatbaar blijken te zijn. Schildpadden en haaien zien er min of meer hetzelfde uit als miljoenen jaren geleden. Ze zijn wel degelijk geëvolueerd, maar hun basiseigenschappen zijn dezelfde. De evolutie heeft deze dieren kenmerken gegeven waarmee ze zich uitstekend uit de slag kunnen trekken. Het schild van een schildpad biedt een quasi-volmaakte bescherming tegen de gevaren waaraan het dier is blootgesteld (behalve wat de menselijke belagers betreft). Zolang de nood tot verbetering of verandering niet aanwezig is, zal de schildpad nauwelijks verder evolueren. Omgekeerd kunnen er omstandigheden optreden waardoor de selectiedruk zo groot wordt dat een soort razendsnelle veranderingen ondergaat. Wat Gould en Eldredge allicht wilden verduidelijken is dat de evolutie van bepaalde soorten snel gegaan is en die van andere langzaam. Dat is evenwel niet in strijd met de bevindingen van Darwin. Het is trouwens niet meer dan normaal dat het tempo van natuurlijke selectie afhangt van de omstandigheden. Als er een meteoriet op de aarde neerstort, verandert de omgeving drastisch op uiterst korte tijd en wordt een soort gedwongen zich vrijwel onmiddellijk aan te passen, anders sterft ze uit.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Tot en met de eerste decennia van de 20ste eeuw had Darwin meer tegenstanders dan aanhangers, zowel onder biologen als filosofen. Men had, bijvoorbeeld, een groot probleem met de vraag hoe het mogelijk is dat variatie en selectie een complex orgaan als het oog hebben doen ontstaan. Die kwestie is tegenwoordig nog steeds het stokpaardje van de creationisten, die beweren dat een “half oog” geen selectief voordeel biedt. Dat is onzin, aangezien visuele perceptie, hoe rudimentair ook, voor een levend wezen het verschil kan uitmaken tussen leven en dood. Honderden miljoenen jaren geleden ontwikkelde zich een lichtgevoelige cel bij een organisme, dat plots het voordeel had donker en licht te kunnen onderscheiden. Zelfs met dit hoogst primitieve “oog” kon dat organisme vanaf dan de bedreigingen in zijn omgeving veel beter waarnemen. Uit Darwins evolutietheorie volgt bovendien dat “afgewerkte ogen” in feite niet bestaan, of in elk geval dat het taalgebruik in zo¹n geval misleidend is. Elk oog is, op het moment dat het bestaat en functioneel is, afgewerkt, althans vanuit het perspectief van het organisme dat het bezit.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
De creationisten hebben vooral moeite met Darwin omdat ze vrezen dat zijn theorieën kwalijke gevolgen hebben voor religie en moraal. Het is juist dat evolutietheorie moeilijk te verenigen is met een waaier aan godsdienstige opvattingen, maar niet dat zich daardoor een probleem stelt met betrekking tot ethiek. Het is niet omdat wij uit dieren zijn geëvolueerd, en dat we overigens nog steeds dieren zijn, dat we daarom het spreekwoordelijke recht hebben om “het beest uit te hangen” en met niets of niemand rekening te houden.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
In de wetenschap gebeurt het regelmatig dat een interessant idee ontstaat en vervolgens decennialang stiefmoederlijk wordt behandeld. Pas sinds de laatste twintig jaar brengen sommige biologen en cultuur- en gedragswetenschappers deze theorie weer onder de aandacht. Darwins kerninzicht is dat natuurlijke selectie het mechanisme is dat aan de basis ligt van de aanpassingen die een organisme ondergaat onder invloed van zijn omgeving. Deze veranderingen gebeuren in functie van het overleven. Mensen hebben bijvoorbeeld een immuunsysteem ontwikkeld omdat ze anders voortdurend ten prooi zouden vallen aan parasieten, virussen en andere levensbedreigende organismen. Maar Darwin stelde ook vast dat daarnaast allerlei eigenschappen voorkomen die níet dienen om beter te overleven. Het klassieke voorbeeld is de pauwenstaart. Wie ooit aandachtig het schouwspel bestudeerde van een pauw die zijn staart openwaaiert, de veren laat trillen en danspassen uitvoert voor een ogenschijnlijk ongeïnteresseerde hen, kan zich vragen stellen bij het adaptieve voordeel van dat omvangrijke lichaamsdeel. De aangroei ervan kost veel energie en de staart is ongetwijfeld hinderlijk wanneer de pauw moet ontsnappen bij een aanval van een belager. Daarenboven valt het dier met zo¹n pronkstuk meteen op bij zijn vijanden en stelt hij zich dus méér bloot aan gevaar dan de hennen, die niet over een staart beschikken. Dat stelde Darwin voor het raadsel hoe zo¹n grote geslachtsverschillen mogelijk waren. De oplossing van het probleem vond hij in het mechanisme van de seksuele selectie dat ervoor zorgt dat een organisme eigenschappen ontwikkelt die functioneel zijn voor de reproductie. Het is dus mogelijk dat een bepaalde evolutie nadelig is voor het overleven, maar voordelig voor de voortplanting. Vanuit evolutionair opzicht is het beter een kort leven te hebben en zich te kunnen voortplanten dan lang te leven, maar geen nakomelingen te verwekken. Mannelijke ornamenten, zoals een pauwenstaart en een hertengewei, zouden volgens deze theorie evolueren omdat vrouwelijke wezens ervoor “kiezen” te paren met het mannetje dat de meeste indruk maakt. Stel nu dat als gevolg van een mutatie een mannelijke pauw een staart krijgt die langer is dan die van het gemiddelde mannetje in de groep en dat de hennen zich het liefst laten bevruchten door de eigenaar van de langere staart, dan zullen als gevolg van de erfelijkheid in de volgende generatie hanen opduiken met gemiddeld langere staarten. Na vele generaties kan de lengte abnormale proporties hebben aangenomen, waarbij de term “abnormaal” in Darwins visie wijst op het ontbreken van een adaptief voordeel, waarbij “adaptief” dan slaat op overlevingswaarde. Bij dit mechanisme lijkt het misschien zo dat de mannetjes de gevangenen zijn van de vrouwtjes, die immers de keuze hebben door wie ze zich laten bevruchten. Je zou echter ook kunnen stellen dat de vrouwtjes de gevangenen zijn van zichzelf. A1s een van hen zich liever wil laten bevruchten door een haan met een korte staart, krijgt ze zonen die zelf een kort exemplaar hebben. Als ze het enige vrouwtje blijkt te zijn met deze afwijkende voorkeur, zullen haar zonen niet reproductief succesvol zijn. Voor alle duidelijkheid: dit gebeurt niet bewust en daarom spreken we van een mechanisme of een instinct.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Hierover bestaat nog vaak discussie en daarom doet men experimenten om na te gaan welk mechanisme de bovenhand haalt. Stel dat je een vissensoort hebt met een opvallende, gekleurde vlek op de staart. We kunnen ons de vraag stellen of dit kenmerk functioneel is voor het overleven, voor de voortplanting of voor allebei. Darwin was nogal snel geneigd te denken dat seksuele selectie aan de basis van dergelijke eigenschappen ligt en dat de vrouwtjes zich aangetrokken voelen tot zo¹n gekleurde vlek. Om te weten te komen of dat klopt, zet men een aantal vissen met een opvallende vlek in een aquarium, terwijl men bij enkele andere de vlek maskeert. Vervolgens controleert men of de vrouwtjes ook met de vissen zonder vlek willen paren. Als dat niet het geval is, zou je kunnen concluderen dat de vlek het gevolg is van seksuele selectie. Men kan de proef echter complexer maken door een roofvis in het aquarium te introduceren. Dan kan blijken dat deze predators de neiging hebben zich naar de kop van de andere vissen te richten, want als ze hun prooi bij de staart vastnemen, zal die misschien nog ontsnappen. Het is dus best mogelijk dat de gekleurde vlek op de staart misleidend werkt voor roofvissen, omdat ze verdacht veel wegheeft van een oog. Als de predator zich inderdaad laat leiden door de staart, hebben de exemplaren met een vlek een handige eigenschap ontwikkeld om aan hun belager te ontsnappen. In dat geval is natuurlijke selectie de oorzaak van de vlek, maar het een sluit het ander niet uit.