De overlevenden van de Eerste Wereldoorlog zijn vrijwel uitgestorven, maar de stroom boeken van de laatste tijd toont aan dat de belangstelling ervoor eerder toeneemt. Richard Heijster, de Nederlandse auteur van een paar reisgidsen over het frontgebied van 14-18, heeft bij de Vlaamse uitgeverij Lannoo een boek gepubliceerd dat enige "mysterieuze" aspecten van dit conflict behandelt. Daar ik zelf sterk in de Groote Oorlog ben geïnteresseerd kon een dergelijk boek niet aan mijn aandacht ontsnappen. Ik verwachtte me heus niet aan een kritische benadering, maar zo'n naïeve, bijna belachelijke opsomming van flauwekul had ik niet verwacht. En dat terwijl Heijster, blijkbaar om 264 pagina's vol te krijgen, nog eens dunnetjes de geschiedenis van de oorlog schetst en uitweidt over zaken die weinig of niets geheimzinnigs hebben.
Het eerste deel begint met de voorspellingen van het wereldconflict, die Heijster meteen terugvindt bij - uiteraard - de Grote Piramide en Nostradamus. Een Nostradamuskenner is Heijster zeker niet. Echte exegeten van de Franse ziener associëren enkele plaatsnamen in diens werk met de Eerste Wereldoorlog (plaatsen waar ook in Nostradamus' tijd aardig wat gevochten werd...). Heijster wijst er wel op dat Charles T. Russell, de stichter van de religieuze beweging die later bekend zou worden als Jehovahs getuigen, voor 1914 het einde van de wereld had voorspeld en hij doet zijn best om aan te tonen hoe treffend Russells voorspelling wel was. Dat er in 1914 een grote oorlog uitbrak is iets dat Russell uiteraard niet ontging, maar hijzelf verplaatste het jaar van Jezus' terugkeer naar 1917, om zelf in 1916 te overlijden, waarna zijn beweging zich in alle mogelijke bochten wrong - tot het vervalsen van Russells eigen geschriften - om uit te leggen dat het einde nog even op zich liet wachten. Heijster neemt Russell blijkbaar ernstiger dan de Getuigen zelf. Hij meent zelfs dat de Spaanse griep van 1918 met de apocapytische Ruiter van de Pest moet worden geassocieerd.
Het incident dat de aanleiding tot de oorlog vormde, de aanslag op de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand in Sarajevo, is volgens Heijster door één grote geheimzinnigheid omringd. Zowel de aartshertog zelf, zijn vrouw - die met hem werd vermoord - als een bevriende bisschop zouden het allemaal hebben voelen aankomen. De auto waarin de aartshertog werd vermoord droeg de nummerplaat "A 111-111". Dit wijst naar "Armistice 11-11-11", of de wapenstilstand van 11 november 1918, om 11 uur. Dezelfde auto zou ook aan latere eigenaars en inzittenden heel wat ongeluk hebben bezorgd. Erg vreemd, allemaal. Jammer dat Heijster deze informatie haalt uit "Grote mysteries" en andere pseudo-wetenschappelijke pulp. En het verhaal van de nummerplaat komt uit een of andere lezersbrief. De lezer vergeve mij dat ik dit allemaal niet heb nagetrokken, want het boek bevat nog veel meer van dat soort moeilijk te verifiëren, uiterst onbetrouwbare verhaaltjes uit dezelfde bronnen. Zo zou de Britse minister van Oorlog Lord Kitchener door een handlijnkundige ervoor gewaarschuwd geweest zijn om in 1916 niet op zee te reizen. Natuurlijk kwam de oude ijzervreter in 1916 om in een scheepsramp. Volgens een krantenartikel uit die tijd zou hij dan weer doodsbang zijn geweest voor reizen op zee.
Grappiger vind ik Heijsters bewering over de invloed van de Engels-Duitse racistische pseudo-filosoof H.S. Chamberlain op de Duitse keizer Wilhelm II. Hij vergelijkt die invloed met die van de starets Raspoetin rond dezelfde tijd op de Russische tsaar, een vergelijking die helemaal mank loopt. Wilhelm II had - net zoals later Hitler - bewondering voor de bombastische mysticus Chamberlain, maar enige invloed op het beleid heeft dat niet gehad. Integendeel, terwijl de tsaar, mede dankzij Raspoetin, de ene stommiteit na de andere beging, liet de Duitse keizer de oorlogsvoering volledig aan zijn generale staf over die met uiterste efficiëntie erin slaagde om het vier jaar vol te houden.
