RSS

Al in de inleiding maken de auteurs duidelijk dat het boek niet gaat over schriftkunde, de gerechtelijke expertise die zich met de herkomst van een handschrift bezighoudt, maar wel over grafologie die behoort tot de "menswetenschappen en de hulpverlening" . Ze halen hij scherp uit naar de "pseudo-grafologen die lichtvoetige diagnoses stellen"; grafologie is volgens hen een methode van persoonlijkheidsonderzoek.

Kritisch denken komt niet van nature. Een blind proces van natuurlijke selectie heeft ons opgezadeld met een brein dat, ondanks de indrukwekkende prestaties die het dagelijks levert, toch uitermate feilbaar en kwetsbaar voor foute ideeën blijkt. Helder denken is een vaardigheid die verworven dient te worden. Net zoals je zonder training en een aangepast schema nooit topsporter kan worden, zal ook niemand in staat zijn om zonder gerichte aandacht voor de ingebouwde beperkingen van het menselijk denken alle valkuilen van kennisverwerving te vermijden.

Een groot deel van de meer dan vierhonderd op alfabetische wijze behandelde onderwerpen gaat over methoden voor debunking, het ontmaskeren van onzin en de wijze waarop we door anderen of door onszelf bedrogen kunnen worden. Het betreft daarbij redeneerfouten (zoals vals dilemma of post hoc), trucs van charlatans (zoals koud lezen of het Barnum-effect), psychologische processen die ons op het verkeerde been zetten (autokinetisch effect, selectief denken)  en dergelijke meer.

Het boek vangt aan met Vanden Berghes negatieve ervaringen met zijn (eerste) appartement. Hij voelt er zich al meteen slecht. Omdat zijn klachten blijven aanhouden – hij krijgt last van een geblokkeerde nek, wat de artsen aan stress toeschrijven – besluit hij te verhuizen. Of hij dat doet nadat zijn schoonvader hem vertelt dat hij gek moet zijn om een woning vol gipskarton te hebben, is niet duidelijk, maar hij komt tot het besef dat gips in de muren gevaarlijk is. Gips zit vol gevaarlijke stoffen, zo leren we.  

Singh: “We hebben helemaal niets tegen verrassende of rare nieuwe benaderingen van gezondheidsproblemen. We willen er alleen voor pleiten dat ze allemaal, net als andere geneesmiddelen, op een nauwgezette, grondige en betrouwbare manier onderzocht worden. Alleen met empirisch onderbouwde geneeskunde kunnen we erop vertrouwen dat wat we doen, ook daadwerkelijk effect heeft. De geschiedenis van de geneeskunde is in dat opzicht heel leerzaam.

Samen met uw collega’s Steven Jay Lynn, John Ruscio en Barry Beyerstein  publiceerde u vorig jaar De 50 grootste misvattingen in de psychologie. U hebt ook een blog genaamd ‘The skeptical psychologist’. Wat bracht u tot het onderzoek naar mythes in de psychologie?

Bij Acco verscheen onder de titel Kritische reflecties over alternatieve geneeswijzen een genuanceerd boekje over alternatieve geneeswijzen waar zowel voor- als tegenstanders hun voordeel mee kunnen doen. Auteur is Norbert Fraeyman, hoogleraar farmacologie aan de Universiteit Gent, die er aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen sinds 1992 jaarlijks een lespakket met reflecties over alternatieve geneeswijzen verzorgt.

Objectieve geschiedenis