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Hoewel Darwin wel wist dat organismen eigenschappen doorgeven aan hun nakomelingen, miste hij het inzicht in het mechanisme van de erfelijkheid. Met zijn pangenesis-theorie sloeg hij de bal compleet mis. Hij veronderstelde dat elke lichaamscel eigenschappen doorgeeft via zaad- en eicellen. Vandaag weten we dat het enkel de geslachtscellen zijn die verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van erfelijk materiaal. Darwins tijdgenoot Gregor Mendel schreef in 1865 de erfelijkheidswetten neer, die pas rond de eeuwwisseling werden herontdekt. Weer enkele decennia later ging men de evolutietheorie combineren met de genetica. Voor ons zijn die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien selectie inwerkt op het genetisch materiaal dat wordt doorgegeven. Terwijl Darwin er nog van uitging dat een organisme zich voortplant, weten we nu dat het genetisch materiaal zich reproduceert. Onze zogeheten “egoïstische” genen doen dit door gebruik te maken van de organismen waarin ze zich bevinden, niet omgekeerd. De boutade dat de kip het middel is waarmee het ei zich voortplant, drukt dit idee goed uit. Toch wil dat niet zeggen dat de mens het slachtoffer is van zijn eigen genetisch materiaal. Het is niet zo dat we marionetten zijn die gedirigeerd worden door ons DNA. Wij zijn flexibele wezens, juist doordat we zoveel programma¹s in ons hebben. Hoe méér we geprogrammeerd zijn, des te flexibeler ons gedrag is. Het klinkt paradoxaal, maar in wezen zijn we gedetermineerd tot flexibiliteit. Kijk, over de hele wereld beschikken timmerlui over een gelijkaardige gereedschapskist. Ze worden allemaal met dezelfde problemen geconfronteerd en beschikken over hetzelfde materiaal. Dat wil evenwel niet zeggen dat je overal ter wereld exact dezelfde huizen aantreft. Zo werkt het ook met onze genen: hoewel we allemaal dezelfde tools meekrijgen, bestaat er een enorme culturele variatie en zijn er mogelijkheden tot uiteenlopende gedragsvormen.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Ik denk dat we tegenwoordig de invloed van ons erfelijk materiaal inderdaad overschatten. Genen bepalen voor een stuk ons gedrag, maar ieder individu heeft eigen drijfveren, motieven en verlangens. Je zou kunnen zeggen dat de genen ons maken tot vrije wezens die zich desgewenst kunnen verzetten tegen wat goed is voor het genetisch materiaal. Aldus kunnen we beslissen ons niet voort te planten, en zijn we in staat ons eigen genetisch materiaal te veranderen. Hoeveel procent we door ons DNA worden beïnvloed en hoeveel door onze omgeving, is een verkeerd gestelde vraag. Voor alle handelingen die we verrichten hebben we onze genen nodig, want zij sturen via ingewikkelde programma¹s ons doen en laten. Maar ze vormen geen beperking; ze bieden ons gewoon de mogelijkheid om ons als mensen te gedragen.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Darwin besefte dat natuurlijke selectie een heleboel leed en wreedheden met zich meebrengt, wat absoluut niet strookte met het theologische, geïdealiseerde natuurmodel van die tijd. Het klassieke voorbeeld dat hij aanhaalde was dat van de sluipwesp die haar eitjes legt in levende rupsen. Als de eitjes uitkomen vreten de larven de rups van binnenuit op. Ze laten de vitale organen het langst onaangetast om zo lang mogelijk vers voedsel te hebben. Het is een gruwelijk fenomeen, maar zo zit de natuur nu eenmaal in elkaar. Voor Darwin was dit het bewijs dat natuurlijke selectie niet gepland of gestuurd wordt. Er kon naar zijn mening geen God zijn die hiervoor verantwoordelijk is, tenzij hij een sadist is. Wellicht gaan we er best van uit dat de natuur amoreel is. Dat wil zeggen dat de natuur zich niets aantrekt van ethiek, in positieve noch negatieve zin. De hedendaagse evolutiebioloog George Williams gaat een stap verder en beschouwt de natuur niet zozeer als onverschillig, maar veeleer als vijandig. Hij concludeert dat de mens zich maximaal moet verzetten tegen de ongunstige omstandigheden waarin hij terechtkomt. Natuurlijk lukt dat niet altijd, en net daarom moeten we er volgens Williams harder tegenaan gaan. Het HIV-virus, bijvoorbeeld, hebben we nog lang niet onder controle. Ondanks onze menselijke vindingrijkheid muteert dat virus zo snel dat het ons telkens een stap voor blijft. Williams benadrukt het feit dat natuurlijke selectie virussen en bacteriën in staat stelt oplossingen te vinden tegen onze medicatie. We hebben dus geen andere keuze dan in te gaan tegen deze selectie en de natuur zoveel mogelijk onder controle te krijgen. Ik ben het eens met zijn algemene houding tegenover selectie, maar ik zou de werking ervan niet “immoreel” noemen. Het is immers geen organisme, maar een blind mechanisme zonder kwaadaardige intenties.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Ja, volgens de evolutionaire psychologie bestaat ook het menselijke brein uit “organen” die door natuurlijke en seksuele selectie zijn ontworpen om problemen van overleving en voortplanting op te lossen. Ik zie geen enkele reden waarom onze hersenen in de loop van de evolutie op een andere manier zouden ontstaan zijn dan de andere organen. Net zoals in de rest van ons lichaam treffen we in het brein gespecialiseerde adaptaties aan, modules genoemd, die eveneens aan de evolutie onderworpen zijn. Elke module heeft een specialisatie in het verwerken van informatie. Zo zijn er modules voor voedsel, sociale relaties, intenties van anderen, seksuele partners, het onderkennen van gevaar, enzovoort. Als je een hersenbloeding of tumor krijgt, vallen er bepaalde functies uit. Je kunt bijvoorbeeld geen gezichten meer herkennen of geen bewegingen meer zien. Dit toont aan dat het brein op dezelfde manier werkt als de rest van ons lichaam. Tevens is het een indirect bewijs voor het feit dat natuurlijke selectie onze hersenen op een soortgelijke manier tot stand heeft doen komen en doen evolueren.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, Darwin-specialist, creationisme-kenner, en docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. http://www.skepp.be
Het hangt ervan af hoe je het begrip “bewustzijn” definieert. Ik zie het als het louter subjectief ervaren van bepaalde lichamelijke sensaties, zoals het voelen van tandpijn of het proeven van chocolade. Dat is niet hetzelfde als ons cognitief vermogen dat ons in staat stelt een voorstelling van de wereld te maken. Vanuit darwinistisch oogpunt valt de ontwikkeling van het bewustzijn wellicht te verklaren. Het kunnen voelen en gewaarworden van smaak, pijn, genot, geuren en andere gevoelens, biedt ons ontzettend veel voordelen. Aldus zijn we in staat het onderscheid te maken tussen bedorven en vers voedsel, en als we pijn voelen, kunnen we er ons tegen beschermen. Zonder die adaptaties is overleven voor een soort als de onze vrijwel onmogelijk.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent en auteur van boeken over bio-ethiek en het darwinisme. http://www.skepp.be
We zijn geen soort waarbij de man zo veel mogelijk vrouwen bevrucht en hen vervolgens laat zitten met de kinderen. Er zijn uiteraard soorten die het anders aanpakken: sommige bomen verspreiden miljoenen zaadjes en bepaalde vissen produceren tienduizenden eicellen die allemaal bevrucht worden. Daar staat tegenover dat slechts weinige van de organismen die zo ontstaan daadwerkelijk volwassen worden en zichzelf kunnen voortplanten. Als wij erop uit waren om onze genen maximaal te verspreiden, zouden mannen zoveel mogelijk sperma aan de spermabanken willen schenken. Maar zo werkt het niet. Onze soort streeft minder naar kwantiteit dan naar kwaliteit. Het is vaak een betere strategie om in een beperkt aantal nakomelingen te investeren en die zo goed mogelijk te verzorgen. Dat geldt in het bijzonder voor vrouwen, maar zeker ook voor mannen. Een of andere Marokkaanse koning die in de 18de eeuw meer dan achthonderd nakomelingen zou hebben verwekt bij de vrouwen van zijn harem, is - gelukkig maar - de uitzondering die de regel bevestigt.