Rond de krijgsverrichtingen hangen er heel wat verhalen over
vreemde gebeurtenissen. Anekdotes over soldaten die naar het front
trokken met het voorgevoel dat ze gingen sterven... wat kort daarop
ook gebeurde. De moeder van een soldaat voelde een scherpe pijn in de
arm, een paar dagen voordat ze vernam dat haar zoon aan de arm gewond
was. Af en toe is er iets spookachtigers bij. Een Brits kapitein werd
door zijn familie gezien in de tuin van zijn huis precies op de dag
dat hij in Frankrijk sneuvelde. Een Canadese soldaat werd in zijn
nachtverblijf in de loopgraven gewekt door zijn eerder gesneuvelde
broer, die hem aanraadde onmiddellijk weg te lopen. Vlak daarna was
zijn broer alweer verdwenen... en werden alle andere soldaten in het
nachtverblijf door een invallende granaat gedood. Dit soort verhalen
over gesneuvelde militairen die anderen het leven redden komt meer
voor. De bronnen zijn persoonlijke herinneringen, dagboeken,
interviews, brieven, vaak jaren na de feiten opgetekend en nog veel
later gepubliceerd, afkomstig van mensen die in uiterst moeilijke
omstandigheden gruwelijke momenten hebben beleefd. Heijster stelt
nauwelijks vragen naar de betrouwbaarheid van dit soort verhalen.
Hoogstens heeft hij nagegaan of de betrokken militairen echt hebben
bestaan.
Na een hoofdstuk over het religieuze leven aan het
front, waar helemaal niets geheimzinnigs aan is, weidt Heijster even
uit over het bijgeloof onder de soldaten, bijgeloof dat hij af en toe
ernstig neemt. Zo mogen we vernemen dat Duitslands grootste
luchtheld, de ³rode baron² von Richthofen (Heijster maakt van hem
een graaf) zich slechts één keer vlak voor het opstijgen liet
fotograferen - vliegeniers geloofden dat dit ongeluk bracht - en,
inderdaad, vlak daarna werd neergeschoten. Als Heijster de echt
sterke verhalen uit de Eerste Wereldoorlog behandelt is er van
kritische zin helemaal geen sprake. Een goed voorbeeld is zijn
beschrijving van het verhaal van de Angels of Mons. In augustus 1914,
helemaal in het begin van de oorlog, botste het pas in België
gearriveerde Britse expeditiekorps nabij Bergen (Mons) op de veel
grotere Duitse strijdmacht die richting Frankrijk oprukte. De Britten
moesten zich ijlings over de Franse grens terugtrekken. Dat ze aan
verplettering door de Duitse overmacht wisten te ontkomen werd al
gauw een wonder genoemd, zelfs letterlijk. De Duitsers zouden zijn
tegengehouden door reusachtige, in het wit gehulde boogschutters die
boven de grond leken te zweven. Ze verschenen plots toen een Engels
soldaat Sint-Joris, de beschermheilige van Engeland, aanriep.
Dit
vreemde verhaal ontbreekt in elk officieel rapport. Het verscheen
voor het eerst in september 1914 in een Londense krant van de hand
van Arthur Machen, een auteur van horrorverhalen. Dat het om loutere
fictie ging - hetgeen de auteur nooit ontkend heeft - werd al snel
vergeten. Het werd gretig overgenomen door andere bladen en occulte
publicaties. De boogschutters werden engelen. Wat maakt Heijster
hiervan? "Later zou Arthur Machen verklaren dat hij de verhalen
verzonnen had. Over de beweegredenen was hij onduidelijk." Voor
Heijster is het raadsel "niet afdoende opgelost". Ook over
latere krijgsverrichtingen bestaan er anekdotes waarin engelachtige
figuren de Britse troepen te hulp schieten, zoals een regelmatig bij
de loopgraven opduikende "White Comrade", of "de Witte
Cavalerie van Ieper" uit 1918. Het gaat niet noodzakelijk altijd
om verzinsels uit de pers. Soms lijken getuigenissen van
oud-strijders wel degelijk de bron te zijn. Maar is het zo
verwonderlijk dat lieden die lange tijd in gevaarlijke, ja helse
omstandigheden hebben verkeerd, af en toe menen vreemde dingen te
hebben gezien? Een ander staaltje van Heijsters betrouwbaarheid is de
- alweer Britse - legende van het "verdwenen" bataljon van
de Baai van Suvla. Tijdens de gevechten op het Turkse schiereiland
Gallipoli (Dardanellen, 1915) marcheerden honderden Engelse
infanteristen van het 5de Norfolk-bataljon een vreemde, dichte wolk
binnen die nabij een baai over de grond hing. Ze kwamen niet meer te
voorschijn, ook niet toen de wolk opsteeg en over zee wegdreef. Dit
lugubere verhaal, dat ook in sommige UFO-boeken terug te vinden is,
werd lang na de oorlog door een paar Dardanellen-veteranen verteld.