Antwoord door prof. dr. Johan Braeckman, docent wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent en auteur van boeken over bio-ethiek en het darwinisme. http://www.skepp.be
VRAAG
"De bombardeerkever, een soort zespotige mini-tank, wordt door de creationisten een wonder van de natuur genoemd. Hij verdedigt zichzelf door het mengen van chemicaliën die exploderen, vurend door twee staartbuizen die kunnen draaien als geschutskoepels. De kokende vloeistof die uitgeschoten wordt bij 100°C is genoeg om de meeste roofdieren af te schrikken. De kracht van het salvo zou genoeg zijn om de kever in een orbit te blazen, zoniet in duizend stukken. Maar slow-motion-fotografie bracht aan het licht dat kever in zijn uitstoot 1000 kleinere explosies teweegbrengt. Samen zijn die sterk genoeg om aanvallers af te schrikken, terwijl de kleine kever met zijn poten steeds op de grond blijft staan en zelf geen hinder ondervindt." Creationisten claimen dat de bombardeerkever zijn gesofisticeerde defensiesysteem nooit kon verkregen hebben door evolutie, gedurende menigte van jaren. "Deze onderdelen heeft hij in hun gehele samenstelling nodig, en hij moet ze op één tijdstip verkregen hebben.", aldus de creationisten. "Een kever die zichzelf opblaast is niet in staat om de fijnere dingen voor zijn afvuursysteem te gaan ontwikkelen, en een kever die zijn vijand permanent op vuurafstand moet houden zou niet overleven tijdens de ontwikkeling van zijn beweegbare geschutskanalen. Er is eenvoudigweg geen mogelijkheid voor een trage, graduele ontwikkeling van het hele systeem, menen de creationisten." Ondermijnt de bombardeerkever de evolutietheorie?"Antwoord
Neen.
Wat betreft de bombardeerkever circuleren er een aantal onjuistheden rond in de creationistische gemeenschap hierover. In de eerste plaats vindt er helemaal geen explosie plaats, maar gewoon een relatief snelle reactie waarbij temperaturen van rond het kookpunt worden geproduceerd. In de tweede plaats vindt de vermeende explosie niet pas buiten het lichaam plaats, maar de kokende reactie is nu juist de oorzaak ervan dat de substantie met grote kracht uit het achterlijf gespoten wordt. De chemicaliën in kwestie, quinonen en hydroquinonen, zijn doodgewoon voor insecten en worden in de eerste plaats gebruikt voor het donker maken van het exoskelet en in sommige gevallen als afgescheiden smerig-smakende substantie. Het laatste is dan een ingang voor de geleidelijke ontwikkeling van een systeem waarbij de welbekende indrukwekkende reactie plaatsvindt. Er bestaat echter ook weer primitievere bombardeerkevers, waarbij de reacties minder explosief zijn. Er wordt dan slechts een schuimige uitscheiding geproduceerd en dus geen afvuringen. Als dit stapje terug al kan worden genomen, waarom geen verdere stappen terug?
Een ander probleem voor (in elk geval jonge aarde-) creationisten is dat zij uitgaan van een schepping zonder oorspronkelijke roofdieren. Als er van oorsprong geen roofdieren bestonden waarom werd deze kever dan uitgerust met een ingewikkeld verdedigingssysteem? Dan zou dat pas ontwikkeld moeten zijn na de zondeval waarbij er roofdieren ontstonden, maar die mogelijkheid ontkennen creationisten nu juist!
Fedor Steeman Data Coördinator Fauna Europaea Zoologisch Museum Kopenhagen
VRAAG :
Geachte professor,
Ik ben 55 jaar en al zo lang ik leef aan het zoeken naar antwoorden op alle aspecten die het (mijn) leven aangaan.
Ik mediteer en hou me af en toe bezig met handoplegging (Reiki en aanverwante) en onderzoek mijn ervaringen daarmee erg kritisch. Ik hoop er ooit toe te komen het raadsel van het leven te doorgronden (Zin, onzin, voortbestaan na de dood enz.)
Ik ben niet gelovig en dacht een verdere stap te kunnen zetten in mijn onderzoek door de artikels van Skepp grondig te bestuderen. Skepp schrijft op de home-pagina: "Wij willen harde bewijzen en geen ongecontroleerde verhaaltjes. Wij stellen kritische vragen en schorten liever ons oordeel op dan blind te geloven."
Ik ben dus erg ontgoocheld over de stelling die wordt ingenomen in het artikel Over misverstanden rond de evolutietheorie nl.: "Alles wijst erop dat alle soorten zijn geëvolueerd uit dezelfde molecule die 3,5 miljard jaar geleden in staat was tot zelfreproductie. Deze DNA-molecule is de sleutel geweest tot het leven van alle organismen...".
Wanneer ik het goed begrijp aanvaardt u een dergelijk belangrijk gegeven, en voor mij ongeloofwaardig, zo maar zonder bewijs. Terwijl het toch de basis vormt van de evolutietheorie.
Graag kreeg ik hierover meer uitleg.
Robert
ANTWOORD
De heer Robert B. schrijft dat de stelling dat het leven ca. 3,5 miljard jaar geleden ontstaan is uit een molecule die in staat is zichzelf te reproduceren, wordt aangenomen zonder bewijs. Hijzelf vindt dit "ongeloofwaardig" en denkt dat dit punt "de basis vormt van de evolutietheorie". Het is wellicht nuttig om enkele zaken te onderscheiden:
Ik hoop dat dit iets kan verhelderen.
Vriendelijke groeten,
Johan Braeckman
ANTWOORD
Er zitten minstens verschillende fouten in deze kritiek van wijlen Karel van het Reve :
(1) een vogel, of om het even welk organisme, doet niets om "de soort te laten overleven". Dat zou selectie zijn die inwerkt op het niveau van de soort of de groep, en dat bestaat niet. Kenmerken moeten bijgevolg niet verklaard worden door de vraag te stellen waarom ze nuttig zijn voor de soort. Van het Reve interpreteert de redeneringen van evolutionisten (tenminste, toch van de betere) reeds daar foutief.
(2) vanzelfsprekend is er niks mis mee om een functie toe te schrijven aan eigenschappen die onderling tegenstrijdig lijken, zoals "felle kleuren" enerzijds en "onzichtbaarheid" anderzijds. Het is eenvoudigweg waar dat voor de ene vogel een felle kleur een voordeel kan bieden, terwijl voor de andere onzichtbaarheid (camoeflage) interessant is. Dat kan overigens zelfs gelden voor een en dezelfde vogel, afhankelijk van de situatie. Hetzelfde geldt voor allerlei andere eigenschappen, bv. het al dan niet maken van geluid, enz.
(3) een theorie die tegenovergestelde verschijnselen verklaart is volgens Karel van het Reve een slechte theorie. Dat klopt in bepaalde gevallen (bv. de psycho-analyse, die Karel van het Reve ook maar niks vond), maar het klopt natuurlijk niet altijd. Newtons theorie verklaart zowel de rusttoestand als de beweging van voorwerpen, om maar iets te zeggen, en het is zeker geen slechte theorie. Er zijn dus theorieën die net hun kracht aantonen door verschillende situaties te kunnen verklaren; alles staat of valt natuurlijk met de bewijzen. Het soort kwesties waar Karel van het Reve naar verwijst, zijn veelvuldig getest, en tonen de kracht van de theorie van natuurlijke en seksuele selectie aan. Zo bijvoorbeeld is het wel degelijk reproductief interessant om een kleurrijke staart te hebben als je een pauw bent, en het is al even interessant om er niet te opvallend uit te zien als je een uil bent (zo heb je meer kans om een prooi te vangen). Daar is niks tegenstrijdig aan.
Prof. Dr. Johan Braeckman
Het geloof in UFO's is gebaseerd op de overtuiging dat er ETI bestaat: Extraterrestrial Intelligence. Dat is de overtuiging dat er buiten onze aarde nog intelligente wezens zijn die eventueel een hoogontwikkelde technologie ontworpen hebben en mogelijk met ruimteschepen naar ons zouden komen.
De kans is niet zero dat er ergens in het heelal intelligente wezens zijn, ze is zelfs relatief groot. Maar dat niet-aardse levende wezens hier heen zouden komen, is wel bijzonder onwaarschijnlijk.
Overweeg het volgende :
1. de kans dat er op "een welbepaalde planeet" intelligente wezens zijn, is fabelachtig klein. Zeg maar 1 op 1000 miljard.
2. de kans dat er "ergens in het heelal" intelligente wezens zijn, is daarentegen zeer groot. Want, er zijn in het ganse heelal uiteraard veel meer dan duizenden miljarden planeten (er zijn meer dan duizenden miljarden sterren). Dus de kans dat er daar ergens zo'n planeet bij zit, zelfs als het maar één op duizend miljard is die leven zou hebben, is relatief groot. Plus het feit dat het heelal enorm groot is, maakt de kans des te groter.
3. Maar, door het feit dat de kans per planeet zo fabelachtig klein is, is de kans dat dat heel dicht bij ons is, wéér fabelachtig klein. In een straal van een tiental lichtjaren heb je hoop en al een twaalftal sterren. Dwz, stel dat je een straal neemt van 100 lichtjaren, dan heb je misschien al enkele duizenden sterren. Dan heb je misschien al enkele zonnestelsels met planeten die vergelijkbaar zijn aan de onze. Maar, de kans is nog altijd zeer klein dat er daar intelligente wezens inzitten.
4. Indien zij daar zouden zitten, zij ook nog eens ons niveau van beschaving zouden hebben, is wéér zeer klein.
5. De kans dat zij dan naar hier zouden komen en die gigantische afstanden zouden overbruggen, is wéér zo fabelachtig klein, dat het verwaarloosbaar wordt.
Hun aanwezigheid zou bovendien op een relatief eenvoudige manier moeten vast te stellen zijn, bijvoorbeeld door radiosignalen. En die zijn nooit vastgesteld. Op dat niveau van beschaving zou het immers veiliger en eenvoudiger zijn om onze planeet eerst op veilige afstand op de hoogte te brengen dan het gevaar te lopen andere beschavingen te betreden.
De manier waarop tot op heden zogenaamde UFO's zich getoond hebben is ook vrij verdacht : net in een periode van ruimtevaart zien mensen bij periodes massaal UFO's. Neem daarbij de feilbare menselijke zintuiglijke waarneming waardoor we vaak op een verkeerd been worden gezet, want we zijn geen objectief waarnemende wezens. Denk daarbij ook aan zaken zoals geheime militaire fenomenen die maar al te vaak voor UFO's werden aanzien, en vergeet vooral niet de sensatiegerichte grapjassen en zij die dol zijn op complottheorieën. De kleurrijke en spectaculaire UFO-magazines en andere new age-uitgaven zijn daar verlekkerd op.
Sluit dit allemaal het bestaan van UFO's uit? Neen, maar uitzonderlijke beweringen vragen wel uitzonderlijk sterke bewijzen. Maak trouwens steeds het onderscheid tussen je persoonsgebonden fascinatie voor bizarre fenomenen (je emoties), en de werkelijkheid.
Kortom, de kans is fabelachtig klein dat er wezens uit de ruimte naar ons komen. Ze is niet zero, maar ze is zo klein dat alle beweringen daarover zo helder en evident moeten zijn. Anders moet je daar weinig geloof aan hechten. Dus, UFO's blijken tot op heden meteorologische of menselijke fenomenen : discotheeklicht, geheime of niet-geheime luchttoestellen, poollicht of andere metreologische fenomenen, of getrukeerde zaken.
Wat als u een UFO denkt te zien?
Men zoekt eerst naar de meest plausibele verklaringen voor een bizar fenomeen. Dat wil zeggen, het overwegen van de kansen die ik zonet heb geschetst krijgen voorrang op het voor waar aannemen van buitenaardse wezens of andere fantastische verhalen. De kans dat we ons simpelweg vergissen, dat het om een grap gaat, of dat iemand zijn fantasie op hol slaat is nog steeds veel groter dan de kans dat intelligente wezens een afstand van duizenden miljarden lichtjaren overbruggen. En dat wordt nogal eens vergeten
Accreditatie is een formele, al dan niet officiële erkenning dat men een product aflevert dat beantwoordt aan de verwachtingen van de klant en dit volgens schriftelijk vastgelegde procedures. Omdat alleen het vormelijk aspect en niet het inhoudelijke van de opleiding beoordeeld wordt, vertelt dit absoluut niets over het werkelijkheidsgehalte van de astrologie.
Het is inderdaad zo dat het 'Astrological Institute, Inc.' in Scottsdale (in de staat Arizona) onlangs een accreditatie gekregen heeft van de Accrediting Commission of Career Schools and Colleges of Technology, een federale instelling voor controle van de kwaliteit van het onderwijs. De accreditatie geldt voor een lessenpakket dat leidt tot een diploma in astrologie en psychologie.
Voor de achtergrond moeten we eerst de toestand in de VS op onderwijsvlak van nabij bekijken. De VS is een land waarin de federale staat zich zo min mogelijk bemoeit met het leven van de burger. Dit geldt ook voor het onderwijs : op enkele uitzonderingen na (zoals militaire academies) organiseert de federale staat ('Washington DC') geen onderwijs. Net zoals bij ons het geval is mag iedereen daar een instelling openen voor onderwijs, die instelling gelijk welke naam geven (University, College,...), daarin gelijk wat onderwijzen en zoveel diploma's uitreiken als hij wil. Anderzijds hebben de individuele staten wel een verantwoordelijkheid op het vlak van het onderwijs en ze kunnen hiervoor via het US Education Department subsidies krijgen van de federale staat. Het is daarvoor echter wel nodig dat de onderwijsinstellingen voldoen aan een aantal voorwaarden i.v.m. de kwaliteit van het verstrekte onderwijs. Instellingen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, kunnen daarvoor geaccrediteerd worden, waardoor ze in aanmerking kunnen komen voor directe en indirecte (vooral federale studiebeurzen voor hun leerlingen) financiële voordelen. De accreditatie gebeurt door afzonderlijke organismen zoals in dit geval de Accrediting Commission of Career Schools and Colleges of Technology.
Wat betekent accreditatie, een term die de laatste jaren ook bij ons op allerlei gebied erg populair geworden is ? Accreditatie is een soort certificaat dat uitgereikt wordt door een onafhankelijke controlerende organisatie en dat verklaart dat iemand, een instelling of een bedrijf effectief doet wat hij beweert te doen. Niet meer en niet minder. Over de inhoud van dat 'wat' spreekt de organisatie zich niet uit, het stelt gewoon vast.
In de industrie is vooral de accreditatie voor 'ISO-9000' bekend, waarbij het controlerend organisme verklaart dat een bedrijf voldoet aan de eisen die in de internationale normen van de reeks ISO-9000 gesteld worden. En die eisen slaan vooral op kwaliteitscontrole : een organisatie of bedrijf moet een systeem hebben om de kwaliteit van haar producten te garanderen tegenover de afnemer. 'Kwaliteit' wordt in deze context dan ook gedefinieerd als 'geschikt voor het bestemde doel'. Kopen bij een geaccrediteerd bedrijf moet de klant een garantie bieden dat de producten van dat bedrijf daadwerkelijk beantwoorden aan de geafficheerde kenmerken. Omdat de klant meestal moeilijk elk bedrijf waarbij hij of zij aankoopt zelf kan controleren (de technische term is 'auditen'), wordt er vertrouwd op de competentie van de accrediterende instelling. Omdat een accreditatiecertificaat vooral een verkoopsargument is naar de klant toe, betekent het ook dat het de klant is die bepaalt of hij aan dat certificaat belang hecht of niet. Het is in laatste instantie dus de klant die de criteria voor de accreditatie oplegt en niet de producent. Kortom : de klant is koning !
Deze principes worden niet alleen toegepast op bedrijven die een product afleveren ('is mijn nieuwe koffiezet van goede kwaliteit ?') maar ook op diensten ('levert de pakjesdienst de bestelling op tijd af ?') en personen ('is deze lasser van pijpleidingen wel competent ?'). Hierna concentreren we ons op personen (astrologen) en diensten (onderwijs).
Er zijn een aantal organisaties die astrologen accrediteren; de meest gerenommeerde is de AFA. Die accreditatie houdt in dat de astroloog een certificaat van competentie krijgt : een astroloog met certificaat is een bekwame astroloog die beantwoordt aan de 'AFA standards of practice' en 'Code of Ethics'. Om geaccrediteerd te worden moet de astroloog aan een accreditatie-examen van de AFA deelnemen. Er is echter een klein probleem met dit systeem : AFA staat voor American Federation of Astrologers. Het is dus een organisatie van astrologen die mede-astrologen erkent. Niet erg overtuigend voor skeptici.
De principes van kwaliteit kan men ook op onderwijsvlak toepassen : hier controleert de accreditatie-instelling in opdracht van de overheid de kwaliteit van het onderwijs. Kwaliteit wordt ook hier gedefinieerd als 'voldoen aan bepaalde vooropgestelde criteria', en die criteria hebben betrekking op het onderwijsproces en niet op de inhoud van wat onderwezen wordt ! Ergens is dit begrijpelijk : als men naast de manier van onderwijs geven ook nog de inhoud van de vakken moet controleren, dan moet men voor elk cursuspakket inhoudelijke eisen vastleggen. Door de criteria zeer algemeen te houden, kunnen die op elk soort onderwijs toegepast worden en kunnen ze gecontroleerd worden door onderwijsspecialisten i.p.v. door vakspecialisten. De controleur die de audit uitvoert hoeft dan eigenlijk helemaal niets af te weten van de inhoud van het vak...