De waarheid is iets anders. De Britse bevelhebber op Gallipoli meldde
dat het bataljon tijdens een aanval op 12 augustus 1915 - niet 21
augustus, zoals Heijster schrijft - uit het zicht verdween en dat
niemand daarna nog iets van de circa 270 man, inclusief de ervaren
kolonel, gehoord heeft. Hij vond het "a very strange thing",
maar vermits de aanval onder hevig machinegeweervuur gebeurde, maakte
niemand zich illusies over hun lot. In 1919 werden de resten van 180
man teruggevonden. Een Turkse boer verklaarde de lijken in een ravijn
te hebben gegooid. Ook bleken twee vermiste officieren in Turkse
krijgsgevangenschap te zijn beland. En dan beweert Heijster dat
Turkije na de oorlog verklaarde niets "van het bestaan van het
regiment (sic)" te weten. Een mysterie van veel lagere orde, dat
evenwel ook Heijsters verbazing wekt, is het lot van het Madonnabeeld
van het Picardische stadje Albert. Tijdens een Duitse aanval werd de
reusachtige basiliek van dit eertijds populair bedevaartsoord door
granaten getroffen, zodat het Madonnabeeld op de toren vrijwel
horizontaal voorover kwam te hangen. Drie jaar lang bleef het enorme
beeld in die wonderbaarlijke stand, zeventig meter boven de grond, in
het zicht van de loopgraven. De Britse soldaten die Albert
verdedigden geloofden dat de oorlog pas zou eindigen als de Madonna
gevallen was, terwijl de Fransen juist alles deden om een val te
voorkomen. Toen de Duitsers in maart 1918 het stadje dan toch
veroverden schoten de Britten de toren - die een ideale uitkijkpost
vormde - in puin en viel het beeld dan toch. Inderdaad eindigde de
oorlog... tien maanden later.
Dit zijn maar enkele voorbeelden van Heijsters mystificatie. Als bron vermeldt hij nooit een serieus historisch werk, wel een hoop occulte, zelfs theosofische literatuur. Met het tweede deel van het boek, De oorlog die niet eindigde, wordt het zo mogelijk nog erger. Heijster behandelt hierin vreemde verschijnselen die nu nog in de frontstreken van Œ14-Œ18 zouden voorkomen. Mensen die op de slagvelden rondlopen horen vreemde geluiden, zien schimmen, krijgen het gevoel dat er "meer is". Ik kan beamen dat een bezoek aan de slagvelden, gedenktekens en begraafplaatsen van de Groote Oorlog een gevoel van onbehagen kan geven. Als men de fantasie dan wat op hol laat slaan, kan men de indruk krijgen dat het er een beetje spookt. Maar erg indrukwekkend zijn de spookverhalen niet. A propos, we vernemen van Heijster dat het bekende Talbot House in Poperinge, een voormalig clubhuis van Britse soldaten achter het front en nog altijd een soort levend museum, een echt Engels spook herbergt. Staan er op de deur misschien de woorden "English spoken"?
Om die verschijnselen te onderzoeken heeft Heijster er een magnetiseur en een parapsycholoog bijgehaald, maar veel concreets levert dat niet op. Dat geldt eveneens voor de vermeende gevallen van reïncarnatie van gesneuvelde frontsoldaten. Het meest bekende geval is wellicht dat van zanger Bram Vermeulen, die er zelf van overtuigd is in een vorig leven in de loopgraven van de IJzer te hebben verkeerd. Het bewijs? Het TV-interview dat Vermeulen afnam van een oudstrijder van de IJzer. Als bij wonder bleek hij het "plat Westhoeks" (sic) van de veteraan, "een dialect dat normaal voor Nederlanders, en dus ook voor Bram Vermeulen, onverstaanbaar is", te spreken en te verstaan. Jammer dat Happart nooit zo¹n ervaring heeft gehad! Reïncarnatie is helaas niet weggelegd voor de 693 Duitse soldaten die in het heetst van de strijd rond Verdun bij een brand in het fort van Douaumont omkwamen en daar nog altijd liggen. Hun in het fort ingemetselde lichamen werden overdekt met ongebluste kalk en dat belet hen te reïncarneren, weet Heijster ons te vertellen. Ze zijn dus nog steeds "aanwezig". Nu weten we waarom een bezoek aan het fort emoties kan oproepen.
Heijster: Mysterie 14/18 : de Eerste Wereldoorlog onverklaard. Lannoo, Tielt, 1999.
Boekbespreking door Tim Trachet
SKEPP vzw - 14-06-09

artikel van skepp
artikel van skepp uit wonder
bericht uit het forum
nieuws van zusterorganisatie
nieuws van skepp
nieuws uit de pers
recent bericht uit het forum