Als we dit voor ogen houden, dan wordt het begrijpelijk dat het 'Astrological Institute' een accreditatie gekregen heeft van de Accrediting Commission of Career Schools and Colleges of Technology omdat ze o.a. konden aantonen dat hun lesgevers gekwalificeerd waren (= een diploma hadden dat toelaat om les te geven) en dat hun afgestudeerden een plaats op de arbeidsmarkt konden vinden (citaat van Joyce Jensen van het Astrological Institute : "Astrology has become a significant tool for the future and is now listed in the U.S. government's top 10 most sought after careers."). Ondervraagd over deze accreditatie verklaarde het hoofd van 'The Council for Higher Education Accreditation' in Washington uitdrukkelijk dat de accreditatie helemaal niets zegt over de waarde van astrologie, maar alleen erkent dat de instelling haar beloften aan de studenten vervult. En dit ligt natuurlijk volledig in de lijn van de filosofie van de accreditatie : 'Beschrijf wat je doet en doe wat je beschreven hebt'. Of wat je doet ook zinvol is, moet de klant maar uitmaken want die is immers koning.
Het 'Astrological Institute' is echter niet de enige instelling voor astrologie-onderwijs die een officiele erkenning gekregen heeft. Een ander geval is het 'Kepler College of Astrological Arts and Sciences' in Lynnwood (in de staat Washington) dat in 2000 zijn erkenning kreeg van de 'Higher Education Coordinating Board' (HEC Board) van de staat Washington (dus alleen geldig binnen de staat Washington, in tegenstelling tot het 'Astrological Institute' dat een federale accreditatie kreeg). Het Kepler College geeft vooral afstandsonderwijs via computer en mag de graden van BA - Bachelor of Arts, vergelijkbaar met onze kandidaturen- en MA - Master of Arts, vergelijkbaar met onze licenciaat of ingenieur - toekennen. Wat impliceert dat hun onderwijs op universitair niveau zou staan, in tegenstelling tot het 'Astrological Institute' dat op het niveau van hoger beroepsonderwijs staat. De erkenning van het Kepler College is echter nog geen accreditatie : volgens een woordvoerdster van de HEC Board werd alleen de toestemming gegeven om de deuren te openen "omdat de instelling, vanuit zakelijk standpunt gezien, alle nodige structuren heeft om in de staat Washington te werken". De statuten van de HEC Board bepalen immers dat de taak ervan bestaat uit "het verzekeren van eerlijke zakelijke praktijken en van voldoende kwaliteit tussen instellingen die graden toekennen in de staat Washington en om de burgers te beschermen tegen ondermaatse, frauduleuze en bedrieglijke praktijken." Een puur economische visie dus. Maar voor het Kepler College is dit slechts een begin; er wordt naar gestreefd om tegen eind 2002 accreditatie te krijgen van het Distance Education Training Councel. Of dat zal lukken kan zelfs het hoofd van het Kepler College niet in de sterren lezen...
Terloops : het inschrijvingsgeld voor het Kepler College bedraagt 5000$ per jaar, voor het 'Astrological Institute' 5300$. Dit jaar zou het Kepler College een dertigtal studenten hebben.
Australië is een ander land waar een school voor astrologie geaccrediteerd is. De 'Australasian Academy of Astrology and Allied Arts' beweert de eerste ter wereld geweest te zijn die van een staatsorganisme accreditatie verkreeg. Nadere onderzoek toont echter ook hier aan dat de inhoud van de cursussen nergens ter sprake komt bij de voorwaarden voor accreditatie : het zijn de onderwijsprocessen, de documentatie, de evaluatie van de leerlingen e.d. (kortom : het papierwerk) die bepalend zijn.
Besluit
Accreditatie is een formele, al dan niet officiële erkenning dat men een product aflevert (hier : een opleiding tot astroloog) dat beantwoordt aan de verwachtingen van de klant en dit volgens schriftelijk vastgelegde procedures (hier : hoe het gegeven wordt) die daadwerkelijk gevolgd worden. Omdat alleen het vormelijk aspect en niet het inhoudelijke van de opleiding beoordeeld wordt, vertelt dit absoluut niets over het werkelijkheidsgehalte van de astrologie. Daarom zou men het toekennen van accreditatie aan astrologische scholen kunnen afdoen als een amusant voorbeeld van het misbruik van ontspoorde administratieve procedures. Er zijn echter twee factoren die het iets minder grappig maken :
- accreditatie staat voor heel wat mensen gelijk aan 'bewezen en erkend als goed', m.a.w. als de officiële erkenning dat astrologie werkt. Dit is trouwens een van de uitgesproken redenen waarom astrologen naar accreditatie streven : "Accreditatie van cursussen astrologie door de staat en registratie van astrologiescholen betekent dat astrologie publieke geloofwaardigheid zal krijgen als een strikte wetenschappelijke discipline met een garantie op een uitstekende vorming" (J. Webber van de 'Australasian Academy of Astrology and Allied Arts' ).
- accreditatie leidt tot het opnemen van de geaccrediteerde instituten in het normale circuit van subsidies, studiebeurzen e.d. uit belastingsgelden. De cynicus kan hier opmerken dat dit geen principieel probleem mag zijn omdat een groot deel van de belastingbetalers immers in astrologie gelooft...
We kunnen in de toekomst nog verdere uitbreiding van accreditatie van astrologische scholen verwachten. En wie denkt dat dit een exclusief angelsaksisch fenomeen is, wordt best herinnerd aan het geval Germaine Hanselmann (alias Elisabeth Tessier) en de Sorbonne. Ook zij vindt haar doctoraat een eerste stap in de erkenning van de astrologie.
=========================
Referenties :
Zoek op het net op de termen
- Accreditation Astrology
- Astrological Institute (die van Joyce Jensen). De laatste update van die site dateerde - in september 2001 - nog van 1998 zodat de accreditatie en de geaccrediteerde cursussen nog nergens vermeld worden. Zelfs het aangeboden cursuspakket is dat voor 1998. Het internet lijkt astrologisch toch niet zo interessant te zijn...
- Kepler College
Zie ook :
http://seattlep-i.nwsource.com (krantenartikel over het Kepler College)
http://www.aplaceinspace.net/Pages/JWAccreditation.html
Door prof. E. Vermeersch
In verband met het recente succes van dogmatische sekten of ideologische groeperingen, is het nuttig in de relatie tussen een individu en een godsdienst of ideologie de volgende karakteristieken te onderscheiden, die in meer of minder sterke mate aanwezig kunnen zijn.
Kenmerken van sektarisme
1. Inpalming : de mate waarin men een meer of minder belangrijk deel van zijn leven, denken en handelen door de wereldbeschouwing laat bepalen (men kan bijvoorbeeld driemaal in het leven naar de kerk gaan of in een slotklooster intreden, met alle varianten daartussen).
2. Groepsvorming : de mate van wederzijdse controle die de groepsleden op elkaar kunnen uitoefenen (in grote mate mogelijk bij het samen in één huis wonen).
3. Hiërarchie : de mate van macht die de leidende figuren op de volgelingen kunnen uitoefenen, inclusief de mogelijkheid tot straffen en het verwekken van angst.
4. Charismatische leider : de macht kan ook volledig in handen zijn van een figuur die door iedereen als de "verlichte", of de "Messias" wordt beschouwd.
5. Afzondering van de wereld: de mate waarin de handelingen en gebruiken (bijvoorbeeld voeding, kledij, arbeid) afwijken van die van de omgeving of van het eigen verleden; afzondering van familie en vroegere vrienden, werkkring, enzovoort.
6. Uitverkiezing : de leden van de groep kunnen ervan overtuigd zijn dat ze een apart statuut van "uitverkorenen" hebben; ze menen bepaalde informatie te hebben, of bepaalde dingen te kunnen, waarvan ze menen dat andere mensen die niet hebben of kunnen.
7. Geslotenheid voor informatie: de mate waarin het contact met de media en met kritische of alternatieve informatie wordt verbroken.
8. Irrationalisme van geloofsovertuigingen: de mate waarin de groepsleden bepaalde overtuigingen hebben die in strijd zijn met algemeen aanvaarde of wetenschappelijk onderbouwde opvattingen (bijvoorbeeld complottheorieën, het geloof in buitenaardse wezens, niet werkzame "geneesmethodes", enzovoort).
9. Proselytisme : de mate waarin de leden van de groep intense pogingen aanwenden om nieuwe leden te werven.
In het algemeen kan men zeggen dat een beweging des te meer als een "sekte" kan worden betiteld, en een des te meer dogmatiserende, en verstarrende invloed heeft op zijn aanhangers, naarmate deze karakteristieken sterker aanwezig zijn. In extreme gevallen wordt het uiterst moeilijk om van opinie te veranderen. Niet alleen hangt men een fantasie aan, men is er ook aan vastgekluisterd, wat het einde betekent van alle vrijheid en redelijkheid. In verband met sekten wordt ook gesproken over "brain washing". Ongetwijfeld bestaan er methodes om gedurende een zekere periode de suggestibiliteit te verhogen (bijvoorbeeld drugs, onthouding van voeding en slaap, gesaccadeerde, dat wil zeggen schuddende bewegingen, vooral met het hoofd). Het belang van deze methodes wordt evenwel overschat; het zijn vooral de karakteristieken 1 tot 9 die uiteindelijk de starheid in stand houden.
(Uit cursus Historisch overzicht van de wijsbegeerte ; prof. E. Vermeersch)
De meeste astronomie foto's die naar buiten worden gebracht zijn bewerkt. De transmissiefouten worden weggewerkt, kleuren worden aangepast, prespectivische vervormingen gecorrigeerd, mozaïeken van detail foto's aan mekaar gebreid... Over de voor- en nadelen van die bewerkingen wordt regelmatig gediscussieerd onder astronomen, zekere over de kleuren van die foto's. Het grote publiek krijgt zo dikwijls een verkeerd beeld van het uitzicht van planeten, manen of sterrenstelsels. Maar de esthetische en emotionele aspecten van zulke beelden zijn ook belangrijk voor een groot publiek, dat uiteindelijk de rekeningen betaald van de ruimtevaart. Vele spectaculaire foto's van Jupiter en Io van de Galileo sonde hebben bv. overdreven kleuren. Dikwijls worden kleuren ook gebruikt om voor de mens niet zichtbare golflengtes weer te geven. Op de goede astronomie sites wordt meestal vermeld of de kleuren natuurlijk zijn of niet (NASA, JPL, ESA, ...).
Goede bronnen voor foto's zijn bv.:
Getuigen van Jehovah beweren over het gebruik van de kruisdood van Jezus dat er geen bewijzen zijn voor het gebruik van het kruis. Zij gaan ervan uit dat Jezus gestorven is aan een paal. Wat kunnen we historisch zeggen op dit punt?
Wat wij nu 'kruisiging' noemen komt overeen met datgene wat bij de Romeinen als de meest gruwelijke straf (summum supplicium) werd beschouwd; een van de essentiële voorwaarden daarvoor was dat de kruisiging zo lang mogelijk duurde (meerdere dagen). De Griekse term 'stauros' betekent 'paal' de Latijnse term 'crux' betekent zoveel als 'martelhout'; de kruisvorm zoals wij ons die voorstellen, zit in die betekenis nog niet in. Er was ook geen vaste, voorgeschreven vorm bij gebrek aan paal kon men bv. ook iemand aan een boom spijkeren. Zo kon men ook iemand op een iets dunnere paal met een scherpe punt doorheen de geslachtsdelen (of anus) van boven naar onder vastspiesen. Het kruis met een staande paal en daarop een dwarsbalk (in de vorm van een T) was een courante vorm. Het 'kruisdragen' bestond er dan in dat men de dwarsbalk (patibulum) tot aan de staande paal moest dragen waarna men daaraan met de armen of handen werd vastgespijkerd. Kruisigen bij de Romeinen betekent nooit 'ophangen' in onze zin van het woord (aan de hals) dit veroorzaakt een veel te snelle dood. Ten onrechte denkt men dat men aan het kruis (T) 'hing'; in feite was er veelal op de paal een blokje voorzien (sedile) waarop het lichaam min of meer steunde: blijkbaar had men vastgesteld dat, wanneer het lichaam lang aan de armen hing de borstspieren verkrampten wat een vroege verstikkingsdood teweegbracht. Men was dus wel aan de armen of handen vastgespijkerd (vermoedelijk meestal in het handgewricht, omdat dit het meest pijnlijk was) en tevens was men met de voeten vastgespijkerd. Volgens een recent (1968) ontdekt geraamte van een gekruisigde (in Palestina uit de eerste eeuw) gebeurde dit met één grote spijker door de twee enkelgewrichten (opzij, waarbij de benen dus blijkbaar schuingedraaid waren en niet in vooraanzicht zoals op de meeste kruisigingstaferelen; dat blijkt ook uit de wijze waarop de scheenbenen (met een zware staaf) gebroken zijn - crurifragium - wat gebeurde wanneer men de gekruisigde afnam als hij nog niet dood was. Ook dit voorbeeld moet men echter slechts als één van de mogelijkheden beschouwen: de essentie was: zo gruwelijk mogelijk lijden, zo lang mogelijk laten duren; het hing uiteraard ook af van het materiaal dat men ter plaatse had. Het heeft dus weinig zin om de discussiëren over de precieze vorm van het kruis: je had er in allerlei maten en gewichten, maar de T-vorm heeft in het Oosten van het Romeinse Rijk nogal wat verspreiding gekend.
Aangezien we over Jezus ongeveer niets met zekerheid weten (hoewel zijn kruisiging een plausibele hypothese is), weten we uiteraard niets over de precieze vorm ervan, maar de kans op de T-vorm is relatief groot. Deze gegevens zijn gebaseerd op de meest recente studies over de kruisiging. Er is nog heel wat over te vertellen, maar dat is voer voor archeologen. Het meest eigenaardige in het passieverhaal van de evangeliën is de opmerkelijk vroege dood van Jezus: normaal hing men dagenlang aan het kruis. (De voorafgaande geseling verklaart dat niet, want ook dat was een routine-procedure). De voornaamste specialist in dit opzicht is momenteel Heinz-Wolfgang Kuhn (zie bv. Aufstieg und Niedergang der Römischen Welt).
Etienne Vermeersch
Je hebt een belangrijke vraag gesteld, één die vele occasionele bezoekers aan onze website stellen en waarover we ons onder skeptici ook regelmatig beraden. Moeten we ons druk maken over wat de mensen geloven? Als iemand denkt dat zijn toekomst in de sterren staat, laat hem dan in zijn geloof, hij doet toch niemand kwaad? Als iemand denkt dat homeopathie hem gaat genezen van kanker, laat hem dan doen. Het is toch zijn leven en zijn geloof, daar moet je respect voor hebben en dat mag je niet afkraken. Dat zijn inderdaad belangrijke argumenten en we zijn er onder skeptici niet echt uit hoe we daar op moeten reageren met respect voor de overtuiging van onze medemensen.
Maar laat ik het even wat concreter stellen. Veronderstel, je hebt een vriendin waarvan je zielsveel houdt. Je relatie met haar is geweldig en jullie zijn ervan overtuigd dat jullie voor mekaar gemaakt zijn. Je hebt haar ten huwelijk gevraagd; ze vond het geweldig en jullie hebben jullie huwelijk gepland voor september dit jaar. Maar je vriendin wil toch nog wat onafhankelijk advies en stapt naar een astroloog. Die vertelt haar dat jullie horoscopen totaal onverenigbaar zijn, dat ze ongetwijfeld haar ongeluk tegemoet gaat en onverwijld de relatie moet stopzetten. En dat doet ze ook. De vrouw van je leven verbreekt jullie relatie en je bent radeloos van verdriet. Moeten we haar “in haar geloof laten”? Of moeten we, als verantwoordelijke medemensen, haar erop wijzen dat astrologie op niets gebaseerd is en dat ze een verschrikkelijke fout maakt door een geweldige relatie stop te zetten op advies van een charlatan?
En ander voorbeeld. Stel dat er bij je echtgenote borstkanker wordt vastgesteld. De geneesheer-specialist adviseert een operatie om het gezwel te verwijderen en chemotherapie. Je echtgenote vindt dat verschrikkelijk (erg begrijpelijk natuurlijk) en stapt naar een alternatieve genezer. Die bezweert haar om geen operatie of chemo te ondergaan, maar om haaienkraakbeen te slikken en een speciaal dieet te volgen. Twee jaar later sterft ze aan kanker, die geneesbaar was geweest als ze het advies van de geneesheer-specialist had gevolgd. Wat doen we daarmee? Moeten we haar in haar geloof laten? Of moeten we haar, als verantwoordelijke medemensen, vertellen dat haaien wel kanker krijgen (zelfs kraakbeenkanker), dat er nooit is aangetoond dat haaienkraakbeen of diëten iets verhelpen aan kanker, dat een operatie en chemo in de meerderheid van de gevallen, zeker bij vroeg ingrijpen, de kanker elimineren en een onbezorgd verder leven garanderen?
Als je abstract redeneert, kun je inderdaad denken: laat ze in hun geloof, ze doen toch niemand kwaad. Of: hoe belangrijk is de “waarheid”, iedereen zijn waarheid, hou je kritiek voor jou. Maar in de echte wereld van echte mensen met echte, waardevolle relaties is de waarheid echt belangrijk. De waarheid is niet relatief, waarden zijn niet te nemen of te laten, we zijn allemaal leden van een samenleving gebaseerd op wederzijds vertrouwen en redelijk absolute waarheden. Daar zijn wij als skeptici van overtuigd en dat houdt de moed erin als we aankijken tegen die enorme berg van onzin waarin mensen absoluut willen geloven. Je zou er soms moedeloos van worden en vele (zoniet de meeste) mensen denken er ook zo over. Waarom zou je je druk maken? Mensen willen nu eenmaal geloven, ze “willen” bedrogen worden, laten we ons concentreren op onze eigen (kleine) wereld en de anderen “in hun geloof laten”.
Als skeptici denken we dat er een echte wereld rondom ons ligt en dat we daarover kennis kunnen vergaren via onze zintuigen en onze hersenen. Uit eeuwenlang onderzoek weten we ook dat onze zintuigen en onze hersenen ons kunnen bedriegen, en dat ze dat inderdaad ook doen. Maar we zijn ervan overtuigd dat er een echte waarheid bestaat waarover we min of meer betrouwbare informatie kunnen verkrijgen en waarover we kunnen nadenken, en dat we met de ervaring van eeuwen onderzoek en nadenken (filosofie) er kunnen voor zorgen dat we ons niet te veel in de luren laten leggen door onze zintuigen en/of hersenen, dat we de betrouwbaarheid van onze waarnemingen en overpeinzingen kunnen bijsturen en testen. We zijn grote supporters van de individuele vrijheid, het recht op vrije meningsuiting en de democratische samenleving. Maar we zijn ervan overtuigd dat mensen van die vrijheden enkel ten volle kunnen genieten als ze betrouwbare informatie hebben, en dat de wetenschappelijke (skeptische) methode de beste is (tot nog toe) om de betrouwbaarheid van die informatie te garanderen. In een democratische samenleving is het aan de bevolking om te beslissen welke richting die samenleving moet inslaan. Dat is bijzonder belangrijk, zeker omdat de geschiedenis ons getoond heeft hoe stom dictators en andere politici kunnen zijn. Wij hebben als burgers een bijzonder belangrijke rol in een democratische samenleving, maar voor we onze mond opendoen, moeten we wel zorgen dat we weten waarover we praten. Dat is een belangrijk deel van onze verantwoordelijkheid als burgers. Dus moeten we zorgen dat onze informatiebronnen betrouwbaar zijn. “Laat ze in hun geloof” heeft daarin geen plaats.
Stel dat een belangrijk deel van de bevolking gelooft in vliegende tapijten. Gaan we dan het openbaar vervoer afschaffen om “hen in hun geloof te laten”? Dat is uiteraard pure onzin. Er zijn objectieve, testbare normen om ideeën te toetsen, er bestaat een echte werkelijkheid en een echte waarheid die geen “respect” hebben voor iemands geloof. Als skeptici vinden we dat elk idee getest kan worden en dat we een plicht hebben tegenover de maatschappij om onzinnige ideeën aan de werkelijkheid te toetsen. En als we merken dat het onzin is, dan vinden we dat we onze medemensen daarover moeten informeren. De - meestal kleine - schare gelovigen van die beperkte “waarheid” (of geloof) zijn dan natuurlijk boos, want wij hinderen hen in het - bewust of onbewust - misleiden van hun medemensen. Maar wij skeptici denken dat het immoreel is om die informatie te verbergen voor onze medemensen, ook als we daardoor een kleine minderheid niet “in hun geloof laten”.
Beste Marnix, ik hoop dat deze overpeinzingen van een skepticus je wat kunnen helpen om je in te leven in onze houding en onze standpunten. Maar denk er altijd aan dat je een vrij denkend persoon bent. We kunnen alleen proberen om je zo betrouwbaar mogelijke informatie aan te reiken en onze ideeën zo helder mogelijk uiteen te zetten. Dan is het aan jou om deze ideeën te toetsen aan jouw denkwereld en kritisch te verwerken. Dat is jouw verantwoordelijkheid in onze rijke, democratische samenleving.
Paul de Belder, bestuurlid skepp
Dergelijke cijfers moet je in hun contekst bekijken. Voorbeeld: in een Vlaamse stad zijn er twee hospitalen die hartoperaties (bypass) doen. De ene (hospitaal A) neemt enkel gevallen aan die er gunstig uitzien en heeft een lange wachttijd. Al wat er erg risicovol uitziet gaat dus naar de andere B, plus daarbij zijn er nogal wat erge gevallen op de wachtlijst stonden voor het hospitaal A die overlijden voor dat ze aan de beurt komen. Dus enkel de beste gevallen worden uiteindelijk geopereerd in A, en alle risico's gaan naar B, waar de statistieken dan ook veel slechter lijken, alhoewel de resultaten van B waarschijnlijk beter zijn VOOR VERGELIJKBARE GEVALLEN.
Ander voorbeeld: een dienst waar men gewrichten repareert. In de ene komen vooral ouderen terecht met erge arthrose, terwjl de andere dienst beroemd is bij sportmensen en dus heel wat jonge gezonde kerels over de vloer krijgt, waar heel wat minder complikaties zullen gebeuren.
Natuurlijk zijn er ook nog andere factoren die een rol spelen, zoals hygiene, het is zeker de moeite om er verder op in te gaan, maar zoals de onderzoekers zelf zegden mag je daar niet zomaar uit concluderen dat het ene hospitaal beter zou zijn dan het andere.
Je moet kunnen vergelijken welke soort mensen er opgenomen worden, geslacht, leeftijd, met welke aandoening, in welk stadium, en dan moet je nog zien aan wat ze overlijden. Kortom als men vergelijkingen maakt moet het tussen vergelijkbare groepen gaan, ander is het zinloos.
Prof. Wim Betz
Er zijn er vele meer, maar hier een steekproefje van goede en leuke skeptische citaten:
The beginning of wisdom is found in doubting; by doubting we come to the question, and by seeking we may come upon the truth.
--- Pierre Abelard
The saddest aspect of life right now is that science gathers knowledge faster than society gathers wisdom.
---Isaac Asimov
We owe it to ourselves as respectable human beings, as thinking human beings, to do what we can to make humanity more rational. Humanists recognize that it is only when people feel free to think for themselves, using reason as their guide, that they are best capable of developing values that succeed in satisfying human needs and serving human interests.
--- Isaac Asimov
The saddest aspect of life right now is that science gathers knowledge faster than society gathers wisdom.
--- Isaac Asimov
Humanity has the stars in its future, and that future is too important to be lost under the burden of juvenile folly and ignorant superstition.
The most exciting phrase to hear in science, the one that heralds new discoveries, is not 'Eureka!' but 'That's funny...'
--- Isaac Asimov
Creationists make it sound as though a 'theory' is something you dreamt up after being drunk all night.
--- Isaac Asimov
To surrender to ignorance and call it God has always been premature, and it remains premature today.
--- Isaac Asimov
If knowledge can create problems, it is not through ignorance that we can solve them.
--- Isaac Asimov
Do not believe in anything simply because you have heard it. Do not believe in anything simply because it is spoken and rumoured by many. Do not believe in anything because it is found written in your religious books. Do not believe in anything merely on the authority of your teachers and elders. Do not believe in traditions because they have been handed down for many generations. But after observation and analysis, when you find anything that agrees with reason and is conducive to the good and benefit of one and all, then accept it and live up to it.
--- Siddhartha Gautama (The Buddha), 563-483 B.C.
False facts are highly injurious to the progress of science, for they often endure long; but false views, if supported by some evidence, do little harm, for everyone takes a salutory pleasure in proving their falseness; and when this is done, one path toward errors is closed and the road to truth is often at the same time opened.
--- Charles Darwin, The Descent of Man
Faith is the great cop-out, the great excuse to evade the need to think and evaluate evidence. Faith is belief in spite of, even perhaps because of, the lack of evidence.
--- Richard Dawkins
When two opposite points of view are expressed with equal intensity, the truth does not necessarily lie exactly between them. It is possible for one side to be simply wrong.
--- Richard Dawkins
Science is the study of the real world and the real word, whether we like it or not, is where we live.
--- Richard Dawkins
Today the theory of evolution is about as much open to doubt as the theory that the earth goes round the sun --- Richard Dawkins
Scientific beliefs are supported by evidence, and they get results. Myths and faiths are not and do not. --- Richard Dawkins
Reality is that which, when you stop believing in it, doesn't go away.
--- Philip K. Dick
It's not that I'm so smart, it's just that I stay with problems longer.
--- Albert Einstein
Only two things are infinite, the universe and human stupidity, and I'm not sure about the former.
--- Albert Einstein
The further the spiritual evolution of mankind advances, the more certain it seems to me that the path to genuine religiosity does not lie through the fear of life, and the fear of death, and blind faith, but through striving after rational knowledge. --- Albert Einstein
It is easier to attribute UFO sightings to the known irrationalities of terrestrials than to the unknown efforts of extraterrestrials. --- Richard Feynmann
If a million people say a foolish thing, it is still a foolish thing. --- Anatole France
In questions of science, the authority of a thousand is not worth the humble reasoning of a single individual.
--- Galileo Galilei
From now on we live in a world where man has walked on the Moon. It's not a miracle; we just decided to go.
--- Tom Hanks
Facts do not cease to exist because they are ignored. --- Aldous Huxley
Superstition is, always has been, and forever will be, the enemy of liberty.
--- Robert Green Ingersoll
Niets houdt de vooruitgang van de wetenschap zo tegen als wanneer men meent te weten wat men nog niet weet --- Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799)
Faith may be defined briefly as an illogical belief in the occurrence of the improbable.
--- H.L. Mencken
Entia non sunt multiplicanda praeter necessitatem. --- William of Ockham, (gekend als het “Scheermes van Ockham”, klik hier)
De evolutietheorie is een empirische theorie met een overstelpende hoeveelheid materiaal die de theorie ondersteunt. Derhalve is het geen geloof. Voor het geloof daarentegen is er niet één empirisch argument aan te voeren. Niet één.
--- Herman Philipse
Science must begin with myth and with the criticism of myth.
--- Karl Popper
Those who promise us paradise on earth never produced anything but a hell.
--- Karl Popper
No rational argument will have a rational effect on a man who does not want to adopt a rational attitude.
--- Karl Popper
I don't know if God exists, but it would be better for His reputation if He didn't. --- Jules Renard
The idea of the sacred is quite simply one of the most conservative notions in any culture, because it seeks to turn other ideas --uncertainty, progress, change -- into crimes.
--- Salman Rushdie
What is wanted is not the will to believe, but the wish to find out, which is the exact opposite.
--- Bertrand Russell
Skeptical scrutiny is the means, in both science and religion, by which deep thoughts can be winnowed from deep nonsense.
--- Carl Sagan
A central lesson of science is that to understand complex issues (or even simple ones), we must try to free our minds of dogma and to guarantee the freedom to publish, to contradict, and to experiment. Arguments from authority are unacceptable.
--- Carl Sagan
But the fact that some geniuses were laughed at does not imply that all who are laughed at are geniuses. They laughed at Columbus, they laughed at Fulton, they laughed at the Wright Brothers. But they also laughed at Bozo the Clown.
--- Carl Sagan
For me, it is far better to grasp the Universe as it really is than to persist in delusion, however satisfying and reassuring.
--- Carl Sagan
I would love to believe that when I die I will live again, that some thinking, feeling, remembering part of me will continue. But as much as I want to believe that, and despite the ancient and worldwide cultural traditions that assert an afterlife, I know of nothing to suggest that it is more than wishful thinking.
--- Carl Sagan
If you want to make an apple pie from scratch, you must first create the universe.
--- Carl Sagan
Our species needs, and deserves, a citizenry with minds wide awake and a basic understanding of how the world works.
--- Carl Sagan
There are many hypotheses in science which are wrong. That's perfectly all right; they're the aperture to finding out what's right. Science is a self-correcting process. To be accepted, new ideas must survive the most rigorous standards of evidence and scrutiny.
--- Carl Sagan
Think of how many religions attempt to validate themselves with prophecy. Think of how many people rely on these prophecies, however vague, however unfulfilled, to support or prop up their beliefs. Yet has there ever been a religion with the prophetic accuracy and reliability of science?
--- Carl Sagan
We have also arranged things so that almost no one understands science and technology. This is a prescription for disaster. We might get away with it for a while, but sooner or later this combustible mixture of ignorance and power is going to blow up in our faces.
--- Carl Sagan
We live in a society exquisitely dependent on science and technology, in which hardly anyone knows anything about science and technology.
--- Carl Sagan
In order to make an apple pie from scratch, you must first create the universe.
--- Carl Sagan
There are many hypotheses in science which are wrong. That's perfectly all right; they're the aperture to finding out what's right. Science is a self-correcting process. To be accepted, new ideas must survive the most rigorous standards of evidence and scrutiny.
--- Carl Sagan
There is no other species on Earth that does science. It is, so far, entirely a human invention, evolved by natural selection in the cerebral cortex for one simple reason: it works. It is not perfect. It can be misused. It is only a tool. But it is by far the best tool we have, self-correcting, ongoing, applicable to everything. --- Carl Sagan
(Science) has two rules. First: there are no sacred truths; all assumptions must be critically examined; arguments from authority are worthless. Second: whatever is inconsistent with the facts must be discarded or revised. We must understand the Cosmos as it is and not confuse how it is with how we wish it to be. --- Carl Sagan
The method of science is tried and true. It is not perfect, it's just the best we have. And to abandon it, with it's skeptical protocols is the pathway to a dark age.
--- Carl Sagan
It is sad that while science moves ahead in exciting new areas of research, fine-tuning our knowledge of how life originated and evolved, creationists remain mired in medieval debates about angels on the head of a pin and animals in the belly of an Ark.
--- Michael Shermer
And what if we picked the wrong religion? Every week, we're just making
God madder and madder! --- Homer Simpsons, ``Homer the Heretic'', The Simpsons
He alone is free who lives with free consent under the entire guidance of reason.
--- Spinoza
Science is organised knowledge. --- Herbert Spencer.
A man is accepted into church for what he believes - and turned out for what he knows.
--- Mark Twain
Beliefs are what divide people. Doubt unites them. --- Peter Ustinov
As long as people believe in absurdities they will continue to commit atrocities.
--- Voltaire
Ubi dubium ibi libertas.
Where there is doubt, there is freedom.
--- Anonymous (Latin Proverb)
God has no place within this school walls just as facts have no place within organized religion.
--- Superintendent Chalmers in The Simpsons
Willem Betz: 'Dat heeft te maken met de anatomie van het oog en de hersenen. Je hebt de fotografische plaat en een klein stukje dat zorgt voor een scherp zicht: de fovea. Als de hersenen zonder zuurstof raken, ontstaat er kortsluiting. Dan reageert de fovea, in het centrum van je oog, anders dan de fotografische plaat. Doordat zenuwcellen gaan knetteren, krijg je een hogere stimulatie in het midden, net alsof er veel licht binnenkomt. Gevolg: je ziet wit in het midden en zwart eromheen.'
Soms zien ze ook gestorven familieleden of vrienden. 'Als je je ogen sluit, kan je ook Napoleon zien. Er is geen lijn in te trekken. Soms zien ze overleden familieleden, maar ze zien ook levende personen en zelfs Jezus of de kerstman. Wat mensen zien, hangt af van hun cultuur en beschaving. Japanners zien volledig andere dingen dan wij.'
Hoe verklaart men dat mensen zichzelf uit hun lichaam zien treden? 'Hebben ze dingen gezien die ze normaal niet kunnen zien? Dat is door dr. Susan Blackmore ernstig onderzocht en zij ontdekte dat die mensen niets gezien hebben dat ze normaal niet kunnen zien. Die beelden zie je vaak in films en ziekenhuisseries. Nee, een BDE is gewoon een kortsluiting in onze hersenen waardoor je gaat hallucineren en gekke dingen ziet.'
Op onderstaande links zijn interessante verklaringen voor "het zien van spoken":
http://www.kennislink.nl/publicaties/spoken-of-hersenschimmen
http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/14056335/